De Raad Gods.
De Middeleeuwen.
VI.
De Middeleeuwen.
In ons vorig artikel hebben we uiteengezet, dat door de Synode van Quiersy het semipelagianisme eigenlijk tot belijdenis verheven is. Dat was in het jaar 853. Maar op het concilie van Valence wilde men meer de leer van de vrijmachtige genade Gods van Augustinus doen zegevieren. Dit concilie was 2 jaar later.
De Kerk der middeleeuwen heeft dit tweeslachtig karakter behouden. Het kloosterleven heeft er misschien wel toe medegewerkt, dat men aan de leer van de samenwerking tusschen God en mensch moest vasthouden. Deed men dit niet, hoe bleef er dan plaats voor de verdienstelijkheid van kloosterleven en andere goede werken.
Zelfs de mystieken uit de middeleeuwen hebben zich niet kunnen losmaken van het synergisme.
Denk eens aan den grooten Bernard van Clairvaux, dien bekenden monnik, uit wiens mond de oproep tot de kruistochten naar het Heilige Land weerklonk. Wel leerde hij de praedestinatie, maar toch is en blijft hij een synergist ; immers hij leert, dat God de uitverkorenen om hunne vooruitgeziene goede werken de zaligheid schenkt.
Hoe kort de historische uiteenzetting ook moge wezen, die we van het leerstuk van Gods Raad in dit blad willen geven, de naam van Thomas van Aquino mag er niet in gemist worden.
Ge verblijdt er u in, als ge hoort, dat deze groote godgeleerde zich vereenigen kan met de besluiten van het concilie van Valence. Maar uw vreugde wordt onmiddellijk bekoeld, als ge bemerkt, dat het deze godgeleerde is geweest, die de leer van de overtollige goede werken in de Kerk naar voren heeft gebracht.
Wat hebben we aan zulk een verdediger van Augustinus als Thomas van Aquino ? Zijn tegenstander Johannes Duns Scötus uit Oxford maakte het nog veel erger. Deze toch durfde te leeren, dat de wil Gods neutraal en indifferent is. Al het door God geschapene draagt volgens Johannes Duns Scötus een toevallig karakter. Gods wil is wel de eerste oorzaak van alles maar, waar die wil neutraal en indifferent is, moet ook het schepsel volgens hem absolute wilsvrijheid bezitten.
Zijn leerling Willem Occam is in deze richting nog verder gegaan.
Als we nu een en ander samenvatten, dan komen we tot de conclusie, dat de praedestinatie ook in de Kerk der middeleeuwen wei geleerd is. Naast den naam van Thomas van Aquino, zouden we die van Petrus Lambardus en Boneventura nog kunnen noemen. Maar tot een klare, duidelijke belijdenis is het stuk van den Raad Gods bij deze mannen niet gekomen.
Bij de voorloopers der Hervorming hooren we een duidelijker geluid. Ik denk aan Thomas van Bradwardina uit Oxford en aan Johan Pupper van Goch uit Mechelen en Wessel Gansfort uit Groningen.
Ge weet, dat Luther van dezen laatsten godgeleerde heeft gezegd : Wanneer ik Wessel te voren gelezen had, zouden mijne tegenstanders kunnen denken, dat Luther alles van Wessel had overgenomen : zoo zeer stemmen onze geesten overeen.
Al moet worden toegegeven, dat Luther wel wat al te zeer met de geschriften van Gansfort ingenomen geweest is, gelijk latere studies aan het licht hebben gebracht, toch mag hij met de andere genoemden gerekend worden tot hen, die er toe hebben bijgedragen om het standpunt van Augustinus weer naar voren te brengen.
Concilie van Trente.
We komen nu toe aan het werk der groote hervormers van de 16de eeuw. Doch eer we stilstaan bij hetgeen door hen is geleerd, willen we nog even luisteren naar het standpunt van de Roomsche Kerk. Als ge dit standpunt wilt weten, is het in hoofdzaak voldoende om u op de hoogte te stallen van datgene, wat er op het concilie van Trente door de Kerk van Rome is vastgesteld. Rome is zich hierin gelijk gebleven.
En iets nieuws is ook niet op het concilie van Trente aan het licht gebracht. Eigenlijk is daar als leer vastgesteld, wat al eeuwen lang had geleefd in den boezem van de Kerk. Wat de gevolgen der zonde aangaat, leerde men te Trente, dat de wil van den mensch alleen verzwakt en omgebogen is. Het is volgens
Rome mogelijk, dat de gevallen mensch nog vele goede dingen doen kan.
Wel leert Rome, dat de gevallen mensch de goddelijke genade en de werking van den Heiligen Geest noodig heeft om te komen tot de verlossing, maar men wil er niet van weten, dat de genade Gods onweerstandelijk is. Het is de mensch van wien wordt gezegd, dat hij de genade Gods verwerpen of aanvaarden kan. Van de eeuwige verkiezing in Augustiniaanschen zin wil Rome niet weten. Deed Rome dit, dan zou het zijn synergistisch standpunt moeteii prijs geven. Immers bij de aanvaarding van de praedestinatieleer kan de leuze geen andere wezen dan deze : „niet uit de werken, opdat niemand roeme".
Het standpunt van Rome is dan ook tot op den huldigen dag dat van het Semi-Pelagianisme. Wel is er ook nog een kleine strooming, die nog den Augustiniaanschen kant uit wil en zich aangetrokken gevoelt tot Thomas van Aquino, maar de andere richting heeft onder aanvoering van den Portugeeschen jezuïet Ludwig Molina de Kerk hoe langer hoe meer naar den kant van het Semi- Pelagianisme gedreven.
Dat Rome op het eind van de 16e eeuw zich nog fel tegen de leer van de praedestinatie kantte, moge blijken uit den strijd van de Roomsche Kerk tegen de opvattingen van Michael Bajus, hoogleeraar aan de beroemde hoogeschool te Leuven.
Door de ijverige bestudeering van de werken van Augustinus is deze hoogleeraar tot de conclusie gekomen, dat het semi-pelagianisme dwaling was. Wel is Bajus niet aan den lijve gestraft, maar zijn gevoelens werden als ketterij verworpen.
De strijd tegen Cornelius Jansenius, bisschop van Yperen is een niet minder sterk voorbeeld van den haat van Rome tegen de leer van de souvereiniteit Gods.
Deze Jansenius is in 1585 in het dorpje Acquoy bij Leerdam geboren. Hij is opgeklommen tot bisschop van Yperen. Ook hij maakte ijverig studie van de werken van Augustinus en kwam tot dezelfde conclusie als Bajus. Hij zag in, dat de Kerk op den dwaalweg was.
Na zijn dood is een boek van hem over Augustinus verschenen, waaruit duidelijk bleek, dat hij de leerregels van het concilie van Trente verwierp en evenals Calvijn de leer van de vrije genade heeft geleerd.
De Jezuïeten waren woedend over de verschijning van dit boek en wisten gedaan te krijgen bij den paus, dat dit boek verboden werd. Maar daarmede was de invloed van Jansenius nog niet gebroken. Het woord van Jansenius had in breede kringen weerklank gevonden.
In het Cistercienserklooster Port-Royal bij Parijs vormde zich een kring van geestverwanten. Tot dezen kring behoorde ook Blaise Pascal, die bekend geworden is door zijn „Provinciale Brieven", waarin hij de praktijken van de Jezuiten op danige manier gehekeld heeft.
Toch heeft Rome over hen gezegevierd. Port Royal is met den grond gelijk gemaakt. Het Jansenisme is als ketterij veroordeeld en de aanhangers van het Augustiniaansche beginsel werden her- en derwaarts verstrooid. Zoo scheen het hoe langer hoe meer, dat de leer van de vrije genade Gods hoe langer hoe meer op den achtergrond zou treden.
Maar evenmin als het mogelijk is om een bron voor altoos dicht te stoppen (elders springt ze immers toch weer te voorschijn) evenmin is het mogelijk geweest om de leer van de souvereiniteit Gods er voor altoos onder te houden.
Trouwens, men noeme de middeleeuwen, de donkere middeleeuwen, maar men vergete niet, dat het in geen enkele eeuw aan kinderen Gods heeft ontbroken, die ondanks het gebrek aan duidelijke formuleering van dit rijke leerstuk, ja ondanks de dwaling van de Kerk, waartoe ze hebben behoord, toch hebben geleerd door de werking van Gods Woord en Geest, dat de redding van een arm zondaar alleen toe te schrijven is aan Gods genade, en dat de genade Gods
onwederstandelijk is, opdat geen menschenkind eenige roem zou heï)ben, maar de Heere alleen de eere ontvangen zou.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's