VRAGEN BUS
Vraag : Moet vóór dat een „kerkelijke" trouw plaats heeft, aan de gemeente worden bekend gemaakt, wie er zullen trouwen, waar en wanneer dat geschieden zal ?
Antwoord : Het huwelijk is bij ons geen sacrament, maar wel een heilige inzetting Gods ; en de kerkelijke bevestiging en inzegening van het huwelijk moet dan ook „in 't midden van de gemeente" plaats hebben. De „trouwbeurt" is een officieele beurt, onder leiding van den Kerkeraad, en benevens de predikant, dient dan ook de Kerkeraad door één of meer ouderlingen en één of meer diakenen tegenwoordig te zijn. De gemeente wordt aangesproken, de zegen wordt op de gemeente gelegd, enz. enz.
De Kerkeraad dient dan ook te zorgen voor openlijke afkondiging van deze kerkdienst, en daarbij moeten dag en uur worden medegedeeld ; benevens de namen van bruid en bruidegom (of van de bruiden en bruidegoms, als er méér dan één bruidspaar is). Deze dingen moeten met goede orde worden verzorgd door den Kerkeraad door afkondiging bij monde van den Dienaar des Woords van den kansel — wat beter is, dan dat het door den voorlezer geschiedt.
Die afkondiging geschiedt niet allereerst en allermeest met het oog op eventueele „schandaaltjes", maar om de namen van bruid en bruidegom aan de gemeente bekend te maken, opdat deze jonge menschen mogen deelen in de belangstelling en in de voorbede der gemeente !
De „ouderwetsche" afkondiging was dan ook in dien geest en geschiedde ongeveer op deze wijze :
„N. en N. willen zich naar Gods ordening tot den heiligen huwelijken staat begeven ; daartoe begeeren zij een christelijk gebed der geheele gemeente, opdat zij dezen christelijken staat in Gods Naam beginnen, en zaliglijk tot Zijn lof voleinden mogen".
Wel werd dan óók gedacht aan mogelijke bezwaren, die zouden kunnen worden ingebracht. Daarom werd vervolgens gezegd :
„En zoo iemand iets mocht hebben, waardoor zulks verhinderd of uitgesteld moest worden, die brenge zulks ordelijk en bijtijds ter kennis van den Kerkeraad, of zwijge daarna en wachte zich eenige verhindering daartegen voor te nemen".
Indien daar dan geen wettige verhindering zich heeft voorgedaan, zoo worde voortgegaan met de huwelijksinzegening in 't midden der gemeente, die van deze dingen getuige zij.
Vraag : Is het goed, te spreken van kerkelijke „overtrouw" ?
Antwoord : Men spreekt hier en daar altijd van „kerkelijke overtrouw" ; maar bij eenig nadenken zal men zelf voelen, dat het niet goed is. Er is geen „overtrouw". Natuurlijk niet. Men doet alleen iets „over", dat is dus „nog eens", als het eerst niet goed gegaan is. En nu kan men toch moeilijk zeggen, dat wat aan de kerkelijke huwelijksinzegening vooraf gegaan is, „verkeerd" is geweest en daarom nu „over" gedaan moet worden.
De zaak staat zóó : Bruid en Bruidegom gaan het huwelijk aan, door elkaar de belofte van trouw te doen. Zij trouwen ; zij treden in het huwelijksverbond en treden in de echtvereeniging. Het huwelijk is de daad der echtelieden. En de burgerlijke Overheid is daarbij getuige. De Overheid sluit het huwelijk niet. Het huwelijk wordt door bruid en bruidegom gesloten voor den ambtenaar van den burgerlijken stand. De Overhead verricht er dus het hare aan voor de samenleving. Zij constateert en registreert en geeft daarvan een acte mee.
En dan komen degenen, die het huwelijk gesloten hebben met hun trouwbelofte, voor de burgerlijke Overheid, naar de Kerk, niet, opdat de Kerk het huwelijk zal sluiten ; want de Kerk sluit geen huwelijk en dus ook haar Dienaar niet. Maar de jonggehuwden komen, in het midden der gemeente om • te verklaren, dat zij elkander liefde en trouw willen beloven, vragende van de Kerk, dat zij dat huwelijk zal bevestigen en inzegenen.
Het gaat in de Kerk om de verklaring, dat het huwelijk, dat bruid en bruidegom gesloten hebben, bestaat voor Gods aangezicht (iets anders dan de burgerlijke Overheid verklaart) en de Kerk zegent dat huwelijk daarna.
Het kerkelijk huwelijk is dus geen soort „overtrouw".
Het huwelijk is de daad der echtelieden, waaraan de Overheid het hare doet, voor de samenleving. En de Kerk doet ook het hare, door het voor Gods aangezicht in het midden der Gemeente te bevestigen en daarna te zegenen.
Wij spreken kerkelijk dan ook van „huwelijksbevestiging" en van „huwelijksinzegening".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's