De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Raad Gods.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Raad Gods.

Luther

6 minuten leestijd

VII.
Luther.

We hebben in ons vorig artikel gezegd, dat men een springbron wel voor een tijd kan verstoppen, maar dan zal het water na korter of langer tijd niet ver van de oorspronkelijke bron zich toch weer een uitweg zoeken. Onverwachts zien we het water toch weer opborrelen.
In den loop der eeuwen is de Christelijke Kerk op menig terrein het spoor kwijt geraakt. Was in den tijd van Karel de Groote zoo goed als elke priester in ons land tegenstander van de beelden in de kerk, kort na Karels dood doen de beelden hun intree in de kerk. Het kan niet anders of de reactie moet komen. Het jaar 1566 is het jaar van de beeldenstorm. Alle beelden worden weer uit de kerken verwijderd.
In de eerste Christelijke Kerk is er van Mariolatrie geen sprake. In den loop der eeuwen moet eigenlijk Christus hoe langer hoe meer in de schaduw van zijne moeder Maria treden. Zoo is ook langzaam de eenvoudige Avondmaalstafel veranderd in het afgodische altaar. De vaststelling van de leer van de transsubstantiatie is het einde van een dogmatische ontwikkeling van eeuwen.
De pauselijke hiërarchie is langzamerhand opgekomen en de pauselijke Stoel is in den loop der eeuwen steviger geworden.
Maar aan protesten heeft het niet ontbroken. Telkens ontwaakt weer de begeerte in de Kerk om naar het oude terug te keeren. Men wil weer terug naar de oude paden. Men wil weer terug naar de wateren, die pas aan de bron zijn ontsprongen en in hun loop nog niet zijn bezoedeld en verontreinigd.
Welnu, de Hervorming roept de Christenheid weer terug naar de bron. In den loop van de Middeleeuwen had het Semi-Pelagiaansche gevoelen gezegevierd. Voor de leer van de souvereine genade Gods was eigenlijk geen plaats meer. Augustinus was geheel en al op den achtergrond gedrongen. Maar door den Augustijner monnik komen de beginselen van den grooten Kerkvader weer op den voorgrond. Geen wonder !
De worsteling, die Luther in de binnenkamer heeft doorgemaakt, gelijkt in beginsel volkomen op die van Augustinus. O, wat heeft de monnik van Wittenberg zijne zonden uitgeschreeuwd voor God. Het zou hem stellig tot wanhoop hebben geleid, als de Heere hem niet had getroost door de lezing van den brief van den apostel aan de Romeinen, die hem predikte van de borgtochtelijke gerechtigheid van dien eenigen Heiland en Zaligmaker, Christus Jezus.
Wat schrijft Luther er zelf van ? „Toen was het, dat een zalige vreugde als nooit te voren mijn hart vervulde ; toen ging de poort des hemels voor mij open ; toen leerde ik de geheele Schrift verstaan. Toen voelde ik mij als wedergeboren. Toen heb ik het Vaderhart van mijn God gevonden".
Luther en Augustinus hebben niet alleen de Heilige Schrift gelezen en bestudeerd, maar zij hebben beiden de rechtvaardigmaking door het geloof alleen in hunne ziel doorleefd.
Het reformatorisch beginsel is, een levend beginsel. Daarom is er ook zulk een geweldige kracht van uitgegaan. De stem van Luther klonk door gansch Europa. Overal werden zijn geschriften gelezen. Ze werden zelfs gelezen door Koning Hendrik VIII. Deze Engelsche Koning meende nogal theologische bekwaamheden te bezitten. Hij gaf een apologie uit, waarin hij de zeven Sacramenten van de Kerk van Rome met vuur verdedigde. Dit was zijn recht, maar het siert den Engelschen Koning niet, dat hij met den boerenzoon uit Wittenberg den spot heeft gedreven.
Luther heeft den Koning van antwoord gediend en wel op zulk een wijze, dat deze zich er in moet hebben verblijd, dat een ander groot geleerde de taak voor hem wilde opnemen om het geschrift van Luther te beantwoorden. Deze groote geleerde was Desiderius Erasmus. In Rotterdam is er voor dezen geleerden humanist een standbeeld opgericht. Deze spitsvondige geleerde heeft zich geërgerd aan de opvattingen van Luther, die had beweerd, dat de wil van den mensch niet meer vrij, maar gansch en al verdorven was.
Erasmus schreef nu zijn „De libero arbitrio". Over den vrijen wil. Dit geschiedde in het jaar - 1524. Maar in het volgend jaar schreef Luther zijn bekend geworden boek : de servo arbitrio, d.w.z. over den knechtelijken wil.
In dit werk zette hij uiteen, dat de mensch door de zonde zoo diep gezonken is, dat zijn wil zich alleen richt op de verheerlijking van zich zelf. De natuurlijke mensch is gelijk een stok en een blok. Hij is een slaaf der zonde, die alleen gered kan worden door de onwederstandelijke genade Gods.
Wie deze korte uiteenzetting zich even indenkt, zal gevoelen, dat hier van Pelagianisme of Semi-Pelagianisme geen sprake meer is. Het is zelfs de vraag, of Luther niet te ver gegaan is door den mensch te vergelijken met een stok en een blok. De Schrift toch spreekt den mensch toe als zedelijk verantwoordelijk schepsel. In de Institutie van Calvijn komt deze gedachte dan ook volkomen tot zijn recht.
Doch laat Luther in zijn eerste periode misschien wat al te zeer den nadruk hebben gelegd op de praedestinatie, hij is hiertoe gekomen alleen door deze begeerte om van de redding zijner onsterfelijke ziel de eer alleen aan den Heere te geven.
Het gevaar is ook in onze dagen niet denkbeeldig, dat er menschen zijn, die God vreezen en toch misschien te weinig spreken van 's menschen verantwoordelijkheid, en omgekeerd komt het ook voor, dat de nadruk te veel gelegd wordt op een woord als dit : Werkt uws zelfs zaligheid met vreeze en beving, terwijl men te weinig oog heeft voor de souvereine genade Gods, die ons in de tweede helft van dat bekende vers wordt geteekend : want het is God, die in u werkt, béide het willen en het werken naar Zijn welbehagen.
Dat Luther zoover gegaan is, dat hij den mensch een stok en een blok noemde, zal wel te verklaren zijn uit den weg, waarin hij tot de omhelzing van de leer der praedestinatie gekomen is.
Gods Geest heeft hem in het bidvertrek van het klooster geleerd, hoe diep ellendig de mensch is. Hij is dus niet van de souvereiniteit Gods afgedaald tot de diepe ellende van den mensch, wat wij den theologischen weg zouden kunnen noemen, maar Luther is begonnen met de diepe ellende van den mensch en van daaruit opgeklommen tot de vrije genade Gods. Dit noemt men in de geloofsleer de anthropologische weg.
De bazuin geeft bij Luther geen onzeker geluid. Alles ligt volgens Luther besloten in den eeuwigen aanbiddelijken Raad Gods. Toevalligs is er niets. Alles is bepaald door den vrijmachtigen wil Gods. Ook zelfs de zonde is in dien Raad opgenomen. Zoo komt Luther verder tot de leer van de verkiezing en de verwerping.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Raad Gods.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's