De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

DE TWEE VERPLICHTINGEN INZAKE DE VACCINATIE.
(Slot).
De Staatscommissie inzake de vaccinatie heeft bij haar pogen om het vaccinevraagstuk tot oplossing te brengen, uit de beide stelsels, die zij had onderzocht, niet het stelsel van den directen dwang, maar dat van den wettelijk geregelden individueelen drang gekozen.
De Minister van Sociale Zaken heeft zich met die keuze vereenigd en op grond van het beginsel van den individueelen drang het wetsontwerp laten gereed maken, dat thans bij de Staten-Generaal aanhangig is.
Dat stelsel van den wettelijk geregelden individueelen drang houdt, naar de Memorie van Toelichting mededeelt, in de eerste plaats in, dat vanwege de Overheid aan alle ouders wordt aangeraden om hun kind, voor zoover daartegen uit gezondheidsoogpunt geen bezwaren bestaan, op den daarvoor geschikten leeftijd, d.i. in het eerste of tweede levensjaar, te doen inenten. Deze raad wordt aan de ouders of personen, die over een kind de ouderlijke macht of voogdij uitoefenen, schriftelijk gegeven door den burgemeester van de woongemeente van het kind, in de maand, waarin het kind den leeftijd van 4 maanden bereikt.
Laten de ouders als gevolg daarvan hun kind vaccineeren vóór het den leeftijd van een jaar bereikt heeft, dan behoeven zij geen enkele andere formaliteit te vervullen, dan het overleggen van het bewijs, dat de vaccinatie heeft plaats gehad.
Hoe gaat het nu, wanneer de vaccinatie op dat tijdstip niet is geschied ? Dan hebben er twee dingen plaats.
In de eerste plaats moeten de ouders aan den burgemeester een onderteekende verklaring overleggen, waarom de inenting achterwege werd gelaten. Het kan tijdelijk of definitief geschied zijn op grond van gezondheidsoverwegingen. Deze gezondheidsoverwegingen kunnen weer verband houden met den individueelen gezondheidstoestand van het kind, of met den algemeenen gezondheidstoestand ter plaatse, b.v. 't heerschen van epidemieën, die het inenten van het kind, in afwijking van wat in gewone omstandigheden geldt, gevaarlijk maken. De inenting kan voorts achterwege zijn gebleven op grond van bezwaren van zuiver principieelen aard, terwijl het ook mogelijk is, en dit zal in de meeste gevallen — aldus de Minister van Sociale Zaken — voorkomen, dat de bezwaren deels van principieelen, deels van geneeskundigen aard zijn.
En in de tweede plaats roept de burgemeester al degenen, die een verklaring hebben overgelegd, dat de vaccinatie achterwege is gebleven, op, om voor hem of een door hem aan te wijzen ambtenaar, alsmede een door hem aangewezen geneeskundige, te verschijnen.
De burgemeester is tot oproepen verplicht in de gevallen, waarin uitsluitend redenen van principieelen aard in het geding zijn, of waarbij het gaat om redenen van geneeskundigen aard, zonder dat een verklaring van een geneeskundige is overgelegd.
De bedoeling van deze verschijning voor den burgemeester is, in de eerste plaats, om degenen, die opgeven zuiver principieele bezwaren te hebben, blijk te laten geven, dat het hun inderdaad met deze bezwaren ernst is, en voorts om voor hen, die meenen bezwaren van geneeskundigen aard te hebben, zonder dat zij daarover met een geneeskundige overleg hebben gepleegd, een uiteenzetting te doen geven van de geneeskundige beteekenis van de vaccinatie, van den aard en den omvang der gevaren, welke aan het niet vaccineeren en aan het vaccineeren verbonden zijn. Met de eventueele (mogelijke) verschijning voor den burgemeester of den door hem aangewezen ambtenaar is de procedure definitief geëindigd.
Uit het bovenstaande blijkt, dat het voorstel der Regeering om tot oplossing van het vaccinevraagstuk te geraken, twee verplichtingen voor de ouders kent, n.l. een verklaringsplicht en een verschijningsplicht. Tegen overtreding van beide verplichtingen bedreigt het wetsontwerp straf.
Wanneer wij nu de Regeeringsvoorstellen overwegen, dan blijkt, dat het, naar sommigen meenen, onjuist is, dat de Regeering ten opzichte van de inenting directen dwang voorstaat. Integendeel. Zij schrijft het zelfs ronduit in de Memorie van Toelichting, dat de vrijheid der ouders om het kind al dan niet te doen vaccineeren, volkomen onaangetast moet blijven.
Dit neemt niet weg, dat tegen de regeling der Regeering bezwaren bestaan.
Het eerste bezwaar ligt in de indiening van het wetsontwerp. Het gevaar voor encephalitis (hersenvliesontsteking) bestaat toch nog steeds. In een noot op blz. 90 van het Rapport der Staatscommissie ligt het feit verscholen, dat zich alsnog het vorig jaar 4 gevallen van de hoogst ernstige ziekte, een vorm van encephalitis, na de vaccinatie van kinderen van den leeftijd van l'^, 1%, 5 en 6 jaar hebben voorgedaan, waarvan één met doodelijken afloop. Dit feit had de Regeering er van moeten terug houden om thans reeds tot een definitieve regeling van de vaccinatie over te gaan.
Een tweede bezwaar geeft de inschuiving in de procedure van den burgemeester en den hem toegevoegden geneeskundige. De vraag is, of deze beide ondervragers der ouders niet bij het stellen van hun vragen, de ouders vrees zullen aanjagen en misschien ook ongeoorloofden drang op hen zullen uitoefenen, waardoor zij tegen hun zin toegeven. Om deze inschuiving niet te doen plaats vinden, zouden de artikelen 5, 6 en 7 uit het wetsontwerp moeten geschrapt worden.
Wil men de inenting bevorderen, dan moet daarvoor het middel van propaganda gebezigd worden. Daarmede heeft men het in de afgeloopen jaren een eind ver gebracht. Ook hebben de hygiënische maatregelen, die van Overheidswege in de laatste vijftig jaar getroffen werden, er veel toe bijgebracht om met 's Heeren hulp de epidemieën te bestrijden.
Ongetwijfeld zullen al deze dingen bij de behandeling van het wetsontwerp in de Staten-Generaal wel aan de orde komen.
Wij wachten met veel belangstelling het debat af.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's