Iets over den oorsprong en de geschiedenis der Waldenzen.
De Waldenzen en de Reformatie.
De Waldenzen en de Reformatie.
Dank zij de tegen hen genomen maatregelen, was de Waldenzer beweging in het begin van de zestiende eeuw een weinig krachtige schare geworden. Openlijk kwam er van een beleving hunner beginselen niet veel terecht, maar in het geheim streefden zij nog steeds naar de toepassing der Schriftuurlijke eischen. Met name het verval der kerk ging hun zeer ter harte, en van een aanpassing met de Roomsche religie wilde men onder geen beding weten. Daartoe ondernomen pogingen leden dan ook totaal schipbreuk.
Het bericht eener doorbrekende Hervorming was voor de Waldenzen „te mooi om waar te zijn". Zouden dan eindelijk alom de al eeuwen door hen beleden principes aanvaard en omhelsd worden ? Nieuwe hoop herleefde onder de inmiddels troosteloos geworden lieden. Toen het licht der Reformatie in de wereld opging, grepen de Waldenzen wederom moed
Terstond zochten de Waldenzen met de Hervorming contact. Gaarne wilden zij de Reformatoren raadplegen over punten der leer, over vragen inzake den eeredienst, en over richtlijnen wat betreft de kerkelijke organisatie.
Te Neuchatel confereerden afgevaardigden met Willem Farel. In Zurich ontmoetten zij Zwingli, en in Bazel Oecolampadius en Capito. Ook waren zij te Straatsburg bij Bucer. Veel stichting en opbouw hebben de Waldenzen op deze wijze van de zijde der Hervorming ontvangen. En groot was de waardeering der Reformatoren voor de principieele bergbewoners.
Op allerlei punten informeerden de Waldenzen naar de gegevens der Heilige Schrift. Zoo kregen zij uiteenzettingen over de Drieeenheid, de uitverkiezing, de sacramenten, het huwelijk, enz.
Van beteekenis is een verklaring, die van reformatorische zijde werd afgelegd, en welke aldus luidt : „We zijn Gode dankbaar, dat gij, niettegenstaande de dikke duisternis, die u steeds omringde, tot de kennis van en de liefde tot de Waarheid hebt bewaard. Volgaarne erkennen wij, dat Christus in u woont, waarom wij u beminnen als onze broeders".
Opdat men gemeenschappelijk zich op de kwesties zou kunnen bezinnen, kwam het den leiding gevenden Waldenzen gewenscht voor, om in synode samen te komen. En het getuigt van een diep gevoel van solidariteit, dat men de Zwitsersche Hervormers uitnoodigde, om van advies te dienen.
De bewuste synode werd te Cianforan in September van 1532 gehouden. Het plaatsje was niet groot, en lag in het woeste dal van Angrogna. Uit vele oorden kwamen geestverwanten bijeen : zelfs uit het Zuiden van Italië. De vraag, waarover de discussies eigenlijk zouden loopen, was deze : of de Waldenzen zich openlijk bij de Hervorming zouden aansluiten, en hun heimelijke samenkomsten dus zouden opgeven.
Aanwezig waren o.m. : Willem Parel, Antonius Saumier en Olivetanus, de neef van Calvijn.
Niet ten onrechte heeft men opgemerkt, dat met de Synode van Cianforan een nieuw hoofdstuk aanvangt in de geschiedenis der Waldenzen. De genomen besluiten bevestigen een en ander.
Het besprokene komt in hoofdzaak op het volgende neer :
1. Inrichting van een openbaren eeredienst, inplaats van de gebruikelijke geheime samenkomsten.
2. Veroordeeling en aflegging van alle veinzerij, waardoor sommigen meenden, de Roomsche diensten wel te kunnen bijwonen, al keurden ze deze weliswaar niet goed.
3. Aansluiting aan de beginselen der Hervormers, wat betreft de volgende punten : uitverkiezing, goede werken, eed, belijdenis des geloofs alleen voor God, Zondagsrust, met-verplichte vasten, het huwelijk voor allen geoorloofd, het bestaan van twee sacramenten, enz.
De besprekingen werden geleid door Willem Farel, die toen een man van ruim veertig jaar was.
De Bijbel van Olivetanus.
De Synode van Cianforan nam tevens het belangwekkende besluit, om de Bijbel uit te geven in een nieuwe Fransche vertaling. De uitgaven, waarmede men zich behielp, waren om verschillende redenen onvoldoende. Een flink bedrag, om de kosten van deze onderneming te dragen, werd staande de vergadering bijeengebracht.
Aanvankelijk schijnt Farel de vertaling op zich genomen te hebben, doch daar deze door andere werkzaamheden overstelpt was, en de Waldenzen het genomen besluit gaarne zoo spoedig mogelijk uitgevoerd wenschten te zien, werd Olivetanus met het werk belast. Hij was een zeer bescheiden, maar tevens geleerd man.
Van 1533 tot 1535 was Olivetanus met de opdracht bezig. In een rustig bergdorp maakte hij de overzetting, die vóór het einde der zestiende eeuw ongeveer vijftig drukken beleefde, gereed.
In het voorwoord wendt Olivetanus zich tot de gansche kerk, als hij zegt : „Het volk, dat u dit geschenk aanbiedt, heeft al meer dan drie eeuwen in ballingschap geleefd, zonder gemeenschap met u. De slechtste geruchten werden er omtrent dat volk verspreid. Nog heden ten dage wordt het veelal aangeduid door scheldnamen. Niettemin is 't het gelukkigste volk, dat door geloof en liefde lederen aanval overwint. Kent gij het niet ? Het zijn uw broeders, die, zooals Jozef, zich niet langer kunnen inhouden, en zich thans aan u bekend maken".
Opleving en reactie.
De overige besluiten der Synode van Cianforan waren niet steeds even gemakkelijk uit te voeren. Alles heeft nu eenmaal zijn tijd noodig. Ook op geestelijk gebied zijn „Keulen en Aken" niet op één dag gebouwd. Zoo moest, om een voorbeeld te noemen, de kerkelijke reorganisatie langzamerhand groeien, want niet allen waren terstond van de noodzakelijke wijzigingen overtuigd. Eerst in 1555 kreeg de officieele eeredienst zijn beslag. Vier kerkgebouwen waren toen in de vallei van Angrogna ingewijd. En in 1557 hadden 12 leeraars een vaste standplaats.
Toen de besluiten van meergenoemde Synode echter geleidelijk toegepast werden, kwam ook tevens de gewenschte opleving. Vooral, nadat in 1558 een kerkelijke tucht was ingesteld naar het voorbeeld der reformatorische kerken in Zwitserland, waardoor een gezond kerkelijk leven ten zeerste werd bevorderd.
Spoedig telde de Waldenzer kerk in de valleien tienduizenden aanhangers.
Ook in Provence nam haar vlucht snel toe. De reactie bleef echter niet uit.
Wreede moordpartijen werden aangericht door hen, die de leer des Evangelies vijandig gezind waren. Naarmate de Hervorming aan invloed won, — naar die mate werd de haat tegen de ketters grooter. En de gruwelen, die de Waldenzen reeds in vroeger tijd gezien en ervaren hadden, herhaalden zich.
Zoowel in Frankrijk als in Piémont was het lot der Waldenzen bitter. Over de lotgevallen van hen, die in Piémont woonachtig waren, spreken wij in het volgende artikel nog nader. Wij besluiten hier met een enkel woord over de onderdanen van Frans I, den Koning van Frankrijk, tot wien Calvijn zijn beroemde rede richtte m zijn „Institutie".
Bij besluit van 18 November 1540 vaardigde het parlement van Aix een decreet uit, waarbij bepaald werd, dat alle steden en dorpen der Waldenzen met den grond moesten gelijk gemaakt worden. Met terechtstelling en verbanning werden leeraars en vrouwen met haar kinderen bedreigd. Door een soepeler gezindheid des konings werd met de uitvoering van dit edict nog vijf jaar gewacht, doch toen geschiedde het vreeselijkste. Duizenden Waldenzen werden vermoord ; vrouwen werden verkocht of geroofd. Honderden mannen werden op galleien gestuurd, en andere honderden werden op het schavot gezet. Vele dorpen veranderden in brandende puinhoopen.
In 1592 gaven de Waldenzen uit Provence hun naam prijs, en vereenigden zij zich met de Fransche kerk. Honderd jaar later, ter gelegenheid van de herroeping van het edict van Nantes, emigreerden velen naar Zuid-Afrika.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's