NIENKE
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen
Op Donia-state kende men evenwel zooiets niet en kon men zich bijna ook niet voorstellen, dat bij anderen de nood zoo groot was ; doch zoo zorgde de Heer er in Zijne groote genade altijd voor, dat in eiken lijdensbeker zooveel zoete druppelen gemengd werden als noodig was om hem te kunnen drinken. In dezen geest had de dominé tot haar gesproken eii het had haar stil gemaakt, doch het scheen wel, dat inzonderheid dezen Zondagmiddag haar hart voor dergelijke indrukken gesloten was. Ditmaal Viel de tijd haar zoo lang. Eigenlijk was de Zondag voor haar altijd de vervelendste dag van de heele week. Dan was het zoo stil in huis en veld. Heel anders dan gewoon. Swopk, die gewoonlijk erg luidruchtig haar werk deed en wier mond bijna nooit stilstond, scheen dan 't gevoel te hebben, dat het Wat anders moest dan gewoon. Zoo handig mogelijk zag zij haar taak te volbrengen, zonder veel praats, om dan na het middagmaal op stap te gaan naar het dorp, om de middagpreek bij te wonen, als de dominé tenminste niet op vacature was, en om dan niet eerder thuis te komen dan tegen melktijd. Gewoonlijk kwam dan tegen achten een vrijer opdagen, en dan zag je Swopk natuurlijk den heelen avond niet weer.
Santema zelf ging gewoonlijk na 't eten stil verdwijnen, om in de slaapkamer een dutje te doen. ^e oudste kinderen waren meestal van huis. Gabe ging 's morgens direct na het brood eten met den motor er van door, niet zelden met Maaike op de duo, om niet eerder thuis te komen dan wanneer op "Donia-state" alles al lang in de rust lag. Waar zij Altijd heen gingen, was vaak niet eens bekend, en meermalen gaf moeder Santema haar groot misnoegen te kennen over zoo'n gejacht. Andere boerenzoons en - dochters deden dat ook niet, en vooral Maaike legde er hare eer mee in. Zij moest ook eens aan hare toekomst denken. De beste paarden stonden op stal, en als het haar om een vrijer te doen was, dan moest zij niet vergeten, dat degelijke jongens haar opzochten, en niet omgekeerd. Maar noch de zoon, noch Maaike trok zich iets van al deze vermaningen aan, te meer, waar vader alles oogluikend toestond. Men was maar eenmaal jong !
Tjerk was, althans overdag, meest thuis en kon het dan nog wel eens hebben, dat hij languit in het hooge gras van de appelhof ging liggen en een praatje met Mini hield, wanneer tenminste de slaap hem niet te machtig werd of zijne lectuur hem niet te veel boeide.
Al deze omstandigheden maakten evenwel, dat de Zondag haar zoo lang viel en zij zoo het gevoel had van vergeten te zijn. Liepen dien zelfden dag de dorpsmeisjes van haar leeftijd niet in lange rijen de dorpsstraat op en neer of den singel rond, om dan hier of daar op een schaduwrijk plekje zich neer te zetten, grapjes makend tegen de jongens, die hen volgden, of elkaar de veelvuldige meisjesgeheimen toevertrouwend, onder de uitdrukkelijke bepaling van het niet weer te vertellen, waaraan gewoonlijk niet éen zich hield ? Was het haar niet, alsof zij in de verte hun schaterlach hoorde en werd zij bij de meesten hunner langzamerhand niet uit het hart vergeten als een doode ? Én dan die mooie Zondagavonden ! Als de vrijers kwamen, met of zonder afspraak, en dus al of niet verwacht, om verkeering aan te knoopen of die voort te zetten en dan tot diep in den nacht, naar plaatselijk gebruik, bij elkaar te blijven. Zoo had Maaike het ook een enkelen keer, evenals Swopk, al was er geen sprake van, dat zij vaste verkeering kreeg, omdat zij nu met den een en dan met den ander liep, iets wat in geheel Zevenhuizen en tot in wijden omtrek wel bekend was. Welnu, zoo ongeveer had zij 't ook kunnen hebben, wanneer die ongesteldheid niet gekomen was. Meermalen had men haar den raad gegeven elders genezing te zoeken, 't Scheen wel, dat eigen dokter óf er niets van wist, of er niets aan doen kon, maar vooruitgang was er feitelijk heelemaal niet. Het Staphorster boertje genas heel veel menschen, en in Kuikhorne woonde ook zoo'n wonderdokter en in de Wouden was er nog een, die een ontzaglijk drukke practijk had, en zelfs van heele rijke menschen bezoek kreeg. En anders was in Haarlem en Rotterdam ook nog een adres van iemand, die, zonder den patiënt te zien, precies alles van dezen te zeggen wist, enkel op het betasten van een stukje haar of iets anders. Natuurlijk had Mini daar ooren voor gehad, maar boer Santema moest daar niets van hebben. Hij had geen geloof in die kwakzalverij en verwachtte alleen heil van de wetenschap. Maar toen de zieke altijd meer weer over hetzelfde sprak, was hij met zijn vrouw overeengekomen, persoonlijk er eens op uit te gaan, zonder dat iemand het gewaar werd, omdat men de verantwoordelijkheid niet wilde dragen, wanneer 't eens verkeerd liep. Alleen mocht de dokter het niet weten, omdat men in tijd van nood hem altijd weer gebruiken moest en hij zeker zou weigeren te komen, wanneer hij wist, dat men in 't geheim bij een ander, en dan nog wel een kwakzalver, genezing zocht. Ach, het resultaat was zoo gering. Tot tweemaal toe was een groote zak met kruiden, waar de reuk van het veld nog over hing, mee naar huis genomen om te worden „afgetrokken", met het gevolg, dat het hoesten wel eenigszins gemakkelijker ging, maar de maag dusdanig van streek geraakte, dat zij geruimen tijd niet het minste verdragen kon en de dokter er bij te pas moest komen om haar weer op orde te brengen.
„Dat is één keer, en nooit meer", heeft Santema gezegd, en tot op heden heeft men woord gehouden, welke verhalen van wonderbaarlijke genezingen soms ook aan het ziekbed verteld werden.
Bij al deze verdrietelijkheden en teleurstellingen was evenwel nog één lichtpunt : Mini had nog een moeder. En voor deze was niets te veel of te zwaar. Nooit verloor deze haar kind uit het oog. Onophoudelijk liep zij af en aan, vooral, wanneer zij vernam, dat Mini zich zoo moedeloos of eenzaam gevoelen kon, en geen opoffering was te groot, als zij wist, daarmede haar leven te kunnen veraangenamen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's