De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

6 minuten leestijd

Het is nog niet zoo lang geleden, dat er van alle kanten op aangedrongen werd, dat Engeland toch eens wat duidelijker en krachtiger taal zou spreken. Men weet, niet heelemaal ten onrechte o.i., de successen van Duitschland en Italië aan de weifelende houding, welke Londen daartegenover aannam. De begeerde wijziging in de Britsche buitenlandsche politiek is toen inderdaad gekomen. De fundamenten werden gelegd voor een „vredesfront", waarop elke nieuwe agressie van Duitsche of Italiaansche zijde te pletter moest loopen. De koersverandering was radicaal, doch naar veler oordeel wacht Londen nog steeds te lang met het doorvoeren van maatregelen, welke uit die nieuwe politiek voortvloeien. Ook hier is de critiek echter makkelijker dan de kunst. De uitbreiding en vernieuwing van de Britsche vloot en van het Britsche leger zijn met bekwame spoed ter hand genomen. En eerst naarmate deze werkzaamheden vorderden, werden de waarschuwingen aan 't adres van Duitschland duidelijker. Men zou hieruit kunnen afleiden, dat het Britsche defensie-apparaat nu wel zoo ongeveer op peil is gebracht. De Engelsche Staatslieden spreken nu althans een taal, welke moeilijk voor tweeërlei uitlegging vatbaar is. Chamberlain heeft opnieuw een poging gedaan om er de wereld, en uiteraard met name de Duitsche „wereld", van te overtuigen, dat het Engeland ernst is met z'n waarschuwingen. En een der andere Engelsche woordvoerders gaf den ernstigen raad zich niet in de uiterlijke kalmte van den Britschen dog te vergissen : „hij blaft niet, doch wanneer het noodig is, bijt hij dóór". Op deze en dergelijke wijze wordt ons de laatste dagen herhaaldelijk verzekerd, dat Engeland sterk en vastberaden op alle mogelijkheden voorbereid is. „Wie het Vereenigd Koninkrijk zou willen aanvallen, heeft zijn eigen doodvonnis onderteekend", zei Burgin, de Engelsche minister van de voorraden.
Nu kan men aan dit soort verklaringen even veel en even weinig waarde hechten, als men zelf verkiest. Voorzoover 't nog noodig mocht zijn er aan te herinneren, dat de Duitsche woordvoerders een. niet minder heldhaftige taal doen hooren, worde hier een parallel-uitspraak van Rudolf Hess geciteerd ; deze plaatsvervanger van den Führer „achtte de Duitsche verdedigingslinies onoverwinbaar". Wanneer er dus onverhoopt eens een gewapend conflict tusschen Duitschland en Engeland mocht losbreken, komen minstens twee onoverwinlijke legers tegenover elkander te staan......
Intusschen heeft Hitler de laatste jaren overvloedig gelegenheid gehad om te bewijzen dat hij in staat en bereid is om krachtig toe te slaan. En deze overtuiging had men, helaas, van Engeland niet. Vandaar dat de forsche klanken, welke deze week van over het Kanaal "tot ons kwamen, met bijzondere aandacht beluisterd zijn. In Duitschland is men doodsbenauwd dat deze klanken tot het groote publiek zullen doordringen. „Deze onversaagde en meedoogenlooze menschen, zoo verlangend om een kanonnade te doorstaan, kunnen opschrikken van een gefluister", merkte Winston Churchill onlangs in een Nederlandsch tijdschrift op. En dat is raak gezegd. Door uitermate strenge censuur op radio en pers, trachten de Duitsche machthebbers te voorkomen dat het Duitsche volk van het standpunt der Engelsche regeering op de hoogte komt. Het moet in de waan blijven, dat Londen bij een volgende „Putsch" wel weer lijdelijk zal toezien. Doch wie woord en werk van de Britsche regeering den laatsten tijd heeft gevolgd, moet toch wel tot de overtuiging komen dat Londen zich niet opnieuw door de Duitsche „daadkracht" zal laten overrompelen. Het is, dunkt ons, veelzeggend, dat mannen als Churchill en Eden, die vorig jaar nog ernstige critiek hadden op de lankmoedigheid van Chamberlain, nu redevoeringen houden, welke van die van den Eersten Minister niet veel afwijken.
De geruchten, dat Churchill (en Eden ? ) in de regeering zou worden opgenomen, namen deze week zelfs een vasten vorm aan. Zeer tot ongenoegen van Hitler natuurlijk, die van beide „oorlogsophitsers" minder tegemoetkomendheid verwacht dan van Chamberlain.
Als men in Berlijn niet overtuigd was, dat het met de Londensche lijdzaamheid inderdaad afgeloopen is, zou Danzig waarschijnlijk reeds tot 't Derde Rijk behooren. Nu reeds maandenlang wordt de Vrijstad door allerlei Duitsche maatregelen onder hoogspanning gehouden, doch „het moment, waarop de Führer bepalen zal dat Danzig Duitsch wordt", blijkt nog steeds niet te zijn aangebroken. Een gewelddadige verovering van Danzig, volgens de bekende overrompelingsmethode, zou thans ook zeker niet zoo „vreedzaam" verloopen als de vorige keeren. Polen laai zich niet van de Oostzee wegdringen en zal zeker niet aarzelen om de komst van Hitler met geweld te verhinderen. En dan schijnt de kans om een oorlog te voorkomen, wel zeer gering. Vanuit Berlijn wordt echter bij herhaling verzekerd, dat er om Danzig geen oorlog gevoerd zal worden. Hoe men dat zaakje dan wil opknappen, is een raadsel. Niemand zal durven hopen, dat de Führer zich, ten aanzien van dit probleem, maar bij den bestaanden toestand zal neerleggen. Er is, van weerszijden, reeds te veel over dit punt verzekerd en verklaard, dan dat op een bevredigend compromis mag worden gerekend.
Intusschen is Danzig zich druk aan het bewapenen. Dat geschiedt onder het motto „uitbreiding van de politiemacht". Volgens Berlijn is er geen enkele Duitsche soldaat naar Danzig gezonden, doch dient deze versterking van de „politiemacht" uitsluitend om tegen een eventueelen Poolschen aanval beschermd te zijn. Toevallig is echter ook Oost-Pruisen „volgestopt" met echte Duitsche soldaten, evenals Slowakije.
Het trekken van conclusies uit de veelheid van redevoeringen, verklaringen en dreigementen, is moeilijk. En het lijkt ons minder gewenscht, om, afgaande op „geruchten", bepaalde voorspellingen te doen. Daarvoor is de situatie ook te weinig helder. Welk verband bestaat er precies tusschen „Danzig" en „Tientsin" ? Moet Japan de spanning in 't Verre Oosten gaande houden, totdat Hitler in Europa weer zijn slag geslagen heeft ? Of is de zaak juist omgekeerd ? En welke rol speelt Italië bij deze actie der pact-genooten ?
Niet onwaarschijnlijk wachten zoowel Tokio als Berlijn eerst nog eens even af of het met Rusland en Engeland nu nog voor elkaar komt. Om de moed er in te houden, wordt alsmaar-aan gemeld, dat een overeenstemming nu zeer nabij is en het alleen nog maar aankomt op „het zoeken van de juiste bewoordingen". We wisten, dat er veel analphabeten in Rusland waren, doch dat alleen de opstelling van een internationaal accoord nog zoo langen tijd moet vergen, valt ons toch een beetje tegen
Intusschen is de totstandkoming van een Engelsch-Fransch-Russisch accoord wel van zooveel beteekenis, dat er eenig overleg aan gewaagd kan worden.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's