De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Raad Gods.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Raad Gods.

Calvijn.

6 minuten leestijd

X.
Calvijn.
Het loont ten zeerste de moeite om na te gaan, wat Calvijn in het 17de hoofdstuk van het Ie boek zijner Institutie nog meer over den Raad Gods heeft gezegd.
Calvijn is er niet blind voor, dat het vernuft des menschen geneigd is tot ijdele nieuwsgierigheid en daarom is het zijn wensch om aan te wijzen, waartoe alle dingen volgens de leer der Heilige Schrift verordineerd worden.
Gods voorzienigheid gaat zoowel over de toekomst als over het verleden. Nu eens werkt ze door middelen, dan weer zonder middelen, dan weer schijnbaar tegen de middelen. En hoewel God de Heere zoowel Zijn Vaderlijke gunst en weldadigheid, als de gestrengheid van Zijn oordeel laat schijnen in het geheele verloop van Zijn voorzienigheid, zoo zijn nochtans de oorzaken van allerlei voorvallen die dagelijks geschieden, niet altijd aan ons bekend. Ja soms schijnt het wel eens, alsof alles slechts aan de blinde drift der fortuin moet worden toegeschreven. Dan zoekt het vleesch ons tegen God m opstand te brengen en doet ons - tegen den Heere murmureeren. Indien we ons echter door den Heere laten leeren, zoo wordt het menigmaal duidelijk, dat toch Gods raad op zeer deugdelijke oorzaken gegrond is. Hij is bezig om Zijn kinderen tot lijdzaamheid te onderwijzen.
Of Hij is in dat alles bezig om hun verdorven aard te louteren of hunne zondige dartelheid te bedwingen of om hen uit den slaap der zonde bij vernieuwing op te wekken. Al die redenen zijn aan ons menschen niet immer bekend. Ze zijn bij God verborgen. Met recht heeft dan ook David in Ps. 40 : 6 uitgeroepen: Gij, o Heere mijn God, hebt Uwe wonderen en Uwe gedachten aan ons vele gemaakt ; men kan ze niet in orde bij U verhalen : zal ik ze verkondigen en uitspreken, zoo zijn ze menigvuldiger, dan dat ik ze zou kunnen vertellen.
Dat de oorzaken en de redenen van de handelingen Gods vaak voor ons verborgen zijn, bewijst Calvijn uit de geschiedenis van den blindgeborene. Dé omstanders vroegen, wie of er gezondigd had, de blindgeborene zelf of zijn ouders. Men zocht dus naar de oorzaak van de blindheid van den ongelukkige. Maar het antwoord luidde, dat de oorzaak niet te zoeken was bij den blindgeborene, en ook niet bij zijn ouders, doch dat dit alles was geschied, opdat de heerlijkheid Gods in hem zou openbaar worden.
Wij mogen den Heere niet dwingen om ons rekenschap te geven van Zijne daden.
Calvijn wijst op een voorbeeld uit het rijk der natuur. De hemel wordt zwart van wolken, het onweder komt op, de donder rolt langs het zwerk, alles kraakt rondom ons. O schijnt dan niet alles in 't rijk der natuur in de grootste verwarring ?
En toch, merkt Calvijn met recht op, in den hemel heerscht dezelfde rust en stilte als te voren.
Welnu zoo is het ook met de beroerten Gods in de wereld. Het is noodig, dat een mensch zal gelooven, dat de Heere ook dat alles tot het rechte einde beschikt. Calvijn laakt de uitzinnigheid van die menschen, die het wagen om de werken Gods voor Zijn vierschaar te dagen.
Niemand zal dan ook den rechten kijk op de voorzienigheid Gods hebben, als hij niet eerst is beginnen te bedenken, dat hij met zijn Maker en met den Bouwmeester der wereld te doen heeft. Helaas willen velen zich niet onderwerpen aan de majesteit Gods. Men wil niet, dat God iets zal doen, wat de mensch met zijn verstand niet zal begrijpen.
Calvijn klaagt er over, dat men naar Gods Woord niét wil luisteren. Hij wijst op Psalm 36 : 7 en Deut. 30 : 11—14 waar de wil Gods •bij een diepen afgrond vergeleken wordt en in Rom. 11 : 33 roept Paulus het uit : O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods ! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordeelen en onnaspeurlijk Zijne wegen. Want wie heeft den zin des Heeren gekend ? Of wie is Zijn Raadsman geweest ?
De wonderlijke wijze waarop God de Heere de wereld regeert mag met recht een afgrond worden genoemd. Immers zoovele waaroms en daaroms zijn ons onbekend. In Deut. 29 vs. 29 wordt het aldus gezegd : De verborgene dingen zijn voor den Heere onzen God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen tot in eeuwigheid om te doen alle de woorden dezer Wet.
En Job, die zijn blik overzie gansche schepping had laten gaan roept het uit : Ziet dat zijn , maar uiterste einden van Zijne wegen en wat een klein stukske der zaak hebben wij van Hem gehoord.
Voorts maakt Calvijn ons attent op hetgeen Augustus heeft gezegd. Deze zegt het volgende : Aangezien God in de regeering der wereld zich een recht voorbehoudt, hetwelk ons onbekend is, zoo behooren we met de opperste heerschappij van God tevreden te zijn, op"dat Zijn wil voor ons het eenigste richtsnoer der rechtvaardigheid en de allerrechtvaardigste oorzaak van alle dingen zij.
Degenen, die naar dezen raad van Augustinus zullen luisteren, zullen tegen God niet murmureeren over de tegenspoeden, die ze reeds ondervonden hebben en ze zullen ook de schuld van hunne schelmstukken niet op God leggen. Dit deed wel die heidensche heid Agamemnon. Hij zeide : Ik ben daar de oorzaak niet van, maar de God Jupiter en de onvermijdelijke nood.
In de dagen van Calvijn zijn er ook blijkbaar velen geweest, die de leer van den Raad Gods hebben willen verdraaien tot hun eigen verderf.
Er waren er ook toen, die zeiden : Als Go; ! de ure van onzen dood heeft bepaald, dan kunnen we den dood niet ontkomen en derhalve is al de moeite, die wordt aangewend om zich te bevroren te vergeefsch.
De een blijft binnenshuis om op de weg niet door de moordenaars te worden gegrepen.
Een tweede laat den medicijnmeester roepen en neemt medicamenten in om van zijn kwaal te genezen.
Een ander houdt dieet, om zijn maag te sparen.
Weer een ander vreest om in bouwvallige huizen te wonen. Ze zouden kunnen instorten.
De spotters in Calvijns dagen spraken het ook al uit, dat dit alles vergeefsche middelen waren.
Leven en dood, gezondheid en krankheid, vrede en oorlog waren immers door een vast besluit Gods bepaald.
Ja, men ging nog verder en achtte, dat de gebeden van Gods kinderen nutteloos en onnoodig waren. Men meende, dat dit alles in strijd was met de voorzienigheid van God, die alles te voren had bepaald.
Had een moordenaar een eerbaren burger doorstoken, dan zei men, dat hij den raad Gods uitgevoerd had. Had iemand gestolen of gehoereerd, dan was hij een dienaar van uitvoorzienigheid Gods,
Zoo trachtte men allerlei schelmstukken goed te praten.
Calvijn wil nu aantoonen, dat de raadslagen des menschen geenszins in strijd zijn met de voorzienigheid Gods. God de Heere, die ons leven met zekere palen heeft afgezet, heeft ons ook de zorg voor ons leven geboden. Hij heeft ons ook de middelen gegeven en ons ook gewezen op allerlei gevaren, waarvoor we ons hebben te wachten. We mogen dus de middelen gebruiken. Wij mogen, als wij ziek zijn, de geneesmiddelen niet verachten.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Raad Gods.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's