Door ijver aangespoord.
Als alle Hervormden van gereformeerd beginsel eens door ijver waren aangespoord ! Niet door een ijver zonder verstand. Dat zou alleen betweters kweeken. Maar door een ijver, opkomende uit liefde tot onze gereformeerde beginselen, gepaard gaande met de gezindheid om den ander uitnemender te achten dan zichzelf, en bovenal gedrongen door den Geest van Hem, Die rondging als een, die dient.
Een gemeente, door zulk een ijver aangespoord, is een gemeente, waarin geestelijke spanning zit. Daar kan kracht en invloed van uitgaan, ook ten opzichte van andersdenkenden. Moet niet ons hart sneller gaan kloppen en onze lauwheid in geestdrift ontvlammen, wanneer we ons indenken een gemeente, waarvan de leden door een heiligen ijver zijn aangespoord, zoekend naar wegen en middelen om het toebetrouwde pand onder Gods zegen te bewaren ? Wat zou er van ons Herv. Geref. volk oneindig meer invloed ten goede kunnen uitgaan, wanneer die ijver er meer gevonden werd en daartoe ook meer werd aangespoord.
Maar zal dit in zijn geheel het geval zijn, dan moet het beginnen in de gemeenten afzonderlijk.
Neem b.v. uw gemeente. Wordt er reeds gedaan, wat de hand vindt öm te doen ? Zoowel wat het bestudeeren als het uitdragen onzer beginselen betreft ? Want het volk gaal immers verloren, omdat 't geen kennis heeft ? Is er een kern van door ijver aangespoorden, die zich in den middellijken weg voor den opbouw en zoo mogelijk ook voor den uitbouw der plaatselijke, kerkelijke gemeente, daadwerkelijk willen geven ?
Er is, helaas, vaak niet alleen gebrek aan. menschen, die door ijver zijn aangespoord, doch, en het een is wellicht een gevolg van het ander, er ontbreekt ook te veel een aansporing tot ijver in dit opzicht. Misschien uit laksheid, misschien omdat bij het, en dal terecht, den nadruk leggen op het „ééne noodige", men ten onrechte den weg der middelen nagenoeg geheel verwaarloost. Hetgeen onschriftuurlijk en ongereformeerd is.
Een volk, hoe klein ook in getal, tot en door ijver aangespoord, vervuld met een heilige geestdrift, kan een Gideonsbende zijn, die met ledige kruiken en brandende fakkels, de overwinning op een machtigen vijand behaalt.
Een ieder steke de hand in den boezem zijner eigen gemeente."En wanneer die hand er melaatsch uitkomt, dan is het tijd, hoog tijd, om zich te bezinnen op onze roeping. Dan is er misschien ook aanleiding om de hoofden bij elkander te steken en in practijk te gaan brengen het ,,ora et labora".
Het is werkelijk niet voldoende, dat de gemeente alleen des Zondags zingt :
Komt, laat ons samen Isrels Heer', Den Rotssteen van ons heil, met eer. Met godgewijden zang ontmoeten.
Maar dan zal er ook in de week een godgewijd leven in den dienst van Gods Koninkrijk moeten gevonden worden.
In een veel gebruikt dankgebed na den maaltijd, komt immers o.a. ook voor : ,,Voed ook onze zielen met het Brood des Levens en versterk onze harten door Uw genade, opdat wij onze krachten mogen besteden in Uwen dienst en tot eer van uwen Naam.mogen leven".
Een in Gods dienst besteed leven, ook in de week, door alle middelen en arbeid aan te vatten, welke lot op- en uitbouw dienstig kan zijn, zoo behoort het te zijn. Waarbij, evenals dit bij alles het geval is, de maatstaf geldt : ,,Tot de wet en tot de getuigenis I zoo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben".
Daarom is allereerst noodig beginsel-studie. Doch daarnaast evenzeer uitleving dier beginselen op allerlei terrein. Niet allen hebben evenveel talenten. Er zijn er, die er 5 hebben, er zijn er ook, die er slechts één hebben. Maar het is toch wel het allerminste wat verlangd mag worden, en waartoe ieder christen om te beginnen in staat is, dat hij warme belangstelling toont voor den arbeid in het Koninkrijk Gods. Warme belangstelling en medeleven. In één woord : dat men zich geeft, 't zij men dan één of vijf talenten heeft.
In de gelijkenis van de talenten was er één luie en waren er twee getrouwe dienstknechten.
Is de verhouding (en hierbij moet de gedachte aan eenige verdienstelijkheid natuurlijk verre blijven) in uw gemeente tusschen luie en getrouwe christenen ook zoo ? Wanneer de verhouding ongunstiger is, laat het dan niet aan u liggen.
Hoe luidt het ook weer in dat dankgebed ? „Voed ook onze zielen met het Brood des Levens en versterk onze harten door Uw genade, opdat wij onze krachten mogen besteden in Uwen dienst en tot eer van Uwen Naam mogen leven".
Dat de herinnering aan deze bede tevens een spoorslag zij !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's