STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE GEBOORTECIJFERS
Het bevolkingsvraagstuk, dat inzonderheid, wat de geboortecijfers betreft, voor de groote mogendheden een probleem is van niet gering gewicht, omdat — zooals wij de vorige week zagen — met het vraagstuk ook de machtspositie samenhangt, welke door de Rijken in de volkerengemeenschap wordt ingenomen, is voor ons land nog van een bijzondere beteekenis.
Wij hebben daarbij het oog op de verhoudingen ten aanzien van de kerkelijke gezindten.
Over dit onderwerp stond nog niet lang geleden in de Nieuwe Rotterdamsche Courant een belangrijk artikel, waarin enkele conclusies uit de opgaven der volkstelling van 1930 werden getrokken, inzake leeftijd en kerkelijke gezindte.
De schrijver van het artikel merkt op — en hier citeeren (aanhalen) wij de Nieuwe Provinciale Groninger Courant van 14 Juli 1938 — dat het aandeel der roomsch-katholieken in het totaal onzer bevolking van 1829 tot 1909 onafgebroken is gedaald, n.l. van 389.9 tot 350.2 per duizend inwoners.
Sedert dien kwam er echter weer stijging.
Het cijfer bedroeg naar de volkstelling van 1920 356.1 en naar die van 1930 364.2 per duizend inwoners.
Nog werd wel niet het cijfer van 1829 bereikt, maar er was toch een belangrijke toeneming.
De verhoudingen worden echter in heel ander licht gezien, als wij letten op de verschillende leeftijden. Er is voor de jaren van 1899 tot 1930 voor de roomsch-katholieken een toeneming in totaal van nog geen vier procent, echter voor den leeftijd beneden de tien jaar krijgen wij deze cijfers : in 1899 per duizend 350 ; in 1930 per duizend 417.
De roomsch-katholieke groep heeft nu dus reeds meer dan twee vijfden van het totaal der kinderen beneden de tien jaar bereikt en is op weg om straks tot de helft te komen en allengs daarboven te gaan.
Dit moet natuurlijk invloed oefenen op de totale verhoudingen bij de kerkelijke gezindten.
Zoo gezien, bestaat de mogelijkheid, dat de roomsch-katholieken in ons land nog eens de meerderheid verkrijgen.
Rome heeft hooge geboortecijfers.
De gevolgen daarvan blijven niet uit. Zij openbaren zich op staatkundig terrein bij elke verkiezing. Oude jaarklassen van kiezers vallen uit en nieuwe, jonge jaarklassen nemen hun plaats in. En onder deze nieuwe jaarklassen bevinden zich steeds meer Roomsch- Katholieken.
Men moge dit betreuren en in den groei van het Roomsch-Katholicisme op politiek gebied een gevaar zien voor het Protestantisme, doch de vraag is: wat valt daaraan te veranderen ?
Nu is de invloed, die van de hooge geboortecijfers bij de Roomsch-Katholieken uitgaat, den antipapisten een doorn in 't oog. Zij zien in Rome een groot gevaar voor ons Protestantsche Nederland. De macht van de Roomsch-Katholieken — zoo zeggen zij - neemt toe, ze trachten overal hun macht uit te oefenen. Doch zou zich dit iets wijzigen, wanneer de Roomsch-Katholieken, stel dat de Grondwet dit toeliet, wat niet het geval is, uit de Overheidsbetrekkingen werden geweerd ? Zou dit in de geboortecijfers dan eenige verandering brengen ? En wat zou dan de verwachting zijn, wanneer het Roomsch-Katholicisme op den duur over de meerderheid der stemmen ging beschikken ?
Dezer dagen schreef een anti-papistisch blad : „Wij moeten van Rome af". Doch hoe wij van Rome af kunnen komen, werd niet vermeld. Het zou toch niet onbelangrijk geweest zijn, als wij dit wisten. Met politieke middelen valt tegen 't Roomsche gevaar niets uit te richten ; of zou men het huwelijk aan de Roomsch-Katholieken willen verbieden ? Zou men de geestelijke- en godsdienstige vrijheid in ons land voor de Roomsch-Katholieken willen beperken ?
Niemand, die dit wil. Maar wat wil men dan ?
Er is slechts één weg, die tot andere verhoudingen kan leiden, en dat is, dat de volksgroepen, die niet Roomsch zijn, afstand doen van de geboortebeperking, van den invloed van het nieuw-Malthusianisme.
Het is bekend, dat in Protestantsch Christelijke gezinnen gemiddeld vrij wat meer kinderen zijn, dan in de kringen van hen, die met den godsdienst hebben gebroken. Doch de aanwijzingen zijn er, dat ook de Orthodox Protestantsche groepen niet meer buiten den invloed van het nienw-Malthusianlsme staan. De practijken van deze goddelooze beweging dringen in allen kring door.
Het Friesch van dit jaar : Dagblad schreef op 20 Maart
Dat b. V. in Noord-Holland, het oude Geuzenland, de positie van Rome zoo is versterkt, is niet de vrucht van Roomsche politieke propaganda en hel is ook niet te wijten aan te weinig actie van de Protestantsch-Christelijke partijen. Het vindt zijn oorzaak daarin, dat de Kerken der hervorming in handen vielen van het Modernisme, dat de schare steenen gaf voor brood.
Daarom behoort de strijd tegen Rome niet gevoerd te worden door staatkundige actie, maar zij moet gestreden worden door de Kerk.
Dit neemt intusschen niet weg, dat de Overheid tot taak heeft den invloed van het nieuw-Malthusianisme te vernietigen.
Er moet weer eerbied komen voor Gods heilige Wet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's