De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZOO ZIJN ER....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZOO ZIJN ER....

4 minuten leestijd

„Komt u binnen !"
Zoo klonk de hartelijke welkomstgroet, toen wij ons aandienden als huisbezoekers der Ned. Hervormde Kerk.
Na verdere wederzijdsche kennismaking, moest de vrouw des huizes zich echter verontschuldigen, omdat zij (teeken des tijds !) een vergadering van den luchtbeschermingsdienst moest gaan bijwonen.
Zoo bleven wij met haar man, architect van beroep, achter. Deze bracht het gesprek op onze kerkgebouwen, waarvoor hij, zooals te begrijpen was, bijzondere belangstelling had.
Verschillende kerken werden opgenoemd, waarvan sommige, wat hun interieur betrof, tot de „koude" kerken werden gerekend, terwijl andere daarentegen de eer te beurt viel als „warm" te worden bestempeld. Hierbij bleek, dat wij vrijwel „eensgeestes" waren, 't geen echter niet meer het geval was, toen wij het gesprek een andere wending gaven en overbrachten naar de prediking des Woords.
Op onze vraag, of hij met instemming en zegen de prediking des Woords, onverschillig of het dan in een „warme" of „koude" kerk was, mocht beluisteren, antwoordde hij, dat de prediking van meerdere predikanten hem niet kon bevredigen.
„In welk opzicht niet ? " — zoo vroegen wij. „Wel", was zijn wederwoord, „mijns inziens moet de prediking zoodanig zijn, dat men met „zijn kop op" (dit waren zijn eigen woorden) uit de kerk komt. En wanneer dat liet gebeurt, dan heeft de prediking voor mij absoluut niet de geringste waarde". Daarom ging hij ook bijna uitsluitend naar liturgische diensten.
Vanzelfsprekend wezen wij hem er op, dat zijn maatstaf toch wel een geheel andere was, dan de maatstaf die Gods Woord zelf aanlegt. Ieder Christen heeft toch noodig, eens voor het eerst en telkens weer opnieuw, te kennen de drie stukken, welke onze Catechismus zoo duidelijk op grond van dat Woord leert, n. 1. : ellende, verlossing en dankbaarheid. En wanneer b. v. het stuk der ellende doorleefd wordt, zal men in zulk een tijd zeker niet met „den kop op", in den zin, zooals hij het bedoelde, rondloopen.
Daar bleek hij echter anders over te denken. Hij geloofde zeer zeker in God en Gods Woord werd ook lederen dag gelezen (wij kregen den indruk, dat dit meer op aandrang van zijn vrouw was), maar, hij wilde het ons wel eerlijk zeggen, aan een hel b.v. geloofde hij niet. Na het sterven, daar was hij van overtuigd, kwam voor iedereen alles in orde.
Deze overtuiging had hij, zonder ons evenwel eenige bewijsgrond daarvoor uit de H. Schrift te kunnen opgeven. Wij wezen hem er op, dat dit gebrek aan bewijsgrond ons niet verwonderde, daar Gods Woord immers geheel iets anders leert. Alleen reeds de tekst : „Zoo is er dan geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn", is al een duidelijk bewijs dat er dus wel verdoemenis is voor degenen, die buiten Christus sterven.
Helaas, onze hoop hem hiermede van zijn dwaling te kunnen overtuigen, vervloog, toen hij hiertegenover opmerkte : „Ja, ziet u, zooiets moet de Bijbel natuurlijk wel leeren, want anders zouden de menschen er maar op los leven. Maar God is liefde. En een God die liefde is, zal Zijn schepselen na dit leven zeker geen straf opleggen".
Ongeveer anderhalf uur duurde ons bezoek, waarbij wij hem tenslotte afvroegen of hij er wel eens over nagedacht had dat, hoeveel kerkformaties er ook mogen zijn, toch allen de Apostolische Geloofsbelijdenis gemeen hebben, waarin duidelijk het geloof uitgedrukt wordt in de wederkomst van Christus op de wolken des hemels om te oordeelen de levenden en de dooden. En wanneer er na den dood geen onderscheid was, dan zou er immers ook van oordeel geen sprake behoeven te zijn. Was het dan nooit tot hem doorgedrongen, dat deze geloofsbelijdenis van de Kerk aller eeuwen en aller plaatsen zijn zienswijze volkomen verwerpt ?
Hierop kwam het ontwijkende antwoord, dat hij niet zoo theologisch onderlegd was en over een en ander nog eens zou nadenken.
Het gesprek was begonnen over „koud"- en „warm"-aandoende kerkinterieurs.
Hierbij kwam vooral de kunstzin van den architect naar voren. Zou deze kunstzin het zijn, die hem ook zoo waardeerend over de liturgische diensten deed spreken ? Zou hij daarom zulke diensten „warm" vinden en een eenvoudige dienst des Woords (ook het kruis van Christus was eenvoudig) als „koud" betitelen ?
Zoo zijn er............ want onze architect is de eenige niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

ZOO ZIJN ER....

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's