NIENKE
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen
't Boerenbedrijf bracht echter zooveel zorgen meê, en zijn hart ging er zoo in op.
Toen maakte vrouw Santema aanstalten voor de thee. Straks kwam Swopk weer uit het dorp en kwamen de melkers op de boerderij, en dan was 't weer een en al bedrijvigheid. De rust van den Dag des Heeren behoorde spoedig weer tot 't verledene. Doch bij de boerin en bij Mini klonk het nog telkens door, ook toen de schemering reeds ingevallen was en over de vlakte het zachte, zilveren maanlicht scheen : „Een zeker mensch reisde van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars". En wederom : „Een zeker mensch"
Hoofdstuk III. Nienke.
Ongeveer midden in de dorpsstraat, vlak bij den kruisweg, waar een handwijzer in vier verschillende richtingen wees, stond de woning van baas Gurbe. Die het niet weten mocht, zou het spoedig ontdekken, omdat voor aan den gevel een groot uithangbord hing, waarop een laars was afgebeeld, met daarboven in duidelijk leesbare letters de naam van Gurbe Huitema en daaronder : „Mr. Schoenmaker". Dan was naast de deur nog een porceleinen bordje aangebracht, waarop het agentschap eener Assurantiemaatschappij stond vermeld, en voor een der ramen hing een cartonnen kaart met 't woord : „Leedaanzegger" in zwarten rouwrand. Voorheen hingen onder aan dat bord ook nog een paar koperen bekkens, ten teeken, dat daar ook het bedrijf van barbier werd uitgeoefend, doch sinds zich te Zevenhuizen een jongeman uit de stad had gevestigd voor het houden van een scheersalon, met een afzonderlijke gelegenheid voor damesbediening, en 't vreemde woord : „Coiffeur" op de groote spiegelruit, had Gurbe dit bedrijf er maar aan gegeven. Hij had het buitendien druk genoeg, terwijl Gelske, zijn vrouw, die vooral des Zaterdagsavonds in een ontredderd huis zat, het wat fijn vond, dat deze zaak de deur uitging.
Weliswaar was een deel der klanten, vooral onder de ouden, allesbehalve ingenomen met dit besluit. Velen hunner waren sinds jaren gewoon, week op week bij Gurbe zich te laten barbieren en wisten niet beter, of de Zaterdagavond behoorde voor een deel hier gepasseerd, 't Was daar altijd even vroolijk, zonder dat er ooit een onvertogen woord gesproken werd. Of het kwam van dien muurtekst, , waarop geschilderd stond : „Zet, Heer, een- wacht voor mijne lippen, behoed de deuren van mijn mond", of dat het moest worden toegeschreven aan den eigenaardigen invloed, die er van Gurbe zélf uitging, maar het ging hier heel anders dan in vele dergelijke gelegenheden, waar leugen en verdichting vaak op zeer gespannen voet met de waarheid leven. Daar kwam bij, dat men in die nieuwe zaak zooveel koude drukte had, zooals de ouden het noemden. Dat liep daar met een groote, witte jas in de werkplaats rond als een dokter in de operatiezaal en een slager in het slachthuis. Daarbij een drukte en beweging, die men niet gewoon was. Honderden malen de schaar op en neer, heen en weer, zonder een haar te raken, en tenslotte werd het geknipte hoofd met een borstel en het geschoren gelaat met een servet geborsteld en gewreven, dat het een gewoon mensch groen en geel voor de oogen werd en een grappenmaker onlangs nog vroeg, of de barbier plan had uit te scheiden, of dat het geheele hoofd „er af" moest !
En dan die dameskapperij ! Dat was, althans voor het bejaarde deel der dorpelingen, niets geweest. Of 't met opzet gebeurde of een vergissing was, maar toen de knecht van Glazema dat woord op de winkelruit moest schilderen, degradeerde hij de zaak tot eene „Dames-Kaperij", tot groote ontsteltenis van den ondernemer, maar tot groot vermaak van de Zevenhuizer jeugd. Gelukkig, dat meester De Bruin reeds den volgenden morgen de fout ontdekte en aanstonds naar binnen ging om den flater aan te wijzen, zoodat het geval nog denzelfden dag hersteld werd, maar in den volksmond bleef het langen tijd spreekwoordelijk, dat de vrouwen hier in een val gelokt werden en niemand harer zeker was, of zij wel veilig buiten kwam. Geen wonder daarom, dat, vooral in het begin, hier weinig klandizie was. Welke dame, 't zij jong of op gevorderden leeftijd, wilde nu een zaak binnengaan, waar nu eenmaal zoo iets van gezegd werd ? Bovendien, wat deed men in een plaats als Zevenhuizen met een „damessalon" ? Men had nog niet zien aankomen, wat de vakman uit zijn bladen wist, dat de tijd niet ver meer was, waarin de vrouwen haar sierlijken haartooi ten offer zouden brengen op het altaar van den modegod, een kunstbewerking, welke aan hem of haar, die deze verstond, geen windeieren ging leggen.
Al deze omstandigheden hadden medegewerkt, dat men Gurbe bijna dwong het barbiersvak te blijven uitoefenen, doch hij had gemeend, bij zijn besluit te moeten blijven. Alleen enkele oudjes zou hij blijven bedienen, maar de rest moest naar zijn collega, die veel kosten gemaakt en bovendien een huisgezin met kleine kinderen had, waarvoor het brood moest verdiend worden.
D'r waren evenwel ook, die hierin meenden te zien, hoe baas Gurbe zich begon te gevoelen en zoo langzamerhand de schaapjes op het droge kreeg. Een mensch ging toch gewoonlijk zoó maar niet een stuk brood wegwerpen, of hij moest het overcompleet hebben, en zoo scheen het bij den schoenmaker te worden. En dit laatste was waar. Gurbe was op weg, een welgesteld man te worden, waartoe, naast den zegen Gods, vooreerst de gunst der menschen meewerkte en omdat het voorts waar was, wat boer Santema placht te zeggen, dat hier niet vele varkens de spoeling dun maakten. Nimmer hadden Gurbe en zijn vrouw oudervreugde gekend ; de eenigste huisgenoote, welke buiten den knecht met de schoenmakersfamilie onder één dak woonde, was Nienke, door velen niet anders gekend dan Nienke Huitema, omdat zij sinds jaar en dag hier geweest was, doch bij den burgerlijken stand ingeschreven met den achternaam Straatsma.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's