FINANCIËN
In de laatste vijf en twintig jaren is er veel gebeurd en veel veranderd. Wij, die zoo langzamerhand tot de ouderen worden gerekend, hebben dit alles vol-bewust meegemaakt en telkens staan wij voor dingen, waarvan wij zeggen tegen elkander : „wat was dit in onze jonge jaren heel anders". Daar staat, van alles wat wij toen meemaakten, haast geen enkel ding meer op zijn plaats. Toch is er in dit alles één ding gelijk gebleven, n.l. zooals het was in het begin van deze laatste kwarteeuw : strijd en krakeel, een ongebreidelde lust om te verderven. Zoo is het nog. De geest, of wilt ge het zien aangeduid met den naam van karakter, is precies dezelfde gebleven. De geweldige vindingen, de machtige ontdekkingen op schier elk levensterrein, ontleenen voor geen klein deel hare stuwkracht aan de lust en de drang om elkander zooveel mogelijk te benauwen, en indien het kan, te verderven.
Ge staat er voor, hoe eenerzijds de vindingen van onzen tijd ieder die meeleeft dwingen tot de erkentenis : „wat sluimeren daar een wondere machten in Gods rijke schepping, die niet genoeg geprezen kunnen worden, terwijl anderzijds van dezelfde lippen de verzuchting weerklinkt : wat weet de goddeloosheid van den mensch dit alles om te scheppen in het meest schrikwekkend materiaal des verderfs. In deze laatste 25 jaar is er heel wat gebeurd, waarvoor wij geen ander woord weten dan : „God en menschen onteerend", lichaamen zielsverdervend. Satanisch, in plaats van Godverheerlijkend.
En als het nu maar als zoodanig werd aangezien en gevoeld, doch dit maakt onze tijd nog banger, men werkt inplaats van dit kwaad tegen, nog daaraan mee. Heel de wereld leeft als op een vulkanische bodem. Daar behoeft maar één ongelukkige greep te worden gedaan en een wereldbrand, nog veel schrikkelijker dan die in 1914 ontstond, zet alles in vlammen.
Dat wij onder en bij dit alles nog zoo rustig en stil voortleven, vindt zijn verklaring hierin, dat wij aan hetgeen ons zoo lang bedreigt, gewoon raken. Wij voelen de bodem als onder onzen voet bewegen, maar daartegenover staat, dat op den langen duur de schrik verdwijnt. Als de schudding ophield, zou het zelfs kunnen gebeuren dat menige opmerking werd gelanceerd als : wat zal ons nu overkomen ? Onze tijd kan zelfs deze spanning niet dan noode missen. Ge merkt dit uit het overdreven aanbod om zich in stille dagen te verzetten. Om een actueele vraag te doen: zou de stilte van den Sabbathdag voor velen niet zijn een pijniging ? Inplaats van rust : . grijpt de ledige hand naar nieuwe spanning.
Waarheen dit alles leiden moet ? Waar het op toesnelt is niet denkbeeldig, wanneer wij zeggen : „ineenstorting". Dat kan het individu, dat kunnen de volkeren op den duur niet volhouden. De waarschuwende stem kan daarom niet worden gemist. Wie in deze voorop dient te gaan is, naar Gods Woord, geen andere dan de Gemeente van Christus.
In den grooten nood onzer dagen dient zij haar stem te laten hooren : „Land, land, land, hoort des Heeren Woord". „Wendt u naar Mij toe, zegt de Heere, en wordt behouden". „Die Mij vindt, die vindt het leven en trekt een welgevallen van den Heere".
Ziet, deze taak ligt voor ons, wordt op onze schouders gelegd. Wij zouden schuldig worden bevonden, als wij daarvoor onze ooren toestopten. Gewillig doen, wat Hij zegt, het aan den Genadevolle overgevend, wat Hij er mee doen zal.
Ziet, deze overwegingen waren er in ons, toen wij ons opmaakten om ons overzicht van deze laatste weken op te stellen. In deze weken is er uit den aard der zaak niet veel dat binnenkomt. Enkele contributies, 't Kan daarom wel eens voorkomen, dat een enkel lid, die nu betaalde of voor eenigen tijd dit deed, de kwitantie hem aan huis gepresenteerd ziet en zich afvraagt : „hoe dit zit". Dan moet ge het u en mij niet moeilijk maken. Zeg maar tot u zelf : wij zijn elkander misgeloopen en geef de kwitantie aan den looper terug.
Met goeden wil komen wij verder, dan met elkander in gebreke te stellen.
1. Post één kwam uit Delft. Door ds. Fokkema werd mij een gulden afgedragen als aan hem ter hand gesteld voor onze fondsen ƒ 1.—
2. Collega Doornenbal te Woubrugge meldde zich met een zelfde opdracht. Hem was van een meelevend lid zijner gemeente een bankbiljet van 25 gld. voor onzen arbeid ter hand gesteld. ...„25.—-
Met grooten dank voor zijn welwillendheid, werd deze gift door ons genoteerd. De alleen rijkmakende genade Gods ruste op alles.
3. De Afdeeling te Goudriaan droeg ons de contributie af „23.—
4. De Afdeeling te Ouderkerk a/d IJssel deed hetzelfde 34.25
5. Door ds. Sonnenberg te Molenaarsgraaf kreeg ik van den heer T. aldaar de contributie, zijnde „ 1.—
Mag ik den Penningmeesters in dezen mijn welgemeenden dank betuigen. Bij ervaring weet ik, dat het in onze dagen niet gemakkelijk valt. 'k Hoop, dat men in zijn ijver in dezen niet zal verflauwen.
6. Een tweetal lezers van De Waarheidsvriend, met wie wij hadden afgesproken, dat zij gratis konden voortgaan, zonden mij ieder 2 gld. De fam. K. stelde mij deze zelve ter hand, de andere deed dit per giro „4.—
7. Het sluitstuk was een collecte, gehouden bij een spreekbeurt, waarbij ik zelf mocht voorgaan. In Hazerswoude hebben wij vrienden, die nog herinneringen bij ons wakker roepen van langer dan 30 jaar geleden. Deze vriendschapsband is dezelfde gebleven, omdat deze kracht ontleent aan de beginselen, die ons beide lief zijn geworden. Vandaar dat wij zoo goed als elk jaar hier nog eens mogen voorgaan. Bij deze gelegenheid wordt dan de z.g. Paaschcollecte gehouden. Deze bracht op niet minder dan, 132.10
Wij zeggen ook langs dezen weg den Kerkeraad en de vrienden hartelijk dank voor alles.
gemeen Ruste Gods zegen op onze schappelijke arbeid.
Tezaam geteld kom ik tot een eindsom van
f 220.35
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's