De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

4 minuten leestijd

Er kan de laatste weken schier van niets anders melding worden gemaakt dan van onderhandelingen en nog eens onderhandelingen ; afgewisseld door al dan niet belangrijke redevoeringen, waarin over den stand dier onderhandsche besprekingen den volke (zoo weinig mogelijk) mededeelingen worden gedaan. Het zou van overdreven optimisme getuigen, wanneer we zeiden, dat die onderhandelingen steeds „in rustige sfeer" plaats vonden. Daar zijn de omstandigheden niet naar. Maar dat er nog steeds onderhandeld wórdt, is meer dan menigeen een jaar geleden dorst te verwachten, 't Had er dikwijls immers alle schijn van, dat het woord spoedig aan de kanonnen zou zijn. Deze ramp bleef ons tot nog toe bespaard, hoe wéinig-bevredigend de onderhandelingen overigens ook mogen verloopen en hoe dreigend de toestand ook blijft.
De onderhandelingen tusschen Japan en Engeland hebben tot een voorloopige overeenstemming geleid. Maar Londen zou bijna kunnen wenschen, dat ditmaal de besprekingen iets minder vlot waren verloopen. De Amerikaansche minister, Huil, heeft nu namelijk een besluit genomen, waardoor Engeland in een gunstiger positie tegenover Japan kan komen te staan, waardoor althans de situatie voor Japan minder aangenaam wordt. En hoe zwakker de tegenpartij, hoe vlotter zij in den regel tot concessies bereid zal zijn.
De Vereenigde Staten hebben namelijk het handelsverdrag met Japan opgezegd. Dit verdrag werd in 1911 gesloten en bevatte o. a. de bepaling, dat geen beperking van den uitvoer mocht worden ingevoerd. Zoolang dit verdrag van kracht was, kon Amerika dus ook geen uitvoer-verbod uitvaardigen ten opzichte van munitie en ander oorlogstuig. En er ging heel wat van dit gevaarlijke export-artikel naar Japan. Vooral natuurlijk den laatsten tijd, sinds Japan met den gewapenden „hervormingsarbeid" in China bezig was. Hoewel vooral de wapenhandel het zaken-zijn-zaken-principe huldigt, was men in politieke kringen toch allerminst te spreken over dezen wapen-uitvoer naar Japan. Ze beteekende immers rechtstreekschen steun aan den vijand van den Chineeschen vriend. Er bestaat in Amerika over 't algemeen veel sympathie voor het aangevallen China. De overweging, dat men van China minder concurrentie te duchten heeft dan van 't expansieve Japan, zal er wel niet geheel vreemd aan zijn. Er gingen dan ook reeds meermalen stemmen op, die den wapenuitvoer naar Japan wilden verbieden. Doch het genoemde handelsverdrag maakte deze maatregel onmogelijk. Nu heeft Minister Huil het verdrag opgezegd en aldus den weg vrijgemaakt voor een embargo.
Of het zoover inderdaad komen zal, weten we op dit oogenblik nog niet met zekerheid. Het eerste half jaar in ieder geval nog niet, omdat het verdrag zoolang nog zijn geldigheid behoudt. Economisch zal Washington er ook geen voordeel bij hebben. Integendeel. Japan betrok meer uit de Vereenigde Staten, dan dat er van Japan naar Amerika ging. Althans sinds 1932. De ruwe zijde, Japan's voornaamste export-product, daalde sterk in prijs, terwijl de export van Japansche katoenen goederen door Amerikaansche douanerechten werd belemmerd. Anderzijds had Japan, als gezegd, meer ijzer enz. noodig. En naarmate Japan op een grooter deel van het Chineesche kustgebied beslag wist te leggen, liep ook meer export naar China door Japansche handen. Hoe de handelsbetrekkingen tusschen beide Staten zich nu verder zullen ontwikkelen, moet worden afgewacnt.
Dat Japan, door de opzegging van het handelsverdrag — politiek gesproken — echter in een ongunstiger positie gekomen is, is intusschen duidelijk. En daar zal Engeland, bij de verdere onder handelingen, zeker rekening mede houden, 't Schijnt dat Londen de verdere besprekingen nu wat rekken wil. Als Engeland het nog niet wist, zal het bij de besprekingen met Moskou wel de ervaring opgedaan hebben, dat traineeren soms e^n heele goede taktiek is om de tegenpartij , handelbaar" te maken. Toen ondervond (en ondervindt) Londen van deze tactiek de nadeelige gevolgen, misschien, dat ze deze nu met voordeel tegenover Japan kan toepassen. Toch zal de Engelsche onderhandelaar wel zoo verstandig zijn, om de boog niet al te strak te spannen. Dan kon immers Japan op zijn beurt wel weer eens een streep halen door hetgeen tot nog toe, ten voordeele van Engeland's positie, werd bereikt. En zoolang de onderhandelingen met Moskou nog niet tot een voor Londen bevredigend resultaat hebben geleid blijft Engeland's positie, ten opzichte van 't Oosten, nog uiterst kwetsbaar. Van belang zou het ook zijn te weten, in hoeverre de Vereenigde Staten met hun jongste maatregel steun aan Chamberlain's politiek hebben bedoeld. En welke consequenties er aan verbonden zullen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's