Catharina van Bora de vrouw van Luther
Catharina van Bora (of misschien beter Catharina de Bora) was de vrouw van Luther, een voorbeeld voor alle moeders en huisvrouwen. Wij lazen over haar het volgende (naar aanleiding van het boek van Lady Giffard):
Het Zwarte Klooster, waar Luther en zijn jonge vrouw Cathrien hun intrek hadden genomen, werd al spoedig een zoete-inval en een toevluchtsoord voor velen. De toelage, die Luther jaarlijks kreeg, was ruim voldoende geweest toen hij nog ongehuwd was, maar nu was het ontoereikend voor het gezin van Luther en de vele gasten. Op alle mogelijke wijze trachtte Catharina het inkomen, dat ze had, uit te breiden. Nu kwam haar de aangeboren huishoudelijke aard te pas. Binnen korten tijd kende ieder haar in Wittenberg als een voortreffelijke huisvrouw, die van weinig wel wat weet te maken.
Weinig tijd had deze eerste „domineesvrouw" om zich te bemoeien met het leven buiten haar gezin in de „pastorie" ; bezoeken bracht zij weinig, haar huiselijke bezigheden legden geheel beslag op haar. Maar dat wil volstrekt niet zeggen, dat haar invloed in Wittenberg niet groot is geweest. Niemand klopte tevergeefs bij haar aan om onderdak of raad ; en niemand vertrok uit het Zwarte Klooster zonder de overtuiging, dat er geen beter en gezelliger gastvrouw te vinden was dan de vrouw van Luther.
Ondanks het feit dat er in haar huis een „gaan en komen" van gasten was — 't leek wel een duiventil — hebben haar kinderen niets ingeboet van de sfeer van een „gesloten gezin".
Aardig is 't, telkens te hooren van de liefde die er heerschte tusschen ouders en kinderen. Maarten Luther is de gezellige huisvader, die geniet van het spel Van zijn kinderen en zich volkomen kan verplaatsen in hun sfeer.
Zoo vragen de kinderen eens aan hun vader, hoe de hemel er uitziet, en tot groote verbazing van zijn vrouw, vertelt Luther, dat het een Lusthof is met vele bloemen en boomen, die rijpe vruchten dragen en waarin, altijd kinderen rondhuppelen en spelen.
Het is voor de kinderen alsof ze hun eigen tuin voor zich zien, waarin zij zelf altijd rond huppelen en spelen. En daaraan denkend, vragen ze of Jester, hun klein hondje, dan óók in den hemel zal zijn. Luther, volkomen ingaande in hun gedachtensfeer, beweert, dat ook Jester daar blaffend van vreugde zal zijn.
Vreemd klinkt het Cathrien in de ooren, het verbaast haar, dat Luther, waar het de eeuwige dingen betreft, de kinderen zoo hun eigen gedachten laat en ze vraagt zich af of het niet beter zal zijn hun daarover andere voorstellingen te geven. Pas jaren later, na het heengaan van haar man, zal zij gevoelen, hoe leeg alle woorden zijn, die de eeuwige heerlijkheid willen uitdrukken, en hoe dan de hemelsche voorstelling van haar kinderen haar diep treft. De kleine Margaretha, die midden in den nacht bij haar komt en vraagt: ,, Zou vader onze Leentje al gevonden hebben en met haar in de schoone lusthof wandelen, en denkt u, moeder, dat Jester nog zoo vroolijk zal blaffen, als hij vader ziet ? " Deze kinderlijke vragen weten de bevrijdende tranen bij Catharina te voorschijn te brengen. Voor een oogenblik is het beeld van het kinderlijk paradijs haar meer werkelijkheid dan Melanchton's schildering van het oord der gelukzaligen ! Was er liefelijker beeld denkbaar dan haar geliefden man, met Leentje aan den éénen arm en hun jong gestorven Elisabeth in den anderen arm, en de kleine Jester keffend achter hem aan ?
Zeven en veertig jaar was Cathrien, toen haar man stierf aan een kwaal, waaraan hij reeds jaren had geleden en waardoor hij reeds dikwijls in stervensgevaar had verkeerd. Toch had hij nog den leeftijd van 63 jaar bereikt, ondanks de vele gevaren, die hem van buitenaf omringden. In de 21 jaren van hun huwelijk hadden zij veel ondervonden, twee kinderen zijn op nog jongen leeftijd gestorven. Hans, hun oudste, was geen geleerde, als zijn vader, en gaf hen vele teleurstellingen bij zijn studie. Dikwijls moesten, ze tijdens de vele oorlogen vluchten uit Wittenberg. Maar al deze ondervindingen hebben de liefde tusschen Luther en zijn vrouw verdiept en verinnigd, en 't was voor Catharina in 1546 of het leven voor haar geen waarde meer had, nu haar geliefde man was heengegaan. Gelukkig dat toen de kinderen, waarvan de jongsten nog klein waren, haar geheel opeischten. De zorgen voor hun opvoeding, de vele beslommeringen, die haar financieele toestand haar gaf en de groote liefde, die de kinderen haar gaven, brachten Cathrien weer tot het leven terug, deden zelfs de haar aangeboren opgewektheid terugkeeren. Zelfs de politieke verwarringen van dien tijd, die haar vaak dwongen Wittenberg te verlaten, hebben haar haar levensmoed niet ontnomen.
De oorzaak van haar dood teekent Lady Giffard in haar boek aldus.
Het was op den weg van Wittenberg naar Torgau, tijdens hun vlucht voor vijandelijke troepen, dat één van de paarden schrok, wild werd en Maarten en Paul de beide paarden niet houden konden. Cathrien voorzag een groot gevaar, daar de weg sterk daalde en er rechts een groote poel was ; zij zag slechts één middel om dit gevaar voor haar kinderen af te wenden. En vóór zij goed wist, wat ze deed, was ze uit den wagen gesprongen en ging met haar volle levensgewicht aan de teugels hangen, dicht bij den kop van het paard. Zij werd een eind weegs meegesleurd, maar eindelijk boog zich het dier onder den wil van een vrouw in doodsangst. Toen gleden haar de teugels uit handen en zij stortte neer. De wagen was tot staan gekomen, maar Cathrien had niet alleen haar been gebroken, maar leed óok aan inwendige kneuzingen, waaraan zij na eenige weken stierf.
Met groote liefde omringden haar de kinderen in dezen tijd, en is er heerlijker troost denkbaar voor een moeder, dan de troost die haar tweede zoon haar gaf, toen hij zeide :
„Een gelukkiger tehuis dan het onze, kunnen kinderen nooit bezeten hebben. En als het ons nu gemakkelijker valt dan anderen in Gods liefde te gelooven, dan is dit, omdat wij in onze aardsche ouders iets van Zijn beeld konden zien".
Geduldig droeg zij haar lijden, en tot Melachton, die haar dikwijls bezocht, sprak ze : „De Heere God heeft mij mijn drie kinderen laten behoeden voor dood en verminking, daarvoor wil ik gaarne dezen prijs betalen".
Zoo ging Cathrien Luther heen, een vrouw, die haar sexegenooten in dezen tijd zooveel heeft te zeggen, die haar man en kinderen ten zegen is geweest, omdat ze. zich zelf wilde wegcijferen. Temidden van de verwarring van dezen tijd, waarin velen hun ware plichten voorbij zien, toont Cathrina de Bora ons het leven van een vrouw, die eenvoudig en klaar haar plichten ziet èn vervult, en daardoor een lichtend spoor achterlaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's