Hedendaagsche Schriftbeschouwing.
Hedendaagsche Schriftbeschouwing.
Onlangs heeft dr. G. C. Berkouwer, Geref. pred. te Amsterdam-Oost (Watergraafsmeer) een referaat gehouden, getiteld : „Hedendaagsche Schriftbeschouwing".
We laten het persverslag hier volgen :
Ondanks veel variatie, aldus begon spreker, kan toch van de hedendaagsche Schriftbeschouwing in een bepaald opzicht als van een eenheid worden gesproken, omdat ze gekenmerkt is door een steeds positiever afwijzing van de verbale inspiratie-leer. Op allerlei gronden is men tot de conclusie gekomen, dat het oude Schriftstandpunt in onzen tijd niet meer gehandhaafd kan worden.
Niet, dat aan de Schrift geen beteekenis meer wordt toegekend, maar allerlei - reserves worden gemaakt. Allerlei factoren hebben tot de overtuiging van de noodzakelijkheid dezer reserves meegewerkt, b.v. de invloed van de historisch-kritische wetenschap, die op velen een sterken invloed oefende ; men wilde tot geen prijs voor onwetenschappelijk doorgaan. (Oud en rechts-modernisme, ethische theologie). Maar daarnaast werkte nog een andere factor, die in onze dagen met steeds meer kracht zich naar voren dringt, n.l. de onfeilbaarheid der Schrift door den aard en het karakter van het geloof en van de openbaring zelf wordt uitgesloten.
Overal vinden we deze redeneering in allerlei vorm. Reeds in de oudere ethische theologie (in de tegenstelling tusschen boekgeloof en geloof in een Persoon), voorts in veler theologie, waarin op grond van het geloof ais een vertrouwensrelatie een afgesloten boek als geloofsobject werd afgewezen. Deze gedachte treedt in de nieuwere theologie in anderen vorm op. Men acht het een Gode onwaardige gedachte, dat Zijn openbaring zou zijn opgesloten in een boek, waardoor die openbaring inplaats van een preasens, een afgesloten perfectum zou zijn. Vooral langs dezen weg kwam' men tot de onderscheiding, zelfs tot het dualisme tusschen Schrift en Woord Gods. De souvereiniteit Gods werd in gevaar geacht bij de orthodoxe Schriftbeschouwing, en wie eenmaal met dit souvereiniteitsbegrip opereert, moet wel uitkomen bij de distantie tusschen het geschreven woord (als menschelijk-feilbare getuigenissen der openbaring) en het eigenlijke Woord Gods.
Bij deze zienswijze is de kritiek op' de Schrift niet meer een bedreiging van het geloof en kan deze weg zelfs vrij ver worden afgeloopen (Brunner). Het kan dan ook voor niemand verborgen blijven, dat de z.g.n. theologie des Woords een innerlijke spanning met zich droeg, waardoor haar getuigenis op den duur wel uiteenbreken moet voor ieder, die niet begeert te luisteren naar den getuige van het Woord, die — hoezeer in reactie tegen het subjectivisme — zelf het geschreven Woord kritiseert.
De hedendaagsche Schriftbeschouwing maakt uit den nood der theologie, die zich van de autoriteit van de Schrift had losgemaakt, een deugd. Ze bouwt op de feilbaarheid van de Schrift in haar visie op het geloof en de openbaring. De feilbaarheid der Schrift wordt de donkere achtergrond, waartegen als tegen de mogelijkheid van aanvechting en ergernis het geloof als het licht afsteekt. Maar deze theorie over geloof en ergernis en over de dienstknechtsgestalte (de noodwendige dienstknechtsgestalte) der openbaring in deze wereld, kan in het licht der Schrift zelf niet bestaan. Ze kan niet anders dan medewerken tot het groeiend wantrouwen tegen het gezag en de waarheid der Heilige Schrift en tot de losmaking van het leven van den band aan het Woord.
Het dualisme tusschen Schrift en Woord Gods voert onherroepelijk in de richting van het subjectivisme. Toch oefent dit dualisme een groote bekoring, zooals soms blijkt bij hen, die in de practijk heel dicht bij het Woord zich willen aansluiten. Op frappante wijze komt dit uit in de onjuiste uitlegging van de verzoeking in de woestijn door prof. Haitjema, die als de bange verleiding voor den Zoon des Menschen ziet de directe gelijkstelling van Schriftwoord en Woord Gods. Hierin ligt volgens den tekst de verzoeking voor Christus in het geheel niet. Het beroep' van Satan op Psalm 91 is een schending van den zin van Psalm 91 (Calvijn in zijn Commentaar). Deze schending wordt door Christus doorzien en weerhoudt Hem niet zich te verbergen achter een ander geschreven woord. En dan komen de engelen — Psalm 91.
Het is de taak van den Gereformeerden belijder, om de verwarring en de consequenties der hedendaagsche Schriftbeschouwing te zien, niet om daaruit een bewijs te ontleenen voor de waarheid der Schrift, die immers alleen in het geloof wordt aanvaard, maar om zich zelf door het ons nabije woord steeds meer te laten binden tot de gehoorzaamheid van Christus. Niet de Gereformeerde Schriftbelijdenis, maar het zoeken van het eigenlijke Woord Gods achter of in de Schrift raakt het Woord Gods kwijt, verlamt op allerlei wijze de exegese en verwijdert zich van de eenheid en de harmonie der Schrift (Korte verklaring tegenover Tekst en Uitleg). In deze problematiek heeft de Gereformeerde theologie ea alle Geref. Schriftonderzoek een verantwoordelijke taak, waarvoor de smaad over onwetenschappelijkheid als vanzelf wordt tot een lichte last.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's