Loof den Heere,
Loof den Heere, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam. Loof den Heere, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden. Psalm 103 vers 1, 2.
Te midden van de spannende dagen en angstberichten is het een dubbel voorrecht om ook den juich- en danktoon eens te kunnen aanstemmen.
Heel Nederland heeft zich dezer dagen met dubbel enthousiasme verblijd in het geluk van ons Vorstenhuis. De Oranjeboom bloeit weer. Het Koningshuis wordt weer versterkt. Van Soestdijk verluidt zegen.
En met dankbaarheid herhalen wij het psalmwoord : Loof den Heere, mijn ziel, en al wat binnen in mij is. Zijn heiligen Naam. Loof den Heere, mijn ziel, en vergeet geen van Zijne weldaden.
Op zulk een nationaal feestgetij is het vooral één gevoel, dat zich laat gelden : het besef van één te zijn met ons gansche volk ; zulk een gevoel is van tijd tot tijd hoog noodig en buitengemeen weldadig. Hoeveel is er, dat ons scheidt ; hoeveel dat ons scheidt of dreigt te scheiden. Het is zoo hoog noodig en gezegend, om weer eens samen de voorrechten te beseffen, die ons als zelfstandig en vrij. volk zijn geschonken, en aan de taak herinnerd te worden, die met die voorrechten ons op de schouderen is gelegd.
In dagen van spanning gevoelen wij des te meer hoezeer 't Oranjehuis ons samenbindt ; dan scharen wij ons dubbel sterk rondom onze Koningin, die wij liefhebben met een historische liefde, die diep in het hart en leven van ons volk is geworteld, in wie wij zien de vertegenwoordigster van dat stamhuis van Oranje, dat in dagen van druk onze toevlucht en in dagen van voorspoed onze glorie is geweest.
Onze Koningin is het symbool van onze volks-eenheid, zij is de waarborg van onze volksvrijheid. De geschiedenis verhaalt ons, hoe het altijd Oranje was, die de rechten en de vrijheden der verdrukten verdedigde. En die trek is in het karakter van onze Koningin aanwezig en ontwikkeld. Nederland zou zoo onuitsprekelijk veel missen, wanneer het Oranje missen moest.
Het is een apostolisch voorschrift, te bidden voor koningen. Maar bij de besten is het ook drang des harten. En voor onze Koningin is het een vertroosting en een wezenlijke rijkdom, wanneer zij zich verlaten kan op haar biddend volk. Bidden wij bovenal, dat zij ook Een boven zich wete, Wien zij mag toebehooren, en haar kroon in verantwoordelijkheid aan God drage. Maar hebben wij recht dat te bidden, dat zij haar volk voorga op dien weg der gerechtigheid, die een volk verhoogt ? Ja, mits onder deze voorwaarde, dat wij zelf ook op dien weg willen wandelen.
Danken voor het heil, aan het Oranjehuis en ons geschonken, biddend voor onze Koningin en het jonge gezin op Soestdijk, zeggen wij het nogmaals : Loof den Heere, mijn ziel, en al wat binnen in mij is. Zijn heiligen Naam. Loof den Heere, mijn ziel, en vergeet geen van Zijne weldaden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's