KERK. SCHOOL VEREENIGING
Nederlandsche Hervormde Kerk.
Beroepen:
te Sneek (toez.) J. N. de Ruiter te Aalsum — te Papendrecht J. Hovius te Ouddorp (Z.-H.) — te Oldenzaal (toez.) J. W. van Swighem te Nieuwe Pekela.
Aangenomen:
naar Arnemuiden H. K. van Wingerden te Melissant — naar Rinsumageest en Sybrandahuis, cand. S. W. de Vries, voorg. Herv. Evang. te Coevorden.
Bedankt:
voor Linschoten J. W. v. d. Linden te Kootwijk — voor Blokzijl (toez.) M. H. Bolkestein te Drogeham — voor Dussen (N.-B.) H. K. van Wingerden te Melissant — voor Loenen aan de Vecht C. A. van Harten te Zevenhoven.
Gereformeerde Kerken.
Tweetal:
te Harderwijk (2e predikantsplaats) F. E. Hoekstra te Zwartebroek en dr. J. L. Koole te Vreeland.
Aangenomen:
naar Naaldwijk (2e predikantsplaats) dr. J. L. Koole te Vreeland — naar Lutten aan de Dedemsvaart F. A. Hofman te Waarder — naar IJlst J. Thomas te Boksum.
Christelijke Gereformeerde Kerk.
Tweetal :
te Almelo cand. M. v. d. Klis te Gouda en cand. R. Slofstra te Drachten.
Beroepen:
te Maarssen cand. M. v. d. Klis te Gouda — te Aalsmeer W. Ramaker te Kampen — te Soestdijk E. du Marchie van Voorthuysen te Urk — te Nieuwpoort J. G. van Minnen te Huizen (N.-H.).
Gereformeerde Gemeenten.
Aangenomen:
naar Aagtekerke-Oostkapelle cand. A. Visser te Rotterdam.
Bedankt:
voor Borssele en Terneuzen cand. A. Visser te Rotterdam — voor lerseke W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid.
AFSCHEID, BEVESTIGING, INTREDE.
Drs. J. C. Hooykaas is voornemens Zondag 20 Augustus a.s. afscheid te nemen van de Ned. Herv. Gemeente van Dussen (N.-Br.) om Zondag 27 Aug. d.a.v. zijn intrede te doen te Benschop (U.) na tevoren te zijn bevestigd door prof. dr. Hugo Visscher van Nijmegen.
Vollenhove.
Wegens vertrek naar Wageningen nam ds. H. G. Groenewoud Zondag 30 Juli j.l. afscheid van de Ned. Herv. Gemeente te Vollenhove, sprekende naar aanleiding van 1 Cor. 16 : 13 en 2 Thess. 3 : 3. Nadat ds. Groenewoud verschillende colleges en personen had toegesproken, voerden nog het woord ds. A. J. Splinter van Oldemarkt namens de classis Kampen, ds. J. P. van Leusden van Steenwijk als praetor van den Ring Vollenhovê en eindredacteur van het Hervormd Zondagsblad, en ds. L. J. R. Kalmijn van Vollenhove namens kerkeraad en gemeente.
Toegezongen werd Psalm 121 vers 4, waarna ds. Groenewoud dankte en den zegen uitsprak.
Vroomshoop-Lisse.
Ds. Th. van Veenen is voornemens Zondag 3 September afscheid te nemen van zijn gemeente te Vroomshoop, om Zondag 10 September te Lisse intree te doen.
Sneek-Utrecht.
Ds. J. R. Wolfensberger neemt 1 October afscheid en doet zijn entree te Utrecht 11 October. Bevestiger is zijn vader ds. H. K. Wolfensberger van Tholen.
Aalten-Haarlem.
Het afscheid van dr. H. Drost, Ned. Herv. predikant te Aalten, is bepaald op 10 September e.k. De bevestiging en intrede bij de Herv. Gemeente van Haarlem (Noord) zal plaats hebben op 17 September e.k. Als bevestiger treedt op ds. Blauw, in wiens plaats ds. Drost op genoemden datum treedt.
DE HERDENKINGSDAGEN VAN Ds. R. BARTLEMA.
Onder groote belangstelling uit de gemeente en daarbuiten heeft ds. R. Bartlema, te Zeist, zijn zilveren ambtsjubileum herdacht.
Door een comité uit de Herv. Geref. Vereenigingen ter plaatse werd 26 Juli j.l. een avond in „Irene" belegd, waar ds. en mevrouw Bartlema van een groot aantal gemeenteleden in een allerhartelijkste ontvangst treffende blijken van meeleven en waardeering ontvingen. Hier werd niet slechts de 25jarige ambtsbediening, maar ook de gelijktijdige 25-jarige echtvereeniging herdacht.
Nadat een dameskoor onder leiding van mevrouw Veldhuysen het zilveren bruidspaar een voor deze gelegenheid gedicht en gecomponeerd welkomstlied had toegezongen, opende de voorzitter van het comité, de heer C. J. van der Ent, het samenzijn met gebed, las Psalm 84 en sprak een treffend feestwoord. Spreker motiveerde het samenzijn als vrucht van de begeerte om met en in den herder en leeraar God te danken voor Zijn weldaden en zich te vereenigen om het „Eben-Haëzer", dat ds. Bartlema op dit hoogtepunt gesteld zag. Vervolgens ging spreker in het kort den levensgang van ds. en mevr. Bartlema na en schetste de beteekenis van de twee „Paradijsrozen", hun in het huwelijk en in den rustdag geschonken. Tegenover de zware schaduw, die op den huwelijksweg viel, werd het licht van Gods gunstbewijzen gesteld en de rustdag Werd beschouwd in verband met heel het ambtelijk werk van den jubilaris. Rijken zegen had God willen schenken op " de prediking des Woords, waarvan steeds de vrije genade Gods in Christus het middelpunt was. Ook het herderlijk werk had sterke banden gelegd, waaronder ook geestelijke. Met een hartelijke wensch, aansluitend bij Psalm 84, waarin het geestelijk hoogtepunt tegelijk dieptepunt is, eindigde het treffend openingswoord, waarna de zegenbede uit Psalm 134 den jubilaris en de zijnen werd toegezongen.
Namens den Kerkeraadsgroep sprak nu ouderling Schipper een zeer hartelijk en waardeerend woord, dat de beteekenis van ds. Bartlema als theoloog en leidende persoonlijkheid in Herv. Geref. kringen in het licht stelde en zijn ambtelijk werk in de gemeente nader beschouwde. De goede woorden werden bevestigd door een daad der gemeenteleden : namens hen toch werden nu ds. en mevr. een drietal geschenken aangeboden : een lichtkroon, radiotoestel en insluithaard.
Na de gezellige pauze werden lichtbeelden van foto's uit het familie- en ambtelijk leven van ds. Bartlema vertoond en door den heer H. Eysenga toegelicht, een reflex, die bijzonder gewaardeerd werd.
Ds. Bartlema sprak in een gevoelvol slotwoord zijn hartelijken dank uit voor alles, wat de aanwezigen hem en de zijnen hadden bereid en eindigde met dankzegging.
Het was een samenzijn, dat de harten heeft verkwikt en de band tusschen den leeraar en de talrijke gemeenteleden zeer heeft gesterkt.
Woensdag 2 Aug. had des namiddags in het wijkgebouw „Calvijn" een drukbezochte receptie plaats. De zaal was met palmen, planten en bloemen versierd en bood een prachtigen aanblik.
Toen de familie ds. Bartlema temidden van een keur bloemgeschenken had plaats genomen, bood bij monde van ds. J. G. W. Goedhard allereerst de Kerkeraad zijn beste wenschen. Ds. Goedhard deed deze hartelijke felicitatie vergezeld gaan van eenige boekgeschenken, waaronder het standaardwerk van prof. Doumergue over Johannes Calvijn en een drietal andere geschriften.
Namens de Kerkvoogdij complimenteerde nu de heer J. J. van Stralen ds. en mevrouw, terwijl de heer Van Loenen het bestuur van het Tehuis voor Ouden van Dagen vertegenwoordigde. De hr. Beunke, wnd. burgemeester, bracht met den heer Balhuizen de felicitatie van het Gemeentebestuur over, terwijl een zeer talrijke schare gemeenteleden van haar medeleven deed blijken.
Ook van buiten de gemeente was de belangstelling groot. Zoo was ook de Kerkeraad van Emst, eerste gemeente van ds. Bartlema, vertegenwoordigd. Ouderling A. Triest verbond aan zijn gelukwensch treffende herinneringen.
Namens de Vereeniging van Geref. Ziekenverzorging in Nederland en het Ziekenhuis „Salem" bracht ds. Van Halsema van Ermelo hartelijke gelukwenschen over.
Daarna kwam prof. dr. H, Visscher, leermeester en vriend van ds. Bartlema, met een zeer waardeerend woord, vergezeld van twee symbolische geschenken voor ds. en mevr., n.l. twee zilveren candelabres. Voorts sprak prof. Visscher namens bestuur en personeel van de Johannes-stichting gevoelvolle woorden, gevolgd door de aanbieding van een zilveren fruitschaal met inscriptie.
Het bestuur van den Bond van Herv. Jongelingsvereenigingen op Geref. grondslag was bijna voltallig aanwezig. Prof. dr. J. Severijn bood de hartelijke wenschen van den Bond aan en dankte voor den arbeid, door ds. Bartlema 10 jaar als bestuurslid en nu reeds 3 jaar als voorzitter verricht. Zijn treffend woord ging vergezeld van een boekgeschenk : de „Institutie", vertaling van dr. Sizoo en een album met gecalligrafeerde opdracht en de handteekeningen van de leden van hoofdbestuur en afdeelingen.
Ds. Bartlema vond ten slotte gelegenheid een woord uit het hart te spreken, waarin hij ook namens mevrouw zijn diepgevoelden dank vertolkte voor de bewijzen van sympathie, die hem overweldigd hadden. Deze middag zal voor ds. Bartlema en de zijnen onvergetelijk blijven.
Denzelfden dag had om 7.30 uur in de Nieuwe Hervormde kerk de herdenkingsdienst plaats, geleid door ds. Bartlema. Voor een stampvolle kerk sprak deze een gedachtenisrede naar aanleiding van Hand. 26 vers 22 en 23.
Na zang van Psalm 146 vers i en 3, votum en gebed, begon spreker met dank uit te spreken aan den Kerkeraad voor het beleggen van dezen dienst, aan het Dag. Bestuur der gemeente, prof. Visscher, kerkeraads- en gemeenteleden uit Beesd en Ernst, voor hun aanwezigheid. Daarop volgde een terugblik op den levensweg van ds. B. in familiekring en ambt. Leidende door diepe wegen, leerde God verstaan : „het is goed, dat het hart door genade gesterkt wordt". De bevestiging door ds. Hupkes te Ernst en door prof. Visscher te Beesd, werd in herinnering gebracht.
Komende tot zijn tekst, zag de spreker deze als een getuigenis : 1. van goddelijke hulp, en 2. van goddelijke roeping. „Hulpe van God verkregen hebbende " Dit is de slotsom, waartoe Paulus in zijn verantwoording geestdriftig besluit. Spreker wilde zich allerminst meten met den grooten Apostel ; ziende op zijn arbeid, was zijn bede: „Heere, ga niet in het gericht met Uw knecht", maar toch trok hem deze tekst, die kruis en opstanding tot het centrum der prediking stelde en waarin de harteklop der Kerk, Gods eeuwige uitverkiezing, beluisterd werd. Eerst ontdekt aan zijn vijandschap, leerde Paulus roepen en werd Gods genade aan hem verheerlijkt. In Christus biedt God het volle, rijke leven, het geloof, dat uit Christus leeft en vrede kent, gegrond in het eeuwig recht Gods.De gang van Gods Kerk is een heilige krijgsdienst. Ook spreker werd gedwongen positie te kiezen. Het heeft hem strijd bezorgd. Dien blijft hij aanvaarden- naar wat God hem ontdekte als eisch van het ambt. „Die mij oordeelt, is de Heere" — aldus ds. Bartlema.
„Betuigende kleinen en grooten " Hierin ligt de bewogenheid van den prediker, die den schrik des Heeren weet en beweegt tot het geloof Ook spreker is het tot blijdschap en bezieling, als jongen en ouderen het Woord beluisteren. Sprekers bede is, dat hij nog rijker en dieper de oproep vertolken mag : „laat u met God verzoenen". „Door het licht van den God der hulpe bestraald, doe Hij ons verder trekken, vertrouwend op het Psalmwoord : „De Heer' is mij tot hulp en sterkte" (Psalm 118 : 7). Zoo eindigde de gloedvolle gedachtenisrede, die met de grootste aandacht beluisterd werd.
Na dankgebed en zegenbede van ds. Bartlema spraken nog sympathieke woorden : de heer Pos, burgemeester van Beesd, namens het bestuur van de Chr. School, die ds. Bartlema daar oprichtte, ds. De Geus als vriend en collega, prof. H. Visscher als leermeester en vriend, en ds. Goedhard als plaatselijk collega en assessor van den Kerkeraad.
Op verzoek van den laatsten spreker zong de gemeente ds. Bartlema staande Psalm 134 vers 3 toe, waarna ds. Bartlema de sprekers dankte en met het laten zingen van Psalm 72 vers 11 deze indrukwekkende dienst eindigde.
GIFT VAN H.M. DE KONINGIN.
De Kerkvoogdij te Berlicum (N.-Br.) heeft van de Koningin een bijdrage ontvangen in de restauratiekosten van het kerkgebouw te Berlicum.
GIFTEN EN LEGATEN.
De Ned. Hervormde Gemeente te Apeldoorn ontving van een echtpaar een gift van ƒ 500.— voor verschillende kerkelijke doeleinden.
DE SYNODE VERZOND DEZE TELEGRAMMEN :
Aan hunne Koninklijke Hoogheden Prinses Juliana en Prins Bernhard te Soestdijk. De Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, heden in vergadering bijeen, spreekt haar diepe vreugde en dankbaarheid uit over de geboorte van de Prinses en bidt, dat de Vorstelijke Moeder spoedig herstelle en de jonggeborene onder Gods zegen voorspoedig moge opgroeien tot blijdschap van haar Koninklijke Ouders en tot heil van het Nederlandsche volk.
J. W. J. Addink, President.
D. den Breems, Secretaris.
Aan Hare Majesteit de Koningin, Soestdijk. De Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, heden in vergadering bijeen, spreekt haar innig medeleven uit in deze bewogen dagen met Uwer Majesteits vreugde over de geboorte van de Prinses. Zij bidt God, dat het Uwe Majesteit gegeven worde zich te verheugen over het voorspoedig opgroeien van deze jongste Oranjetelg.
J. W. J. Addink, President.
D. den Breems, Secretaris.
DE NIEUWE SECRETARIS DER SYNODE.
Na breedvoerige besprekingen is in de vergadering van Vrijdag door de Synode tot opvolger van ds. D. den Breems als secretaris der Synode benoemd ds. K. H. E. Gravemeijer, van Den Haag, ingaande i April 1940. Tevoren was de salaris- en pensioenregeling vastgesteld.
Ds. K. H. E. Gravemeijer werd 25 Febr. 1883 geboren en in 1910 candidaat in Noord-Holland. Na eerst eenige maanden als hulpprediker te zijn werkzaam geweest, aanvaardde hij 23 April 1911 het predikambt te Giessen-Oudekerk in zijn eerste gemeente. Vandaar ging hij in 1915 naar Voorburg, om zich 17 Oct. 1920 aan zijn tegenwoordige gemeente, waar hij als de 15de predikant kwam, te verbinden. Ds. Gravemeijer heeft in wijk I, met als centrum de Zuiderkerk, zijn arbeidsveld. De Zuiderkerk heet dan ook in de volksmond „de kerk van Gravemeijer". Hij is voorzitter van de Wijkvereeniging Zuiderkerk, idem van de bibliotheekcommissie, idem van de Zondagsschoolvereeniging Timotheüs, idem van de Jeugdgroep „Kerk, Oranje, Vaderland" en vanwege den kerkeraad lid van de commissie voor het godsdienstonderwijs, idem van die voor den openbaren eeredienst en van die voor den arbeid van wijlen den v.m. R.K. priester J. J. A. Fernantzen. Voorts is ds. Gravemeijer voorzitter van het hoofdbestuur van de Vereen. „Protestantsch Nederland", lid van het hoofdbestuur van de Herv. Geref. Staatspartij, voorzitter van de Emmakliniek, idem van het Maatschappelijk werk van de Haagsche Hervormde Gemeente, enz.
Ds. Gravemeijer is een kanselredenaar van groote welsprekendheid, die zich dan ook altijd mocht verheugen in „volle kerken" met een „vast gehoor".
EERVOL ONTSLAG SECRETARIS DER SYNODE.
De Algemeene Synode heeft op zijn verzoek eervol ontslag verleend als secretaris dier Synode aan ds. D. den Breems. Als opvolger van wijlen ds. Bakhuizen van den Brink werd ds. Den Breems benoemd tot secretaris der Algemeene Synode der Ned. Herv. Kerk, welke functie hij den isten April 1927 aanvaardde. Behalve secretaris dezer Synode is hij secretaris van de Algemeene Synodale Commissie, lid der Commissie tot behartiging van de belangen der Protestantsche Kerk in Indië in Nederland, lid van de Commissie voor de Buitenlandsche kerken, terwijl verschillende vereenigingen hem in haar besturen hebben gehad. Zoo was hij lid van het hoofdbestuur van het Ned. Zedelinggenootschap en vicevoorzitter van de Ned. Vereeniging voor Israël.
DE BEMIDDELINGSRAAD KOMT.
Onder .de nieuwe wetsvoorstellen behoorde ook het reglement tot voorkoming van gedingen, op te nemen in het Reglement voor kerkelijk opzicht en tucht. De bedoeling van dit voorstel is : gedingen voor den burgerlijken rechter te voorkomen of te beëindigen, waarin kerkelijke instanties of ambtsdragers als zoodanig partij zouden zijn. Het eigenaardige is nu, dat de Classicale Vergaderingen dit voorstel in groote meerderheid hebben verworpen en toch heeft de Synode nu met 15 tegen 4 stemmen dit voorstel, zij 't dan geamendeerd, aangenomen.
Het eigenaardige is verder, dat de groote meerderheid der Prov. Kerkbesturen vóórdat de Class. Vergaderingen samenkwamen, vóór hadden gestemd, en ook, dat de bedoeling van het voorstel op de Class. Vergaderingen werd toegejuichd. Maar men was algemeen van oordeel (misschien onder invloed van het schrijven van den Bond van Predikanaten) dat de Kerkvoogden een prae ontvingen boven de predikanten. Daarom werd ook op de verschillende Class. Vergaderingen bezwaar gemaakt tegen de éénzijdige samenstelling en het overwicht van kerkvoogden in den Bemiddelingsraad. Ook meenden velen, dat eerst de kwestie Bestuur-Beheer tot een afdoende oplossing moest komen.
De Commissie van rapport betoogde bij monde van dr, G. Oorthuys in de vergadering van de Synode, dat de kwestie Bestuur en Beheer tot een afdoende oplossing moet worden gebracht, maar dat intusschen deze poging tot bemiddeling een gezegende uitwerking hebben kan. Hier wordt bovendien geen recht ontnomen, maar gehandeld overeenkomstig de plicht der liefde, dat op het erf der Kerk van de zijde der predikanten de eerste stap wordt gedaan om procedures te voorkomen. Veel predikanten zullen blij zijn, wanneer er een Bemiddelingsraad is, waar zij in een dergelijk geval kunnen aankloppen. Door de bemiddeling in te roepen, is hun positie moreel veel sterker geworden, terwijl een Kerkvoogdij, die zou weigeren mee te werken, daardoor op zichzelf al haar positie verzwakt. Aan het recht van predikanten wordt niet tekort gedaan, daar zij alzoo het recht behouden tot een procedure de toevlucht te nemen. Het mooie is echter, dat de predikanten de Christelijke gedachte in toepassing zullen brengen, even de uitoefening van hun recht te willen opschorten.
Op die gronden werd het voorstel dan ook door de Synode aangenomen, en wel met 15 tegen 4 st. In de samenstelling van den Bemiddelingsraad, die uit 19 leden zal bestaan, zal nu eenige wijziging worden aangebracht. Want de commissie voor de consideraties wenscht art. 89 te amendeeren in dien zin, dat het Algemeen College van Toezicht alsmede de Vereeniging voor Kerkvoogdijen, 4 leden in den Bemiddelingsraad zullen voordragen, dat in art. 40 nader zal worden bepaald, dat van de drie aan te wijzen leden voor elk te behandelen geschil, tenminste I dienstdoend predikant zal zijn, alsook dat in het slot van dit artikel worde bepaald, dat partijen het recht hebben een door hen niet gewenscht lid uit de commissie te weren.
COLLEGES PROF. BERKELBACH VAN DEN SPRENKEL.
Namens de commissie voor de stukken rapporteerde dr. Oorhuys in de Synode over een schrijven van prof. Berkelbach van den Sprenkel, betreffende zijn lessen tijdens zijn reis naar Indië, waar hij als afgevaardigde de in October te houden Synode van de Protestantsche Kerk in Indië zal bijwonen. Hij verzoekt, dat zijn lessen in Kerkrecht en Christelijke Ethiek tot aan de Kerstvacantie zullen stilstaan ; dat de lessen in Practische theologie (met het bijwonen der oefeningen) zullen worden opgedragen aan. prof. De Vrijer ; dat de lessen in Dogmatiek zullen worden gegeven aan prof. Korff of prof. Haitjema, of, indien deze verhinderd zijn, aan dr. K. A. Miskotte. De commissie stelt voor, goedkeuring te hechten aan dit verzoek.
Conform besloten.
DE BOEKPRODUCTIE IN 1938.
De Statistiek der Boekproductie 1938 geeft aan, dat het totaal aantal uitgegeven boeken in 1938, zijnde een aantal van 6172 boeken, aanmerkelijk hooger is dan die van het vorige jaar en van ooit te voren. Dit cijfer geeft aan, dat er gemiddeld elke week week 119 boeken verschijnen, of dagelijks 17. Uit de onderscheiding van het totaal aantal boeken naar den aard der behandelde onderwerpen blijkt, dat de rubriek der romans het sterkst vertegenwoordigd is. In 1938 verschenen niet minder dan 975 romans, d.w.z. gemiddeld 19 per week. Bijzonder opvallend is bij deze rubriek, dat het aantal vertaalde romans (506) grooter dan het aantal oorspronkelijk Nederlandsche (429),
De schoolboeken voor het lager en voor het gymnasiaal en middelbaar onderwijs nemen respectievelijk de tweede en derde plaats in de Nederlandsche boekproductie in. Hun aantallen zijn respectievelijk 804 en 540.
Onmiddellijk hierop volgt de theologische lectuur met 482 uitgaven.
Nederland neemt een vooraanstaande plaats in wat betreft de boekproductie. In vergelijk met andere landen kan Nederland worden aangeduid met 72 procent ; Duitschland met 30 ; Zwitserland met 47 ; Italië met 26 ; Zweden met 46 ; maar Denemarken met 95 procent. In IJsland, van ouds bekend als cultuurcentrum, is de boekproductie het hoogst.
De kleinere landen overtreffen in 't algemeen in de boekproductie de grootere landen.
DE OUDE KERK TE ERMELO.
Nu de nieuwe Ned. Hervormde kerk te Ermelo in gebruik genomen is, wordt de oude kerk gerestaureerd. Deze kerk dateert uit de 12de en 15de eeuw. Ze heeft een prachtigen, tufsteenen toren ; een van de oudste en merkwaardigste dorpstorens hier te lande. Door een onoordeelkundige verbouwing in 1899 heeft de kerk veel van haar schoonheid ingeboet.
MARTHA-STICHTING.
Ds. Van den Kieboom rapporteerde in de Synode over een verzoek van het Bestuur van de Martha- Stichting te Alphen a/d Rijn, om verlenging van den termijn van vestiging als gestichtsgemeente der Ned. Hervormde Kerk, welke termijn in Augustus eindigt. De Commissie stelt voor de gevraagde termijnverlenging te verleenen, wederom met 10 jaar. Aldus goedgevonden.
ZENDINGSDAG TE HARDERWIJK.
Woensdag 16 Aug. zal in het Stadsdennenbosch te Harderwijk een Zendingsdag gehouden worden ten bate van de Hervormde Classicale Zending. Als sprekers zullen optreden : J. de Jong Saakes, ds. J. J. Timmer, ds. K. v. d. Pol, ds. J. v. d. Linden, ds. A. H. J. G. van Voorthuizen en ds. L. van Mastrigt.
RADIO-BELASTING ?
Er gaan geruchten — en uit de toespraak van Minister van Boeyen tijdens het „generaal appèl" van de N. C. R. V. bleek wel, dat het geen loos gerucht is — dat er een soort radio-belasting op komst is. Wel te verstaan — zegt het „Algemeen Weekblad" — een zoodanige, die alléén hen zou treffen, die jaar in, jaar uit, genieten van al het schoone, leerzame en amusante, dat door de Radio- Omroep via Hilversum en Jaarsveld aan den aether wordt toevertrouwd, zonder er ooit een cent voor te betalen. Want het zou mogelijk blijven, zich voor dezen nieuwen belastingdruk te vrijwaren en wel door tijdig als lid van één der bestaande Omroep-vereenigingen toe te treden.
Wij zouden zeggen : laat men ook zónder vrees en angst voor de komende radio-belasting lid worden van onze Christelijke Radio-Vereeniging, want volop mee te profiteeren van alles wat die Vereeniging doet en geeft, zonder lid te worden en contributie te betalen, is toch niet in den haak ! Het aantal Hervormde leden van de N.C.R.V. (Nederlandsche Christelijke Radio Vereeniging) mag waarlijk wel wat toenemen !
EEN KARAKTERISTIEK VAN DE VRIJZINNIGE HERVORMDEN.
Ds. J. Boonstra, voorzitter van de Vereeniging van Vrijz. Hervormden in Nederland, heeft onlangs in een radio-toespraak voor de V.P.R.O. (Vrijz. Protestantsche Radio Omroep, waarin de Vrijzinnigen uit onderscheidene godsdienstige gemeenschappen vereenigd zijn) ongeveer dit gezegd :
„Beoogd wordt uit onderscheiden godsdienstige gemeenschappen, die groepen te vereenigen, die d e vrijheid der godsdienstige persoonlijkheid in vragen van Kerk en belijdenis willen handhaven, en op den grondslag van de vrijheid der godsdienstige persoonlijkheid in hun kring en in hun Kerk en ook daarbuiten, waar ze maar eenigszins daar kans toe zien, willen voortbouwen aan de in Christus aangevangen heiliging der menschenwereld tot een waarachtige levens- en arbeidsgemeenscnap, waarin altijd blijven geloof hoop en liefde — deze drie en de liefde van deze drie altijd de meeste zal zijn".
„De zaak der vrije vroomheid heeft het over de heele wereld heen in dezen tijd moeilijk ; daarom heeft zij onze steun en onze verdediging noodig.
„De Vereeniging van Vrijzinnig-Hervormden vertegenwoordigt het vrijzinnig-voelend deel der Ned. Hervormde Kerk, de oude Nederlandsche volks- Kerk, die nog altijd meer dan twee en drie kwart millioen Nederlanders bestrijkt. Ik kan veilig zeggen, dat voor het minst drie-kwart millioen daarvan gerekend moet worden te leven op het door de Vrijz. Hervormde Prediking omspannen terrein. Tegenover dit groot getal vormen de overige aangesloten groepen — Doopsgezinden, Remonstranten en anderen — een kleine minderheid".
Het doel van de Vrijz. Hervormde Gemeenschap is dus :
1. De vrijheid der godsdienstige persoonlijkheid in vragen van Kerk en. belijdenis handhaven. De zaak der vrije vroomheid voorstaan en verdedigen.
2. Op den grondslag van de vrijheid der godsdienstige persoonlijkheid voortbouwen aan de in Christus aangevangen heiliging der menschheid tot een waarachtige levens- en arbeidsgemeenschap.
HET KIND EN DE KLEERTJES.
Een Kerkvader heeft eens het volgende treffende beeld gebruikt : Als een meesteres aan de kinderjuffrouw haar kind toevertrouwt met al de kleertjes, en de Juf zou later terugkomen bij haar mevrouw en zeggen : „Mevrouw, hier zijn de kleertjes van uw kind, ik heb er goed voor gezorgd, maar uw kind ben ik kwijt", dan zal die juffrouw haar gerechte straf niet ontgaan.
Zoo zullen eens velen, die zich hier Christenen noemen, staan voor den Rechterstoel van Christus en dan zullen zij moeten zeggen : ik heb goed voor mijn lichaam gezorgd ; het kwam niets te kort, 't kreeg zelfs te veel. Maar mijn ziel heb ik verwaarloosd. Voor haar heb ik niet gezorgd. Haar liet ik verhongeren, terwijl mijn lichaam verzadigd werd. Ze is verloren.
Zij zullen de rechtvaardige straf niet ontgaan. Heeft dit ook voor ons beteekenis ? En voor onze kinderen ?
HET AANTAL CHRISTENEN IN NED-OOST-INDIë.
Door het Protestantsch Kerkbestuur en andere corporaties zijn cijfers gegeven, loopende over het jaar 1937, die aantoonen, dat er een toenemende groei van het Christendom is.
Wij nemen hier enkele cijfers over :
Ten opzichte van de Indische Kerk wordt onderscheid gemaakt tusschen het Nederlandsch-sprekende en het niet-Nederlandsch sprekende deel der bevolking. Het aantal predikanten bedroeg : voor Java 28 (vorig jaar 21), voor de Buitengewesten 18 (17) ; totaal 46 (38). Naast hen werken 8 godsdienstleeraars. Verder zijn er, inzonderheid met het oog op de Zendingsgemeenten, 28 Indische predikanten (27) ; 'vroeger zeer onjuist „hulppredikers" genoemd, de tegenwoordige naam, „Indische predikanten", is niet minder onjuist. Onder hen arbeiden 347 Inlandsche leeraars (345) ; verder 843 (868) Inlandsche helpers.
Het zielental, verdeeld naar de Predikantsressorten, bedraagt in 237 gemeenten 91.935 in het Nederlandsch-sprekende en 707.955 in 't niet-Nederlandsch sprekende deel.
In 1937 werden gedoopt resp. 1909 en 33.270 personen ; als lidmaten aangenomen resp. 976 en 9004 gedoopten. In het niet-Nederlandsch sprekende deel naar de ressorten der Indische predikanten zijn in 1336 gemeenten 657.833 (reeds opgenomen in de genoemde 707.955), van wie 101.608 als lidmaat zijn aangenomen en 69.146 catechisanten.
In 1937 zijn dus gedoopt 30.773 personen. In deze cijfers zijn begrepen de binnen het kader der Indische Kerk zelfstandige Minahassische Kerk met 278.673 gedoopten en de Moluksche Kerk met 188.564 gedoopten en het Zendingsressort Timor met 160.750 gedoopten.
De Zending werkt met 203 Europeesche Zendelingen (198) ; 535 Inheemsche en 18 Chineesche voorgangers ; verder met 1244 hulpkrachten, uitsluitend voor de gemeenten, onder wie 29 vrouwen ; met 2720 hulpkrachten voor gemeenten en scholen. Er zijn 2664 gemeenten met kerkeraad, 1268 gemeenten zonder kerkeraad en 2253 filialen.
Het totaal der Inheemsche gedoopten bedraagt 1.626.089, dat der Chineezen 4.791 ; samen 1.630.880. Van hen zijn 575.952 als lidmaat aangenomen, benevens 2.643 Chineezen. Op 31 December 1937 waren er in dooponderricht 43.382. In het jaar 1937 zijn gedoopt 28.603 volwassenen en 54.788 kinderen. Behalve de Indische Kerk, de Geref. Kerken en de R.Katholieke Kerk, zijn er nog 18 andere kerken, kerkelijke en godsdienstige genootschappen. Voorzoover de cijfers bekend werden, komt men tot een totaal van 54.400 aangeslotenen. Hieronder is b.v. het Leger des Heils met 27.255 aangeslotenen en de verschillende groepen der Pinkstergemeente, Adventisten, enz.
Telt men de cijfers der gedoopten (aangeslotenen) samen, dan komt men tot een totaal van 2.979.969 (v. j. 2.633.654). In 1937 zijn er gedoopt 191.532 (v. j. 107.000). De dorre cijfers spreken ons van een toenemenden groei van het Christendom.
NA DE SCHRIFTLEZING.
De vraag is dezer dagen gesteld, waarom de meeste predikanten na de Schriftlezing zeggen : „Tot zoover". Dit is weinig liturgisch en stichtelijk. Het antwoord zal wel moeten zijn, dat men op die manier het voorgelezen gedeelte duidelijk wil afsluiten, want niet ieder bijbelgedeelte heeft een eigen slot. Wanneer een Psalm wordt voorgelezen, die eindig met Halleluja, of een stuk dat eindigt met Amen, dan is „tot zoover" totaal overbodig. Maar anders vraagt de voorlezing toch wel om een afsluiting.
De Liturgische Kring geeft aan, om na het voorlezen van een gedeelte van Gods Woord, te zeggen : „Hier eindigt de Schriftlezing. Zalig, die het Woord Gods hooren en bewaren. Amen ; of ook wei : Halleluja" (dus met een slot, zooals de Heilige Schrift zelve ons dat aanwijst").
HET VOORLEZEN VAN HET PSALMVERS.
Gevraagd is ook, waarom het noodig is het geheele vers (of de geheele verzen) voorgelezen wordt, dat wordt opgegeven om te zingen. Velen vinden dat niet noodig, zelfs overbodig en verkeerd. Het zijn geen schoolkinderen, die daar zitten in de kerk, zegt men. Het eenvoudig opgeven van de verzen met : Psalm zooveel, vers zooveel, acht men genoeg en beter.
Wij zijn besliste vóórstanders van het geheel voorlezen van het vers (de verzen). Wanneer men goed voorleest (en niet gedachteloos afrafelt, dikwijls dan zelfs met verkeerde klemtoon enz.) kan het niet anders dan dat het zal opwekken om te zingen, en goed te zingen. Bovendien is in Rotterdam wel eens het verzoek aan het ministerie van predikanten gedaan, dat alle dominees toch het vers (de verzen) zouden willen voorlezen, door een blinde.
Dat heeft toen alle predikanten zeer getroffen.
WAS DE JORDAAN ZOO'N VUILE RIVIER ?
„Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damascus, beter dan alle wateren van Israël ? "
Zoo mopper-antwoordt Naaman, de Syrische krijgsman, aan Elisa, Gods profeet.
Wanneer men het oppervlakkig leest, dan moet men bijna denken, dat Naaman toch wel een vreemd mensch moet zijn geweest.
Men moet evenwel de Jordaan gezien hebben, om Naaman te begrijpen. Moeilijk kan een rivier vuiler oen onsmakelijker er uitzien dan de stroom, die het meer van Genesareth met de Doode Zee verbindt ; en daarbij een uiterst sterk verval heeft. De stroom is dan ook zeer snel, alle modder, steenen, takken, die in de rivier zijn, vlieten mee. En waar de rivier haar bedding ietwat verwijdt, dus wat langzamer stroomt, daar zijn hare oevers zoo klidderig en stinkend, dat men werkelijk een sterken wil moet hebben om zichzelf te overwinnen en af te dalen in de Jordaan.
Welke rivieren thans de Abana en Farpar zijn, heb ik niet kunnen gewaar worden. De inboorlingen bij Damascus kennen in elk geval geen stroomen van deze namen. Doch leuke, vlotte riviertjes zijn er genoeg. En in elk geval blijkt een bad in deze stroompjes — ze zijn alle klein — heel wat aanlokkelijker dan dat in de rivier van Israël".
Aldus dr. Joh. Hartog, die in Haiffa in Palestina vertoeft en brieven schrijft over „Het Heilige Land" in „De Standaard" (22 Juli 1939).
WETENSCHAP EN GELOOF.
De befaamde dr. Einstein hield op 19 Mei j.l. een voordracht te Princeton in Amerika, waarin hij o.a. de verhouding van wetenschap en geloof besprak. Hij zei o.a. : In de vorige eeuw hield men het er algemeen voor, dat er tusschen die twee een onoverbrugbare kloof was. G el o o f behoorde langzamerhand plaats te maken voor de wetenschap. Immers wat niet wetenschappelijk bewijsbaar was, was bijgeloof en fantasie. De geheele opvoeding behoorde gericht te zijn op de ontwikkeling van het verstand en van het logisch denken.
Wij zijn van dit extreme rationalisme genezen.
We hebben leeren begrijpen, dat de belangrijkste levensvragen voor het bloote verstand onoplosbaar zijn en dat de menschelijke rede ons juist in de kritieke momenten van het leven — en van het sterven — in den steek laat. Dan helpen ons de z.g.n. „machtige ontdekkingen" van den menschelijken geest niet meer, maar toonen hun machteloosheid. Alleen de religie, de Joodsch-Christelijke tradities en de daarin bewaarde geloofsschatten toonen dan hun onverwoestbare kracht en geven den mensch den moed den levensstrijd te strijden.
(Algem. Weekblad.)
MARTIN NIEMöLLER.
Het eenigen tijd geleden aangekondigde boek „Martin Niemöller", de laatste 28 preeken, uitgesproken in de jaren 1936 en 1937 te Berlijn-Dahlem, stenografisch opgeteekend door een toehoorster en onveranderd uitgegeven, uit het Duitsch vertaald onder leiding van ds. A. G. Barkey Wolf, Geref. pred. te 's-Gravenhage en uitgegeven door de N.V. D. A. Daamen te 's-Gravenhage, zag thans het licht. In de 28 preeken, die ieder voor zich getuigenis afleggen van de krachtige en warm overtuigde persoonlijkheid, gelijk Niemöller is, is een climax op te merken ; ze groeien in forschheid, al naar men verder komt. Ze geven ook een visie uiteraard op de leidende gedachten der belijdeniskerk-richting-NiemöUer.
ZENDING ALS FACTOR VAN VOLKSONTWIKKELING.
Op de zomerconferentie van den Zendingsstudieraad te Lunteren heeft Zendeling H. Wagner, van dé Rijnsche Zending, een cursus geleid over : „de Mentawei-Zending". Uitgaande van de bezwaren, die tegen de Zending in het algemeen worden ingebracht, met name, dat de natuurstaat der volkeren, die een gelukkige staat zou zijn, door de komst van de Zending zou worden verstoord, liet hij aan de hand van de geschiedenis van dit Zendingsterrein zien, dat in de eerste plaats het bestaan van dit volk door hun heidenschen godsdienst wordt bedreigd, en ten tweede, dat door het Evangelie het volk bevrijd wordt van alle krachten en machten, die deze bedreiging veroorzaken.
Uitvoerig ging Zendeling Wagner in op het zoogenaamde Poenen, het feest der onthouding, en liet ons zien, hoe onder de macht van priesters en toovenaars het volk zóó wordt geknecht, dat niet alleen het economische leven er door ontwricht wordt, maar het volk zelfs op grond van dit zoogenaamde heilig feest moet uitsterven. Daartegenover bewees hij, dat door het werk van de Zending een groote zegen aan dit vroeger zoo geknechte volk werd geschonken, zoodat menschen, die vroeger als dieren leefden, door de verkondiging van het Evangelie Christenen worden, die bevrijd van vrees voor hun duizenden afgoden en geesten en van de knechting door toovenaars en priesters, nu een menschwaardig bestaan leiden en voor hun eigen volk ten zegen worden. In feite is het dus zoo, dat de Zending het bestaan en voortbestaan van dit volk pas mogelijk maakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's