De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK. SCHOOL. VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK. SCHOOL. VEREENIGING

23 minuten leestijd

Nederlandsche Hervormde Kerk.
Beroepen:
te Vroomshoop J. H. Tammens te Parrega (toez.) — te Noordeloos G. Lans te Huizen (N.-H.) — te Vorchten Th. C. Frederikse, cand. en hulppr. aldaar
Aangenomen:
naar Beets-Oudendijk (N.-H.) H. J. Witkop Jr. te Norg (Dr.)
Bedankt:
voor Gouderak P. P. J. Monster te Aalburg en Heesbeen — voor Nieuw-Amsterdam J. F. L. A. Becht te Warns (Fr.) — voor Otterloo W. L. Mulder te Veenendaal — voor Vollenhoven (toez.) J. A. Tammens te Parrega ca.

Gereformeerde Kerken.
Drietal :
te Langeslag (Ov.) : cand. A. J. Krijtenburg te Sneek ; cand. J. Rook te Steenwijk en cand. W. Vreugdenhil te Rotterdam-Oost.
Tweetal :
te Serooskerke : H. de Jong te Hoek van Holland en H. J. Riphagen te Schoonebeek.
Beroepen:
te Langeslag cand. W. Vreugdenhil te Rotterdam — te Serooskerke (W.) H. J. Riphagen te Schoonebeek — te Velsen F. E. Hoekstra te Zwartebroek.
Aangenomen:
naar Langeslag (Ov.) cand. W. Vreugdenhil te Rotterdam.
Bedankt:
voor Mussel cand. W. Vreugdenhil te Rotterdam.

Christelijke Gereformeerde Kerk.
Beroepen:
te Almelo cand. Slofstra te Drachten — te Franeker cand. D. Biesma Jr. te Groningen.
Aangenomen:
naar Murmerwoude cand. C. J. Th. Sobening te Groningen.
Bedankt:
voor Wormerveer . cand. C. J. Ph. Sobening te Groningen

Gereformeerde Gemeenten.
Tweetal :
te Lisse : J. D. Barth te Dordrecht en J. Fraanje te Barneveld.
Bedankt:
voor Paterson N. J., J. v. d. Berg te Krabbendijke.

HULPPREDIKER.
De heer H. Harkema, cand. in de theologie te Hilversum, is benoemd tot hulpprediker bij de Ned. Herv. Gemeente te Ede.

AFSCHEID, BEVESTIGING EN INTREDE.
Wageningen.
Na in den morgendienst bevestigd te zijn door zijn vader, ds. O. Groenewoud, van Vriezenveen deed ds. H. G. Groenewoud, gekomen van Vollenhove, in den avonddienst van j.l. Zondag zijn intrede, ter vervulling van de vacature wijlen ds. H. S. van Rijs. Als tekst was gekozen Joh. 3 vers 10 : „Hij moet wassen en ik minder worden". In zijn inleiding herdacht de nieuwe leeraar wijlen ds. Van Rijs, die nog een studievriend van hem was geweest, wees vervolgens op de waarde van het ambt en paste daarna zijn tekstwoorden toe op den enkeling, de gemeente en de wereld.
De nieuwe predikant werd toegesproken door zijn ambtgenoot ds. G. C. Bos. De gemeente zong hem toe Psalm 134 vers 3.

Oudenbosch en Warffum.
Ds. G. C. Postma, te Oudenbosch, hoopt Zondag 8 Oct. a.s. afscheid te nemen en den volgenden Zondag, 15 Oct., zijn intrede te doen bij de Ned. Herv. Gemeente te Warffum, na des voormiddags te zijn bevestigd door ds. J. Hoogenraad, van Uithuizen.

RESERVE-VELDPREDIKERS.
Bij Koninklijk besluit van 31 Juli zijn benoemd tot reserve-veldprediker voor den tijd van oorlog bij het leger te velde, de heeren : ds. Beers, Ned. Herv. pred. te Vlijmen-Hedikhuizen ; ds. J. F. van den Berg, Ned. Herv. pred. te Noordhorn (Gr.) ; ds. W. E. M. Hoekzema, Ned. Herv. pred. te Rozenburg; ds. D. Louwerse, Ned. Herv. pred. te Wissekerke ; ds. J. Spelt, Ned. Herv. pred. te Rijssen ; ds. H. C. P. M. Wiebosch, Ned. Herv. pred. te Giessen- Oudekerk.

DE BENOEMING VAN DEN SECRETARIS DER SYNODE.
In het Verslag van de 14de zitting van de Synode stond : „Aan de orde zijn de aangelegenheden van de benoeming van een nieuwen secretaris der Synode. Deze besprekingen namen de gansche zitting in beslag. De benoeming wordt aangehouden tot Vrijdag". Natuurlijk waren er allerlei besprekingen noodig inzake de salarisregeling en vooral, naar we vernemen, in betrekking tot de pensioenregeling. Maar de benoeming zelve schijnt ook nog al wat om 't lijf té hebben gehad ! Althans we lezen in een persverslag van de hand van het Synode-lid ds. J. Hoekstra van Ternaard (Fr.) in „Herv. Zondagsblad voor Friesland" het volgende :
„Twee volle morgen-zittingen hebben wij gewijd aan de besprekingen, noodig voor het benoemen van den nieuwen secretaris. Ware gehoor gegeven aan de opmerking, die benoeming niet op deze Synode te doen, maar haar uit te stellen, dan had de gewone arbeid rustiger voortgang kunnen hebben. En had de benoeming o.i. tevens een bevredigender beloop gehad. Een en ander droeg nu min of meer het stempel van haast". „Een heel nieuwe regeling moest opgesteld. En als Hollanders regelingen moeten opstellen, zijn zij zóó in hun element, dat er met den tijd niet gerekend wordt. Wij bedoelen hier niet te zeggen, dat de Synodale tijd maar verpraat wordt — maar wèl, dat men graag tijd geeft en heeft voor allerlei regelen en voorschriften en de zaak, waar 't om gaan moet, op den achtergrond houdt".
„Na een korte bespreking der aanbevolen candidaten werd tot opvolger van ds. D. den Breems benoemd dr. K. H. E. Gravemeijer, Ned. Herv. pred. in Den Haag. Er werd besloten de stemming, d.i. de stemverhoudingen, geheim te houden. Wij moeten er ons wel bij neerleggen, hoewel wij grooten lust zouden hebben over deze wonderlijke stemming t onze te zeggen. Wat wij eerder over de stemmingen in deze Synode opmerkten, kunnen wij hier slechts herhalen : wonderlijke geesten, die elkaar zoeken en blijkbaar ook vinden, zweven door de vergaderzaal der Synode van 1939".
Wij vragen ons af, wat hier weer achter zit ? Wie en wat zijn hier die wonderlijke geesten, die rondom ds. Gravemeijer aan 't werk zijn geweest? Als er drie of vier stemmingen voor noodig zijn geweest (naar we vernemen) zegt dit wel iets.

HOE DE REORGANISATIE-VOORSTELLEN BEHANDELD ZIJN.
Dezelfde ds. Hoekstra, die over de benoeming van den nieuwen secretaris der Synode wat los liet, schrijft over de behandeling van de Reorganisatie-Voorstellen in de Synode het volgende :
Reorganisatie-voorstellen verworpen.
Wij hopen in de volgende week breeder op deze zaak in te gaan, wij deelen thans alleen maar mee, dat op dit oogenblik alle voorstellen inzake de reorganisatie van de baan zijn. Van het begin der Synode-zittingen af gevoelden wij, dat 't daarop werd toegelegd : alles moet nu maar eens van de baan!
De in-droeve verhoudingen, die van den beginne af aanvoel- en tastbaar waren, zijn bij de stemming over de reorganisatie-voorstellen duidelijk aan het licht getreden. Geen reorganisatie in den geest van 't Ontwerp 1938 volgens voorstel van dr. Oorthuys. Het werd verworpen met 12—7 stemmen. Het voorstel van de kerkelijke hoogleeraren — het eigenlijk resultaat van het werk van de Synodale Commissie en de kerkelijke hoogleeraren — werd verworpen met 17—2 stemmen. Het voorstel : groote Synode, een voorstel, eigenlijk ook in den geest der vrijzinnigen, werd juist mee door de vrijzinnigen als één man met 10—9 om hals gebracht".

DE BEMIDDELINGSRAAD.
Ook over de behandeling van deze zaak in de Synode is ds. Hoekstra niet zoo goed te spreken. Hij schrijft :
„Even wonderlijk als het verloop der stemming van den secretaris der Synode, verliep ook de zaak van het voorloopig aangenomen voorstel van den „Bemiddelingsraad ter bijlegging van gedingen". De Classicale Vergaderingen hadden in groote meerderheid het voorstel ongunstig beoordeeld en zoo waar, nam de Synode met 14—5 het voorstel toch aan. Het zal aan de eindstemming der Prov. Kerkbesturen onderworpen worden. Het allerwonderlijkste bij deze zaak was, dat dr. Oorthuys, van Amsterdam, iemand, die altijd opkomt voor het recht der Class. Vergaderingen, als mond der Kerk, nu voorstelde en met kracht verdedigde, die mond dan nu maar 't zwijgen op te leggen. Heel naïef werd zelfs beweerd, dat die Class. Vergaderingen niet geweten hadden, wat zij verworpen hadden. Wonderlijk !! Verleden jaar, bij het reorganisatievoorstel, wisten die Class. Vergaderingen wel, wat zij deden en werd er wel geluisterd naar wat die mond sprak, maar nu werd die mond ineens onwijs in haar spreken. Wonderlijk is de Sjmode van '39, onnaspeurbaar haar gangen".

TE WEINIG LEGERPREDIKANTEN.
In de Synode is de klacht geuit over te weinig legerpredikanten. In 1920 is het instituut van legerpredikanten ingevoerd en de nog in dienst zijnde legerpredikanten (ds. E. L. Nauta en ds. P. Bootsma) lieten de opmerking hooren „dat de uitbreiding van het instituut geen gelijken tred hield met de uitbreiding van het leger".
Onder den drang der internationale toestanden is in het afgeloopen jaar het leger aanzienlijk versterkt. Daartegenover is het getal legerpredikanten verminderd, doordat de vacature ds. J. H. Ruysch van Dugteren niet vervuld is geworden. Ook is over de voorziening van de vacature, ontstaan door het met pensioen gaan van ds. J. Nauta in Mei j.l., nog niets bekend. Geheel buiten den raad van legerpredikanten om werden garnizoenen overgedragen aan reserve-veldpredikers ter plaatse of in de naaste omgeving, wat tot verwarring aanleiding heeft gegeven, terwijl de militairen zich ook liever wenden tot de legerpredikanten, dan tot de plaatselijke voorgangers. Het ligt voor de hand, dat een groot deel van den arbeid moest nagelaten worden, omdat er geen tijd en geen krachten voor beschikbaar zijn. De massale arbeid voor bijeenkomsten en toespraken moge nog zoowat gaande gehouden worden met behulp der reserve-krachten, van den belangrijken persoonlijken arbeid kan weinig of niets meer terecht komen. Ook wat den massalen arbeid aangaat, zijn de moeilijkheden vele. 't Is bezwaarlijk, lokaliteiten te vinden, die voldoende ruimte bieden voor het groote aantal bezoekers ; ze zijn gewoonlijk in de kazernes niet beschikbaar. Met groote dankbaarheid mag geconstateerd worden, dat vele Herv. gemeenten hielpen door beschikbaarstelling van haar kerkgebouwen. Maar ook deze ruimte was in verschillende garnizoenen niet voldoende, zoodat daar meer dan één samenkomst direct na elkaar moest worden gehouden, wat veel van den tijd en de krachten der predikanten eischte. Bovendien is het wenschelijk, dat deze tot de militairen gaan in hun eigen verblijf, en niet de militairen tot zich laten komen buiten de kazerne. Om in het groot gebrek aan arbeiders te voorzien, werden geheel buiten het instituut als zoodanig om, verschillende garnizoenen tijdelijk overgedragen aan ter plaatse of in de nabijheid wonende reserve-veldpredikers. Het bezoeken van zieken en gestraften is bijna onmogelijk geworden. Dringende aanvragen van militairen om een persoonlijk onderhoud, of van ouders om een bezoek aan hun zoon te brengen, moesten meer dan eens worden afgewezen. Ook het geregeld bezoek aan de Militaire Tehuizen kan niet meer plaats vinden als vroeger. Dit gewichtig stuk werk, dat vooral in de eerste jaren zoo rijke vruchten afwierp en waardoor de legerpredikant op de hoogte kwam van de toestanden in de kazerne, kan niet meer behartigd worden in de huidige omstandigheden. Ook de belangen van het wapen der Kon. Marechaussee en het korps politietroepen vragen de aandacht. Met de mannen van dit laatste korps is alle contact vrijwel verbroken. Ook het depot van de Kon. Marechaussee worden door dr. Bootsma "tot nog toe nog geregeld samenkomsten gehouden. Het verslag accentueert tenslotte met nadruk dat de geestelijke verzorging in een noodtoestand verkeert, waaraan ten spoedigste een einde komen moet. Het verslag werd in dank goedgekeurd.

STUDENTEN-PREDIKANTEN.
In de Synode is rapport uitgebracht over het verzoek van het ministerie van predikanten te Leiden en andere Universiteitssteden, om een collecte uit te schrijven voor den arbeid onder studenten. De commissie van rapport, overtuigd van het groote belang van dien arbeid, stelt voor te besluiten, dat vooralsnog niet overgegaan kan worden tot het uitschrijven van een collecte of het nemen van andere financieele maatregelen ; dat de Synode met belangstelling zal volgen hoe die arbeid zich ontwikkelen zal gezien het feit dat te Austerlitz reeds een predikant voor dien tak van arbeid werkzaam is ; en 3e. de Synodale Commissie op te dragen te onderzoeken hoe dit belangrijk vraagstuk uit kerkrechtelijk en financieel oogpunt het best zou kunnen worden bevorderd. Conform besloten.

NED. HERV. RADIO-OMROEP.
De heer Prisse rapporteerde in de Synode over twee brieven van den Ned. Herv. Radio Omroep. Van den Minister van Binnenlandsche Zaken was een schrijven ingekomen waarin hij zijn standpunt uiteenzette en bepaalde, dat de N.H.R.O. zendtijd kon bekomen in het raam van de N.C.R.V. en de daarvoor benoemde commissie zich plaatsen moest op den godsdienstigen grondslag der N.C.R.V. Het Bestuur der N.H.R.O. ging accoord met dit voorstel. De commissie stelt voor zich in beginsel conform te verklaren, maar gezien het belangrijk karakter der zaak, het laat inkomen van sommige stukken en de nog onzekere punten, den brief van 4 Aug. in handen der Synodale Commissie te stellen. Aldus goedgevonden.

PREDIKANT EN GEMEENTERAAD.
De Algemeene Synode van de Ned. Hervormde Kerk heeft een wijziging gebracht in het Reglement voor de Kerkeraden en in dat op de Vacatures, ten doel hebbende, het ambt van predikant onvereenigbaar te verklaren met het lidmaatschap van een Gemeenteraad.
Zooals men zich zal herinneren, werden laatstelijk twee dienstdoende predikanten tot lid van een Gemeenteraad gekozen, n.l. ds. mr. L. W. C. Ekering van Amsterdam en ds. F. C. Willekes Jr. van Amerongen.

VOOR DE NIEUWE PREDIKANTSPLAATSEN
De verzoeken van de Kerkeraden van Amstelveen, Amersfoort en Eindhoven, inzake toepassing van art. 23 van het Reglement op de Predikantstractementen voor nieuwe predikantsplaatsen, zijn door de Synode, overeenkomstig het advies van den Raad van Beheer, ingewilligd.

Ds. K. H. E. GRAVEMEIJER SYNODE-SECRETARIS.
Naar wij vernemen, heeft ds. K. H. E. Gravemeijer, pred. bij de Ned. Herv. Gem. te Den Haag, zijn benoeming tot secretaris van de Alg. Synode der Ned. Hervormde Kerk in de vacature van ds. D. den Breems, die met pensioen gaat, aangenomen. Ds. Gravemeijer zal in verband hiermede emeritaat aanvragen en eerlang afscheid nemen als predikant van de Haagsche gemeente.

DE PLANNEN VAN Dr. COLIJN.
Naar het A.N.P. meldt, ligt het in het voornemen van dr. Colijn, om tegen het eind van September een reis te ondernemen naar de Vereenigde Staten, Japan, China en Ned.-Indië. Mevr. Colijn zal haar echtgenoot op deze reis vergezellen. Tijdig voor den aanvang der verkiezingscampagne voor 1941 hoopt dr. Colijn weer in Nederland terug te zijn.

BEROEPINGSWERK TE AALST.
Na 18 jaar vacant te zijn geweest, kan thans weer met het beroepingswerk te Aalst een aanvang gemaakt worden. Door de colleges van Kerkeraad, Kerkvoogden en Notabelen is n. 1. besloten een voorstel van den Raad van Beheer te aanvaarden.

BOUW NED. HERVORMDE KERK.
Kerkvoogden en Notabelen van de Ned. Herv. Gemeente te Schiebroek hebben hun goedkeuring gehecht aan de plannen tot exploitatie betreffende den bouw van een nieuwe kerk. Een architect heeft opdracht gekregen tot het maken van een bouwplan. Een leening zal worden aangegaan. De kerk komt aan de Eikenlaan.

MORMONEN.
Zaterdag is in een tent op een terrein aan de Johannastraat te Apeldoorn een vierdaagsche nationale conferentie van Mormonen geopend. Er waren een paar honderd bezoekers.

ROOMSCHE ONDERSCHEIDING.
In een Roomsche courant, die in Engeland verschijnt (The Cat. Times, van 3 Maart) werd onlangs op de vraag, of het leven van sommige pausen niet in strijd was met de leer van de R.K. Kerk, als het mystieke lichaam van Christus, het antwoord gegeven, dat dit volstrekt niet het geval was. »De man moge zelfs een oorzaak zijn van publieke schande, maar zijn officieele werk, gedaan uit naam en op het volle gezag van Christus, blijft vrij van dwaling in de aanwijzingen, die hij doet wat betreft de leer of het leven. De man moet onderscheiden worden van het ambt. De man kan een zondaar zijn, zijn ambt blijft ongerept ; het is er mee als met een rechter, wiens gezag en macht in de rechtbank niet aangetast wordt door 's mans private leven«.
Hier gaat de vergelijking al dadelijk mank, daar de rechter een overheidspersoon is, die naar de landswetten heeft te oordeelen en beslissingen te nemen ; wat met een paus volstrekt anders is gesteld ; zooals het b.v. ook met een predikant en met een ouderling heel anders staat ; die zijn geen overheidspersonen, die naar de regels van het Wetboek hebben te handelen, maar die in dienst van God staan, om naar Zijn Woord te luisteren en Zijn wil te doen — wat ze door een leven in openbare zonden geheel en al bederven.
Ds. P. van Dijk, Geref. pred. te Zaandam, wijst hierop in N.-Hollandsch Kerkblad (31 Maart '39) en zegt er dan van :
«Overheidsgezag is magistraal, d.i. dwingend ; kerkelijk gezag is ministerieel, d.i. dienend. Maar de H. Schrift wijst er b.a. vooral in de Pastorale brieven op, dat de ambtsdragers, wat belijdenis en leven betreft, aan verschillende eischen van geloof en leven moeten voldoen, niet alleen vóór zij aangesteld worden (Titus i vers 6), maar óók terwijl zij in functie zijn. (i Tim. 3 vers 2).
De tucht gaat óók over de ambtsdragers zelf«. »In de Roomsche Kerk moge een paus volgens The Cat. Times bestaanbaar zijn, wiens leven „a scandal to man kind", een publieke ergernis is, terwijl hij toch in zijn ambt ongerept blijft ; in onze kerken wordt een predikant zelfs de toegang tot het Avondmaal ontzegd, wanneer hij zich in een of ander opzicht misdraagt en in ergerlijke zonde valt, laat staan dat hij 't zou mogen blijven bedienen, en zijn verdere ambtelijke functies zou mogen verrichten, als hij in zonde leefde*.
Zelfs het magistrale overheidsgezag (vorst, rechter, vader, patroon, enz.) lijdt al schade, wanneer men er van zeggen moet : »Doe wel naar mijn woorden, maar niet naar mijn daden«. »En met de bewering : het ambtelijk gezag van opzieners e.d. is onafscheidelijk van hun persoon, maakt men een scheiding die de H. Schrift niet kent«.

DE PREEKEN VAN CALVIJN BEOORDEELD.
Prof. Berkelbach van der Sprenkel schrijft naar aanleiding van de verschijning van een bundel preeken van Calvijn (Het gepredikte Woord, uitgave Wever te Franeker) : »Men ziet hier de preeken te veel als model, terwijl het verband met hun tijd slechts weinig aan de orde komt. Het voor Calvijn zoo karakteristieke uitleggen van den Bijbel in vervolgpreeken, wordt in de inleiding slechts even genoemd. Breeder wordt er gehandeld over de vraag, of en hoe de preek politieke vragen aan de orde zal stellen. Toch blijft het bij een roemen van dit werk (ook tegenover Luther, die toch ontegenzeggelijk meer prediker was dan deze groote systematicus, exegeet en polemist). De preeken zelf zijn knap gestileerde, goed vertaalde verhandelingen.
Toch zouden ze thans niet zoó gehouden kunnen worden ; zij zijn belangrijke dogmatische een exegetische literatuur. De vertaalde vertogen van Calvijn zijn als studie-object belangrijk genoeg om dit werk te waardeeren !« (N. Theol. Studiën, XXII, 4, '39)

DRIEMAAL ZENDING.
«Driemaal komt een volk te staan voor de werkelijkheid van de Christelijke Zending. De eerste den Heiligen Geest. Dat beteekent : op „eens bekeerd, en zoo de Kerk en het Koninkrijk Gods binnengaat. Maar elk ingaan in het Godsrijk wil zeggen een gaan in het geloof, in Jezus Christus, door den Heiligen Geest. Dat beteekent : op „eens bekeerd" volgt „dagelijks bekeerd".
Dan komt een volk voor de tweede maal met de Christelijke Zending in aanraking. De extensieve expansie van de Kerk maakt in zekeren zin plaats voor de intensieve. Uitwendige Zending gaat over in Inwendige Zending, en blijkt de keerzijde er van te zijn. Resten van vóór-Christelijk geloof en zeden worden bestreden. Verder dreigt telkens nieuwe paganiseering, zooals bij elke reformatie en vernieuwing deformatie tegelijk in het zicht komt. Kortom, het gaat om behoud en bevestiging van het gewonnene. Daarom is ook het voortdurend gebed van de Kerk en van den Christen : „Heere, breid Uw Koninkrijk uit en bevestig wat is gewonnen".
Voor de derde maal komt een volk voor de Christelijke Zending te staan, als een Christus-getrouwe Kerk zich van haar Zendingstaak inden vreemde bewust wordt. Wanneer zij ook andere volken, dan het eigene, noodigt door het Evangelie „om te komen en mede aan te zitten aan de vreugdemaaltijd des Heeren" (Matth. 22 vs. 4, 10). Het eigen land is dan niet meer enkel Zendingsveld, Zendingsobject. Het is ook Zendingssubject geworden. Zoo ontstaan dochter-Kerken onder andere volken. „Gaat dan henen, onderwijst alle de volkeren, dezelve doopende in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes, leerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb«. (Matth. 28 vs. 19). (N. Theol. Studiën, XXII, 4, '39).

DE VERKOOP VAN BIJBELS IN DUITSCHLAND BEPERKT EN ONDER TOEZICHT VAN DEN STAAT GESTELD ?
»Dezer dagen lazen we een bericht, waarvan we nog maar hopen, dat het niet geheel juist is of blijkt op een misverstand te berusten. Deze mededeeling luidt aldus : De rijksuitgeverijkamer in Duitschland heeft bevel gegeven, dat de verkoop van den Bijbel en andere christelijke boeken in de toekomst slechts mag geschieden in kerkelijke boekwinkels. De andere boekhandelaren zullen den Bijbel alleen mogen verkoopen, indien deze speciaal bij hen is besteld.
Is dit besluit werkelijk genomen, dan blijkt er wel uit, dat men het Woord Gods in zijn loop wil beperken bij onze Oostelijke buren. Er is natuurlijk geen sprake van verbieden, maar wel wordt de algemeene verspreiding van den Bijbel en van andere christelijke boeken er door tegengewerkt*.
(Timotheüs).

ROOMSCHE BIJBELVERSPREIDING IN DUITSCHLAND.
Gelukkig valt er ook iets anders te vertellen, namelijk dat het R.K. Bijbelwerk in Duitschland met kracht vooruitgaat. Zekere Pater Roesch zorgde voor een vertaling van het N. Testament, die thans reeds een oplage heeft van 700.000 ex. De z.g.n. „Keppler-Bijbel" heeft een oplaag van 600.000 ex. Voorts is van Roomsche zijde gezorgd voor een Gids voor het Bijbellezen, getiteld: „Gods Woord in het Kerkelijk Jaar", waarin voor lederen dag een korte beschouwing over een Bijbelwoord wordt gegeven. Door duizenden Roomschen wordt van dezen Gids voor het Bijbellezen gebruik gemaakt*.
(Timotheüs.)

DE BIJBELVERSPREIDING IN 'T OOSTEN.
»De verspreiding van het Boek der boeken gaat onafgebroken voort. De Bijbel is nu reeds verschenen in meer dan 1000 talen !
Vanwege het Britsch- en Buitenlandsch Bijbelgenootschap werden het vorige jaar niet minder dan ruim II millioen Bijbels en Bijbelgedeelten verzonden. Wel merkwaardig is, dat de sterkste afzet plaats had in het verre Oosten, waar niet minder dan 714 millioen exemplaren werden omgezet, terwijl voor geheel Europa 1 1/2 millioen voldoende was. Er blijkt wel uit, hoezeer Gods Woord in het verre Oosten verbreid wordt. Sinds de oprichting van het Britsche Genootschap in 1808 zijn vér over de 500 millioen Bijbels en gedeelten er van verkocht*.
(Timotheüs.)

DE BIJBELVERSPREIDING OVERAL.
»De uitvindingen der laatste jaren worden ook gebruikt ten dienste van het Boek der boeken. Door middel van de radio dringt de inhoud van Gods Woord huizen binnen, waar die misschien nog nooit gehoord is. Voor de blinden is de Bijbel in blinden-schrift overal te verkrijgen en ten behoeve van hen, die het gezichtsvermogen missen, laat het Nationaal Blindeninstituut in Engeland thans den Bijbel op gramofoonplaten overbrengen, dat ook in óns land moest worden nagevolgd !
We hoorden van een Amerikaansche kerkelijke vereeniging, die zich ten doel stelt Bijbels in verkeersvliegtuigen te deponeeren, die in bijzondere metalen klemmen zullen bewaard worden.
Hoe groot soms de vijandschap is, wanneer men komt met Gods Woord, bleek onlangs, toen men in China een Bijbelverspreider aan een boom heeft gebonden, om daar dood te vriezen*.
«President Wilson gaf eens dit merkwaardige getuigenis van den Bijbel : «Het oordeel over den Bijbel, in mij gevormd, niet alleen door hetgeen ik er uit hoorde in mijn kinderjaren, maar vooral door elke daad en ondervinding van mijn leven en elke soort van studie, is : dat het Woord van God de hoogste bron van openbaring is, de openbaring van de volle beteekenis van het leven, het wezen van God en het geestelijk karakter en de behoeften der menschen. Het is de eenige ware levensgids, die de zielen leidt in den weg van vrede en verlossing. Wanneer de menschen er toe gebracht konden worden ten volle te begrijpen en te verstaan wat de Bijbel voor hen is, dan zouden zoowel een persoonlijke als algemeene herleving verzekerd zijn*.
(Timotheüs.)

OUDE ZEDEN EN GEWOONTEN IN PALESTINA.
«Het reizen in Palestina is thans — afgezien van de huidige oorlogsomstandigheden — wel heel wat eenvoudiger dan in de dagen van Jezus' omwandeling op aarde. En toch wordt men er telkens weer aan herinnerd. Op den langen stoffigen weg nadert u van verre een ezeltje. Op den rug zit een vrouw. Zij is zwaar gesluierd. Vóór haar houdt zij een baby, en achter den ezel volgt de man met een stok, om het dier van tijd tot tijd op te porren. Men behoeft maar op straat te komen, om deze tooneeltjes te zien. Wie denkt hier niet onwillekeurig aan Jozef en Maria, die met het Kindeke Jezus op weg zijn naar Egypte ?
Of wel, als men aan de dorpsbron komt, waar de vrouwen met haar zware kruiken het water komen halen, 's Morgens vroeg en in den na-middag is 't hèt uur. In haar kleurige drachten staan ze daar dan allen bijeen, ze houden hun conversatie en geen man zal er aan denken, op dit oogenblik zich te vernederen, door óók water te gaan halen. Men moet dan wel een vreemdeling zijn, zooals Abrahams oudste knecht Eliëzer, die 's avonds laat bij de stad Nahor aankomt en daar de putsters water vraagt, om hieruit Gods aanwijzing omtrent Izaks toekomstige vrouw te mogen gewaar worden.
it treft men nog heden ten dage, dat een ander uitgaat om een vrouw te koopen. Uiteraard zal het slechts zelden voorkomen, dat, als in bovengenoemd geval, een vrouw gezocht moet worden uit het moederland. Doch ook de jongeman, die in zijn woonplaats zelf een vrouw zoekt, gaat nimmer zelf er op uit, doch onderhandelt eerst door tusschenkomst van een vriend, omdat het niet betamelijk is, dat de toekomstige echtgenoot om den prijs van zijn vrouw zou pingelen*.
[Brieven „In het Heilige Land" van dr. Joh. Hartog in „De Standaard", 22 Juli '39.]

«VERBOND EN BELIJDENIS*.
Zoo heet een boekje, dat geschreven is door ds. van Dijk, Geref. predikant te Groningen. De Geref. kerkelijke pers is over dit boekje niet erg gesticht. «Ik neem gaarne aan«, aldus ds. v. d. Woude, van Leeuwarden, «dat de bedoelingen van den schrijver beter zijn dan de indruk die zijn brochure bij mij achterliet. Die indruk zou klaarder zijn geweest, indien hij was uitgegaan van de opvatting die onder ons over het Genadeverbond de heerschende is ; dat God dit Verbond in Christus heeft opgericht met Zijn uitverkoren volk, aan hetwelk Hij de weldaden des Verbonds als : vergeving der zonden, eeuwig leven enz., ook metterdaad deelachtig maakt. Waarbij echter God alleen met absolute zekerheid weet, wie tot dit Genadeverbond behooren ; waarbij wij geen hartekenners zijn, en met een oordeel der liefde hebben te oordeelen, dat feilbaar is, en nu en later in meerdere gevallen zal blijken gefaald te hebben. Om welke reden de eisch tot zelfbeproeving gelden blijft, óók voor hen, die, naar menschelijk oordeel, tot het genadeverbond behooren*. «Ds. Van Dijk had dan het Verbond in zijn boekje eerst van Gods zijde kunnen laten zien, en het daarna van 's menschen zijde kunnen teekenen, met dat voorzichtig voorbehoud, dat aan ons menschelijk oordeel der liefde steeds verbonden is".
«Dat de schrijver een poging deed om de vragen, die rondom het Verbond rijzen, tot een oplossing te brengen, is op zichzelf te waardeeren. Doch wanneer deze oplossing voert in een richting als hier, dan is de weg terug, de beste weg*.
In dit verband wordt gewezen op het boekje van prof. dr. H. H. Kuyper : Hamabdil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK. SCHOOL. VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's