De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

8 minuten leestijd

In zijn dagen bouwde Hiel, de Betheliet, Jericho; op Abiram, zijn eerstgeboren zoon heeft hij haar gegrondvest en op Segub, zijn jongsten zoon, heeft hij haar poorten gesteld, naar het woord des Heeren, dat Hij door den dienst van Josua, den zoon van Nun gesproken had. 1 Kon. 16 : 34.

STEDENBOUW
Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen.
Niet door de sterkte der helden, niet door het geweld der krijgslieden, maar door de kracht des geloofs is het wonder geschied, dat het sterke Jericho, de onneembaar-geachte vesting zich moest overgeven aan Israël.
God heeft de stad in de handen der kinderen Israels gegeven.
Tot gedurige herinnering aan dit wonderwerk Gods moest de ruïne van 't verwoeste Jericho blijven liggen als een afzichtelijk, maar toch veelzeggend monument. Daarom mocht de stad niet worden herbouwd en in Gods naam heeft Josua de vloek uitgesproken over de man die het zou wagen om Jericho te herbouwen: „Vervloekt zij die man voor het aangezicht des Heeren, die zich opmaken en deze stad Jericho bouwen zal; dat hij ze grondveste op zijn eerstgeboren zoon en haar poorten stelle op zijn jongsten zoon." (Jos. 6 : 26). Welk een dreigende vloek voor dengene, die het wagen zou de wederopbouw van Jericho te beginnen.
Geen wonder dat vijf a zes eeuwen lang niemand het heeft aangedurfd om Jericho's ingestorte muren weer op te richten, daar men wel wist dat de bouwer bij het begin van dien arbeid zijn oudste zoon en bij de voltooiing daarvan zijn jongste moest verliezen.
Maar dan komt er een tijd in Israels geschiedenis, waarin de vrees voor Gods vloek geweken schijnt.
Die tijd is gekomen in de dagen van Achab.
Het is wel merkwaardig dat de schrijver van het boek der Koningen een rechtstreeks verband legt tusschen de daad der herbouw van Jericho en de geest van den tijd waarin dit geschiedde. Immers hij begint deze korte, droeve geschiedenis met de vermelding : In zijn dagen, n.l. Achab's dagen. Dat was de tijd van Godverzaking en wetsverachting. Afgoderij, Baalsdienst, zedeloosheid vierden onder de leiding van Achab en Izebel hoogtij.
En gelijk Achab zelf niet schroomde om, tegen alle inzettingen in, zich te vergrijpen aan Naboth's erfbezit, deinst Achabs onderdaan Hiel, de Betheliet, er niet voor terug om de vloek Gods te trotseeren.
Hiel, dat beteekent: God leeft.
Schoone naam! Maar Hiel deed dien naam geen eer aan, want hij handelde, alsof er geen God in Israël was.
Blijkens zijn bijnaam was Hiel afkomstig uit Bethel, het centrum van de goddeloosheid dier dagen. Daar had Koning Jerobeam het gouden kalf opgericht. Daar werden de afgodenoffers gebracht.
Deze Hiel nu is met zijn zonen Abiraffl en Segub gekomen bij de puinhoop en van Jericho. Heerlijk was dit oord in Hiëls oogen.
Hoe schoon was deze plaats om te bewonen ! Hoe gunstig de ligging nabij het veer der Jordaan! Hoe geschikt kon hier een sterke vesting worden opgebouwd !
Zoo rees voor Hiëls geestesoog het beeld van eén sterke stad gebouwd op de puinhoopen van het vroegere Jericho.
Hier zou hij zijn levenswerk vinden, waardoor hij zijn naam vermaard maakte in Israël.
Het gedenkteeken, dat herinnerde aan de daden Gods, moest verdwijnen, om plaats te maken voor een monument dat Hiel als bouwmeester eerde.
Zoo rijpte in Hiëls brein het goddelooze plan om — tegen den vloek Gods in — Jericho te herbouwen als een welversterkte vesting. Willens en wetens verzette hij zich tegen de ordinantie Gods. Moedwillig verhardde hij zich onder de dreigende vervloeking.
Zoo was het bij Hiel in Achabs dagen. Maar is het in onzen tijd anders ?
Hoevelen zijn er niet, die welbewust, moedwillig zondigen tegen God ! Gods wet wordt overtreden, niettegenstaande de vloek rust op een ieder, die niet blijft in alles wat geschreven is in het boek der wet.
Dat is al begonnen in het Paradijs, toen de eerste mensch tegen Gods gebod in de hand uitstak naar de verboden vrucht en daarmee de vervloeking Gods wilde trotseeren.
Gods gebod verachtend heeft de gevallen mensch zichzelf de vloek waardig gemaakt. Reeds terstond openbaren zich de gevolgen der Paradijsvervloeking.
Toch gaat de mensch nog voort in driestheid Gods wet te overtreden, Gods naam te ontheiligen, Gods dag te ontwijden, Gods eer te krenken, Gods volk te lasteren.
Dan kunnen de straffen niet uitblijven! God laat zich niet bespotten.
Daartoe doet de Heere Zijn straffende hand reeds in dit leven uitgaan vanwege de goddeloosheden.
„Gewis, er is een. God, die leeft En op deez' aarde vonnis geeft."
Dat heeft ook Hiel moeten ondervinden: „God leeft."
* Laat ons zien, wat er gebeurd is bij de herbouw van Jericho's muren.
Met vurigen ijver en trotschen overmoed is Hiel begonnen de fundamenten van Jericho bloot te leggen. Dan ziet hij hoe grondig de stad in Josua's tijd verwoest is. Want Hiel kan er niet mee volstaan dat de nieuwe stad op de oude fundamenten wordt opgericht, maar de stad moet opnieuw gegrondvest worden.
Maar is het dan toch waar, dat er op deze plaats een vreeselijke vloek rust ? Ja, het is waar, Hiel!
Terwijl de nieuwe fundamenten worden gelegd, sterft Abiram, Hiëls oudste zoon. Is er bij de bouw een ongeluk gebeurd ? Of is Abiram plotseling doodgebleven ? Wij weten het niet.
Belangrijker is de vraag: Heeft deze slag Hiel tot inkeer gebracht ? Is hij nu gaan inzien, dat zijn werk een goddeloos waagstuk was ?
Neen, niets van dit alles.
Hiel is niet tot inkeer gekomen. Hiel heeft zich verhard, toen zijn oudste jongen, zijn eersteling gestorven was. Hij is doorgegaan met bouwen. Doorzetten zal hij, het koste, wat het kost.
Zoo werkt Hiel ook na Abiram's dood nog door : de fundamenten zijn gelegd, de muren zijn opgetrokken, de versterkingen zijn aangebracht, weldra wordt de laatste hand aan de opbouw van Jericho gelegd als de poorten worden gesteld.
Maar eer de poorten zijn voltooid, gebeurt het verschrikkelijkste wat Hiel nu nog overkomen kon : zijn jongste zoon, zijn Segub sterft.
Zoo staat bij het nu welhaast afgebouwde Jericho een vertwijfelde vader bij twee kindergraven.
Er zijn wel uitleggers, dié meenen dat Hiel opzettelijk zijn oudste en jongste zoon geofferd heeft, om alzoo de toorn des Heeren te stillen. Maar is het niet zeer duidelijk, dat hier Gods hand de twee zonen van Hiel heeft weggenomen ? Zoo had toch ook reeds Josua het voorzegd. Een goddelijk halt wordt aan Hiel en zijn tijdgenooten toegeroepen.
Hoe menigmaal spreekt de Heere ook nu in Zijn oordeelen.
Ge zijt misschien ook bezig met de opbouw uwer idealen. Ge tracht ook te bereiken, wat ge u hebt voorgesteld zonder te vragen naar 's Heeren wil.
Maar wie weet, of eer ge uw doel hebt bereikt niet de vreeselijke oordeelen Gods u treffen.
Nog is het tijd om uzelf te bezinnen, o verblinde zondaar. Nog is het tijd om op te merken en na te gaan hoedanig uw leven en uw werk is voor Gods aangezicht.
Dan zult ge moeten belijden, dat ge als Hiel een vloekwaardige zijt. Op al uw zonden staat het stempel der, vervloeking gelijk op Hiël's zondige stedenbouw.
Vervloekt is een ieder, die  vul nu uw zondige werken maar in.  Slechts Een is er geweest. Wiens werk volkomen is geweest: Christus Jezus. Hij is de Getrouwe, die volmaakt de wil Gods heeft gedaan.
Aan Hem kon de vloek Gods voorbijgaan.
Maar, de vervloeking die op ons was, heeft Hij op zich genomen, toen Hij zichzelf overgaf tot den dood des kruises. Als een diep vervloekte heeft Hij gehangen aan het kruis, opdat de Zijnen, die naar recht onder de eeuwige vloek gebukt gaan, bevrijd zouden worden van vervloeking en straf.
Hiel bouwde de stad Jericho op het graf zijner kinderen.
Maar Jezus heeft om der zonde wil, de eeuwige stad Gods gebouwd op Zijn eigen graf. Van die Godsstad geldt, dat zij gegrondvest is op het dierbaar bloed van Christus en dat haar poorten gesteld zijn op Zijn stervend lichaam.
Daarmede heeft Christus voor Zijn volk een eeuwige woning bereid. Want het door Hiel opgebouwde Jericho is geen blijvende stad geweest, hoe zwaar de offers ook waren, die het Hiel kostte.
Maar het door Christus gebrachte offer heeft een eeuwige beteekenis voor allen, die burgers mogen zijn van de stad des grooten Konings.
Buiten de poort van die stad worden gesloten alle vervloekten. Zij zullen ingaan in de eeuwige rampzaligheid. Zij zullen maaien, wat ze gezaaid hebben. Zij worden geoordeeld en veroordeeld naar hun goddelooze werken.
Een beeld daarvan ziet ge in Hiel, als hij door den vloek getroffen, wanhopig alleen achterblijft bij de stad, die hij als zijn trots, als zijn roem hoopte op te bouwen.
Nog veel vreeselijker zal echter de eeuwige werkelijkheid zijn, als eenmaal alle Hiëls hun idealen zien vervliegen en de eeuwige weedom hen aangrijpt.
Verhard u dan niet, gelijk Hiel, onder de oordeelen Gods.
Bekeer u, eer het te laat is.
Gevoelt ge, dat ge van uzelf niet anders dan de vloek van het eeuwig oordeel waar­dig zijt, kent ge uzelf als een helwaardig schepsel, weet dan, dat ook voor een zondaar als gij zijt er slechts een uitweg is, wanneer gij de toevlucht neemt tot den Heere Jezus Christus.
Van Hem getuigt Paulus, dat Hij' verlost van de vloek der wet, een vervloeking geworden zijnde voor ons.
Uit Zijn volheid schenkt Hij aan vloekwaardigen genade voor genade.
Hij leidt hen in in de door God bereide, op Christus gefundeerde stad, waarvan Hij de muren „heil" en de poorten „lof" noemt. Te dien dage zal dit lied gezongen worden in het land Juda : Wij hebben een sterke stad. God stelt heil tot muren en voorschansen, doet de poorten open, dat het rechtvaardige volk daar inga, hetwelk de getrouwheden bewaart. (Jes. 26 : 1, 2).
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's