De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

ANTONIUS WALAEUS 1639 - 9 Juli - 1939

6 minuten leestijd

ANTONIUS WALAEUS 1639 - 9 Juli - 1939
II.
Walaeus als predikant.

Nadat Walaeus de buitenlandsche reis, waarvan we in het slot van ons vorig artikel spraken, beëindigd had, oefende hij zich in het preeken, waarna Leiden hem als dienaar des Woords begeerde.
Deze roeping wees hij echter van de hand, al waren er allerlei omstandigheden, die hem ten zeerste aanlokten. Mede in overleg met zijn ouders, ging hij op het beroep niet in. Hij zelf vond zich nog te jong voor een grootestads-gemeente, terwijl zijn ouders hun zoon voorloopig nog wat in hun omgeving wilden houden.
Koudekerke was Walaeus' eerste gemeente. Hij preekte daar zijn intrede in November 1602. Met inspanning, maar ook met zegen arbeidde hij er.
Middelburg deed echter in 1605 een beroep op hem, hetwelk hij volgde. Deze gemeente heeft hij niet minder dan ruim veertien jaar gediend, en wellicht zou hij er nog langer gebleven zijn, wanneer hij niet benoemd was geworden tot hoogleeraar in de theologie aan de Universiteit van Leiden.
Over Walaeus' predikantschap vinden we de volgende gegevens.
Men weet reeds, dat zijn karakter een zachten inslag had. Weshalve het voor de hand ligt, dat deze trek van zijn wezen ook opvalt in zijn ambtelijke bediening. Bekend is, dat hij z'n ouders nimmer een hard woord had toegevoegd. En hoe kan het anders, of zulk een predikant zal ook zijn gemeente op - goedaardige wijze bejegenen. Een karaktereigenschap, hetzij deze een deugd is, of af te keuren valt, laat zich nu eenmaal moeilijk verloochenen. Zoo valt bij de beschouwing van Walaeus' werk zijn zachtheid van inborst het eerst op.
Sommigen onzer mogen het jammer vinden, maar het is een feit, dat Walaeus de kracht miste, om grove zonden naar verdienste te berispen. Niet, dat hij ongerechtigheden wilde vergoelijken, maar het ging hem beslist moeilijk af, om op z'n tijd ook boetprediker te zijn. Niettemin wilde Walaeus de Waarheid recht snijden.
Als vertrooster van bedrukte zielen en helper in den nood bezat Walaeus ongetwijfeld betere kwaliteiten.
Ten einde zijn gemeenteleden de noodige kennis bij te brengen, hield hij des Zondagsavonds een soort lidmaten-catechisatie, waar hij achtereenvolgens de geheele geloofsleer behandelde. Van deze samenkomsten ging veel vrucht uit.
Een eigenaardig geval deed zich aan de Latijnsche school te Middelburg voor, toen in de theologische faculteit van Leiden de Remonstrantsche Arminius zijn intrede deed, later gevolgd door Vorstius, door velen voor een volbloed Sociniaan aangezien.
Gomarus wilde onder deze omstandigheden geen colleges meer geven, en het gevolg was, dat men te Middelburg de Latijnsche school wilde omzetten in een lUustre, ten einde op deze wijze de gereformeerde leer, die te Leiden verkracht werd, meer tot haar recht te doen komen.
De bedoeling was, Gomarus en Walaeus theologische colleges te doen geven, maar weldra bleek, dat de eerste niet met den laatste wilde samenwerken, hoewel toch Walaeus een bekwaam leerling van den hoogleeraar was geweest, en zelfs bij hem in huis had gewoond.
Walaeus werd namelijk door Gomarus van ketterij verdacht, en voor onrechtzinnig gehouden. Het verschil liep over de dichotomie des menschen, waarvan Walaeus aanvankelijk geen voorstander scheen, in tegenstelling met Gomarus.
Al heerschte er tusschen beide mannen een bepaald misverstand, — dit neemt niet weg, dat de vriendschap er niet onder leed. Gomarus wilde Walaeus wel als predikant waardeeren, maar hij wenschte hem niet als leeraar van studenten, welke hij met zijn meeningen zou kunnen beïnvloeden.
Walaeus' levensbeschrijver merkt in dit verband op : „Had Gomarus destijds geweten, wat de Synode van Dordrecht hem zou leeren, dat de tijd nog niet rijp was voor zijne diepe gedachten, — hij zou zijn leerling den hoogleeraarszetel' niet betwist hebben, en het pleit voor hem, dat hij jaren later behoefte gevoelde, in eene volle vergadering van Godgeleerden aan Walaeus, die hem als hoogleeraar te Leiden weder had aanbevolen, zijn leedwezen te betuigen over het gebeurde te Middelburg". Wij voor ons vinden deze dingen niet prettig, omdat iedereen op z'n tijd wel eens een minder gelukkige uitspraak doet. Doch daarmede komt maar niet aanstonds iemands rechtzinnigheid in gedrang. Laten we niet vergeten, dat niemand minder dan Gomarus zich in den beginne gunstig heeft uitgelaten over den ketter Arminius. In een schrijven d.d. 9 Mei 1603 schreef Gomarus aan Walaeus : „Tot nu toé maken wij het goed, maar ook de academie, die in Arminius een nieuwen hoogleeraar ontvangt. Op een vriendschappelijke conferentie heb ik te aangenamer met hem kennis gemaakt, waar ik aan zijn oprechtheid in den grondslag der leer niet meer twijfel. Wel huldigt hij in sommige stukken, vrij als hij in zijn oordeel mag zijn, een afwijkende opvatting. Ik zou wel willen, dat er meer menschen waren, zooals hij, die hun gaven m oprechtheid wilden besteden om de Kerk te steunen, want, naar ik hoor, is er op verschillende plaatsen aan zulke mannen gebrek.
Is er op grond van deze uitspraak geen aanleiding om te zeggen : Walaeus heeft op zijn beurt ook wel eens aanleiding gehad, om Gomarus, den grooten kampvechter voor de gereformeerde beginselen, van onrechtzinnigheid te verdenken, want prees deze niet een man, die een uitgesproken vijand was van de leer der rechtzinnigheid ? Wij beschuldigen echter niemand, doch grijpen wel deze historische bizonderheid aan, om te manen tot voorzichtigheid in het oordeelen. Zoolang er geen twijfel bestaat, of iemand wel, uit volle overtuiging een verdediger is van Schrift en Belijdenis, — zoolang is er geen reden tot verdachtmaking ! Worden er echter principieele afwijkingen geconstateerd, dan moet daarop zonder twijfel de vinger gelegd worden, opdat het leven der Kerk er niet door vergiftigd worde. Men wake er echter voor, meeningsverschillen op te blazen tot principieele !
Van Gomarus' arbeid te Middelburg is weinig bekend, en uit piëteit voor zijn leermeester, werd de eervolle betrekking door Walaeus niet aanvaard. Van de oprichting der Illustre school te Middelburg kwam inmiddels door het verloop der dingen weinig terecht.
Gelijk te verwachten is, werd ook Walaeus gemengd in de kerkelijke twisten dier dagen, die culmineerden in het vraagstuk der praedestinatie.
Ook in dezen liet Walaeus een eigen geluid hooren. Al was en bleef hij een verdraagzaam en gematigd man, wat o.m. blijkt uit zijn opvatting, dat het verschil in leer niet zoo groot was, als door sommigen werd gemeend, — toch wilde hij de Belijdenisgeschriften onder geen voorwaarde prijsgeven. Welbewust koos hij partij voor de Contra-Remonstranten, en meermalen heeft hij zijn beginselvastheid bewezen, zoodat hij het vertrouwen had van vele vooraanstaande Gereformeerden.
In 1615 gaf Walaeus een werkje uit over het ambt der Overheid in kerkelijke zaken. Van de Synode, die in 1618/19 te Dordrecht gehouden is, maakte hij deel uit. De rustigheid van zijn optreden sprong in het oog, en de van scherp inzicht getuigende opmerkingen, die hij maakte, zullen er ongetwijfeld aan medegewerkt hebben, dat hij in de theologische wereld een goeden naam kreeg, aan welken hij mede zijn benoeming tot professor zal te danken hebben.
Aan de totstandkoming der Statenvertaling, waartoe op genoemde Synode besloten werd, heeft Walaeus sedert 1625 medegewerkt, in de plaats van den toen overleden Hermannus Faukelius.


^) G. P. van Itterzon, Franciscus-Gomarus, 's Gravenhage 1929, bladz. 96.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's