De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

DE LANDSVERDEDIGING (4)
(Slot).
Aan vergrooting van het contingent om tot een grootere vredessterkte van het leger te geraken, zijn allerlei voordeden verbonden.
In de eerste plaats worden in dit stelsel de militaire lasten gelijkelijk over de geheele mannelijke bevolking verdeeld, wat billijk en rechtvaardig is.
Ten tweede zullen bij contingentsvergrooting vrijwel alle weerbare mannen van Nederland geoefend en de militaire vorming en opvoeding deelachtig worden, wat aan de verdediging des lands ten goede komt.Ten derde zal bij algemeene dienstplicht het geheele weerbare deel van ons volk doordrongen worden van het besef, dat het zijn plicht is aan de onafhankelijkheid en het behoud van de zelfstandigheid van het land mede te werken.
En eindelijk zal, wanneer alle valide mannen dienen, er ook geen voorrang zijn bij het innemen van een positie in het maatschappelijk, leven. Alle dienstplichtigen maken dan dezelfde kans.
Dat de Minister van Defensie, niettegenstaande de groote voordeden, welke het stelsel van een vergroot contingent boven dat van een verlenging van den eersten oefentijd tot twee jaar biedt, toch nog de voorkeur geeft aan het laatste, vindt hoofdzakelijk zijn grond in het kostenvraagstuk. Bij een belangrijke verhooging van het contingent zouden, naar het oordeel van den Minister, bijna alle kazernementen een aanzienlijke uitbreiding moeten ondergaan om huisvesting te kunnen verlenen aan de onderdeden, waarvoor zij moeten dienen. Voorts zou er een belangrijke uitbreiding van het kader moeten plaats hebben en zou veel oefenmateriaal moeten worden aangeschaft. Dit alles zou — aldus de Minister — zeer groote uitgaven vorderen, ook dan, wanneer wordt aangenomen, dat met de verhooging van het contingent niet gepaard zal gaan een vergrooting van het oorlogsleger.
Wat nu van dit financieele bezwaar van den Minister te zeggen ?
Het komt ons voor, dat het zeer overdreven is, want, als de dienstplichtigen een jaar langer, dan regel is, onder de wapenen worden gehouden, zal toch ook aan meerdere kazerneruimte moeten worden gedacht, zal kader beschikbaar moeten zijn om de onderdeden, die dan gevormd worden, te encadreeren en zal ook tot aankoop van meerder oefenmateriaal moeten worden overgegaan.
Het is zelfs zeer de vraag, of de maatregel van verlenging van den eersten oefentijd tot twee jaar, nog niet duurder zal zijn, dan die van vergrooting van het contingent.
En wat nu eindelijk het derde punt, de geoefendheid van het Veldleger betreft, deze wenscht de Regeering op hooger peil te brengen, door de duur van de herhalingsoefeningen van ten hoogste 40 op ten hoogste 85 dagen te stellen, verdeeld over verschillende tijdperken.
Nu moge het juist zijn, dat de dienstplichtigen, die gedurende 15 jaren van hun diensttijd deel uitmaken van het veldleger (alvorens zij tot de aanvullingsreserve overgaan), bij een aantal van drie herhalingsoefeningen van totaal 40 dagen een tekort aan geoefendheid voor hun oorlogstaak vertoonen, vooral ook omdat de techniek der wapens in deze 15 jaren zich nog altijd belangrijk wijzigt, doch de sprong van 40 op 85 dagen lijkt ons wel wat heel groot.
Daarom zal de uitvoering van de voorschriften der herhalingsoefeningen met groote voorzichtigheid en met veel beleid moeten plaats hebben. Herhalingsoefeningen grijpen toch diep in het volksleven in. Daarbij zijn het vooral de kleine zelfstandigen, die bij de opkomst voor herhalingsoefeningen in moeilijkheden komen en dikmaals heel wat schade lijden. Matiging is ook noodig, zoolang geen voorzieningen zijn getroffen om te verzekeren, dat de dienstplichtigen-werknemers na ommekomst van hun verblijf onder de wapenen de door hen verlaten plaats in het bedrijfsleven weer kunnen innemen, althans niet werkloos worden. Er zullen, dus maatregelen moeten worden getroffen om de dienstplichtigen èn tijdens hun verblijf onder de wapenen voor eerste oefening èn tijdens hun verblijf onder de wapenen voor herhalingsoefeningen, eenige zekerheid te geven, dat zij. hun betrekking niet verliezen.
Daarnaast vragen de wijzigingen in de Dienstplichtwet, die thans door de Tweede Kamer zijn aangenomen, te weten : de machtiging aan de Kroon om de eerste oefentijd tot twee jaar te verlengen en de vermeerdering van het aantal herhalingsoefeningen, nog andere voorzieningen.
Deze voorzieningen betreffen de geestelijke verzorging der militairen, welke verzorging van meer beteekenis wordt, nu de dienstplichtigen langer in de kazernes moeten verblijven. Vandaar, dat met voldoening zal zijn kei; nis genomen van de mededeling van den Minister van Defensie, dat deze bewindsman zich ten volle bewust is van het groote belang van de geestelijke verzorging der in werkelijken dienst zijnde dienstplichtigen. De noodige maatregelen zullen daarom getroffen worden, opdat de geestelijke verzorging tot haar recht kan komen. Ook aan een ruimere subsidieering van militaire tehuizen zal worden gedacht.
Alles bij elkander genomen, zijn wij het wel niet in alle opzichten met den Minister van Defensie eens en bestaat er bij ons zelfs groot verschil van inzicht op het punt van de grens- en kustbeveiliging en het stelsel, dat de Regeering gekozen heeft, om tot een grootere vredessterkte te geraken — onze lezers zullen dit uit de artikelen, die wij aan dit onderwerp wijdden, wel begrepen hebben —, toch twijfelen wij in geen enkel opzicht aan de goede bedoelingen, die bij den Minister van Defensie voorzitten; om zijn arbeid te doen strekken tot behoud van de zelfstandigheid van ons land.
In dit opzicht hebben wij groot vertrouwen in het beleid van dezen Minister.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's