STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE TROONREDE
H.M. de Koningin heeft Dinsdag de nieuwe zitting der Staten-Generaal met de volgende rede geopend :
Leden der Staten-Generaal,
Onder sombere omstandigheden kom Ik heden in Uw midden. Andermaal wordt ons werelddeel geteisterd door de verschrikkingen van een oorlog.
Dankbaar, dat ons land den vrede bewaren mocht, vervult Mij nochtans deernis met de velen, die elders onder het oorlogsleed gebukt gaan.
Het verheugt Mij, dat Onze vriendschappelijke betrekkingen met alle Mogendheden onverzwakt voortduren.
In het bijzonder geldt dit ook Onze verhouding tot die neutrale landen, met welke reeds in een vroeger tijdperk nauwere aanraking was verkregen.
De gezamenlijke vredesoproep, kortgeleden door Zijne Majesteit den Koning der Belgen mede namens zes andere Staatshoofden gedaan, heeft aan dien zin tot samengaan opnieuw uiting gegeven.
Dat deze oproep, evenals het aanbod van goede diensten van Zijne Majesteit en Mij, in breeden kring instemming heeft gevonden, bevestigt Mij in de overtuiging, dat, ondanks ondervonden teleurstelling, velen de hoop blijven koesteren, dat door vreedzaam overleg betere internationale verhoudingen kunnen worden in het leven geroepen.
Ter handhaving van de volstrekte onzijdigheid, waartoe ons land geroepen is en waaraan het zich met inzet van alle krachten wijdt, heb Ik Mij genoopt gezien bevel te geven tot de mobilisatie van zee- en landmacht. Tot Mijn groote voldoening liet die mobilisatie, evenals de daarop volgende concentratie, zich op voorbeeldige wijze voltrokken. Beide deelen Onzer Weermacht vervullen, met den besten geest bezield, hun moeilijke en soms gevaarvolle taak.
Het economisch leven van ons land, dat zich den laatsten tijd in belangrijke mate had hersteld, wordt door den uitgebroken oorlog in al zijn geledingen zwaar getroffen. Het verkeer ter zee is ontwricht, waarvan in de eerste plaats de scheepvaart en de visscherij den terugslag ondervinden. Tal van ondernemingen missen den aanvoer van noodzakelijke grondstoffen. Land- en tuinbouw, reeds vóór het uitbreken van het internationaal conflict in een moeilijke positie, ondervinden nieuwen tegenslag door de stagnatie van den uitvoer.
Bij deze beproevingen ontbreken gelukkig ook de lichtpunten niet. Van een érnstigen schok bij ons geld- en bankwezen is geen sprake geweest. Hoewel prijsstijgingen niet konden en kunnen uitblijven, is prijsopdrijving niet in verontrustende mate voorgekomen, terwijl, waar noodig, van wettelijke bepalingen met goed gevolg gebruik wordt gemaakt. Ten behoeve van de regelmatige voedselvoorziening zijn reeds maanden geleden zoodanige voorbereidingen getroffen, dat er voorloopig geen enkele reden tot ongerustheid behoeft te bestaan. Maatregelen voor bodemproductie, voorraadvorming en distributie, vormen hier een aaneensluitend geheel. Voorts zijn voor de industrieele productie Rijksbureaux ingesteld, waarin het bedrijfsleven met de Overheid samenwerkt bij de regelmatige verdeeling van die artikelen, waaraan een tekort kan ontstaan.
Het beleid der Regeering zal er op gericht blijven de opkomende nooden der bevolking naar vermogen te lenigen en in het bijzonder een tekort aan de noodzakelijke levensmiddelen te voorkomen. Distributie van verbruiksartikelen zal niet op het bestaan van zulk een tekort behoeven te wijzen, doch zal reeds plaats hebben, wanneer een rechtvaardige verdeeling gevaar zou kunnen loopen.
Daarnaast zal de Regeering alles in hel werk stellen om het normale verloop van het bedrijfsleven te bevorderen.
De Regeering hoopt hierdoor tevens zooveel doenlijk te voorkomen, dat de werkloosheid, waarvan zij ook overigens de bestrijding krachtig en onverdroten wil voortzetten, uit den ingetreden oorlogstoestand nieuw voedsel ontvange.
Ook in Nederlandsch-Indië, Suriname en Curacao heeft de internationale toestand het treffen van een aantal bijzondere maatregelen noodzakelijk gemaakt.
Op maritiem en militair gebied zijn voorzieningen getroffen om, wanneer zulks noodig mocht blijken, de plichten der neutraliteit stipt na te komen, terwijl daarnaast maatregelen zijn en nog zullen worden genomen op economisch terrein, in het bijzonder in het belang van de voedselvoorziening. Belangrijke stoornissen op dit of ander gebied kwamen tot dusver gelukkig niet voor.
Met groote dankbaarheid heb Ik kennis genomen van den geest van toewijding en dienstvaardigheid, die in dezen érnstigen tijd, zoowel in Nederland als onder alle bevolkingsgroepen in de overzeesche gebiedsdeelen, op zoo verheffende wijze tot uiting komt.
Ik verwacht, dat dit besef van saamhoorigheid tot het einde zal worden bewaard. Ook indien de tijden nog moeilijker worden, zal dan de toekomst met vertrouwen kunnen worden tegemoet gezien.
Met de bede, dat God Mijn volk moge zegenen in de beproeving en aan ieder van ons de kracht zal geven tot datgene waartoe hij thans geroepen is, verklaar Ik de gewone zitting der Staten-Generaal geopend.
Zooals te verwachten was, stond ditmaal de Troonrede in het teeken van den oorlog, die op dit oogenblik Europa teistert en van de maatregelen, die de Regeering zich voorstelt te nemen, teneinde het economisch leven zoo goed mogelijk in gang te houden en te laten functionneeren.
Van allerlei mededeelingen betreffende de voornemens der Regeering op wetgevend gebied met uitzondering van een voortgezette krachtige bestrijding der werkloosheid, onthoudt zich het Staatsstuk geheel.
Evenmin rept de Troonrede over het program van het nieuwe Ministerie, een program, dat steeds met eenige belangstelling in de eerste Troonrede van het nieuwe tijdvak wordt tegemoet gezien.
Hoe het gaan zal met de wijziging van de tariefwet, de nieuwe belastingvoorstellen, het echtscheidingsontwerp, om alleen maar deze drie zeer belangrijke regelingen te noemen, daarover zwijgt de Troonrede ten eenenmale.
De Regeering heeft haar volle aandacht bepaald bij de wil van Overheid en volk om tegenover de oorlogvoerende landen de volstrekte onzijdigheid te handhaven.
In dit verband is ook van groot belang, wat. de Troonrede zegt over de Indische Defensie. Toch ware het op haar plaats geweest, zoo eenige mededeelingen waren gedaan terzake van de voornemens der Regeering met betrekking tot de versterking van de scheepsmacht in onze Overzeesche gewesten.
Ten slotte stemmen wij van harte in met de bede der Koningin, dat God ons volk moge zegenen in de beproeving en aan ieder van ons de kracht zal geven tot datgene, waartoe hij thans geroepen is.
MILITAIR PARAAT
Land- en zeemacht zijn, zooals bekend is, gemobiliseerd.
Dat wil intusschen niet zeggen, dat onze weermacht, toen het bevel tot algemeene mobilisatie op 29 Aug. uitging en de dienstplichtigen onder de wapenen kwamen, reeds gereed was om onmiddellijk te velde te gaan.
Daaraan ontbrak nog wel het een en ander.
Nederland verkeerde op den genoemden datum, en gelukkig ook in de dagen daarna, in het gunstige geval, dat er nog alle tijd beschikbaar was om alles tot in de puntjes toe in orde te brengen.
Dat met mobilisatie en concentratie van troepen tijd gemoeid is, laat zich gemakkelijk verstaan. Leger en vloot verkeeren zoo maar niet in paraten toestand.
In de eerste plaats moeten voorzieningen getroffen worden om de uitrusting der troepen aan te vullen. De kleeding is niet altijd meer bruikbaar en moet dan worden vernieuwd ; de noodige uitrustingstukken moeten verstrekt worden teneinde den dienstplichtige, die gemobiliseerd werd, voor zijn oorlogstaak toe te rusten.
Voorts moeten paarden en automobielen worden gevorderd.
Deze vordering was ditmaal niet zoo gemakkelijk en eenvoudig als in 1914, toen de groote wereldoorlog uitbrak en ook het leger ten onzent werd gemobiliseerd.
Om slechts een enkel voorbeeld te noemen, moest in begin September over meer dan het, dubbele aantal paarden — enkele tienduizenden — beschikt worden, dan een kwarteeuw geleden. De uitbreiding der bereden artillerie, zoomede de omstandigheid, dat ten gevolge van de bezuiniging op de oorlogsuitgaven om tot een goedkoopere vredesorganisatie te geraken, het aantal paarden belangrijk was verminderd, maakte deze verdubbeling noodzakelijk.
Hetzelfde gold van de andere vorderingen. In de tweede plaats vraagt de voortgezette oefening der dienstplichtigen, waaronder er vele zijn, die tijdens hun groot-verlof veel van het geleerde vergeten zijn, tot veldsoldaat, zoomede het versterken der saamhoorigheid der troepen en het in onderling verband optreden der verschillende wapens, veel tijd.
Thans kan men zeggen, dat leger en viool voor hun taak berekend zijn.
En eindelijk kost het in staat van verdediging brengen der stellingen en het voorbereiden van de noodzakelijke werkzaamheden, die de waarde der verdedigingswerken moeten verhoogen, ook op dit oogenblik nog heel wat arbeid.
Zijn ook deze werkzaamheden tot een goed einde gebracht, dan kan gezegd worden, dat de weermacht paraat is en dat onder Gods zegen met vertrouwen het verdere verloop van den oorlog kan worden afgewacht.
Doch dan moet eveneens de goede geest bij leger en vloot intact blijven.
Er moet ook gedacht worden aan de materieele belangen van de gemobiliseerden en aan hun geestelijk welzijn.
Deze twee behooren niet minder dan de militaire voorzieningen tot de paraatheid der landsverdediging.
Overheid en volk dienen die materieele en geestelijke belangen te behartigen.
Daarover D.v. de volgende week.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's