De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

SAMUËL MARESIUS GEEN AANTREKKELIJKE FIGUUR

6 minuten leestijd

SAMUËL MARESIUS GEEN AANTREKKELIJKE FIGUUR
I

Wij zijn met het opschrift boven de artikelen, die wij ons voorstellen over Maresius te schrijven, maar aanstonds met de deur in huis gevallen, wat de typeering en karakteriseering zijner persoonlijkheid aangaat..
Natuurlijk heeft de man ook goede eigenschappen gehad, maar we zeggen toch niet te veel, als we opmerken, dat zijn aard minder prettig en niet sympathiek aandoet.
Al brachten we echter in het opschrift dezer reeks de algemeene beoordeeling, die zijn karakter ten deel gevallen is, tot uitdrukking, — het spreekt vanzelf, dat we in onze schets alle trekken van zijn wezen tot z'n recht zullen laten komen.
Langen tijd heeft Maresius geen biograaf gevonden, die zijn leven en werken aart een grondig onderzoek heeft onderworpen, en de resultaten daarvan te boek. stelde. In 1935 is evenwel in deze leemte voorzien door de dissertatie van den tegenwoordigen prof. Nauta, die met zeldzame nauwkeurigheid alle gegevens inzake Maresius heeft geordend, en vele onbekende bizonderheden heeft ontdekt en gepubliceerd.
Het is mogelijk, dat het vele twistgeschrijf van Maresius de oorzaak is van het lange uitblijven eener behoorlijke levensbeschrijving van hem, omdat een en ander niet aanlokt tot diepgaande, jarenlange studie. Hoe dit echter zij, — men is het er over eens, dat de wetenschappelijke kwaliteiten van Maresius belangrijk genoeg zijn, om een meer dan gewone belangstelling te rechtvaardigen.
Sepp zei eens : „Hulde te brengen aan den rijkdom zijner kennis, en afkeurend te spreken over de bitterheid van den toon, dien hij doorgaande aansloeg, ziedaar het eenstemmige in het oordeel, dat vroeger en later over hem uitgebragt is".
Zooals het met meerdere geschriften van honderden jaren her gaat, is niet alles, wat Maresius in het licht gaf, vandaag nog actueel, maar van beteekenis blijft toch minstens het feit, dat hij den eersten commentaar leverde op onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis.

Manesius' jeugd en studie.
Samuel zag het levenslicht op 9 Augustus 1599 te Oisemont, een klein stadje in Picardië, in welke streek ook Calvijn geboren is. Zijn vader bekleedde een aanzienlijk rechterlijk ambt, en was ook koninklijk commissaris van de vloot ter Noordzee ; de Reformatorische beginselen werden door hem omhelsd.
Z'n moeder vreesde eveneens den Heere.
Reeds van zijn jeugd af heeft Samuel geweten, dat zijn ouders hem bestemd hadden tot den dienst des Woords. Als knaap al speelde hij onder z'n vrienden de rol van „pastor". Wel aardig, maar niet onbedenkelijk voor de vorming van iemands karakter ! In zijn jeugd was Samuel herhaaldelijk ziek, waardoor hij weinig lust tot spelen vertoonde. Leergierig was hij echter van meet aan. Daar het onderwijs in zijn dagen veel te wenschen overliet, moet het zijn ouders als een bizondere verdienste worden aangerekend, dat hun zoon vóór het ingaan van zijn achtste jaar al tweemaal den Bijbel geheel had kunnen doorlezen. De eigen prestaties van den jongen verminderen wij door deze opmerking geenszins.
Tot zijn dertiende jaar studeerde Samuel oude talen onder leiding van den gereformeerden predikant te Oisemont. En in 1612 verliet hij zijn geboorteplaats, om te Parijs, waar een tien jaar oudere broeder van hem woonde, op studie te gaan.
Na drie jaar in Frankrijks hoofdstad vertoefd te hebben, ging hij naar Saumur. Hier ontving hij zijn eerste theologische opleiding. Sinds Mei 1615 was niemand minder dan Franciscus Gomarus aan de academie verbonden.
Toen Gomarus uit Saumur vertrok, was dat voor veel studenten, waaronder ook Maresius, aanleiding, om ook heen te gaan. Omtrent Gomarus' opvolger werden namelijk geen hooge verwachtingen gekoesterd.
Eind Juli 1618 reisde Maresius naar Geneve, waar hij zich als student meldde aan de door Calvijn gestichte academie. Vooral van Turretinus heeft hij daar veel geleerd. Langen tijd heeft Maresius na zijn terugkeer uit Geneve nog thuis gewerkt.
Nauwelijks 20 jaar oud, deed Maresius proponentsexamen, waarbij hij preeken moest in het Fransch en Latijn Ook zijn kennis van wijsbegeerte, Hebreeuwsch en Grieksch werd terdege onderzocht. Dank zij z'n grondige, degelijke opleiding, slaagde hij, zoodat de weg tot het predikambt nu definitief voor hem ontsloten was.

Maresius als predikant en hoogleeraar in Frankrijk.
In April 1620 preekte Maresius zijn intrede te Laon. De plechtigheid werd o.m. door zijn ouders bijgewoond ; bijna drie dagen hadden deze er voor moeten reizen !
Uit de mededeelingen, die Maresius zelf doet, moet men opmaken, dat hij zijn ambt ernstig opnam. Vooral van zijn preeken maakte hij veel werk. Wekelijks moest hij er twee of drie houden. Daar het gevaar, om af te vallen tot Rome, steeds aanwezig was, droegen zijn uiteenzettingen een polemisch karakter. Zwakke zielen onder de gereformeerden werden namelijk gemakkelijk verleid, om tot de „moederkerk" terug te keeren. Onder omstandigheden als deze, verleende Maresius' prediking dikwerf de noodige kracht, om staande te blijven.
Ook tegen het Remonstrantisme streed hij : vooral op kerkelijke vergaderingen.
Eigenaardig is het volgende voorval.
Toen Maresius eens op een avond (het was donker) naar huis terugkeerde, werd hij door iemand overvallen, die hem met een dolk een steek in de rechterborst toebracht. Omtrent de reden van een en ander, heeft men het vermoeden uitgesproken, dat de broeder van een meisje, aan wie Maresius zijn trouwbelofte zou hebben gegeven, aldus gehandeld heeft. Bewijzen hiervoor zijn er niet, en op afdoende wijze heeft Maresius later dit gerucht weerlegd. Zeer waarschijnlijk moet de misdaad aan Roomsche zijde gezocht worden, en toe te schrijven zijn aan haat jegens den principieelen bestrijder van het pausdom. Het vermoeden, dat de Jesuïeten in dezen moordaanslag de hand hebben gehad, werd door de kerk van Laon stellig geloofd, en is ook door Roomschen wel aanvaard.
Daar het in ieder geval voor Maresius te Laon te gevaarlijk werd, vertrok hij vandaar, om zich later als predikant te Falaise te vestigen, waarheen hij beroepen was. Niet zonder reden heeft Maresius later verklaard, dat hij in Laon gewoond had te midden van tegenstanders der Waarheid, in een bewogen tijd.
Helaas was de gemeente van Falaise niet in staat, om haar geldelijke verplichtingen jegens haar predikant volledig na te komen. Hierom en ook om andere redenen, had Maresius het er niet naar z'n zin, zoodat hij, naar eigen getuigenis, ziek werd van arbeid en verdriet.
Een beroep naar Sedan aanvaardde hij gaarne, en na er nog geen vier maanden gearbeid te hebben, verliet hij Falaise. Hij was toen 25 jaar.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's