KERK, SCHOOL, VEREENIGING
Nederlandsche Hervormde Kerk.
Drietal : te Arnhem Th. E. v. d. Brug te Harlingen, A. B. G. ten Kate te Brussel en D. J. Vossers te Vlissingen.
Beroepen: te Havelte (toez.) D. Oosten te Waaxens-Brandgum — te Linschoten, Hei- en Boeicop en te Eemnes-Binnen cand. J. Tukker te Hoek van Holland — te Noordwijkerhout (toez.) cand. W. E. den Hertog, hulppr. te Eindhoven — te Muiderberg cand. W. Glashouwer, hulppr. te Zwaagwesteinde.
Aangenomen: naar Drachten (Ev.) A. de Willigen te Heinkenszand — naar Aalten (toez.) G. P. Klein te West-Terschelling.
Bedankt: voor Coevorden (Evangelisatie), W. Vlashouwer, cand.-hulppr. te Zwaagwesteinde — voor Blokzijl H. Nobel te Reitsum ca.
Gereformeerde Kerken.
Beroepen: te Rotterdam-C. (vac.-dr. Kuyper) A. J. van Sluijs te Zonnemaire, (vac. wijlen ds. Velders) dr. R. Schippers te Wanswerd — te Bruchterveld cand. A. Brink te Hoogersmilde.
Christelijke Gereformeerde Kerk.
Beroepen: te Harderwijk M. Baan te Bussum.
Gereformeerde Gemeenten.
Tweetal: te Amsterdam-C, J. D. Barth te Dordrecht en A, van Stuyvenberg te Benthuizen.
Beroepen: te Vlaardingen P. Honkoop te Den Haag.
Bedankt : voor Lisse J. Fraanje te Barneveld.
TOEGELATEN TOT DE EVANGELIEBEDIENING.
Door het Prov. Kerkbestuur van Noord-Brabant en Limburg is tot de Evangeliebediening in de Ned. Hervormde Kerk toegelaten de heer Gerh. Huls, theol. cand. aan de R. U. te Utrecht. Wegens leeftijdsredenen is deze candidaat nog niet beroepbaar, doch hij is gaarne bereid om in onze Herv. Geref. Gemeenten des Zondags voor te gaan in den dienst des Woords. Zijn adres is Holkerstraat 21, Nijkerk o.d. Veluwe.
AFSCHEID, BEVESTIGING EN INTREDE.
Hagestein.
Na des morgens bevestigd te zijn door zijn vader, ds. K. J. V. d. Berg, van Amersfoort met een predikatie over 2 Tim. 2 vs. i, heeft ds. P. van de Berg j.l. Zondagmiddag zijn intrede gedaan als predikant der Ned. Hervormde Gemeente te Hagestein, sprekende over Luc. 11 : 2c.
Aan de handoplegging namen deel de bevestiger en ds. H. N. Fruijt van Everdingen. De jonge leeraar sprak na zijn intreepreek toe den kerkeraad, kerkvoogden en notabelen, den consulent ds. Poot van Ameide en ds. Sonnenberg van Molenaarsgraaf, ds. Wisgerhof van Schelluinen, ds. Cirkel van Leerbroek, zijn ouders, den burgemeester en de gemeente van Hagestein. Hij werd toegesproken door ds. Fruijt namens kerkeraad en gemeente en als consulent, door den burgemeester van Hagestein en door ds. Poot namens de vrienden. Toegezongen werd Psalm 134 : 3.
Ds. J. LOOS.
Arnhem. Ds. J. Loos te Arnhem, die het beroep naar de Ned. Herv. Gemeente van Workum (Fr.) heeft aangenomen, hoopt Zondag 15 October, des avonds om 7 uur in de Groote Kerk van zijn tegenwoordige gemeente afscheid te nemen.
Ds. A. J. W. VAN INGEN MET EMERITAAT.
Dordrecht. Naar wij vernemen heeft ds. A. J. W. van Ingen aan den kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente alhier medegedeeld, dat hij voornemens is tegen 1 Februari a.s. emeritaat te vragen.
Ds. van Ingen, die 2 dezer den 63-jarigen leeftijd bereikte, hoopt 7 Januari a.s. zijn 40-jarige ambtsbediening te herdenken. Sinds 20 September 1925 diende hij de Ned. Herv. Gemeente te dezer stede. Voordien stond hij te Bergschenhoek, te Klundert, te Gameren en te Hattem.
Ds. S. VAN DORP TE 's-GRAVENHAGE VRAAGT EMERITAAT.
Men schrijft ons uit 's-Gravenhage :
Weemoed vervult ons hart nu onze, zoo zeer geliefde en hooggeachte herder en leeraar, ds. van Dorp, om gezondheidsredenen emeritaat heeft moeten aanvangen.
Deze emeritaatsaanvrage komt niet geheel onverwacht. Vooral zij, die ds. van Dorp van zeer nabij kennen, weten onder welke moeilijke omstandigheden hij reeds sinds geruimen tijd zijn ambt heeft vervuld, met een toewijding die zijn krachten schier te boven ging. Het was de liefde voor zijn ambt en zijn groote zorg voor zijn gemeente welke hem, met een voor ons beschamende trouw, zoo lang er van heeft doen afzien; zijn arbeid neer te leggen. Op ontroerende wijze heeft hij getoond niet een huurling te zijn die geen zorg voor zijn schapen heeft, doch als een herder, wien de schapen eigen zijn, heeft hij zich zoo lang mogelijk gegeven, totdat zijn Zender hem te kennen gaf : het is genoeg. Ontzaglijk veel heeft het ds. van Dorp gekost den herdersstaf te moeten neerleggen. Moge hij, nu deze beslissing na veel worsteling eenmaal gevallen is, door den Oppersten Herder geleid worden in grazige weiden en door Diens stok en staf vertroost worden.
In ds. van Dorp verliest onze Haagsche gemeente een leeraar, die een lichtend en blijvend spoor nalaat. Hij was een man des vredes, doch die voor onze gereformeerde beginselen pal stond. De Kerk onzer Vaderen had in hem een toegewijd dienaar, wiens vurige bede het was dat deze helaas ook door onze zonden diep-gevallen Kerk, weer meer en meer mocht worden een pilaar en vastigheid der Waarheid. Dit kwam o.a. duidelijk naar voren in zijn in druk verschenen tijdrede „Boete en bede", indertijd gehouden naar aanleiding van de herdenking der Afscheiding.
Een groote plaats heeft ds. van Dorp in onze gemeente ingenomen. Wie, die ze bijwoonde, zal b.v. ooit zijn Bijbellezingen vergeten, die steeds met groote belangstelling werden gevolgd. We denken inzonderheid aan de bespreking van Johannes 14 en 15 en van de brieven aan de zeven gemeenten, zooals deze in de Openbaring van Johannes voorkomen. Het zijn onvergetelijke uren geweest. Voor menigeen werd het toeven in het wijkgebouw „Elim" ook inderdaad tot een Elim.
Steeds was het de begeerte van Z.Eerw. om zoowel op den kansel als in het catechisatielokaal of waar dan ook, Gods Woord recht te snijden, waarbij hij zich diep afhankelijk wist van de toepassende Werking des Heiligen' Geestes. Zijn prediking was niet in bewegelijke woorden van wijsheid, doch in allen eenvoud, gedrongen door de liefde van Christus. „Gods Woord alleen, maar ook Gods Woord geheel", stond hem steeds voor oogen. Hij beschouwde het als zijn lastbrief om het den rechtvaardige aan te zeggen dat het hem wèl en den goddelooze dat het hem kwalijk zal gaan. Het gekrookcs riet werd door hem niet verbroken en de rookende vlaswiek niet uitgebluscht. Terwijl de dienst des Heeren door hem werd aangeprezen op een wijze, die deed herinneren aan het : „wij bidden u van Christus' wege, laat u met God verzoenen". Kostelijk waren, om slechts iets te noemen, zijn vervolgpredikaties over den herderspsalm (Psalm 23). De gemeente werd daarbij inderdaad geleid in de gra zige weiden van Gods Woord. Van dat Woord, waarvan het ds. Van Dorp een genade, vreugde en eere was een Bedienaar te mogen zijn.
Doch genoeg. Den Haag verliest in ds. Van Dorp een begenadigd prediker. Het is de vurige bede dat wij, nu het vaststaat dat ds. Van Dorp met emeritaat gaat, we zeer binnenkort in de vacature ds. Pothumus Meyjes (ook een begenadigde prediker, welke we zeer tot ons leedwezen missen) een dominé beroepen mogen zien in den geest van ds. Van Dorp. Dit zou voor een groot deel der Haagsche gemeente een reden tot groote dankbaarheid zijn, terwijl wanneer daarin op een andere wijze wordt voorzien, dit diepe smart zou veroorzaken. En niemand zou liever zien dan ds. Van Dorp zelf, dat in de thans reeds bestaande vacature een geestverwant zou worden beroepen. Moge Z.Eerw. en wij die. begeerte des harten vervuld zien. Het zal onze gemeente ten goede komen.
God doe Zijn aangezicht over onzen herder en leeraar lichten.
D. VAN LUTTERVELT.
Ds. D. van Luttervelt te Schalkwijk (Utr.), die heden eervol emeritaat ontving, hpopt 29 October e.k. afscheid te nemen van zijne gemeente en zich metterwoon te gaan vestigen in Utrecht, Wittevrouwensingel 56.
NED. HERV. GEM. TE 's-GRAVENHAGE.
Van de 19 predikantsplaatsen der Ned. Herv. Gem. te Den Haag zullen er binnenkort practisch slechts 13 bezet zijn. Ds. G. B. Westenburg heeft tegen i Oct. emeritaat aangevraagd ; ook ds. S. van Dorp.
De vac. dr. Posthumus Meyjes is nog onvervuld.
Ds. K. H. E. Gravemeijer zal emeritaat aanvragen wegens het aanvaarden van de secretaris-functie der Synode. En twee predikanten, ds. J. Ravesloot en dr. L. D. Terlaak Poot, zijn als reserve-veldpredikers momenteel aan hun werk in de gemeente onttrokken.
BEROEPINGSWERK BEGONNEN.
Den Haag. De Kerkeraad der Ned. Herv. Gem. heeft van den Minister van Financiën handopening verkregen voor de vervulling van de vacature, ontstaan door het emeritaat van dr. E. J. W. Posthumus Meyjes.
Bij den Kerkeraad kwam een lijst in met ongeveer 400 handteekeningen van gemeenteleden, die in de vac; Posthumus Meyjes gaarne een predikant van den Gereformeerden Bond in de Ned. Hervormde Kerk zouden beroepen zien.
De Kerkeraad heeft de groslijst voor deze vacature bereids opgemaakt. Ze telt 48 namen, waaruit 5 October een drietal zal worden gevormd.
NED. HERV. GEM. TE APELDOORN.
De Kerkeraad van Apeldoorn heeft het verzoek van den Gereformeerden Bond, om in de vacatureds. H. J. E. Westerman Holstijn één van zijn richting te beroepen, voor kennisgeving aangenomen
Er is óók nog een vacature door de ontslagaanvrage van ds. Romijn.
NED. HERV. GEM. TE AMSTERDAM.
In de Maandagavond gehouden vergadering van den Algemeenen Kerkeraad zijn drietallen gesteld in de vacatures wijlen ds. Kloosterman en dr. Engelberts, die met emeritaat gaat.
Vac. ds. Kloosterman. In de vac. ds. Kloosterman was door de Commissie voor het Verkiezingswerk het volgende drietal aangeboden : ds. G. Grootjans Thzn. te Vlaardingen ; ds. H. C. J. Hoogendijk te Roermond en ds. A. C. van Uchelen te Meppel.
Bij eerste vrije stemming werd ds. Grootjans met 96 van de 135 geldige stemmen als no. i op het drietal geplaatst. Bij de volgende vrije stemming ds. Hoogendijk met 100 van de 144 stemmen als no. 2. En bij de derde vrije stemming ds. Van Uchelen met 97 van de 128 stemmen als no. 3 op dit drietal.
We merken hierbij op, dat bepaald is dat de predikant, die in de vac.-Kloosterman beroepen wordt, tevens belast zal zijn met de geestelijke verzorging van het Ned. Hervormd Diaconessenhuis.
Vac.-dr. Engelberts. In de vac.-dr. Engelberts waren voorgedragen : ds. P. A. Klüsener te Bodegraven ; ds. A. J. van Rennes te Strijen en ds. J. E.
Uitman te Groningen.
Bij eerste vrije stemming werd ds. Klüsener met 95 van de 121 geldige stemmen als no. i op het drietal geplaatst. Bij de volgende vrije stemming ds. Van Rennes als no. 2 met 114 van de 126 stemmen. En bij de derde vrije stemming ds. Uitman met 120 van de 136 stemmen als no. 3 op dit drietal.
(De Standaard.)
PROF. DR. A. J. WENSINCK
Leiden, 19 Sept. Na een langdurig ziekbed is in den afgeloopen nacht te zijnen huize op 57-jarigen leeftijd overleden prof. dr. A. J. Wensinck, hoogleeraar in het Hebreeuwsch, Arabisch, Syrisch en den Islam aan de Leidsche Universiteit.
De teraardebestelling is vastgesteld op Vrijdagmiddag a.s. te I uur op de begraafplaats nabij het Groene Kerkje te Oegstgeest.
KERKBOUW.
Omtrent de kwestie : bouw van een nieuwe Eilandskerk of wederingebruikneming van de Noorderkerk, heeft de Kerkeraad van Amsterdam nog geen beslissing genomen.
GELDERSCH-OVERIJSSELSCHE PREDIKANTEN-VEREENIGING.
Donderdag 21 Sept. werd in de Groote Sociëteit (Oude Wand) te Zutphen, 's morgens 10.45 uur, een vergadering gehouden van de Geldersch-Overijsselsche Predikanten-vereeniging. Prof. dr. S. F. H. J. Berkelbach van der Sprenkel sprak over : „De beteekenis van de theologie van Karl Barth voor de gemeente, en ds. J. C. Roose, van Groningen, over: „Huwelijks- en gezinsvragen in dezen tijd".
GIFTEN EN LEGATEN.
Het bestuur van „Effatha", Chr. Instituut voor Doofstomme kinderen te Voorburg, ontving van wijlen mevr. wed. N. Gijselaar—Van Dam een legaat van ƒ 100.—.
Door bemiddeling van den heer L. F. Carrière, administreerend kerkvoogd der Ned. Herv. Gem. te 's-Gravenhage, werd met bijzondere erkentelijkheid van den heer N.N. ten behoeve van de Ned. Herv. Diaconale Crisiskas aldaar een bankbiljet van 1000 gld. ontvangen.
ONZE DYNASTIE.
Onze Koningin, die nu 59 jaar geworden is, is reeds meer dan 40 jaar regeerende Vorstin. In het „Algemeen Weekblad" is een stukje overgenomen, waarin dit te lezen staat :
Prins Willem I regeerde 12 jaar ; Prins Maurits 40 jaar ; Prins Frederik Hendrik 22 jaar ; Prins Willem II 3 jaar ; Prins Willem III 30 jaar ; Prins Willem IV 4 jaar ; Prins Willem V 29 jaar ; Koning Willem I 27 jaar ; Koning Willem II 9 jaar ; Koning Willem III 41 jaar ; Koningin Wilhelmina 41 jaar. Met haar Vader, Koning Willem III, heeft onze Koningin dus het langst van haar geslacht geregeerd.
DE NORMAALSCHOOL TE ZETTEN.
De Normaalschool te Zetten tot opleiding van onderwijzeressen aan onze Christelijke Scholen, bestond 75 jaar. De heer J, Dekker, de pas benoemde directeur, wijst op „het eigen karakter" der school. Zij was de eerste in Nederland, waar meisjes tot onderwijzeres werden opgeleid en is nóg de eenige Protestantsche Kweekschool voor meisjes. Voorts is de school een deel van de Heldring-gestichten. De stichter heeft dat zoo bedoeld. Hij zei : „ieder gesticht tot redding van verwaarloosden voldoet slechts dan aan het doel, wanneer daarnaast een opleidingsschool bestaat voor niet-verwaarloosden tot een hoogere bestemming".
De heer Dekker — tot voor kort was dr. Kalsbeek de directeur — voegt er aan toe : , Nergens kunnen kweekschoolleerlingen, ook al komen ze verder met de gestichten niet in aanraking, van zoó dichtbij het werk van de Christelijke liefde zien en de noodzakelijkheid daarvan leeren als hier. Daardoor moeten in Zetten opgeleide onderwijzeressen met open oogen in het leven staan en diep de behoefte gevoelen van een aan Christus overgegeven leven, dat zich aan anderen wil wijden".
De directeur zeide, dat de Normaalschool thans één van de 22 Protestantsche Kweekscholen is en liet daarop volgen : „Aan ons de taak te zorgen, dat ze blijft, wat ze voor velen reeds is : één uit duizend !"
(De Bode der Heldring-gestichten).
EEN WOORD VAN LUTHER.
„Al wist ik, dat over twee uren Christus weer zou komen in heerlijkheid, dan zou ik toch nog de appelboomen in mijn tuin planten !"
Dus : In deze angstige dagen is het onze plicht om rustig door te gaan met onzen arbeid ; dat is Gods eisch !
EEN WOORD VAN MELANCHTON.
Melanchton drukte de kerkvisitatoren op 't hart : „De menschen moeten ook van tijd tot tijd vermaand worden, wanneer men over de Sacramenten preekt, dat zij hun Doop bedenken en beleven. Zij moeten onderricht worden, dat de Doop niet alleen beteekent dat God de kleine kinderen wil aannemen, maar dat Hij het geheele leven des menschen opvordert".
Deze beteekenis van den Heiligen Doop voor het geheele leven wordt in ons Doopsformulier op zoo treffende wijze uiteengezet.
MAG EEN PREDIKANT WONEN BUITEN ZIJN GEMEENTE ?
Het schijnt voor te komen, dat meer dan één predikant niet in zijn gemeente woont, maar elders een huis zoekt. Bij de Synode was nu uit Arnhem een voorstel ingekomen om in het Reglement voor de Kerkeraden een nieuw artikel op te nemen, waarin voorgeschreven wordt dat de predikant in zijn gemeente moet wonen, zij 't ook met mogelijkheid van dispensatie.
De Synode heeft uitgesproken, dat nu reeds de reglementen in deze duidelijk genoeg spreken, en dat daarom een nieuwe bepaling niet noodig is.
SALARISSEN ZENDELINGEN.
Het Zendingsbureau te Oegstgeest meldt ons het volgende : In aansluiting aan ons vorig bericht, kunnen wij mededeelen, dat het ons gelukt is zooveel geld te leenen, dat de halve salarissen voor September in Indië kunnen worden betaalbaar gesteld. Wij vertrouwen, dat we spoedig in staat gesteld zullen worden het volle bedrag, dat maandelijks noodig is, weer te kunnen zenden en de gemaakte schuld af te doen.
DE DUITSCHE KERKSTRIJD.
De president van den Evangelischen Opper-Kerkeraad, dr. Werner, die practisch de Duitsche Evangelische Kerk bij ontstentenis van elk wettig bestuur alleen leidde, heeft zich — zoo meldt het N.C.P. — gewend tot de conferentie van kerkleiders en hun verzocht een vertrouwensraad te vormen, die dan samen met hem het bestuur der Duitsche Evangelische Kerk tot nader order uitmaken zal. De conferentie van kerkleiders aanvaardde dit en benoemde in den.vertrouwensraad landsbisschop dr. A. Mahrarens, Hannover, landsbisschop Schultz, van Schwerin (Duitsch-Christelijk) en dr. Hymmen, vice-president van den Evangelischen Opperkerkeraad.
De vier heeren werden reeds door den rijksminister voor kerkelijke aangelegenheden, Kerrl, ontvangen.
De vorige wereldoorlog (1914-1918)
III.
Oostenrijk had dus, den oorlog verklaard aan Servië, 28 Juli 1914. Rusland mobiliseerde. Frankrijk maakte zich tot den krijg gereed. Duitschland riep zijn leger op. Aan Rusland werd 1 Aug. de oorlog verklaard, aan Frankrijk op Maandag 3 Aug.
En wat deed Nederland ?
Toen de toestand in Europa zóó plotseling veranderd was (hoewel het oorlogsgerommel al lang in de verte was gehoord, maar uitwendig was toch alles „rustig" gebleven) en de oorlogstoestand op angstwekkende wijze was ingetreden, zoodat we hier totaal versteld stonden, moest ook de Nederlandsche regeering de maatregelen nemen, die noodig waren om het Nederlandsche grondgebied te beschermen tegen een inval of een doortrekken van welke der strijdende partijen ook. Met inspanning van alle krachten wilden we onze neutraliteit bewaren. Daarom werd op 31 Juli 's middags half twee de mobilisatie van het leger afgekondigd en binnen korten tijd was de Nederlandsche weermacht, onder opperbevel van generaal J. C. Snijders, gereed om de neutraliteit van ons land te handhaven. Elken dag kon er immers iets gebeuren, dat de verschrikkelijkste gevolgen kon hebben.
Wij hadden toen het Ministerie Cort van der Linden (1914—'18). In dat Kabinet hadden zitting : mr. P. W. A. Gort van der Linden (Binnenlandsche Zaken) ; N. Bosboom (Oorlog) ; mr. M. W. F. Treub (Financiën) ; J. J. Rambonnet (Marine) ; mr. Th. B. Pleyte (Koloniën); dr. F. E. Posthuma (Landbouw); jhr. J. Loudon (Buitenlandsche Zaken) ; mr. B. Ort (Justitie) en dr. C. Lely (Waterstaat). Op 3 Aug. kwam de volksvertegenwoordiging bijeen en legde de grijze minister-president, Cort van der Linden, in de Tweede Kamer de verklaring af : „Wij zijn gereed en 'besloten onze onzijdigheid, en moet het, ons volksbestaan te handhaven met al onze kracht. Ons voegende naar Gods wil, wachten wij vastbesloten en koelbloedig af, wat de toekomst brengt".
En de Tweede Kamer toonde zich in dit oogenblik niet de vertegenwoordiging van verschillende partijen, maar van het Nederlandsche volk. Zij luisterde naar wat jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman zei : „Laat ons bedenken, dat alles wat naar partijdigheid zweemt, thans ter zijde moet worden gesteld. In het leger dienen niet partijen, maar Nederlanders !"
En de leider der Sociaal-Democraten, mr. P. J. Troelstra, verklaarde : „Indien er eenige regeering in Europa is, die onschuldig is aan de verschrikkelijke misdaad, die thans over Europa is losgelaten, dan is het — we mogen het met trots zeggen — wel de regeering van ons land. Om deze reden mogen mijn geestverwanten, die met mij het militairisme afkeuren, dit bedenken : zij hebben hun afkeuring te richten tegen het stelsel, dat wij bestrijden ; zij hebben hun afkeuring niet te richten tegen deze regeering. Zij hebben hun plicht te doen als Nederlander voor het groote doel, waarvoor ze zijn opgeroepen".
Zoo was er een voorbeeldige éénheid van het Nederlandsche volk, in de ure des gevaars. Ieder was onder den indruk van den ernst der tijden !
Zoodra Duitschland den Franschen den oorlog had verklaard, richtte de Duitsche regeering het verzoek tot de Belgische, om door België te mogen trekken, terwijl oorsjjronkelijk het plan was door Nederland den weg naar het strijdtooneel te kiezen. Men wilde op die manier in den kortst mogelijken tijd over de onbeschermde Noord-Fransche grens het grondgebied van den vijand bereiken, onder de leuze : naar Parijs !
De regeering van Koning Albert antwoordde, dat zij een dergelijke schending van België's neutraliteit niet zou kunnen toestaan. En toen rukten de Duitsche legers op, vlak 'bezuiden de Nederlandsche grens, om wederrechtelijk hun voet te zetten op Belgisch grondgebied. Men noemt dat „oorlogs-recht". Maar men maakte inbreuk op het verdrag van 1839, waarbij ook Pruisen de onzijdigheid van België had gewaarborgd.
Ware het Duitsche leger iets Noordelijker gegaan, dan had het het grondgebied van Nederland geschonden, om zóó België binnen te vallen — en ook Nederland zou dan in den oorlog zijn gewikkeld en het had tegen Duitschland moeten strijden.
Dat de Duitschers dat niet hebben gedaan hebben we, onder Gods voorzienig en genadig bestel, te danken gehad aan de uitstekende organisatie en opgevoerde weerkracht van het Nederlandsche leger tengevolge van de door minister H. Colijn in 1912 ingediende legerwetten. De oprukkende Duitsche legers wilden liefst geen vijand ter grootte van de Nederlandsche weermacht in den rug hebben bij hun opmarsch naar Frankrijk. Aan Neêrlands neutraliteit was hun veel gelegen en daarom heeft de Duitsche legerleiding ten slotte besloten Neêrlands grond niet te betreden. Men vond het niet geraden straks een aanzienlijk deel van z'n strijdmacht af te staan, om tegen Nederland op te rukken.
De schending van België's neutraliteit bracht aanstonds een nieuwen vijand in het veld : Engeland. Krachtens zijn verbondsplicht was dit rijk gehouden Frankrijk en Rusland bij te staan; en reeds had de Britscheregeering aan Frankrijk toezegging gedaan van bescherming door haar vloot, wanneer de Duitsche vloot tegen de Fransche kust of tegen de Fransche schepen vijandelijkheden ondernam, maar toen in den middag van 4 Aug. de tijding van de overschrijding van de Belgische grenzen in Londen kwam, eischte de Britsche regeering van Duitschland, dat het zich houden zou aan het verdrag van 1839 ; en vóór 12 uur in den nacht moest Berlijn verklaren, dat zijn troepen de opmarsch in België niet zouden voortzetten.
De Duitsche regeering antwoordde niet op het „ultimatum" van Engeland en zoo stond 5 Aug. het Britsche rijk aan de zijde van Frankrijk en Rusland in oorlog met het rijk van Wilhelm II.
De wereldbrand was losgebroken.
(Wordt voortgezet.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's