De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

GEESTELIJK PARAAT
Zooals wij de vorige week schreven, is onze weermacht paraat d.w.z. leger en vloot zijn zoo uitgerust en geoefend en de stellingen en andere verdedigingswerken zijn in die mate versterkt en bewapend, dat onder het beding van Gods gunst de loop der dingen buiten onze grenzen met gerustheid en vertrouwen kan worden afgewacht.
Toch is het niet voldoende, dat land- en zeemacht paraat zijn ; zij moeten ook, zoolang de mobilisatie duurt, paraat blijven.
Daartoe hebben overheid en volk al die maatregelen te treffen en zich al die offers te getroosten, die noodig zijn, om wat tot stand kwam, ook intact te houden.
Dit geldt in de voornaamste plaats de verzorging van de materieele en geestelijke behoeften der gemobiliseerden.
Tot de eersten, de materieele behoeften, behooren de regelingen, die op het oog hebben de verzorging der gezinnen van hen, die tengevolge van de mobilisatie onder de wapenen zijn geroepen en de gelegenheid, die aan de gemobiliseerden gegeven wordt, om als het maar even kan, eigen zaken te behartigen. Wat de verzorging der gezinnen betreft, kent de dienstplichtwet het instituut van de kostwinnersvergoeding.
Deze vergoeding kan tot een maximum bedrag van ƒ 2.50 per dag toegekend worden. De Regeering heeft intusschen, nu de loonen van verschillende dienstplichtigen boven het bedrag van ƒ 17.50 per week uitgaan, maatregelen in voorbereiding, welke strekken om de maatschappelijke zorgen van de buitengewoon onder de wapenen geroepen dienstplichtigen zooveel mogelijk te verlichten. Daartoe zal o.a. het bedrag, dat ten hoogste aan kostwinnersvergoeding kan worden genoten, van ƒ 2.50 op ƒ 3.— per dag worden gebracht, terwijl in bijzondere gevallen het bedrag van ƒ 3.— met machtiging van den Minister van Defensie nog eenigermate zal mogen worden overschreden.
Voorts is een regeling te wachten, welke beoogt steun te verleenen aan diegenen, die door opkomst in militairen dienst in onoverkomelijke moeilijkheden zijn geraakt en met toekenning van kostwinnersvergoeding niet of niet voldoende geholpen zijn.
De Regeering heeft het hoofdbestuur van de Koninklijke Nationale Vereeniging tot steun aan miliciens bereid gevonden zich met de uitvoering van deze regeling te belasten. Daar deze vereeniging voor dit doel niet over voldoende geldmiddelen beschikt, heeft de Regeering haar een zeker bedrag aan subsidie toegezegd met de bepaling, dat deze subsidie zal worden verhoogd met een gelijk bedrag als de vereeniging van andere zijde aan bijdragen mocht ontvangen. Wanneer dus iemand de vereeniging steunt hetzij met ƒ 50.—, hetzij met een kwartje of een dubbeltje, kan hij er op rekenen, dat het Rijk er evenveel bijlegt.
Hier kan het particulier initiatief prachtig werk verrichten.
Wat de zakenverloven aangaat, blijkt het dagelijks uit brieven, welke b.v. de Kamerleden van, de gemobiliseerden ontvangen, hoe hoog noodig het is, dat de Regeering ook aan deze aangelegenheid denkt. Het toekennen reeds van twee dagen verlof in de 14 dagen toont aan, dat de goede geest onder hen, die onder de wapenen werden geroepen, door het verlof wordt bevorderd.
Het valt intusschen te begrijpen, dat een regeling tot het verleenen van klein verlof, zonder dat daardoor de paraatheid van de weermacht in gevaar komt, niet zoo eenvoudig is.
Toch zal zulk een regeling niet kunnen uitblijven. Zelfs moet met de zaak groote spoed worden gemaakt. Er zijn gevallen bekend, die het verleenen van zakenverlof dringend noodig maken.
Vraagt dus de voorziening in de materieele behoeften der gemobiliseerden, — voorzoover deze nog uitbleef — de volle aandacht der Regeering, niet minder is dit het ge^al met de geestelijke verzorging der opgekomen dienstplichtigen.
Eigenlijk ligt deze verzorging meer op dea weg der Kerken en der burgerij, dan op dien van de Overheid, al laat deze zich niet onbetuigd, blijkens het in dienst stellen van niet minder dan 160 reserve-veldpredikers.
De ongewone omstandigheden en de geheel vreemde omgeving, waarin de gemobiliseerden plotseling zijn komen te verkeeren, kunnen een nadeeligen invloed op hen uitoefenen. De verleiding komt in verschillenden vorm op hen aan, met name het regelmatig bezoeken van cafe's, bioscopen en dergelijke inrichtingen meer.
Daarom verrichten de militaire tehuizen uitnemend werk. Deze inrichtingen moeten den steun van heel ons Christenvolk hebben. Er mag geen gemeente, waar krijgsvolk gelegerd is, kunnen worden aangewezen, of er moet een tijdelijk militair tehuis gevestigd zijn.
Niet alleen moet de weermacht militair paraat, maar ook geestelijk paraat zijn. Dit eischt een goede landsverdediging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's