De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

SAMUËL. MARESIUS GEEN AANTREKKELIJKE FIGUUR

5 minuten leestijd

II.
Maresius als predikant en hoogleeraar in Frankrijk. (Slot).

Te Sedan was Maresius behalve predikant der gereformeerde kerk, ook hoogleeraar aan de academie, die in 1602 door Henri de la Tour d' Auvergne was gesticht. Vele Hugenoten, die zich in Parijs niet veilig voelden, vonden te Sedan een rustig toevluchtsoord.
Ving Maresius met preeken terstond aan, — wat zijn professoraat betreft, kreeg hij een jaar, om door studie zich tot dezen arbeid voor te bereiden.
Toen Maresius gedurende zeven maanden zijn gewone werkzaamheden had verricht, kwam er van de provinciale synode te Charenton plotseling een mededeeling, dat hij voor zes maanden was geschorst. De reden hiervan was wellicht, dat de roeping naar Sedan door hem was aangenomen, zonder vooraf bedoelde synode te hebben geraadpleegd. Ook zijn ontijdig vertrek uit Falaise, waar hij voor één jaar was aangesteld, zou met zijn schorsing hebben verband gehouden. Mogelijk zijn er ook persoonlijke motieven van enkele leden der synode in het spel geweest.
Het vonnis der Fransche synode werd echter, na onderzoek der zaak, vernietigd, omdat bleek, dat de kerken van Sedan een eigen ,,lichaam" vormden, en dus buiten die in Frankrijk vielen.
Om echter een conflict tusschen beide kerkengroepen te ontgaan, ging Maresius, na verkregen verlof, een reis maken.
Tijdens een verblijf te Leiden promoveerde Maresius tot doctor in de theologie op een verhandeling over de rechtvaardiging des menschen voor God. Tegenover de opvattingen van Roomschen, Anabaptisten en Remonstranten, stelde hij de leer der Heilige Schrift, terwijl hij ook het practisch element van het leerstuk niet verwaarloosde. Door zeer velen werd de promotie bijgewoond, en in een toespraak heeft Maresius aan de Nederlandsche academie zijn bizonderen dank betuigd voor liet feit, dat zij hem als buitenlander deze eer had willen aandoen.
Na dit bezoek aan Holland, waar hij verschillende steden bezocht, en met onderscheidene theologen een ontmoeting had, stak hij naar Engeland over. Hij bleef hier maar kort, en deed daarna nog enkele steden in Frankrijk aan, waarna hij te Sedan op 16 October 1625 terugkeerde.
Op 2 Mei 1628 trad Maresius in het huwelijk met Abigail Legrand, een weduwe, wier man in 1622 gestorven was, zonder kinderen na te laten. Haar man was een zeer rijk koopman geweest, zoodat de weduwe wellicht niet onbemiddeld was, toen zij met Maresius trouwde. Drie kinderen werden hun te Sedan geschonken ; het derde stierf helaas spoedig. Enkele jaren vóór z'n vertrek uit Sedan was Maresius nog veld- en hofprediker in dienst van Hertog Frederic Maurice en Prinses Elisabeth.
Allerlei verwikkelingen en relaties leidden er toe, dat Maresius een beroep naar Maastricht aannam, waar hij op 3 October 1632 zijn eerste preek hield.

Predikant te Maastricht.
Maresius' eerste werk was het organiseeren der Fransch-sprekende gereformeerden tot een gemeente.
Trad hij vroeger tegen de Roomschen soms heel heftig op, — thans trachtte hij hen meer met tact en gematigdheid voor de zuivere leer te winnen. Zoo preekte hij bijvoorbeeld met opzet over den lofzang van Maria, om den Roomschen te laten zien, dat ook onder de gereformeerden de moeder des Heeren met onderscheiding werd behandeld.
Zegen op zijn werk bleef niet uit. Allengs nam de gemeente in ledental toe.
Met alleen tot Maastricht beperkte Maresius' werkzaamheden zich. Ook de belangen van vele gereformeerden in de Landen van Overmaas gingen hem ter harte, wat blijkt uit zijn preeken in andere plaatsen, als ook uit het vormen eener classis, waartoe het mede door zijn bemoeiingen kwam.
Onthield Maresius te Maastricht zich aanvankelijk zooveel mogelijk van polemiek tegen de Roomschen, — weldra bleek het, .dat hij in een dergelijke houding niet kon volharden.
Naarmate de tegenstand en de propaganda van Roomsche zijde toenam, naar die mate was hij wel genoodzaakt, scherper stelling tegenover allerlei bijgeloof te nemen.
In woord en geschrift verdedigde Maresius de reformatorische leer, de Roomsche geestelijkheid er van beschuldigend, dat zij den kandelaar onder de korenmaat had geplaatst.
Vele publicaties zijn er van Maresius' hand in deze periode verschenen.
Tijdens hun verblijf te Maastricht werd Maresius en zijn vrouw nog een zoon geboren.

Verblijf in 's-Hertogenbosch.
Met veel genoegen ging Maresius op een beroep naar deze stad in. Want reeds lang te voren had hij aan Rivet geschreven, dat het hem een groot genoegen zou zijn, wanneer hij het onaangename Maastricht, waar hij naar alle zijden had moeten strijden, eens zou kunnen verlaten.
Als dienaar der Waalsche kerk deed Maresius op 18 Mei 1636 te 's-Hertogenbosch zijn intree.
Algemeen is het oordeel, dat hij met groote nauwgezetheid zijn werk heeft gedaan, en dat het hem aan organiseerend talent niet heeft ontbroken. Op heel het gemeenteleven drukte hij z'n stempel.
Spoedig reeds na zijn komst in Den Bosch, werd de Latijnsche school aldaar omgezet in een illustre, en aan Maresius het ambt van hoogleeraar opgedragen.
De polemiek tegen Rome vertoont tijdens dit tijdvak een inzinking. Wel zagen nog een drietal geschriften tegen het pausdom het licht, maar het forsche en scherpe uit zijn Maastrichtsche periode is er af. Ook de toon zijner bestrijding is matter en minder levendig.
Een nieuw punt van strijd was hier de Illustre Lieve-Vrouwe-Broederschap : een vereeniging, waarvan zoowel roomschen als gereformeerden konden lid zijn.
Voetius was een heftig tegenstander dezer vereeniging. Maresius daarentegen wees op haar onschuldig karakter, en betoogde, dat de broederschap geen religieus, maar een burgerlijk en politiek karakter had. Het bevorderen eener goede samenleving was volgens Maresius het uitsluitend doel. Daar verschei­dene leden van Maresius' kerkeraad behoorden tot de broederschap, vreesde deze, dat zijn gemeente gevoelige verliezen zou hebben te boeken gehad, wanneer hij zich ontpopt had als een heftig bestrijder der vereeniging. Ook hoopte Maresius, dat een wederzijdsch begrijpen tot betere verhoudingen zou leiden, terwijl hij het ook niet onmogelijk achtte, dat vele roomschen op den duur voor de reformatorische leer konden gewonnen worden. Voetius voelde voor een dergelijke soepelheid, die naar zijn meening de heiligste principes verzaakte, echter niets, evenmin als Rivet.
Gedurende Maresius' verblijf in 's-Hertogenbosch werd zijn gezin wederom uitgebreid met een drietal kinderen.
Intusschen verlangde Maresius weer naar een anderen werkkring, welken hij vinden zou te Groningen.
Doch daarover volgende week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's