De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

9 minuten leestijd

SCHRIFT EN KERKORDE.
Kerkbouw-rapport. Uitgave : Bosch & Keuning, Baarn.
De Commissie tot het opstellen van een rapport over „Schrift en Kerkorde" namens de Vereeniging „Kerkopbouw" is met haar werk gereed gekomen en het Rapport ligt nu voor ons. Het is een behoorlijk boekdeeltje geworden van ruim 40 bladz., klein gedrukt, waarin heel de kwestie van de Kerkorde naar de Schrift, wordt behandeld. Na een paar inleidende paragrafen (over Schrift, Kanon, het O. en het N.T., wetenschappelijke bestudeering van de Schrift, enz.) wordt er dan gehandeld over de Kerk in het O. en in het N.T. ; over Kerk en Staat; over Jezus en de Kerk ; over Matth. 16 VS. 16—19 ; 18 vs. 15—17 ; Matth. 23 vs. 8—12; Hand. 1 vs. 3 enz. Hierop volgt een „Samenvatting". En dan overgaande tot de verdere zakelijke behandeling, volgt § II : Waarom gaf Jezus geen organisatie ? In § 12 wordt gesproken over : de eerste gemeente. In § 13 wordt gehandeld over : opzieners en diakenen. In § 14 over : „verkiezing der Oudsten" ; in § 15 over : de bestaande organisatie ; in § 16 over : Charismatische Diensten : Zending, opleiding der Predikanten. In § 17 komt het onderwerp : Leertucht". In § 18 : De vrouw in de Gemeente ; en in het slotartikel § 19 gaat het over : Presbyteriaal-Synodaal, met enkele stellingen. Waarop dan ten laatste volgt: Register van Bijbelplaatsen. Dit stuk is opgesteld, blijkens mededeeling, door prof. A. M. Brouwer van Utrecht, prof. G. Sevens+er van Leiden en de bijz. hoogleeraar van Groningen dr. C. G. Wagenaar, Ned. Herv. pred. te Leeuwarden.
Het is een stuk, dat in de discussie zeer zeker voortaan zal meetellen en waarop ook nog wel eens critiek zal worden geoefend.
Wij zijn dankbaar, dat we dit stuk hebben ; het kan, wanneer de discussie ernstig voortgezet wordt — en dat moet — ons zeer zeker een stuk vooruit helpen, ook omdat de geschilpunten nu nader onder de oogen moeten worden gezien.

PRESBYTERIAAL OF EPISCOPAAL ?
door dr. R. B. Evenhuis te Scheveningen. Uitgave : H. Veenman en Zonen. Wageningen.
Dit is een uitgave van het Ned. Herv. Verbond tot Kerkherstel, en is een No. van de Serie : Naar het herstel der Kerk. Zooals men misschien weet geeft Kerkherstel een reeks brochures, onderverdeeld in 3 series, de eerste is historisch, de tweede practisch en de derde kerkrechtelijk. In de 1ste serie zijn verschenen : 1. De Kerkorde van 1816 door prof. Haitjema ; 2. De Afscheiding door ds. H. W. te Winkel van Sneek ; 3. De Doleantie door dr. W. J. de Wilde van Den Haag ; 4. Hoedemaker en Kerkherstel, door dr. P. J. Kromsigt. In de 2de serie zijn verschenen : De inrichting van onze Kerk, door ds. G. van der Zee ; Kerkherstel en de oecumenische beweging, door dr. H. J. Honders van Wassenaar ; Kerkherstel en de Jongeren door ds. J. van Kuiken, van Amstelveen, enz. In de 3e serie : Volkskerk—Belijdeniskerk—Vrije Kerk, door ds. v. Deelen van Vaassen ; Leertucht door prof. Haitjema, Kerkorde en Heilige Schrift door dr. W. Lodder ; Herziening der Kerkorde door mr. H. Mulderije van Amsterdam.
En nu is dan no. 3 verschenen (de nummers zijn niet precies na elkaar van de pers gekomen, wat zeer begrijpelijk is en ook volstrekt niet hinderlijk of schadelijk is) van de hand van dr. Evenhuis, Ned. Herv. pred. te Scheveningen, die handelt over de belangrijke (en ook urgente) kwestie : presbyteriaal of episcopaal ?
Wij maken graag dadelijk melding van deze brochure, omdat „toevallig" van Kerkopbouw en nu van Kerkherstel over de organisatie en de ambten der Kerk geschreven wordt.
Dr. Evenhuis gaat van de grondgedachte uit : Christus regeert de Kerk. 1815 laat daarop een donker licht vallen (lijkt het niet als twee druppels water op 't geen nu in Duitschland geschiedt, al in 1939 natuurlijk 1816 niet ; heeft het liberalisme niet gewild, wat ook nu het nationaal-socialisme wil ? ) Het in 1816 opgelegde bestuursapparaat heeft de vraag naar de regeering der Kerk dan ook recht acuut gemaakt ; zoowel in 1834 en 1886, als in 1939 ! Onze Catechismus zegt in vr. en antw. 54 niet anders dan : Christus is het Hoofd der Kerk, en Hij alleen ! (Zondag 21 ; zie ook Zondag 19 ; art. 31 Ned. Gel. bel.). Dit is het hart van ons Gereformeerd Kerkrecht, van onze klassiek-gereformeerde belijdenis. Christus is de eenige bisschop der Kerk ; en de ambtsdragers zijn dienaren van Christus, door wie Christus Zelf regeert (als Koning-Profeet-Priester). En de heerschappij van Christus gedoogt ten eerste geen heerschappij van den Staat over d e Kerk! Dit is het zwakke punt van de Luthersche Kerkorde. In de Dordtsche Kerkorde is, door de. politieke omstandigheden, veel te veel plaats ingeruimd voor de politieke heeren. Maar de synodale bestuursorganisatie van i8i5 is heelemaal een staatscreatuur. En nu moet de Kerk, in gehoorzaamheid aan haar Koning, zelf 1816 ongedaan maken.
Maar gedoogt de heerschappij van Christus geen heerschappij van den Staat over. de Kerk, óók mag er geen hiërarchie of opklimmende priesterlijke macht in de Kerk zijn. Denk aan de Roomsche Kerk. Daar bestaat geen Gemeente, geen ambt der geloovigen, geen ambt van dienaar des Woords, ouderling en diaken, daar is alleen een opklimmende priesterheerschappij met den Paus als hoofd. In Zondag 12 wordt het ambt van Christus en het ambt van den Christen in één verband genoemd. Maar dan heeft Christus de bijzondere ambten voor de Kerk gegeven tot opbouw van het lichaam van Christus. Geen spiritueel anarchisme, maar geestelijke opbouw naar Zijn gemaakt bestek. Over die ambten wordt dan gesproken (blz. 13 enz.), waarbij de moeilijkheden zeker niet mogen genegeerd worden. Maar een waarlijk Schriftuurlijke Kerkorde zal de richtlijnen van de Heilige Schrift willen volgen, gelijk onze Gereformeerde Kerk heeft trachten te doen van den beginne afaan. De ambtsdrager is dan dienaar van Christus en als dienaar van Christus ook dienaar van Zijn gemeente ; en het eene ambt staat niet boven het andere ambt. (Markus 10 VS. 42, 43 ; Matth. 23 vs. 8).
Over de figuur van den superintendent wordt dan gehandeld (blz. 23 enz.), die in de Luthersche Kerk visitator was. Men verwijst dan graag naar de inspectiereizen van Petrus en Paulus. Gelet moet hier ook worden op de Gereformeerde Kerkorde van Londen (1550), waar de dienst van den superintendent „een goddelijke instelling" wordt genaamd. De superintendent moet dan vier dingen doen : i. hij moet goede acht geven op de andere ambtsdragers ; 2, roept hij de andere dienaren geregeld tezamen en bestraft hij hen, die afwijken, naar het Woord ; 3. zorgt hij, dat zijn dienst bijzonderlijk de geheele gemeente ten goede komt ; 4. moet hij een voorbeeld zijn in het zichzelf onderwerpen aan de tucht.
De Schotsche Kerk kent nog heden ten dage den Moderator (men weet, dat ook bij het laatste Reorganisatie-Ontwerp hiervan gesproken werd).
Dr. Evenhuis concludeert hieromtrent: „Zoodat onze conclusie luidt : de figuur van visitator, bekend uit de oud-Gereformeerde Kerkorde, is, hoewel niet noodzakelijk, ten volle aanvaardbaar binnen het kader van een presbyteriale Kerkorde, (bladz. 27).
De slotbeschouwingen (blz. 27—31) zijn in dit opzicht scherp en duidelijk, en Kerkeraden en predikanten krijgen nog heel wat te hooren. Wat ook wel begrijpelijk is. Laten we niet denken, dat we er „zijn", om dan rustig voort te tobben. Tot de Wet en de Getuigenis !

MET GEHEEL UW VERSTAND, door A; Janse, hoofd van de Christelijke School te Biggekerke. Uitgave J. H. Kok te Kampen.
Wij hebben het er maar even bij gezet, dat de schrijver hoofd van de Christelijke School te Biggekerke is ; niet zoozeer om dat Biggekerke, maar wel om te laten uitkomen, dat hier een onderwijsman aan 't woord is. Heel het boek draagt daarvan het stempel, 't Gaat om de school, om den aard en den geest van het onderwijs, dat altijd bedreigd wordt van verschillende kanten. Dan komt het verstand weer te veel aan het woord, en wordt het te intellectualistisch. Dan weer dringt het emotioneele, het gevoel, naar de voornaamste plaats. En de heer Janse, die gewoon is in deze taal te spreken, noemt het dan idolen of afgoden. Nu wil de schrijver er niets van weten, dat we, als christen, ons verstand op non-activiteit zouden zetten. „Menschen, die hun levenstaak liefhebben, zóó, dat zij met geheel hun verstand daarin bezig zijn, nemen in den regel sterk toe in kennis van hun vak". Wordt dan geen kinderen in het verstand ! (i Cor. 14). De gewone levenspractijk en de Heilige Schrift waarschuwen nooit voor „te veel verstand" — zegt de heer Janse. Ook niet voor „te verstandelijk" ? — In humanistische kringen werd de Rede tot een afgod ; als men het merkte, werd deze idool of deze afgod weggeworpen ; een andere afgod wordt opgericht, n.l. „de Persoonlijkheid". Dan komt men voor de rechten van „het gevoel" op. Men spreekt niet van „Ratio", maar van ir-rationeele dingen. En dan komt voor de dorre scholastische redeneering de mystische en mythische levensopvatting zich aandienen als geneesmiddel. In de Kerk werd geroepen : terug van „de leer" tot het „beleven" ; van de statische belijdenis tot het dynamische „actueele", „existentieele" „belijden".
Ook in de school wordt de leus aangeheven : minder verstand, meer „beleven", minder leering, meer vorming der Persoonlijkheid ; minder leerstof en meer belevens-stof.
Nauw leven bij het Woord Gods — den HEERE liefhebben met geheel ons verstand — kan ons behoeden voor beide dwalingen en voor haar verderfelijke vruchten in Kerk en school en elders. Dan behoeven we niet te kiezen tusschen beide partijen. Er komt dan een onderwijzen van de kinderen in de leering van Gods Woord, opdat zij geen „kinderen in het verstand" blijven en oude en nieuwe dingen worden hen .bijgebracht, waarbij de gansche ziel met al haar krachten wèl varen zal. Want de rationalistische dwaasheid maakt dor en dood ; en de persoonlijkheidsvereering brengt eveneens slapheid en magerheid over de zielen. Aldus de Schrijver.
Wij hopen dat dit boek van den heer Janse aan dit groote doel mag beantwoorden, voor de school en voor gansch het leven.
„En Jezus zeide tot hem : Gij zult liefhebben den Heere, uwen God, met geheel uw hart, en met geheel uwe ziel, en met geheel uw verstand dit is het eerste en het groote gebod". (Matth. 22 vers 37. 38).
De Uitgever verzorgde dit boek op uitnemende wijze, zoowel door de mooie, eenvoudige en toch zoo sprekende band, alsook door best papier en prachtletter.
Het spijt ons, dat we de inhoudsopgave hier niet geheel kunnen overnemen, 't Zou de moeite waard zijn. We lazen b.v. het hoofdstuk : „De vrucht der prediking", een bespreking van de gelijkenis van den zaaier. En „de tien woorden des verbonds", een behandeling van de 10 geboden ; en ook : „Het 'S alles „in Christus" — „in hope" — en 't wordt vervuld". En zoo staan er nog véél meer merkwaardige hoofdstukken in. Koopt en leest. Het is een boek voor onderwijzers, ook voor ouders, jeugdleiders, enz. Om elk woord te beamen ? Neen, natuurlijk niet ! De heer Janse is een man van eigen signatuur. Maar om er veel van te leeren en er stil van te genieten. Daarvoor is het boek uitnemend geschikt I

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's