De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

6 minuten leestijd

Geldt in het algemeen, dat wie thans leven, veel meer beleven dan de voorgaande geslachten, wat de laatste tijden ons te zien gaven, reikt daar nog zeer verre hoven uit. Het gaat als met sprongen omhoog. Staat als met donkere letters geschreven : „Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad", wat ons dag aan dag wordt voorgelegd is ontroerend van inhoud en wekt bangheid voor den komenden dag. Wat zal het morgen weer geven ? Zou het kwade nog hooger kunnen rijzen ?
Wij kunnen het verstaan, dat velen in het donkerste pessimisme de toekomst tegenblikken. Het wordt steeds banger, 't Is als een dreigend onweer, dat zich afteekent door heel den hemel met donkere wolken te bedekken, zoodat de vraag rijst : welk uur van den dag zou het wezen ?
Wie tot de ouderen behoort, weet zich nog als de dag van gisteren te herinneren, hoe de groote oorlog van 1914—1918 begon. Wat een angst teekende zich toen af op aller gelaat 1 Hoe bang klopten toen de harten. Wat een vrees werd toen allerwege opgemerkt. Men vroeg om hulp van Boven. Lieden, die zich met God noch Zijn dienst tot nu ooit hadden ingelaten, stonden zoo niet in de voorste rijen, toch zeker niet achteraan om hulp in te roepen van den hemel.
Dit is nu zoo niet meer. Over de oorzaken willen wij thans niet handelen. Alleen zij ons deze opmerking geoorloofd : „de krijg, die thans zich aandient, is jarenlang voorbereid. Eigenlijk gezegd is, wat zich nu vertoont, niet anders-dan een volgend hoofdstuk van denzelfden treurigen krijg, dien men meende te hebben afgesloten door een zoogenaamden vrede, 't Bleef oorlog, alleen in anderen vorm".
Zoo kan het ook gansch geen verwondering wekken, dat de schrik lang zoo geweldig niet is als in 1914. Wat evenwel niets afdoet aan het feit, dat de toestand waarin de wereld thans verkeert, nog schrikwekkender beeld vertoont dan dat wat een kwart eeuw geleden de wereld met weedom vervulde.
'k Vermeen niet, dat wie de algemeene toestand van het heden naspeurt, tot een andere sluitsom zal komen dan dat de toekomst heenwijst naar hoogst ernstige dingen.
Hoogst ernstige dingen, zeiden wij.
Toch mag er één ding bij worden opgemerkt, n.I. voor wie bij het Woord des Heeren leeft, komen deze niet onverwacht. Zij zijn ons aangeduid op het heilig Blad. De Heere heeft er zelfs een klank aan verbonden, die naar iets hoogers henenwijst. Hij zegt : „Vertroost u met deze woorden".
In en hij alles wat de wereld van onze dagen beleeft, maakt de Heere Zijn Woord waar: de dag Mijner komste nadert. Niettemin alle verzet en boosheid van menschen, wordt de raad des Heeren uitgewerkt, zoodat de bede van onze lippen niet mag wijken : Uw Koninkrijk kome.
Geve de Heere ons allen, de dingen rondom ons te beschouwen als Zijn hoog bestel, dan wijkt de vreeze en het hart wordt rustig en stil en onze arbeid wordt in afhankelijkheid van den Heere geen oogenblik onderbroken. Hij zal het maken. Zoo leggen wij ons werk u voor.
Laat me het overzicht van wat dezer dagen bij ons binnenkwam met een enkele correctie aanvangen.
Van collega Ewoldt te Bergschenhoek kreeg ik het volgende schrijven : „Mag ik zoo vrij zijn, U er even attent op te maken — misschien zag U het zelf ook reeds, dat er een druk- of schrijffout staat in de verantwoording van de collecte alhier".
Nu is het eerste wat ik doe, hem mijn oprechten dank te betuigen voor de gemaakte opmerking.
De collecte, gehouden te Bergambacht, bij een spreekbeurt, waarin ds. Van Willigen van Rijssen voorging en waarvan de opbrengst niet minder bedroeg dan ƒ 47.62, stond in de rubriek Financiën aangegeven als te zijn gehouden te Bergschenhoek. Wie deze fout heeft begaan, kan ik niet meer nagaan ; in mijn schrift staat n. 1. Bergambacht aangegeven, maar de mogelijkheid is niet uitgesloten dat bij de opgaaf aan De Waarheidsvriend door mij zelf een schrijffout is ingeslopen.
'k Betuig hiervoor mijn leedwezen.
Toch zou het nog zijn goede zijde kunnen hebben, n. l. dat de vrienden in Bergschenhoek tot elkander zeiden : is hier niet een zachte wenk in gelegen, ook een collecte te houden voor den Bond ? Wij zullen deze met graagte vermelden.
Thans volgt het overzicht van deze laatste weken.
1. De leden van de afd. Vaassen zonden mij hun contributie door onzen Penningmeester E. aldaar, zijnde ƒ 19.
2. Deze zending werd gevolgd door de contributie van de afd. Rotterdam (C), die bedroeg „96.69
De heer L. was zoo goed, deze per giro over te maken, 'k Zeg de beide vrienden hartelijk dank voor hun arbeid in dezen voor ons gedaan.
3. De derde post kwam uit Driebergen. Van den Kerkeraad aldaar kreeg ik een deel van een collecte, zijnde voor ons doel „ 6.21
Ook hiervoor zijn we zeer erkentelijk.
4. Van de fam. B. te Utrecht kreeg ik bij gelegenheid van mijn jaardag voor onze fondsen „ 1.50
'kZeg hiervoor zeer hartelijk dank.
5. Vanuit Maarssen hebben wij van bevriende zijde reeds jaren achter elkander een post te boeken, waarvan een deel wordt afgedragen aan de Med. Dienst op Midden-Celebes, n.I. voor den arbeid onder de Melaatschen, terwijl het andere is bestemd voor onze fondsen, 'k Kreeg thans ƒ 2.50 plus ƒ 0.25 voor den Med. Dienst en ƒ 7.50 voor de beide fondsen van den Bond „ 7.50
Deze gift stemt mij altijd hoogst dankbaar. Met blijdschap maak ik hiervan melding.
6. Vanuit eigen gemeente kreeg ik van mevr. R.—B. een couvert met als inhoud twee rolletjes van ieder 20 stuivertjes voor het lezen van De Waarheidsvriend. Tezamen „ 2.—
Deze zending deed me echt goed.
7. De Penningmeester van de afd. Haarlem zond mij ook de contributiegelden van de afd. aldaar, zijnde na aftrek van het haar toekomend deel ...„ 15.—
8. Onze vriend v. H. te Leiden schreef me, dat het hem een oorzaak van blijdschap was om mij iets te mogen zenden. Hij zond ditmaal twee rijksdaalders „ 5.—
9. Van onze eigen Afdeeling werden door den Penningmeester V., die van zijn voorganger den arbeid had overgenomen vanwege vertrek naar elders, mij de contributiegelden afgedragen. Deze bedroegen de som van „97.32
Wij weten bij ervaring, wat voor moeite hieraan verbonden is en zijn daarom hoogst erkentelijk voor den arbeid, door hem en de vrienden in dezen verricht.
10. Door collega van Dorp te 's-Hage kreeg ik nog 'n viertal posten te innen, waarmee ik zeer ben ingenomen, n. 1. ƒ 2.— van N.N. voor de fondsen van den Bond ; ƒ 2.— van N.N. voor de fondsen van den Bond ; ƒ 3.— van den heer F. T. voor het Studie- en Leerstoelfonds ; ƒ 1.— van mej. N.N. voor den Geref. Bond. Tezamen alzoo „ 8.—
Wij zeggen collega Van Dorp zeer hartelijk dank, evenals de vrienden die onzen arbeid in dezen met zooveel liefde gedenken.
Tezamen geteld komen wij tot de eindsom van
f 258.22
Wij willen onzen arbeid, in deze dagen inzonderheid, krachtig bij u aanbevelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's