De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

7 minuten leestijd

En zie, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande, dat Hij in des Farizeërs huis aanzat, bracht een albasten flesch met zalf en staande achter aan Zijne voeten, weenende, begon ze Zijne voeten nat te maken met tranen, en ze droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijne voeten en zalfde ze met de zalf. Lucas 7 : 37 en 38.

Wat ligt er veel opgesloten in die schijnbaar zoo eenvoudige woorden : ,,een vrouw in de stad, welke een zondares was."
Het is waar, dat alle menschen zondaren zijn en dat het dus eigenlijk als iets overbodigs zou kunnen schijnen, als van deze vrouw wordt gezegd, dat ze een zondares was.
En toch zegt het hier meer. We denken het ons toch niet anders in, of deze vrouw is een publieke vrouw geweest, die heeft 'geleefd in overspel en ontucht met vele mannen.
Een mensch komt er zoo gemakkelijk toe om in zijn onmiddellijke omgeving uit de hoogte neer te zien op degenen, die in uitbrekende zonden leven.
Men bedenke echter wel, dat uit het hart van elk mensch zondige gedachten voortkomen. Dat wij niet in dezelfde zonden zijn gevallen, waarin deze vrouw uit de stad is gevallen, is niet, omdat wij beter waren dan zij.
Neen, lezers en lezeressen, het is alleen te danken aan de bewarende hand Gods, die nog den teugel heeft aangelegd aan al de booze lusten van ons hart.
Het past dan ook allerminst om uit de hoogte op haar neder te zien. Veeleer heeft een iegelijk te bedenken, dat hij, die meent te staan, ook toe te zien heeft, dat hij niet zal vallen.
Wat de onmiddellijke aanleiding geweest is van het feit, dat ze met haar zon­dig verleden heeft willen breken, weten we niet.
Ach, den Heere staan allerlei middelen ten dienste om den mensch, die voortholt op het breede pad, tot stilstand te brengen.
Hij heeft maar één woord te spreken en het is er. Hij heeft slechts te gebieden en het staat er.
Of het schuldbesef allengs in hare ziel is gerijpt, weten we niet. Ze kan ook krachtdadig uit den nacht der zonde tot het wonderbare licht zijn getrokken.
Eén ding staat echter vast, dat de Heere haar den blinddoek van het aangezicht heeft weggenomen. In zeker opzicht heeft ook zij met den blindgeborene leeren zeggen : Eén ding weet ik, dat ik blind was, maar dat ik nu ziende ben.
O wat zal ze zich voor den Heere geschaamd hebben! Wat zal diep-berouw hare ziel vervuld hebben! Nog nooit zal ze het hebben ingezien, dat de zonde zoo God onteerend is. Het is inderdaad wat te zeggen, dat een mensch, die eens een beelddrager Gods was, tegen zulk een goeddoend God zoo schrikkelijk gezondigd heeft.
En nu is het een reusachtig verschil of de mensch door God onder het oordeel geplaatst wordt, of dat de mensch zich zelf onder het gericht Gods komt te stellen.
Er zijn er velen, in onze dagend die er zich zélf onder stellen. Met schrikkelijke kleuren weten ze het af te malen voor de oogen van anderen, hoe slecht en hoe diep verdorven ze wel zijn.
Wat baat dat echter allemaal, als die mensch onder dat oordeel toch maar rustig blijft voortleven alsof er geen dood en eeuwigheid aanstaande ware.
Velen zeggen wel, dat ze zoo diep verdorven zijn, maar ze hebben er weinig of geen last van. Immers degenen, die er waarlijk last van hebben, dat ze zoo verdorven zijn, weten er geen raad mee.
Er komt in elk geval een heilig begeeren om voortaan aller zonde vijand te zijn.
Dat met dit sterven meestal gepaard gaat het zoeken van vrede in den weg van eigengerechtigheden, ontkennen we niet.
We willen zoo gaarne zelf de vlekken en de smetten uit ons kleed uitwisschen.
Ook in dien weg wordt het geleerd, dat geen afbetaling mogelijk is. De schuld wordt dagelijks immers grooter. Is het niet door zonden met de daad, dan is het door overtreding met de lippen of door de zonden der gedachten.
O waar dan heen, als ons kleed, ondanks de pogingen om het te reinigen, hoe langer hoe meer bezoedeld wordt ?
Die vraag heeft ongetwijfeld ook geleefd in het hart van deze vrouw. Uit het verleden getuigde alles tegen haar : De eenzame plaatsen in het veld, waar ze de zonde had gediend; de in den weg van ontucht verworvene sieraden ; kortom alles.
O, waarheen met zooveel schuld ?
„Naar den tempel natuurlijk", zegt ge. ,,Daar brandt immers het zoenoffer op het altaar voor den diepstgezonkene, die voor het Woord leeft".
Wat was het echter in die dagen met de bediening der verzoening droevig gesteld.
Er was immers voor dergelijke paria's van het maatschappelijke leven geen plaats in den tempel. Voor zulke menschen was immers de tempel gesloten. De toegang was hun verboden.
Neen, het is maar geen louter toeval geweest, dat ze heeft hooren vertellen van den Heere Jezus, dien gezegenden rabbi van Nazareth, die in tegenstelling met andere Schriftgeleerden en Parizeen zich juist over de ellendigsten wilde ontfermen.
O, als ze Hem eens mocht ontmoeten l
Ze heeft het geboord, dat Hij in het huis van Simon den Parizeer op bezoek was.
Oostersche gastvrijheid kent haast geen grenzen. Het grenst schier aan het ongeloofelijke. Ze mag gerust ongevraagd bij Simon binnen gaan en mede aanzitten.
Het is anders wel een waagstuk voor haar. Ze acht Simon zoo hoog en den Heiland nog veel hooger. Ze koestert zulke geringe gedachten over zichzelf. En toch: het geloof overwint alles. Daar stapt ze naar binnen en stoort voor een oogenblik den gang van het gesprek tusschen Simon en den Heiland en de andere aanzittenden.
Het wordt een oogenblik stil, als ze zich achter den Heiland plaatst.
Zijn voeten waren bestoven. Van den geur van de zalfolie viel niets te bespeuren. Van ongedachte zijde zou echter de Heiland worden geëerd en gezalfd.
Toen ze daar achter Hem stond, kon ze haar tranen niet langer bedwingen. Het berouw ontlastte zich in de kristallijnen droppelen, die nu op Zijn gezegende voeten vielen.
O wat werden nu die voeten vuil! Het stof vermengde zich met hare tranen ! Wat nu te doen ? Ze maakte haar haarkapsel los en begon nu met hare weelderige baren, waarin ze vroeger als in een net des duivels de zielen van de mannen had trachten te verstrikken. Zijne gezegende voeten af te drogen.
Hem in het gelaat kussen durfde ze niet. Ze liet echter niet af om Zijn voeten te kussen. Dat waren nu die gezegende voeten, die eens ook voor haar aan het kruis zouden worden doornageld. Dat kon ze echter toen nog niet gelooven. Haar hart ging echter naar Hem uit. O dat Hij haar toch niet verstooten mocht.
En de dure zalfolie was haar niet te 'kostelijk. Ze goot ze uit over Zijne gereinigde voeten.
O vrouw, ge kondet nooit naar een beter piaats vluchten met uw groote schuld dao als een boeteling naar dien rijken Jezus.
En heeft ze genade gevonden? Is ze naar recht niet door den Heiland afgewezen ?
Neen, en nog eens neen! Ze heeft het mogen beluisteren uit het gesprek, hetwelk Jezus met Simon gevoerd had, dat hare zonden haar vergeven waren, omdat ze veel had liefgehad.
En daarbij bleef het niet, bij die voorwerpelijke aankondiging van vergiffenis. Het wordt immers als, een persoonlijke boodschap haar toegevoegd : Uwe zonden zijn u vergeven !
Nu blijft er misschien nog ééne vraag over bij vele lezers van deze overdenking en wel deze : Hebben dan toch de Remonstranten gelijk, als ze den grond van de redding en de zaligheid zoeken in den mensch ?
Ligt de grond dan in de tranen, in het berouw, in het zalven der voeten, in het afdrogen Van die bekreten voeten met hare haren ?
En dan moet het antwoord onverbiddelijk luiden : neen. Genade alleen heeft haar gered. Maar als ge nu eens een echt. voorbeeld wilt hebben van hetgeen de Catechismus noemt: uit de vruchten van zijn geloof verzekerd zijn, dan hebt ge hier een van de kostelijkste voorbeelden, die er maar zijn te vinden.
Dat het geloof dier vrouw echt was, is uit deze heerlijke vruchten bewezen.
O lezers, hebt gij ook zoo leeren vluchten tot Jezus om door Hem als een arm zondaar gezaligd te worden om niet ?
O als we Hem hier tusschen wieg en graf niet leeren kennen als onzen Zaligmaker, dan zullen we Hem straks als onzen Rechter ontmoeten, waar het oordeel van Zijn lippen ons tegenklinken zal.
En daarom, haast u en spoedt u om uws levens wil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's