Rondblik buiten de Grenzen
In zijn rijksdagrede van j. l. Vrijdag heeft de Führer tal van behartigenswaardige opmerkingen gemaakt. Wat hij b.v. zeide over de wenschelijkheid van een vrijer ruilverkeer, zal in menig land, dat onder het autarkisch streven van het buurland zucht, met groote opmerkzaamheid gevolgd zijn. Hitler's pleidooi voor „het reduceeren van de bewapeningen tot een redelijk en ook economisch draagbaar peil", zal al evenzeer algemeene instemming vinden. En wat zou het toejuiching verdienen, indien het mocht gelukken om den oorlog overeenkomstig de aanwijzingen welke Hitler gaf, te „humaniseeren". Ieder, die den vrede mint, zal den Führer toestemmen dat een oorlog weinig geschikt is om internationale problemen tot blijvende oplossing te brengen en dat, in een wereldoorlog, „het Europeesche volksvermogen in granaten zal uiteenbarsten en de volkskracht op de slagvelden zal verbloeden".
Het is alleen maar héél erg jammer, dat dergelijke waarheden naar voren worden gebracht op een moment, dat ze op hen voor wie ze bestemd zijn, weinig indruk kunnen maken. Als Hitler even tevoren nog hoog opgeeft van de prachtige praestaties, welke het Duitsche soldatendom, op onnavolgbare wijze, heeft verricht, kan hij niet verwachten, dat de wereld hem als zachtzinnig vredesapostel zal aanhooren. En wanneer de Führer op vreedzame onderhandelingen aandringt, nadat eigen eischen met geweld zijn verwezenlijkt, kan het wantrouwen aan de overzijde toch niet al te zeer verwonderen. Hitler heeft ongetwijfeld gelijk, wanneer hij zegt, dat er geen werkelijken bloei ook van het economische leven mogelijk is, wanneer de menschheid onder wantrouwen en angst gebukt gaat. Maar wantrouwen en angst kan men niet met een paar gevoelige woorden weg-praten, zoolang ze in de nuchtere feiten telkens weer nieuw voedsel vinden. En de Britsche woordvoerders winden er geen doekjes om, dat ze juist in Hitler en zijn „dynamisch" regiem, d é oorzaak van het voortdurende wantrouwen en angstgevoel zien.
Het Duitsche „vredes-offensief" maakt op de geallieerden dan ook geen indruk. Wanneer Hitler vrede wil, zoo betoogde de „Daily Herald", laat hij dan zijn troepen uit Polen terugtrekken. En op de conferentie, welke hij voorstelt, zou dan het herstel van Polen en van Tsjecho-Slowakije als eerste punt op de agenda geplaatst moeten worden. „Er kan geen vrede zijn, die slechts de vruchten van den aanval moet bevestigen". Toch is het duidelijk, dat Hitler geen anderen vrede kan accepteeren. Wat het geweld ten zijnen gunste beslist heeft, moet, bij eventueel vreedzaam overleg, onaangetast blijven. Wat dit betreft, volgt Hitler dus de zoo hartgrondig verfoeide methode van Versailles
Intusschen blijft Rusland nog steeds buiten schot. Engeland en Duitschland hebben ieder zoo hun eigen reden, om aan de houding van Moskou niet méér woorden te wijden, dan door de omstandigheden strikt noodzakelijk lijkt. En daarom kan Stalin rustig de vruchten plukken in den Oost-Europeeschen tuin, waartoe Hitler hem toegang verschafte. Na de „besprekingen" met Estland, volgden die met Letland en Litauen en reeds is ook de dringende uitnoodiging tot Finland gericht om te Moskou te komen „praten".
Er zit voor deze Staatjes weinig anders op, dan aan de benauwende uitnoodiging van Molotow gevolg te geven. Met name Estland en Letland hebben reeds ondervonden dat Moskou niets minder dan een overwegenden en zeer veelzijdigen invloed op de geïnviteerde Baltische Staten wenscht.
De Russische wensch was hen als een bevel (zij het dan ook in anderen zin, dan men deze uitdrukking doorgaans gebruikt). Dat Rusland zulk een belangstelling voor deze Staatjes aan den dag legt, kan moeilijk uit gebrek aan „Lebensraum" verklaard worden. Ook vroegen hier, voor zoover we weten, geen Wit-Russen of Oekrainers om onder vleugels van Moskou te worden opgenomen. Door hun strategische ligging vormden ze voor Rusland echter een zeer begeerd gebied ; om welke reden ze destijds door Versailles juist aan Russische invloed werden onttrokken ! Ze dienden als een soort veiligheidsgordel langs de kust van de Oostzee, opdat Rusland naar deze zijde, door het ontberen van behoorlijke ijsvrije havens, in bedwang zou kunnen worden gehouden. Nu Rusland de kans krijgt om zijn positie te herstellen, neemt het die snellijk waar.
Van oudsher is het Duitsche element in deze Baltische landen sterk vertegenwoordigd geweest. Duitsche landadel verwierf hier groote grondgebieden en bracht er een Westersche cultuur, van een sterksprekend Duitsch karakter. De dusgenaamde „Baltische Baronnen" zagen zich als de vervuilers van de Germaansche taak in Oost-Europa. Nu Hitler de Baltische landen aan den Russischen invloed heeft prijsgegeven, blijft er voor het vervullen van deze „cultuurtaak" weinig of geen gelegenheid meer over. De Duitsche minderheid zal dan ook uit het Russische „protectoraat" worden teruggeroepen. Hitler en Stalin spraken met elkaar af, bepaalde minderheden tegen elkaar uit te ruilen. Het valt te verstaan, dat de Baltische Duitschers met een weinig blijmoedig hart vertrekken. Ze zullen, mèt het Baltische geboorteland, hun uitgestrekte landgoederen moeten verlaten en welk een positie ze in het nieuwveroverde Duitsch-Poolsche gebied, waarheen ze worden overgeplant, zal worden toegewezen, kunnen ze slechts afwachten. Toch is het denkbeeld om te blijven, waar ze zijn, al evenmin erg aanlokkelijk. De Letten en Esten die het, niet zonder reaen, aan Duitschland wijten, dat ze onder Russischen druk worden gebracht, zien de Duitsch-sprekende baronnen met weinig-vriendelijken blik aan. En het Russische regiem pleegt met groot-grondbezitters ook al bitter-weinig consideratie te gebruiken. Daarom zullen de meeste Baltische Duitschers zeker besluiten om maar met de schepen van „Kraft durch Freude", welke dezer dagen voor Riga worden verwacht, naar het Derde Rijk te vertrekken. Men spreekt, alleen voor Litauen en Estland, van een getal van iio.ooo. Het is mogelijk, dat deze moderne „volksverhuizing" op den duur aan de oplossing van het probleem der minderheden ten goede zal komen. Maar op het oogenblik beteekent ze voor duizenden zorg en verdriet. Het is echter wel heel jammer, dat Hitler het probleem der Sudeten-Duitsche minderheid niet op soortgelijke wijze, namelijk door ze binnen de bestaande rijksgrenzen op te nemen, heeft opgelost
Het „aan den Russischen invloed prijsgeven" is maar niet een leeg begrip. Niet een formeele kwestie van internationale politiek. Uitbreiding van gebied en invloed beteekent voor de Sovjet-Unie méér dan versterking van zijn onmetelijk gebied met enkele strategische punten. Elk nieuw land, dat onder „russischen invloed" komt, wordt daarmede tegelijkertijd onder de goddelooze theorie en verschrikkelijke practijk van het bolsjewisme gebracht en zoodoende aan het groote doel : de wereldrevolutie, dienstbaar gemaakt. De Russen schijnen, ten aanzien van de nieuwe bezittingen, haast te maken met de bolsjewiseering. Reeds thans maakt de Vaticaanpers melding van massa-executies in Polen. Behalve roomsche geestelijken, zouden ook vele groot-grondbezitters het slachtoffer zijn geworden van de Gepoe-terreur. En plannen tot „socialiseering" van de Poolsche industrieën zijn in voorbereiding.
Met bijzondere belangstelling wacht men nu af, hoe het met Finland zal afloopen. Finland neemt, door zijn omvang en zijn samenwerking met de Scandinavische landen, een eigen positie in. De Finsche onafhankelijkheid kan maar niet zoo stilzwijgend teniet worden gedaan. De Finsche regeering heeft de uitnoodiging van Rusland wel aanvaard, doch tegelijkertijd een groot deel van zijn leger onder de wapenen geroepen. Als het Rusland „slechts" te doen mocht zijn om versterking van zijn positie aan de Finsche golf, door het vestigen van vlootbases bij de Aalandseilanden, zou er waarschijnlijk wel met Finland te praten zijn. De kleine landen hebben den laatsten tijd wel geleerd dat tegensputteren in dergelijke gevallen weinig helpt. Maar in geen geval is Finland van plan om zich maar aanstonds bij alles wat Rusland mocht wenschen, neer te leggen. Het weet, dat het daarbij op den moreelen steun van machtige vrienden, als de Scandinavische landen en de Vereenigde Staten, kan rekenen. Maar met moreelen steun komt men tegenwoordig niet zoo heel ver in de groote politiek.
Als Rusland bij de Oostzee klaar is, zal het zeker alle aandacht wijden aan zijn positie in het Zuid- Oosten. Reeds speelt zich thans heel wat achter de schermen af om Turkije, dat door een alliantie met Engeland verbonden is, van de geallieerden los te weeken. Turkije probeert echter zoowel met 't Westen als met het Oosten goede maatjes te blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's