UIT DE HISTORIE
SAMUËL MARESIUS GEEN AATREKKELIJKE FIGUUR
IV.
Maresius' Groningsche periode (Vervolg).
Het theologische standpunt, dat Maresius heeft ingenomen, leert men het best kennen uit drie werken van hem.
In de eerste plaats gaf hij een dogmatisch handboek in het licht, dat verscheidene drukken heeft beleefd.
Vervolgens bezorgde hij een uitlegging der Nederlandsche geloofsbelijdenis.
En ten slotte publiceerde hij een verklaring van den Heidelbergschen Catechismus;
Meestal treft men bij Maresius geen eigenaardige of strikt persoonlijke opvattingen aan, zooals soms bij theologen wel het geval is. Over het algemeen sluit hij zich aan bij Calvijn en andere gereformeerde Godgeleerden.
Inzake enkele punten verschilt Maresius echter van sommige zijner collega's.
Waren Gomarus c. s. aanhangers van het supralapsarisme, — Maresius heeft van meet af het infralapsarisme verdedigd. Vooral tegen Voetius keerde hij zich, omdat deze beweerd had, dat niet de gevallen mensch voorwerp van Gods eeuwige verkiezing kon zijn. Het debat hierover nam soms een scherp karakter aan.
Ook wat betreft de kinderdoop week Maresius van enkeler opvatting af. Bij de toelating tot den doop huldigde hij een zeer ruime practijk, in tegenstelling wederom met Voetius. Zelfs tegen het doopen van kinderen van geexcommuniceerden, verzette hij zich niet, omdat dergelijke ouders den christennaam nog niet geheel hadden afgezworen, en ook de kinderen de ongerechtigheid hunner ouders niet moesten dragen.
Velen in Maresius' dagen fulmineerden tegen het kwaad der lombarden en der woekerrente, wijl een en ander in strijd werd geacht met de waarachtig christelijke beginselen. Maresius nam te dezen opzichte een uitzonderingspositie in, en was het eens met den advocaat der tafelhouders, hetgeen Voetius een doorn in het oog was. Volgens Maresius had Christus Zelf het nemen van rente indirect goedgekeurd. Als bewijs voor deze meening voerde hij Mattheüs 25 vers 27 aan : „Zoo moest gij dan mijn geld den wisselaren gedaan hebben, en ik, komende, zou het mijne wedergenomen hebben met woeker". Ook beriep hij zich op Lucas 19 vers 23 : „Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had het met woeker mogen eischen".
Tegenover het Independentisme verdedigt Maresius het Goddelijk recht der presbyteriale kerkregeering. Voorts achtte hij het aanbevelenswaardig, dat de sacramenten bediend worden in een samenkomst der gemeente, weshalve hij geen voorstander was der zoogenaamde krankencommunie. Ook van een Avondmaalsbediening aan degenen, die ter dood veroordeeld waren, wilde hij niet weten. Wilden sommigen alleen maar een burgerlijk huwelijk, — Maresius verdedigde óók de kerkelijke plechtigheid. Voorts verwerpt hij noch het gebruik van liturgische formulieren, noch dat van vaste gebeden.
Met de aanhangers van Jansenius stond Maresius te Groningen nogal op goeden voet. Hij waardeerde vooral hun verschilpunten met de Roomschen, en was van oordeel, dat bedoelde beweging, als ze doorzette, de triumf der Waarheid, en de val van den anti-christ zou kunnen beteekenen.
Omtrent het streven naar eenheid der kerken merkt Maresius het volgende op. De diepgaande verschillen, die tusschen Christenen eenerzijds, en Joden en Mohammedanen anderzijds bestaan, verhinderen een bepaalden religievrede. Ook met Socinianen en Roomschen kunnen de Gereformeerden niet tot eenheid komen. Anders staat het echter met de Lutherschen. Ondanks de verschillen, die er tusschen de Gereformeerden en hen bestaan, is samenwerking mogelijk en geboden. Beide groepen hebben jegens elkander Christelijke tolerantie te oefenen. De verschillen, die tusschen Gereformeerden en Lutherschen bestaan, raken niet de fundamenten van het geloof, aldus oordeelde Maresius. In wetenschappelijke kringen moge over verschillende kwesties van gedachten gewisseld worden, — op den kansel dient men over vragen van ondergeschikten aard niet te strijden. Tegen Rome en de Socinianen moeten Gereformeerden en Lutherschen een gemeenschappelijk front vormen. Maresius zou het toejuichen, wanneer beide kerken bijvoorbeeld haar leden toelieten tot het gebruik der sacramenten. Uit den aard der zaak heeft Maresius dus weinig gepolemiseerd tegen de Lutherschen. Tegen Rome, de Socinianen, Remonstranten,
Wederdoopers, Deïsten en Libertijnen echter des te meer !
Nadat Maresius zich in 1669 met Voetius verzoend had, hebben beide mannen gezamenlijk gestreden tegen de Cartesiaansche en Coccejaansche nieuwigheden.
Weliswaar heeft Maresius aanvankelijk tegenover Carlesius een mild standpunt ingenomen. Hij had groote waardeering voor zijn landgenoot, doch een overtuigd aanhanger van het rationalisme van den wijsgeer is hij natuurlijk nimmer geweest. Wel meende hij het Cartesianisme te kunnen gebruiken in zijn bestrijding der Roomsche dwalingen, doch eerst later schijnen z'n oogen open gegaan te zijn voor het gevaar van bedoelde philosophic, die door haar sterk-rationalistischen inslag een scherpe tegenstelling vormde met het ware wezen van geloof en theologie. Dat Maresius een overtuigd Cartesiaan zou zijn geweest, gelijk door sommigen is beweerd, is een opvatting, die in z'n algemeenheid te ver gaat. Wel moet worden toegegeven, dat Maresius gedurende vele jaren de funeste portee van die philosophic niet heeft doorzien, wat toch wel bevreemding wekt, wanneer we Maresius' bekwaamheden als gereformeerd theoloog in aanmerking nemen.
Ook met Coccejus stond Maresius in den beginne op goeden voet. Later verkoelde de verhouding tusschen hen beiden echter. En eerst ten slotte kwam het tot een conflict. Tegen Coccejus' foederaaltheologie had Maresius overwegende bezwaren.
In een slotartikel hopen wij de behandeling van Maresius' Groningsche periode te beëindigen, en tevens nog enkele opmerkingen te maken over zijn karakter en beteekenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's