NIENKE
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen
Voor dominé was het wat anders. Als déze op huisbezoek kwam, dan wist men, waar zich op te kunnen klaar maken en gewoonlijk richtte men zich daar dan naar in ; met een drie kwartier, hoogstens een uur, was dat afgeloopen, en als er niets bijzonders kwam, kon men zeggen, dat het weer voor een jaar aan kant was, maar Gurbe kon altijd en overal wel preeken en durfde elk wel aanspreken over wat hij noemde zijn zieleheil.
Ook Sjoerd Glazema, de schilder, deelde deze opvatting van den timmerman en, om vooral niet te vergeten, mijnheer Krips, secretaris-boekhouder van het Waterschap, boekhouder van de Boerenleenbank, penningmeester van de Nutsspaarbank en wellicht toekomstig administreerend kerkvoogd, dacht er niet anders over. — Daar waren evenwel onder de dorpelingen óók velen, die met hem wegliepen, voor wie Gurbe een buitengewone persoonlijkheid was, in wiens nabijheid men zich zoo echt op zijn gemak gevoelde en die hem graag hoorden spreken. Niet het minst, omdat men er van overtuigd was dat de man uit heilige overtuiging sprak en ook, omdat woord en daad bij hem één waren. Vooral daaraan had hij het ook te danken, dat zelfs andersdenkenden den blikken dominé graag mochten en hij ongevraagd allerlei baantjes van vertrouwen gekregen had. Men kon op hem aan. Eerlijk en getrouw tot in het kleinste, zou er nooit één halve cent aan ontbreken, als het geldzaken van een ander betrof, en vandaar, dat men hem gebruiken kon. De wereld heeft altijd behoefte aan karakters. Menschen, op wie gerekend kan worden, hoeveel eigenaardigs zij dan ook mogen hebben, omdat zij iets doen, waar men wat meê kan.
Daar kwam het warme, intieme leven van het geheele huisgezin bij. 't Was daar bij Gurbe anders dan in vele gezinnen. Wat het was, kon men eigenlijk zoo ook niet zeggen, maar de onderlinge verstandhouding en de omgang van de huisgenooten met elkander was van dien aard, dat het de aandacht trok en men onwillekeurig onder den invloed daarvan kwam. Dat voelde men, ook zonder dat het gezegd werd. Elk wist dat en vandaar, dat de bijnaam, welke Gurbe, door wien dan ook, gegeven werd, door velen werd opgevat als een titel, 't Was nu eenmaal zóó, dat iets van de vroomheid van den schoenmaker scheen af te stralen op Gelske, maar ook op Nienke en zelfs op den knecht.
Onder degenen, die vooral graag een uurtje in de schoenmakerij vertoefden, om daar over de heerlijkheid van het verlossingswerk te spreken, behoorde ook Pier Boukes, de koster. Niet, omdat hij het in alles zoo met hem eens was, integendeel. De geestelijke ligging van dezen was heel anders dan die van Gurbe, doch juist daarom werd hij wellicht tot hem aangetrokken. Pier was bekrompen. Pier hoorde onder degenen, die kruipend de hemelpoort binnen kwamen, zooals Gurbe zei, en al dubbel en dwars tevreden zijn, als zij slechts binnen mogen komen, al zou het dan ook hompelend en strompelend wezen, om geheel achteraf een plaatsje te krijgen of in den Tempel hierboven dezelfde diensten weer te mogen doen, die hij aan de kerkdeur verrichte^ altijd aangenomen, dat in den hemel een deurwachter noodig zal zijn.
„'k Ben altijd zoo bang, mijzelf te bedriegen en met een ingebeelden hemel verloren te gaan" — kon Pier zeggen. „Sommige menschen kunnen altijd wel „Hallelujah" zingen, alsof zalig worden een kleinigheid is en de poort niet eng en de weg niet nauw is, die ten leven leidt. Daar staat geschreven, dat de rechtvaardige „nauwelijks" zalig wordt, enkel en alleen als een vrije genadedaad Gods, en als een zondaar het gegeven mag worden eens de paarlen poort binnen te gaan, om deel te krijgen aan de erve der heiligen, dan is dat de . vrucht van de eeuwige ontferming Gods, die hem daarvoor bestemd en verordineerd heeft. Gurbe kon er wel wat losjes overheen loopen", dacht Pier, en toch zocht hij hem telkens weer op, vooral wanneer het hem in zijn eigene beschouwingen soms zoo bang kon worden.
Op het eerste gezicht zag Gurbe dan al, waar hem weer de schoen wrong. D'r was weer een tekst of eene ervaring, of eene bevinding of een gesprek, waarover hij piekerde. Vooral de Romeiner- en Efezerbrief was nog al eens op tafel, en wat Pier Boukes lang niet tegen ds. Buitenveld zou durven zeggen, openbaarde hij aan den schoenmaker, wiens woorden soms in staat waren al de bezwaren en twijfelingen en aanvechtingen van den koster, als een morgennevel te doen wegvluchten. Wonder was het. En van dat wonder scheen alleen Gurbe het geheim te hebben.
Soms kon Pier Boukes schijnbaar kwaad worden. „Je bent een Remonstrant" — heeft hij al eens tegen Gurbe gezegd, waarop deze hem terug troefde met : „En jij bent een weerbarstig kind van God, waar onze lieve Heer nog heel wat drukte mee krijgen zal om hem te leeren, zich op de genade van den Heere Jezus over te geven".
„Dus dan tóch genade" — kwam Pier.
„Natuurlijk, wat anders ? Van het begin tot het einde genade, maar die in Christus verschenen is. Gelijk Paulus zegt : „Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u : het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme", was dan het antwoord van Gurbe.
Maar dan toch alles Gods werk" — bracht Pier weer in.
„Ongetwijfeld".
„Onverdiende zaligheên heb ik van mijn God genoten, 'k Roem in vrije gunst alléén "
„Doch vergeet nu niet, dat de Apostel zegt, dat dit alles geschied is. Gij zijt zalig geworden, staat er geschreven. Niet : gij zult het worden, of gij loopt kans het te worden, ééns, in de toekomst, als ge uit deze wereld weggeroepen wordt; maar ge zijt het reeds en als wij ons dat niet bewust zijn, dan komt het, omdat wij onze rijkdommen niet kennen of niet gelooven, dat Hij, die ons roept getrouw is, die het ook doen zal.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's