STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Het ontwikkeling- en ontspanningswerk bij de weermacht.
Ten behoeve van de gemobiliseerde troepen is thans bij het hoofdkwartier van de landen zeemacht een sectie opgericht voor ontwikkeling en ontspanning.
Het doel van het ontwikkelings- en ontspanningswerk is, de gemobiliseerden in hun vrijen tijd op nuttige en aangename wijze bezig te houden.
Naar op een persconferentie voor deze aangelegenheid werd medegedeeld, zal, wat den soldaat aan ontwikkeling en ontspanning geboden wordt, aan hooge eischen moeten voldoen.
Er zullen ontspanningslokalen worden opgericht. Algemeen ontwikkelend onderwijs zal worden gegeven, waarbij de bijzondere aandacht zal hebben het practisch technische onderwijs, omdat gemobiliseerden hun vakbekwaamheid, wanneer de mobilisatie lang duurt, dreigen te verliezen. Er zal ook voor lectuur worden gezorgd. Sport zal worden beoefend.
Daarbij ligt het in de bedoeling de ontwikkeling en de ontspanning van de troep aldus te regelen, dat zij, voor zoover dat mogelijk is, voor allen, zonder onderscheid van welke politieke of religieuse richting de gemobiliseerde ook is, geschikt zijn.
Deze bedoeling, waarvan het welslagen voor een goed verloop van de ontwikkeling en de ontspanning van groote beteekenis is, is ook die van den Opperbevelhebber, die bij de installatie-rede van den centralen raad van advies voor het ontwikkelings- en ontspanningswerk zeide, dat wat aan de weermacht geboden wordt, voor alle militairen zonder onderscheid van politieke richting of geloofsovertuiging toegankelijk moet zijn.
Echter bij de uitwerking van wat geboden zal worden, bleek wel, dat de Generaal, hoe goed ook bedoeld, zich niet in de gedachte kon verplaatsen van hen, die de Protestantsch Christelijke levensbeschouwing zijn toegedaan.
Want als middelen tot ontspanning had, naar het zeggen van den Opperbevelhebber, net algemeen hoofdkwartier zich gedacht o.m. het cabaret en het tooneel.
Hoe men nu van dien kant meenen kan, dat deze ontspanningsmiddelen in den geest zijn van hen, die de Christelijke levensbeschouwing zijn toegedaan en dus wat men den soldaat wil aanbieden in cabaret en tooneel niet in strijd is met de religieuse opvatting van vele gemobiliseerden, is onbegrijpelijk.
Een beroep op het feit, dat de raad van advies samengesteld is uit personen, die geacht kunnen worden representatief te zijn voor de verschillende geestelijke stroomingen, welke in ons volk leven, heeft hier geen beteekenis.
De eenige vraag is, of wat men aanbiedt, voor het Protestantsch Christelijk deel der weermacht bruikbaar is of niet.
In dien zin is het zelfs zeer de vraag, of de legerautoriteit zich wel heeft bezig te houden met de ontwikkeling en ontspanning van de gemobiliseerden en of deze arbeid niet meer geëigend is om door het particulier initiatief ter hand te worden genomen.
In wat het algemeen hoofdkwartier van de weermacht doet, zien wij een niet gelukkige oplossing, van het vraagstuk van de ontwikkeling en ontspanning van hen, die op dit oogenblik onder de wapenen zijn.
Had men dit werk in handen willen houden van het legerbestuur, omdat, zooals de Opperbevelhebber in zijn meergenoemde installatierede opmerkte, het ontwikkelings- en ontspanningswerk van ingrijpenden invloed is op den geest en de tucht in de troep en daarom in de eerste plaats een militaire aangelegenheid is, dan had men, evenals in de oorlogsjaren van 1914/1918, bij het werk der ontspanning den Veldprediker in algemeenen dienst en den hoofdaalmoezenier kunnen betrekken. De leiding van het ontspanningswerk berust beter in handen van de geestelijke verzorgers der weermacht, dan in die van den Generalen Staf.
Natuurlijk mag men, wanneer bezwaar wordt gemaakt tegen datgene, wat den gemobiliseerden soldaat voor ontspanning geboden wordt, niet spreken, zooals de Vrijheid, het orgaan der liberale partij, dit doet, dat een wig gedreven wordt in de nationale organisatie — d. i. die van het hoofdkwartier — welke de ontwikkeling en ontspanning van onze gemobiliseerden heeft ter hand genomen.
Dit blad verwijst naar de woorden van den Opperbevelhebber : dat het ontspanningswerk aldus dient geregeld te worden, dat het voor alle militairen zonder onderscheid van politieke richting of geloofsovertuiging toegankelijk is.
Doch dit is de theorie.
De practijk leert, zooals wij zagen, anders.
En daarom mag men niet spreken van de splijtzwam, die ook weer ditmaal bij het ontspanningswerk dienst doet en die dient geweerd te worden.
Ontspanningswerk kan niet neutraal zijn. Het draagt een eigen karakter.
In wat het hoofdkwartier biedt, vrijzinnig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's