De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als de avondschaduwen zich neigen ...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als de avondschaduwen zich neigen ...

7 minuten leestijd

Als — in figuurlijken zin. genomen — de avondschaduwen zich neigen, dan vullen de dagbladen zich met zulke berichten, als waarmede ze thans gevuld worden. Dan vertoont kerk, staat en maatschappij een beeld, zooals zich dat vandaag ten aanschouwe geeft. Dan is ook de thermometer van het geestelijke leven in het algemeen belangrijk gezakt.
Ook bij ons huisbezoek worden wij telkens weer herinnerd aan het zich neigen der avondschaduwen. Dat komt openbaar aan het zich aaneenrijen der deuren, waar ons, als huisbezoekers, geen welkom wordt toegeroepen. Omdat achter die deuren gezinnen wonen, die met Hem, Die het Licht der wereld is, niet van doen willen hebben. Die de duisternis liever hebben dan het Licht.
Zoo tusschen twee huisbezoeken in, met vaak een lange rij van deuren, waarop voor de Kerk het bordje : „Verboden toegang" bevestigd is, kunnen de gedachten zich vermenigvuldigen. 'Gedachten aan afval. Gedachten aan ontkerstening.
En dan de huisbezoeken zelf. Wat wordt er vaak een oppervlakkigheid aangetroffen. Wat ontbreekt veelszins de openbaring van geestelijk leven. Hoe weinig woorden, die met zout zijn besprengd.
Wij denken aan een der vele huisbezoeken. Het moet gezegd worden, de ontvangst was allerhartelijkst. Bij de kennismaking vernamen wij, dat men in de naaste familiekring ook nog iemand had, die predikant was. Maar — zoo zei de heer des huizes — laat ik er direct bij zeggen, dat ik het niet in alles met hem eens ben. Ik heb hem wel eens hooren preeken en kan niet anders zeggen, dan dat zijn preeken er getuigenis van afleggen, dat hij er beslist werk van maakt. Maar ik heb één groot bezwaar. Trouwens niet alleen tegen zijn prediking, maar ook tegen die van meer predikanten. Er zijn er, die hebben het altijd maar weer over onze zonde. En nu ja, ik weet wel dat wij niet zijn, zooals wij zijn moesten. Maar daar hebben ook de omstandigheden voor een groot deel schuld aan. En daarom vind ik, dat het absoluut verkeerd is om telkens en telkens maar weer over de zonde te preeken en daarop te wijzen. Laat ik u zeggen, dat ik zoo'n preek heelemaal niet prettig vind. Als iemand zich dat ging aantrekken, dan zou hij den geheelen Zondag als 't ware wel met zijn hoofd tusschen z'n knieën kunnen gaan zitten. Daarvoor heeft men toch geen Zondag. Neen, wij moeten preeken hebben waardoor een mensch opgebeurd wordt. Waarin niet over zonde gesproken wordt en die in staat zijn om de menschen weer blijmoedig de kerk te doen verlaten.
Wij hebben hem er o.a. op gewezen, dat 't niet de vraag is wat wij voor ons gevoel aangenaam of niet aangenaam vinden, doch dat er een prediking gebracht en gezocht moet worden die overeenkomstig Gods Woord is. En dan zal in zulk een prediking zeer zeker ook over zonde gesproken moeten worden. Dan zal er Wet èn Evangelie moeten worden gebracht en er klanken moeten vernomen worden van zonde èn genade. Wee daarom den prediker, die alleen maar zou spreken naar den mond van den „religieuzen" mensch.
Blijkbaar was ons wederwoord niet geheel in goede aarde gevallen. Althans in 'n stroom van woorden luchtte hij zijn hart verder. Ja, dan had men zelfs tegenwoordig ook nog wel dominees, die geen gezangen lieten zingen. Zulk een handelwijze was toch je reinste onzin. Dat waren menschen, die een paar eeuwen te laat geboren waren. Die hadden moeten leven in den tijd, toen onze voorouders nog naar de kerk gingen met zoo'n grooten, dikken Bijbel onder hun arm, waaraan van die zware koperen of gouden sloten zaten. Maar dat is tegenwoordig niet meer op zijn plaats. Ze moeten de menschen gezangen laten zingen, en ja, natuurlijk, daarbij ook nog wel eens een psalm.
En nu zijn er zoo waar thans nog predikanten, die vinden dat al die gezangen niet deugen. Die willen alleen maar psalmen zingen. Én terwijl hij zich in het vuur van zijn rede eenigszins uit zijn stoel omhoog geheven had, herhaalde hij op een sleepende, half-zangerige toon : „alleen maar psalmen, psalmen". Hij zonk weer in zijn stoel terug. Blijkbaar even uitgesproken.
Wij hebben getracht hem duidelijk te maken dat hij toch een geheel verkeerde kijk op deze dingen had. Er wordt door niemand beweerd dat al de gezangen niet deugen. Integendeel, er zijn er bij, die volkomen gegrond zijn op de H. Schrift. Denk slechts aan : „Jezus, Uw verzoenend sterven, Blijft het rustpunt van ons hart." Doch het is een niet- te loochenen feit dat er in den gezangenbundel verschillende gezangen staan, die volkomen in strijd zijn met Gods Woord en waardoor verkeerde leerlingen worden binnengedragen. En nu is zeer terecht het eenig juiste standpunt dat het gereformeerde deel in onze Hervormde Kerk inneemt, dit : ,,wij kunnen dezen gezangenbundel, die in zijn geheel aan Gods Waarheid tekort doet, niet accepteeren". Dat kan niet en dat mag niet. Ook zou het een bewijs van marchandeeren zijn, wanneer er alleen de Schriftuurlijke gezangen uit opgegeven worden om die te laten zingen. Want er is maar ééne keus : óf den bundel in zijn geheel accepteeren, óf hem in het geheel niet gebruiken. Anders maakt men zich mede schuldig aan het invoeren van verderfelijke leeringen. Wij hadden hem, en ook vele anderen, wel in handen gewenscht de uiterst leerzame brochure van prof. dr. Severijn over de „Gezangenkwestie", waar een en ander zoo duidelijk in verhandeld wordt.
Na ons gesprek was er blijkbaar iets meer begrip en waardeering gekomen voor de houding van het niet-gezangen-zingende deel der gemeente. Alleen kon er, toen wij weer op straat stonden, niet bepaald getuigd worden wat van Paulus staat vermeld : „en de broeders ziende, dankte hij God en greep moed". Omdat er hier en ook niet zelden bij andere huisbezoeken, te veel gemist wordt de band aan Gods Woord. En waar deze ontbreekt, kan er ook moeilijk sprake zijn van een broederband.

* Als de avondschaduwen zich neigen, dan wordt het fijne goud verduisterd. Dan wordt het fijne goud schaarsch.
Als de avondschaduwen zich neigen, dan gaat in vervulling het woord van Christus : „De Zoon des menschen, als Hij wederkomt, zal Hij ook geloof vinden op aarde ? "
Als de avondschaduwen zich neigen, dan zijn wij in de laatste tijden, de laatste dagen, de laatste ure, waarin het meer dan ooit de roeping van Gods gemeente is om een licht op den kandelaar te zijn.
Want een gemeente Gods is er, ook in den laatsten tijd. Daarvan spreekt 1 Petrus 1 vs. 3 : Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijne groote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de dooden, tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u, die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.
Daarom is er ook in den laatsten tijd nog geloof.
Een dezer dagen had er een telefoongesprek plaats. Het was een haastig gesprek, omdat in verband met een dringende aangelegenheid de tijd drong. Toch was er nog even gelegenheid om naar elkanders welstand te vragen. En het was meer dan een beleefdheidsvraag. Aan de andere zijde van de draad kwam een antwoord over schaduwen, aanvechting en bestrijding, waardoor de laatste dagen zich gekenmerkt hadden. Maar óok, dat het ten tijde des avonds weer licht geworden was. Want het Schriftwoord was tot vertroosting geworden : „Simon, Simon. De Satan heeft u zeer begeerd te ziften als de tarwe, Doch Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude".
Hier gold het : „En de broeders van dit telefoongesprek gehoord hebbende, dankten God en grepen moed".
Als de avondschaduwen zich neigen, dan beginnen aan het firmament de starren te flonkeren van de beloften Gods, die in Christus Jezus ja en amen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Als de avondschaduwen zich neigen ...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's