KERK. SCHOOL VEREENIGING
Nederlandsche Hervormde Kerk.
Drietal te Leiden (vac. Locher) : A. Groot te Oudeschoot ; W. Oost te Raamsdonk en H. C. Touw te Eerbeek ;
te Almelo (vac. Van Zwet) : G. J. de Geus te Beuningen ; J. M. Snethlage te Sittard en P. H. Th. Stevens te Ingen.
Beroepen te Abcoude D. Bouman te Spannum en Edens — te Elim (Dr.) W. J. Holzscherer te Zalk — te Oosterwierum cand. Ph. M. Becht te Arnhem — te Den Haag (vac. dr. E. J. W. Posthumus Meyjes) dr. J. Schoneveld te Groningen — te Hontenisse cand. J. Kroon, hulppred. te Eindhoven — te Hattem (2de pred. plaats) H. A. Jellema te Leersum — te Hilversum A. A. van Ruler te Cubaard.
Aangenomen naar Amsterdam A. C. van Uchelen te Meppel — naar Blokzijl cand. M. E. Ouwehand, hulppred. te Badhoevedorp — naar Sappemeer C. A. Schenk te Westerbork.
Bedankt voor Beesd J. Swijnenburg te Nigtevecht — voor Jorwerd, cand. J. J. Siezen te Vlaardingen.
Gereformeerde Kerken.
Beroepen: te Deventer H. J. Riphagen te Schoonebeek — te Serooskerke G. Hagens te Asperen.
Christelijke Gereformeerde Kerk.
Beroepen: te Middelburg J. Jongeleen te Apeldoorn.
Gereformeerde Gemeenten.
Beroepen: te Lisse J. v. d. Berg te Krabbendijke.
HULPPREDIKERS.
Tot hulpprediker bij de Ned. Herv. Gemeente te Aagtekerke is benoemd candidaat H. G. Beneder te Amsterdam ; te Nieuw-Dordrecht cand. E. v. d. Brug te Wolvega.
Bij de Ned. Herv. Gemeente te Alphen aan den Rijn is tot hulpprediker benoemd cand. D. Lekkerkerker te Bennebroek ; te Valthermond mej. J. L. Voetelink, theol. cand. te Leiden.
Benoemd is tot hulpprediker der Ned. Hervormde Gemeente te Heukelum ds. J. H. H. v. d. Ree, Ned. Herv. predikant te Vianen.
Benoemd is tot hulpprediker der Ned. Hervormde Gemeente te IJsselmonde cand. B. Maarsing te Utrecht, die zijn arbeid 15 November a.s. zal aanvaarden.
Ds. A. Wisgerhof, te Schelluinen, is benoemd tot hulpprediker bij de Ned. Herv. Gemeente van Gorkum, waar ds. Vreugdenhil als reserve-veldprediker is gemobiliseerd.
De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Rotterdam heeft den heer M. A. Krop, cand. H. D. en Jur. cand. met ingang van 15 October 1939 benoemd tot hulpprediker van Wijk Q dier gemeente.
GODSDIENSTONDERWIJZER.
Inzake de benoeming van den heer A. P. de Jong tot Godsdienstonderwijzer bij de Ned. Hervormde Gemeente van Waddinxveen, wordt ons gemeld, dat de kerkeraad hem alleen heeft aangesteld voor het catechetisch onderwijs. Er ontstaat dus geen vacature van Evangelist te Moordrecht.
JUBILEUM Ds. J. H. v. d. WAL.
Te Wageningen, waar hij sedert April 1925 arbeidt, is ds. J. H. V. d. Wal ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum gehuldigd. Er had zich uit de Ned. Herv. Gemeente een comité gevormd, welks voorzitter, ds. Bos, den jubilaris toesprak en een album aanbood met de namen der talrijke gevers en geefsters. Dit album bevat de ex- en interieurs de kerken van Lopik, Woubrugge, Papendrecht en Wageningen. Tevens overhandigde ds. Bos nog een tweetal geschenken, n.l. een Delftsch blauw Beatrix-bord en de jubileumuitgave van de Camera Obscura met teekeningen van Jo Spier.
Onder de 130 personen, die ter receptie kwamen, waren o.a. de volgende predikanten : ds. H. J. van Schuppen te Lunteren, ds. Steenbeek te Oldebroek, ds. H. A. de Geus te de Bilt, ds. J. C. Klomp te Barneveld en ds. W. Mulder te Veenendaal. Ook ds. Groenewoud, collega van den jubilaris, was aanwezig.
Na de receptie werd te 8 uur een samenkomst gehouden met tal van colleges, besturen en genoodigden. Hier heeft ds. Groenewoud het woord gevoerd, vervolgens de heer I. J. Brouwer namens de kerkvoogdij, mej. B. V. d. Vliet namens de Zendingskrans ; verder werd een feestlied gezongen en een tableau vertoond en na den zang van een dubbel quartet sprak ds. v. d. Wal een dankwoord.
Gedachtenisrede.
In de morgengodsdienstoefening van Zondag hield ds. J. H. v. d. Wal een gedachtenisrede in verband met zijn Woensdag herdachte zilveren ambtsjubileum. Het kerkgebouw was tot in de uiterste hoeken gevuld. Als tekst zijner predikatie had de leeraar gekozen 2 Cor. 4 vers 15 : „Want alle dingen zijn om uwentwil, opdat de vermenigvuldigde genade door de dankzegging van velen overvloedig worde der heerlijkheid Gods".
In zijn inleiding memoreerde spreker, dat zoowel zijn voorstel als intree-rede genomen was uit hetzelfde hoofdstuk van 2 Cor. en hem dit hoofdstuk nooit meer had losgelaten. Tevens herdacht hij zijn overleden vader, die hem in zijn eerste gemeente bevestigd had. Hierna zette spreker zijn tekst nader uiteen en weer hierbij o.m. op de groote waarde der vermenigvuldigde genade.
Aan het einde van den dienst richtte zijn plaatselijke collega, ds. G. C. H. Bos, namens de gemeente eenige hartelijke woorden tot den jubilaris, waarna hem de zegenbede uit Psalm 134 werd toegezongen.
Ds. F. ANKER.
Gisteren herdacht ds. F. Anker, Ned. Herv. pred. te Goudriaan en Ottoland, zijn 25-jarige ambtsbediening.
Floris Anker werd 5 Mei 1887 te Stolwijk geboren. Hij bezocht het Gymnasium te Gouda en studeerde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Ds. Anker was eerst drie jaar predikant te Brakel. Daarna vertrok hij naar Lopik, welke standplaats in 1922 met 's-Gravenmoer werd verwisseld. Op 26 Aug. 1928 bevestigde ds. J. H. van der Wal, van Wageningen, hem in zijn tegenwoordige gemeente, waaraan ds. Anker zich verbond, sprekende over Rom. 1 vs. 15.
Ds. Anker, die tot den Gereformeerden Bond in de Ned. Hervormde Kerk behoort, is praetor van den ring Sliedrecht en lid van het Classicaal Bestuur van Dordrecht.
Ds. G. LANS.
Vrijdag 27 Oct. hoopt ds. G. Lans, Ned. Herv. pred. te Huizen (N.-H.), den 60-jarigen leeftijd te bereiken. Ds. Lans, sedert Jan. 1910 in het ambt en sedert Juli 1931 te Huizen, is een bekende figuur in den Gereformeerden Bond en heeft inzonderheid voor de Jeugdvereenigingen en het Chr. Onderwijs zijn belangstelling getoond; voorts is zijn liefde voor Zending en Evangelisatie in leidende fucties tot gelding gekomen. Ds. Lans heeft vóór Huizen de gemeenten van Doeveren, St. Annaland, Ooltgensplaat, Monster, Ouderkerk a/d IJssel en Suawoude gediend. Tusschen 1898 en 1902 was hij werkzaam als onderwijzer te 's-Gravenzande en te Vlaardingen.
Ds. A. VERWAAL.
Ds. A. Verwaal, emer. pred. te Den Haag, is benoemd tot hulpprediker bij de Ned. Herv. Gemeente aldaar.
CAND. J. W. BEEREKAMP.
Cand. J. W. Beerekamp, te Nunspeet, die voor een benoeming als hulpprediker te Zwaagwesteinde bedankte, heeft thans de benoeming naar de Ned. Herv, Gemeente te Enter (Ov.) aangenomen.
CAND. W. MEIJERING.
Bij de Ned. Herv. Gem. te Markelo is benoemd tot hulpprediker cand. W. Meijering te Utrecht. HERDENKING KERKHERVORMING. Bussum, 21 Oct. De Geref. Kerk in H.V. te dezer plaatse heeft besloten inzake de herdenking van de Kerkhervorming samen te werken met de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden, de Doopsgezinde Gemeente, den Remonstrantschen Kring, den Ned. Prot. Bond en de Evangelische Maatschappij.
Als sprekers zullen optreden dr. H. J. Heering, ds. E. C. B. Kok (Geref. Herst. Verb.) en een der beide Hervormde predikanten van Naarden, ds. Dorgelo of ds. Poldervaart.
De Ned. Herv. Gem. van Bussum, de Vrij Evang., de Luthersche, de Chr. Gereform. gemeente en de Gereformeerde Kerk konden zich in zulk een samenwerking niet vinden.
Gelukkig !
NED. HERV. GEMEENTE TE LEIDEN.
De Ned. Herv. Gem. te Leiden kan op het oogenblik met recht spreken van een predikantennood. Van de 9 predikantsplaatsen zijn er momenteel maar 4 geregeld bezet. Een en ander vindt zijn oorzaak in de twee nog steeds niet vervuld zijnde vacatures van dr. J. C. S. Locher en ds. Joh. W. Groot Enzerink en het als veldprediker afwezig zijn van ds. M. Ottevanger, ds. J. de Wit en ds. J. C. van Apeldoorn.
Het ligt in het voornemen, ter vervanging van de drie reserve-veldpredikers drie hulppredikers te benoemen.
Of in de vac.-ds. Groot Enzerink zal worden voorzien, is niet zeker. Het Comité van Actie, om de financieele moeilijkheden uit den weg te ruimen, is in dezen arbeid niet geslaagd en heeft het werk nu neergelegd.
DERDE PREDIKANTSPLAATS TE EDE.
De kerkvoogdij der Ned. Herv. Gem. te Ede stelde gelden beschikbaar voor de beroeping van een 3den predikant, waartoe de kerkeraad zeer waarschijnlijk spoedig zal overgaan.
KERKBOUW.
De bouw van een derde Hervormde kerk te Zeist, in het Patijnpark, is voorloopig uitgesteld.
GIFTEN EN LEGATEN.
De Ned. Herv. Gem. te Rotterdam ontving van een onbekenden gever een gift van ƒ 2000.— voor het tekort der Kerk en een van ƒ 500.— voor de Pensioenfondsen.
Wijlen de heer A. Asjes, te Castricum, heeft bij notarieele beschikking zijn vermogen, bestaande uit de „Albert Hoeve" met plm. 44 bunder bouwland, vermaakt aan de Ned. Herv. Gem. aldaar.
ANTISEMITISME IN DE OUDHEID.
Dr. G. J. D. Aalders, Geref. pred. te Hardenberg, sprak over bovenstaand onderwerp.
Spreker wees er op, dat door de gebeurtenissen van den laatsten tijd het Anti-Semitisme en zijn geschiedenis in het centrum der belangstelling is gekomen. Eigenlijk moeten wij — aldus spreker — zeggen : Anti-Judaïsme. Allerlei factoren zijn er, die het uitbreken van dit verschijnsel in den bekenden gewelddadigen vorm beïnvloeden, maar toch zijn de diepste motieven van psychologischen aard en vaak moeilijk na te speuren.
Ter verklaring ging spreker het Anti-Semitisme na, zooals het zich in de Oudheid vertoonde, waarbij hij eerst memoreerde den geweldigen invloed, die van het Jodendom in de antieke wereld is uitgegaan. Toch is bij vele auteurs der Oudheid grove onkunde betreffende de Joodsche geschiedenis te constateeren. Anderen praten elkander slechts na, waardoor een verderfelijke algemeene meening omtrent het Jodendom ontstond. De haat tegen de Joden, die zich reeds in de antieke wereld openbaarde, is stellig mede een gevolg van de onjuiste belichting van het Jodendom.
Spreker citeerde hierop enkele der voornaamste heidensche schrijvers, om vervolgens aandacht te vragen voor de waardeering, die, zij het ook sporadisch, bij sommige schrijvers in dien tijd tot uiting komt.
Wat het algemeene motief voor den smaad van het Jodendom betreft, zag spr. naast exclusivisme en atheïsme, de oorzaak van den Jodenhaat in de Oudheid in den geest van den Antichrist, tot staving waarvan spreker betoogde, dat het Anti-Semitisme in dezen tijd ook een antichristelijk karakter vertoont.
Jodenvervolgingen of „pogroms" heeft men in de Oudheid niet gekend, al hebben de Joden ook in de Oudheid wel van vervolgingen te lijden gehad. Spr. gaf voorbeelden ten bewijze, dat de Joden onder sommige Romeinsche keizers zelfs een bevoorrechte positie innamen. Het verschijnsel deed zich voor, dat bij de Christenvervolgingen Christenen meermalen overgingen tot het Jodendom om daar bescherming te zoeken.
Tenslotte gaf spreker als algemeene conclusie, dat de moeilijkheden, die de Joden in de Oudheid ondervonden, van verschillenden aard waren en dat de Joden dikwerf zelf oorzaak gaven.
ZOU HET WAAR ZIJN ?
Het verhaal doet de rondte, dat een dominé van een ferme gemeente van 600 zielen als reserve-veldprediker de wapenrok aantrok en zijn gemeente verliet, zonder den Kerkeraad daarin te kennen ; als extra salaris het majoors-tractement van ƒ 4200.— In ontvangst ging nemen, bij zijn gewone domineestractement, en op eigen houtje een godsdienstonderwijzer aanstelde, dien hij ƒ 30.— in de maand gaf, plus inwoning en kost in de pastorie, Daarbenevens maakte hij ook nog aanspraak op de vacature-penningen.
We kunnen het haast niet gelooven. Maar we lazen niet, dat het tegengesproken is geworden door den persoon in kwestie.
Gelukkig is het nu anders geregeld door de Synodale Commissie. Degenen die nu in oorlogstijd dienst doen, zullen van hun soldij ƒ 3000.— moeten afstaan aan de Kerkvoogdij en de Kerkeraad zal een hulpprediker moeten benoemen.
Of nu alles in orde is overal, betwijfelen we. En dat móét toch. Daartoe moeten alle instanties meewerken. De reserve-veldpredikers allereerst en allermeest.
EEN BOOS BERICHT EN DRIE GULDEN.
In de Pers van de Geref, Kerken botert het niet erg. De discussie en polemiek is nog al scherp. Kampen en Amsterdam zijn er ook bij betrokken. En nu gebeurde het, dat er een bericht in een Weekblad stond, dat nog al „tendentieus" was, waarover deze en gene zich boos maakte. Twee couranten waren toen in 't geding. En een lezer van de eene courant stuurde toen naar den redacteur van de andere courant een gift van 3 gulden, uit wraak over het booze bericht, dat gelanceerd was ; een gift voor een goed doel bestemd !
We zouden haast zeggen : wat jammer, dat onder ons geen booze en tendentieuze berichten gelanceerd worden ; dan konden ook onder ons giften worden gezonden, om het kwade goed te maken.
We moeten nu maar hopen op giften, zonder dat er booze berichten verschijnen
HET BIJBELLEZEN IN VERVAL ?
„Nu met het winterhalfjaar het huisbezoek onzer predikanten en ouderlingen weer begint, zou ik er de aandacht wel op willen vestigen, dat bij het onderzoek naar den stand der gezinnen óók vooral niet vergeten worde te vragen, hoe het staat het het lezen van den Bijbel in den huiselijken kring, vooral wat betreft het lezen bij de maaltijden. Ik heb den stelligen indruk, dat dit, vergeleken met vroeger jaren, sterk achteruitgaat.
Er zijn Gereformeerde gezinnen, waar de Bijbel bij den maaltijd vaker dicht blijft, dan dat het Boek der boeken geopend wordt om saam een hoofdstuk te lezen.
Gemengde huwelijken zijn voor dit geregeld bijbellezen fnuikend, maar waarlijk dat niet alleen ; want óók wanneer man en vrouw beiden tot de Kerk behooren, zijn de gevallen niet zeldzaam dat alléén 's Zondags het Boek opengaat.
Ons huisbezoek dient er wel ernstig op te letten, hoe het daarmee in onze gezinnen staat". „Ik kan te donker kijken" — schrijft ds. Van Dijk van Zaandam — „maar ik geloof, dat een enquête onder Nederlandsche Gereformeerden naar het bijbellezen ingesteld, een tekort zou aanwijzen, dat niet meeviel". (N.-Holl. Kerkblad).
EEN ERKENNING.
De humanisten hebben ook na den vrede van Versaillles hoog van den toren geblazen — schrijft „De Standaard". En staan nu weer bij de puinhoopen van het gebouw hunner verwachtingen.
Daar zijn er, die dit ruiterlijk willen erkennen. Wij willen daarvan nu ook een enkel voorbeeld geven. En nemen daartoe een werk, dat dit jaar verscheen van Fritz Heinemann : „Odysseus oder die Zukunft der Philosophie".
Hij erkent he bankroet der moderne wijsbegeerte, op welks wijsheid de schoonste verwachtingen werden gebouwd. Het is een volslagen bankroet.
Hij gewaagt van een crisis der menschheid, die een catastrophe dreigt te worden. Het is — zegt hij — het noodlot der moderne wijsbegeerte, dat den mensch alles ontnomen wordt. Het begint met het breken van den band met God ; dan verliest de mensch ook den band met de natuur en eindigt in een volkomen nihilisme.
Ziehier een gericht over den mensch, die zijn houvast in het absolute heeft verloren. Hoe hoog de techniek zich ook moge verheffen, aan dit feit valt niet te ontkomen.
De Griek vernam de stem van den kosmos, de profeet in Israël hoorde de stemme Gods. De moderne mensch verneemt daar niets meer van. Slechts een niets bleef over. Van allen kant grijnst het ons tegen. De waarheid — niets ; het goede — niets. God — niets ; de wereld — niets ; de mensch — niets.
En al die „nietsen" komen nu op ons aan, bestormen heel het leven, verheugen zich in het stroomend bloed dezer vernietiging.
Nu gelooft deze schrijver, dat in deze vernietiging weer een nieuwe aanvang ligt.
Een nieuwe ervaring zal de grondslag eener nieuwe wijsbegeerte zijn en die zal het leven weer bouwen. Hij hoopt, dat in de richting naar het licht en de waarheid Odysseus opnieuw het ware vaderland zal vinden en zijn zwerftocht zal beëindigen, zij het ook maar voorloopig. Maar wat is dit alles slechts als ij dele woorden? Wij wilden thans echter alleen op de erkenning wijzen, waar werkelijk de verslagene ligt van onzen tijd. Laat ons hopen en bidden, dat onze arme en moderne wereld, die zich door ongeloof en revolutie zoo bedrogen ziet, den weg terug moge vinden tot den Christus der Schriften, tot het Woord van onzen God.
DUITSCHE PREDIKANTEN IN KRIJGSDIENST.
Meer dan 40% van het groote aantal predikanten, dat Duitschland telt, is in militairen dienst opgeroepen. Ongeveer de helft van hen is in gewone actieve krijgsdienst, terwijl de overigen als legerpredikanten fungeeren.
DE DUITSCHE JEUGD.
Het wordt steeds duidelijker, dat de Nationaal- Socialistische autoriteiten van het Derde Rijk zich er ernstig op toe leggen, het geheele bijzonder onderwijs in Duitschland te elimineeren. Onlangs sprak men openlijk uit, te verwachten, dat zulks in den loop van 1940 zal worden bereikt.
In dit verband is van beteekenis wat de „Katholieke Documentatie" schrijft over de opvoeding der Roomsch-Katholieke jeugd in Duitschland. Terwijl er in 1933 in dit land nog 18000 R. K. scholen waren, zijn er thans nog slechts eenige honderden. Alle protesten van de bisschoppen bleven onbeantwoord. Het concordaat, gesloten tusschen Hitler en de Heilige Stoel, gaf slechts een oogenblik eenige hoop, want al spoedig ging alles de oude gang en werd het concordaat duizenden keeren met voeten getreden. De jongeren worden opgevoed in den geest en ademen het klimaat van het nieuwe heidendom. Woede van vaders, tranen van moeders, gebeden van beiden, veranderen daaraan niets.
De schrijver in genoemd Roomsch blad eindigt zijn artikel met de volgende woorden :
„Wanneer dit systeem nog dertig jaar aan het bewind blijft, is er geen spoor van Christendom meer te bekennen in Centraal Europa".
Gelukkig, dat we óók weten : de Heere regeert ! Wij denken zoo dikwijls nu aan de geschiedenis van Nebucadnezar, die zeide : „Is dit niet het Babel, dat ik gebouwd heb ? "
Waarop de Heere een heel ander antwoord gaf, dan de snoevende wereldvorst verwacht had.
MARNIX, DE DICHTER VAN HET WILHELMUS ?
Het is bekend, dat velen in den tegenwoordigen tijd zeer sterk er aan twijfelen, dat Marnix van St. Aldegonde de dichter zou zijn van het Wilhelmus. Historici eerst en daarna ook letterkundigen, hebben beweerd, dat een ander de auteur van ons aloude volkslied moet zijn geweest. Wie ? Fruin en Blok wezen indertijd op Seravia, den veldprediker van den Prins van Oranje. En onlangs bevestigde dit nog weer eens drs. Buitendijk, leeraar aan het Willem Lodewijk Gymnasium te Groningen, in „Nieuwe Taalgids".
Maar nu is — we lazen het in „De Standaard" — prof. dr. A. A. van Schelven, hoogleeraar aan de V.U. te Amsterdam, gekomen, om te beweren, dat wel Marnix de dichter is ! In een belangrijk boek over Marnix beschrijft hij dat. En dat prof. Van Schelven een uitnemend historiekenner en een serieus geleerde is, weet ieder. Prof. Van Schelven wijst er op : „dat Marnix de eerste is geweest, die als de auteur is genoemd. Hij was een dichter en in zijn tijd waren er onder de dichters weinigen in staat een lied als het Wilhelmus te maken. Voorts meent hij, dat Marnix' auteurschap in elk geval aannemelijker is dan dat van Coornhert, Seravia en Houwaert, of van den „grooten onbekende".Zijns lotoordeel in zijn boek over Marnix is : „Al zijn alle moeilijkheden bij den huldigen stand onzer kennis zeker niet opgelost, het liefst denk ik dus toch nog aan Mamix".
De papieren van Marnix van St. Aldegonde schijnen dus in dit opzicht weer te rijzen !
„Hoe dit echter ook zij" — merkt De Standaard op — „het voornaamste is, dat wij het Wilhelmus bezitten, een gebed, in dagen van geweldige worsteling geboren, en dat ons sterken kan óók in ónzen tijd".
HOE MEN IN DUITSCHLAND OVER DEN BIJBEL DENKT.
De „Duitsche Christenen", waarvan dr. Rosenberg en anderen de leiders zijn, spreken over den Bijbel op de meest gruwelijke wijze. Men heeft het Oude Testament een boek van Joodsche werkelijkheid genoemd, dat vol staat met „verkoopers- en bordeelverhalen", en den eisch gesteld, dat het Oude Testament uit de Kerk moet worden verwijderd. Men heeft verder ook geëischt, dat het Nieuwe Testament zou worden gezuiverd van alle „Joodsche vervalschingen en bijgeloovige berichten, die de Rabbi Paulus er in verwerkt heeft".
Men kon indertijd in het Sportpaleis te Berlijn, waar een groote meeting gehouden werd, het' volgende hooren : „Wanneer wij. Nationaal-socialisten, ons schamen bij een Jood een das te koopen, dan moeten wij ons eerst recht schamen om iets, dat tot het diepste van ons innerlijk leven behoort, onze religie van Joden aan te nemen".
In „Het Dorp op den Berg" lezen we daarover (bladz. 80) : „Wij moeten daarop antwoorden : De Bijbel is geen Jodenboek, maar het onverwoestbaar fundament van onze Kerk. Het Oude Testament is evenals het Nieuwe Testament Gods Woord. Wanneer hetgeen de Duitsche Christenen verlangen, de Kerk binnendringt, dan zijn wij geen Christenen meer, maar erger dan de heidenen". „De Kerk wil men gelijkschakelen, evenals de eerste de beste gymnastiekvereeniging. Zij zal niet langer het gansche Evangelie mogen verkondigen, maar dat, wat haar van Staatswege voorgeschreven wordt". „Wij mogen deze dwaalleer in onze Kerk niet toelaten".
BEGINSELEN OVER BOORD GEWORPEN ?
Vrees voor het Fascisme maakt de S.D.A.P. tot offers bereid.
De nationale ontwapening werd uit het program der S.D.A.P. geschrapt, niet het minst tot afwending van het fascistisch gevaar. Koningin en Vorstenhuis worden meer dan tot dusverre als nationale instellingen geëerbiedigd, mee onder den invloed van de nationaal-socialistische dreiging.
Voor het volk in al zijn geledingen en standen begeert thans de S. D. A. P. ten strijde te trekken, hoewel jaar en dag gevoerd is een eenzijdige proletarische klassenstrijdspolitiek, die het belang van de arbeidersklasse tot norm verhief.
Tot verdere concessies is het socialisme genegen. Een zijner leidende figuren handelde niet lang geleden over de houding der S.D.A.P. tegenover den godsdienst.
Hij erkent zelf religieuse overtuiging te missen. „Godsvoorstellingen" — zoo lezen wij — „maken geen deel van mijn gedachtenleven uit en ik heb zelfs geen begrip, wat men onder zulke voorstellingen zou moeten verstaan". Toch meent hij dat de partij tegenover den godsdienst meer waardeerend standpunt moet innemen. Hij doet daarom den voorslag : „De waarde van het godsdienstig besef als democratische en antifascistische kracht ware in ons program te erkennen".
Waarom ?
Het bescheidt luidt : „dat zou waarschijnlijk in staat zijn menigeen tot onze partij te doen naderen, die er nu nog afwijzend tegenover staat".
Wellicht moge bij sommige partijgangers nog bedenking rijzen, maar dan komt het dringend vermaan : „Anti-fascistische volkseenheid is een onschatbaar goed, waarvoor geen inspanning te groot is".
Door vrees voor het Fascisme wil men dus een volkséénheid in 't leven roepen, waarbij alle vastheid en éénheid ontbreekt.
De godsdienst alleen uit vrees te willen accepteeren, is een sociaal-democratisch gescharrel, dat weinig vertrouwen zal wekken bij degenen, die weten wat godsdienst is. (De Standaard).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's