De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

DE REFORMATIE IN NEDERLAND

6 minuten leestijd

DE REFORMATIE IN NEDERLAND
II. (Slot).

Het is typisch, dat Zwingli in onze geschiedenis slechts weinig genoemd wordt. Toch zijn hiervoor wel redenen aan te geven. In de eerste plaats toch heeft Zwingli's arbeid zich vooral beperkt tot Zwitserland, en vervolgens draagt zijn strijd ten bate van het Evangelie een eigen karakter, dat niet door iedereen toegejuicht is. Zijn verdediging van de Waarheid Gods met het zwaard vindt onder de Calvinisten geen onverdeelde instemming.
Van meet af hebben wij Hollanders ons meer naar Bullinger te Bern en Oecolampadius te Bazel georiënteerd. Later natuurlijk vooral naar Calvijn.
Het gezag, waarmede het Calvinisme optrad, werd ten onzent erkend en aanvaard. De leer der souvereiniteit Gods vond gereeden ingang. Algemeen werd gevoeld, dat deze gebondenheid aan de Heilige Schrift op allerlei terrein van het leven de vrijheid schonk, die die de Nederlander onder geen voorwaarde wenschte prijs te geven. Met name de vrijheid van geweten is door onze vaderen der zestiende eeuw gewaardeerd als een onschatbaar goed. Het strenge en weldoordachte Calvinisme was zonder voorbehoud in overeenstemming met onzen volksaard.
Thans iets over de verhouding van de Reformatie tot de taal in het algemeen.
Voor de ontwikkeling van de Duitsche taal staan Luther's verdiensten onmiskenbaar vast. Doordat hij zich vooral wendde tot het eenvoudige volk, moest de wijze, waarop hij zich uitdrukte, aan bepaalde eischen voldoen, wilde hij gegrepen worden. Z'n prediking en geschriften houden met dezen factor dan ook meestentijds rekening. Ook is door Luthers toedoen de Bijbel weer regelrecht gebracht tot het volk. Niet door middel van een priester of de kerk behoorde de boodschap des heils te komen tot hen, die dorstten naar het levende water. De vertaling van den Bijbel in de Duitsche taal, die Luther heeft bezorgd, is voor de taaivorming van de grootste beteekenis geweest.
Niet anders is het bij Calvijn. Schreef hij aanvankelijk in het Latijn, — later richtte hij zich eveneens tot een breeder publiek, toen hij geschriften publiceerde of vertaalde in het Fransch. De „Institutie" bijvoorbeeld verscheen voor de eerste maai in het Latijn, en was derhalve aanvankelijk alleen voor geleerden bestemd. Ten einde echter in een dringende behoefte te voorzien, zag weldra een Fransche editie van het beroemde boek het licht. Duizenden eenvoudige lieden konden toen evenzeer genieten van de schatten, die in het werk opgetast lagen. Voor de ontwikkeling van de Fransche taal is Calvijns literaire arbeid bevruchtend geweest. ^)
Ook in ons eigen land bestaat er een gelukkige relatie tusschen de Reformatie en de taal. We behoeven maar te herinneren aan de Statenvertaling, om het bewijs voor een en ander te leveren. Onze taal van den dag kent nog tal van uitdrukkingen, welke ontleend zijn aan de vertaling van 1637, en vele menschen, die niet leven uit en bij den Bijbel, bezigen bedoelde uitdrukkingen, zonder de herkomst er van te weten.
Een andere parallel is die tusschen de Reformatie en de kunst. Hoe men over de uitbeelding van Bijbelsche stof ook denken mag (er bestaan op dit gebied zeer zeker bedenkingen), — een feit is, dat de onderwerpen der schilderkunst na de Hervorming een radicale wijziging ondergingen. De teekeningen van Albrecht Dürer zijn alom bekend, 's Mans vermaardheid in dit opzicht strekt zich ver uit buiten de Duitsche grenzen.
Wat Dürer was voor het Duitsche Protestantisme, is Rembrandt bij ons geweest. Zonder de Reformatie is zijn werk niet te verklaren. Alleen onder een volk dat den Bijbel kent, kon zijn werk opkomen en waardeering vinden.
De groote Rémbrandt-kenner Bredius heeft een boek samengesteld met de voornaamste reproducties van schilderijen van den wereldvermaarden meester. Nu is het uiterst merkwaardig, dat van de 630 opgenomen schilderstukken, er niet minder dan 146 betrekking hebben op den Bijbel (46 op het Oude, en 100 op het Nieuwe Testament) ; dus ongeveer 23 procent der verzameling geeft Bijbelsche stof.
Een dergelijke (in dit geval) gelukkige onevenwichtigheid spreekt boekdeelen Afgezien van de vraag, of Rembrandt zijn stof welbewust en uit liefde voor Gods openbaring gekozen heeft, drukt zijn keus de instelling van het Nederlandsche volk zijner dagen uit.
Hoewel beiden Bijbelsche gegevens verwerken, bestaat er niettemin een groot onderscheid tusschen den Italiaanschen schilder Michel Angelo en Rembrandt. De eerste is namelijk niet, zooals Rembrandt, eenvoudig Bijbelsch, maar zet zijn figuren in een allegorische omlijsting, welke onwaarschijnlijk en overdreven aandoet, ondanks de schoonheid van het geheel.
Dat Rembrandt uitdrukking gegeven heeft aan wat er onder het Bijbelvaste volk leefde, staat vast. Zijn schilderij van Mattheüs' inspiratie is een belijdenis van een groot deel van het Nederlandsche volk, dat geloofde in de Goddelijke oorsprong des Woords. 2) Wanneer Rembrandt met dit gevoelen niet op de hoogte was geweest, dan zou hij het nimmer tot onderwerp voor zijn kunst hebben kunnen kiezen.
Inmiddels meene men niet, dat er tijden in onze historie zijn aan te wijzen, waarin heel het Nederlandsche volk Calvinistisch was. In de beste dagen van ons volksbestaan heeft het aantal gereformeerden hoogsten tien of vijftien procent bedragen.
Niet in alle deelen van ons land vond het Calvinisme ingang. Ook aanhangers van Luther werden er ten onzent gevonden, terwijl bovendien hier en daar volgelingen van Menno Simons (de z.g. doopsgezinden) hun leer ingang trachtten te doen vinden. Waarbij komt, dat niet allen, die als Calvinist te hoek stonden, het ook werkelijk waren.
Toch hebben de Calvinisten, ondanks hun klein getal, leiding gegeven op onderscheidene terreinen van het leven hier te lande. Al waren de officieele organen meestentijds in niet- Calvinistische handen, — toch zijn het de Calvinisten geweest, die hun invloed allerwegen hebben doen uitgaan. Als minderheid hebben zij dikwijls de meerderheid geregeerd.
Was Petrus Datheen een voorstander van de heerschappij van de kerk over den staat, en Oldenbarneveldt een verdediger van het tegendeel, — Prins Willem van Oranje wees zoowel de Kerk, als den staat een eigen terrein aan, een opvatting, die geleerd is in de school van den Geneefschen Reformator. De politiek van verdraagzaamheid, welke door den „Vader des Vaderlands" gevoerd is, was uit religieus oogpunt bezien volkomen verantwoord, en op politiek gebied heeft zij de rigoristen in het ongelijk gesteld. Naar menschelijk oordeel is het gereformeerd Protestantisme in de Zuidelijke Nederlanden door onheilig vuur in zijn kiem gesmoord, en zoo is zijn bloei belemmerd. Gedane zaken nemen echter geen keer.
Drie principes komen in de geschiedenis der Nederlandsche Reformatie op den voorgrond. In de eerste plaats de strijd voor de zuiverheid van leer en leven, overeenkomstig den Woorde Gods ; vervolgens de zelfstandigheid der plaatselijke kerken ; en tenslotte de politieke autonomie.
Zoolang de Goddelijke ordonnanties in acht werden genomen door een beginselvast deel der Nederlandsche bevolking, — zoolang werden de zegenrijke gevolgen overal gezien, doch niet zoodra kwam er inzinking van geloof en vervaging van principes, of het proces van verval voltrok zich.
De geest, die zich uiteindelijk in de Fransche Revolutie openbaarde, als ook in het Liberalisme der vorige eeuw, is in wezen de verkrachting van de Reformatie, die in de zestiende eeuw en vele jaren daarna voor ons land en volk zulke zegenrijke gevolgen heeft gehad. En niet alleen voor ons, maar evenzeer voor gansch Europa en de wereld !

1) Zie het „Woord vooraf" in mijn: Calvijn in het licht zijner brieven, Kampen 1938.
2) Bedoeld doek bevindt zich in het Louvre te Parijs, waar schrijver dezes het vorig jaar zag.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's