De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

7 minuten leestijd

Exodus 4 : 20b: „En Mozes nam de staf Gods in zijn hand".„Hij zal hen nimmer om doen komen", „In duren tijd of hongersnood".

DE STAF GODS
Exodus 4 : 20b: „En Mozes nam de staf Gods in zijn hand".
Alle menschen, die een vooraanstaande positie bekleeden in de maatschappij, staan bloot aan veel critiek. Er is echter niemand op de geheele aarde die zoozeer becritiseerd wordt als God de Heere. Door vriend en vijand wordt Zijn wereldbestuur beschouwd als een lastige inmenging in ons leven.
Blijven wij alleen bij het rijk der natuur. De mensch klaagt als de zon schijnt en als het regent. De landbouwer bidt om regen als een weldaad voor de dorre aarde. De stedeling zegt: laat de zon schijnen, ik wil de zon zien. Aldus kan de Heere het den bedilzieken mensch moeilijk naar den zin maken. Nog erger wordt het, als tegenspoed op tegenspoed het opgebouwde verbreekt. Dan komt het hart in opstand en eindigt in een hooghartig : „waarom ? ''
Van nature is niemand het eens met God. Onze natuur wil niet bukken onder het Godsbestuur, maar wil zelf de teugels van Zijn wereldbestuur in handen nemen en zelf bepalen, wat wij in dit leven genieten willen. In plaats van verwondering te toonen bij de stroom van ontvangen zegeningen, vermeet de dwaze mensch zich God te mogen smaden en onteeren.
Ook de pelgrim naar Jeruzalem wordt meegesleept in den maalstroom dezer wereld. Ook in der vromen tent worden Gods wegen niet altijd goedgekeurd. Het opstandig hart eindigt in de raadselen, die niet opgelost kunnen worden. Toch wordt er in hun hart gevoeld schuldbesef. Er is een bukken geleerd voor den hoogen God. Er is een besef, dat zulk spreken en handelen God onteert. De moede pelgrim zuchtende onder levensleed of zielesmart, snakt in die dorre tijden naar gemeenschap met Zijn God. De tegenspoeden voeren hem' niet verder van God af, maar juist naar God toe. Dit is een groote winst, want nu leert hij Gods bedoelingen verstaan : „Alle dingen moeten medewerken ten goede dengenen, die naar Zijn eeuwig voornemen geroepen zijn". De kruisweg is noodig voor de zaligheid der zielen. Doch in deze moeilijke dagen komt de Heere over en steekt hun een staf toe, waardoor zij gemoedigd voorwaarts mogen gaan. Deze staf is een staf Gods.

1. De staf Gods.
Mozes krijgt van God het bevel naar Egypte te gaan om Israël te verlossen. Bij de brandende braambosch verschijnt hem de Heere, maar Mozes aarzelt. Hij durft niet. Zijn geloofskracht is gebroken. De weg van volledige overgave is voor hem nog onbegaanbaar.
De Heere wijst hem op een staf in zijn hand. Het is zijn herdersstaf, zijn steun bij het weiden der kudden van zijn schoonvader Jethro in de woestijn van Midian.
Voor Mozes is zij niets meer als een stuk dor hout, van den boom genomen. De beteekenis van de woorden Gods ontgaan hem. Ook in overdrachtelijken zin wordt de staf gebruikt in de Heilige Schrift. De profeet Ezechiël spreekt van: „de staf des broods". Als deze gebroken is, is er tekort. Er is honger in het land. Gebroken staven, zijn al diegenen, die hier door het levensleed een doornenpad betreden. Gebroken is het geluk dier ouders, die hunne kinderen vroegtijdig zagen wegsterven. Gebroken is het geluk van die man of vrouw, die een echtvriend(in) missen moet. Mozes aanschouwde hoe de staf een slang werd, waarvan hij wilde wegvlieden. Alzoo ook in menig leven is een knagende worm die het leven versombert. De Heere vermag ook een tweede wonder te doen om een slang te maken tot een staf in zijne hand. In de verdrukkingen kan een groote zegen liggen.
„Hij zal hen nimmer om doen komen", „In duren tijd of hongersnood".
De drukwegen zijn leerscholen Gods, waarin God de Heere vruchten der gerechtigheid openbaart.
De Heere zegt: Mozes, ziet toch, gij moet acht geven om het geheim te verstaan. Deze staf zal u wonderen doen. Daarmede werden de plagen over Egypteland gebracht. De wateren der Roode Zee werden gekliefd. Een van dorst versmachtend volk verkreeg door de staf een overvloed van water uit de rotssteen. De staf in Mozes' opgeheven rechterhand was het symbool der overwinning over de oorlogzuchtige Amalekieten. Deze staf zou hem niet meer verlaten tot hij dèn berg Nebo beklom om te sterven.
Gods wondere macht zou zijn leven en het leven van zijn volk omtuinen. De Heere was in hun midden.
M.L. Nog heerlijker wordt het, als wij, zijnde onder de Nieuw-Testamentische bedeeling, in Christus mogen zien de bloeiende amandelstaf, die bloesem bloesemde en amandelen voortbracht. Christus Jezus is degene op wien al Gods kinderen steunen. Hij is de staf der verlossing. Hij heeft de zondeschuld betaald, doof het kruishout te dragen.
En dan staat er op Golgotha de levensboom, die het leven brengt aan al de Zijnen. Zijn wonderdoende macht maakt 's Heeren Kerk tot wat zij is. Hij is de eenige Hoogepriester, die al de zijnen tot zich trekken zal.

2. Geloofsovergave.
„Mozes nam de staf Gods in zijn hand''. Hij nam haar op. Zijn twijfel is overwonnen. Zijn tegenstand is gebroken. Bemoedigd en gesterkt gaat hij voor zijn vertrek orde op zaken stellen. Het onmogelijke bleek mogelijk. Er is geloof en nu is zijn toekomst verlicht. Met zijn God vermag hij alle dingen. En Mozes mag zeggen :
„Wij steken het hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen. Door U door U alleen om 't eeuwig welbehagen. Want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven, En onze Koning is van Israels God gegeven".
In déze geloofsovergave is hij tot alles in staat. Hij is als een tweede Abraham in ijver om Gods wil te doen. Abraham moest brengen het offer van zijn eenigst kind. Dan lezen wij : „Toen stond Abraham 's morgens vroeg op en zadelde zijnen ezel en nam twee van zijne jongens met zich en Isaak zijnen zoon en hij kloofde hout voor het brandoffer en maakte zich op en ging naar de plaats die hem God gezegd had". Alzoo ook Mozes : „Mozes dan nam zijne vrouw en zijne zonen en voerde ze op een ezel en keerde weder in Egypteland". M.L. Aanvaardt gij de beproevingen, de kruisweg uit Gods hand ? Gij moogt gelooven, dat de Heere het gedaan heeft, maar ook macht heeft u bij te staan. Een zieke, die de gezondheid ziet wegteeren, zal dan Gods weg billijken, ziende op de onverwelkelijke kroon die de Heere den Zijnen heeft weggelegd. Dan is er een bergen verzettend geloof. Bij de graven onzer bloedverwanten, waar vele tranen geschreid zijn, zullen wij dan het hoofd mogen opheffen. In deze bange dagen van oorlog en oorlogsellende zullen wij dan mogen zeggen : „Bij U schuil ik!" Deze drukwegen voeren ons dichter bij den Eeuwige, tot een schuiling zoeken en ook vinden in de schuilplaats des Allerhoogsten.

3. Een gereinigde hand.
„Mozes nam de staf Gods in zijne hand". In zijne hand, ook dit moet er bijstaan. Die hand was zooeven melaatsch geweest, hem herinnerende aan de melaatschheid der zonden. Daarmede kon hij niet vasthouden. Hij zou de staf laten vallen. De Heere nam echter de melaatschheid weg. En nu is hij gereinigd. „Heb Ik niet, zegt de Heere, u van uw zonden gereinigd. Ik zal u geven te spreken voor den Farao. Ik zal u profeet maken".
Nog zegt de Heere hetzelfde door de woorden Zijner beloften en vertroosting. De Heere wil zich zelf verheerlijken in zwakke menschen en deze zullen spreken van Gods groote daden.
De kracht der wonderen ligt niet in een sterke hand maar in een sterke staf, die de staf Gods heet en daarom onverbreekbaar is.
M.L. Mozes is gereed voor de reis. Hij loopt naast den ezel. Hij gaat naar Egypte blind voor de toekomst.
Hij is de moedige pelgrim, die eenmaal Kanaan zal bereiken. Zoo ook wij, zijn wij ook pelgrims naar het Jeruzalem dat boven is ? Al loopt de weg door een tranendal, door dorre woestijnen en eenzame vlakten. Bij den Heere is verkwikking.
Met Christus reist gij veilig zelfs langs onbegaanbare wegen. Immers Hij heeft gezegd : „Ik ben de weg, de waarheid en het leven".
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's