FINANCIËN
„'t Staat nu werkelijk geen oogenblik stil. De eene is nauwelijks vertrokken of de andere trekt aan de bel, en het is altijd weer dezelfde klacht : „Kunt gij mij niet helpen ? 't Is hier toch zoo hard noodig. 'k Zou waarlijk niet bij u gekomen zijn, als de nood er mij niet toe dwong".
Deze verzuchting wordt in onze dagen wat vaak geslaakt. Terwijl omgekeerd, hetzij hoorbaar of ook zoo, dat niemand uw alleenspraak beluistert, het besluit wordt vastgesteld ; „nu is het dan ook voor de laatste keer, dal ik de helpende hand uitsteek", 't Loopt over de hooge schoenen heen. Men zou eigen omgeving tekort doen, en dit mag toch in geen geval.
Weet ge, wat hierop zou kunnen worden geantwoord ? Niet anders dan dit, dat bizondere tijden ook bizondere nooden met zich mee brengen. Ongetwijfeld zal van dit zeggen ook misbruik kunnen worden gemaakt ; van vele kanten kunnen in dezen voorbeelden worden bijgebracht. Evenwel zullen de talrijke aanvragen niet nalaten ook iets af te brokkelen van de inkomende gelden, waaraan de oudere corporaties, die voorheen geen nooden kenden, voor wie het een lust was om de zaken te drijven, zoo gewoon waren geworden, dat zij haast meenden dat het zoo behoorde. De stroombedding bleef dezelfde wijdte behouden van voorheen, alleen de wateren die er door liepen, waren veel minder geworden. Daar waren zelfs plekken, waar men door kon loopen, zonder nat te worden. Wie hier met, al is het ook met een haast ledige, boot door moet, ziet zich noodgedwongen een halt toegeroepen. Of hij haast heeft, of hij al driftig heen en weer loopt, verandering komt hierin niet eer, voor er van boven af stroom wordt losgelaten.
Lichtelijk wordt de afhankelijkheidszin door deze moeilijke gang van zaken veel meer ten gunste beïnvloed, dan wanneer alles vanzelf gaat. Dan wordt nooit de blik geworpen naar omhoog met zooveel bewustheid, als wanneer de droge bedding roept om toevoer.
Rijke tijden beteekenen vaak armoede voor de ziel, terwijl in schrale tijden de nood uitdrijft tot God. Dan kan het best gebeuren, dat niet alleen de persoon, die het aangaat, bij de kleinste zegeningen Gods bizondere gunste merkt, maar dat het in andere harten, als het zijne, eenzelfde gewaarwording wekt, zoodat Gods Naam hier op het kostelijkst wordt verheerlijkt.
Van meer dan één kant werden deze gevoelens bij mij wakker geroepen. Bij de algemeene bezuiniging lijdt ook onze kas aan het euvel onzer dagen. De uitgaven nemen niet in die mate af, als de inkomsten verminderen. Al zit de gedachte voor, dat er gemakkelijk bezuinigd kan en moet worden — immers 't gebrek aan predikers is lang zoo dringend niet meer als voorheen —, toch zoudt ge er van ophooren, wanneer ge de lijst eens voor u zaagt van hen, die steun vragen. Om kort te gaan : wij blijven, wat de uitgaven betreft, op een en dezelfde hoogte, terwijl de inkomende gelden sterk verminderden.
Dit maakt onzen arbeid niet gemakkelijk. Wij doen dan ook een beroep op uw zedelijken en geldelijken steun. Wanneer er afdeelingen zijn, waar de contributiegelden nog niet werden afgedragen, mag ik zeker wel op eenigen spoed aandringen. Met 30 November sluit ons boekjaar, zooals ge weet.
Is er ook nog iemand, die voorheen steun heeft genoten en tot nu naliet zijn erkentelijkheid te toonen ook in stoffelijken zin ? Dit blijk is voor mij zoo moedgevend. Wanneer niets van dien aard in het licht treedt, is het gevolg dan ook vaak bij mij omgekeerd, voornamelijk als de mogelijkheid van kunnen er is. Wie zelf geholpen is, moet verstaan, dat anderen op deze uitgestoken hand wachten, 'k Laat het hierbij voorloopig, om het overzicht te geven over de laatste weken.
1. De eerste gift kwam uit de collectezak te Hattem. Een onbekende gever of geefster verrast ons telkens met een gift. Ditmaal gewerd ons ƒ 1.—
2. Door collega ds. Heijer te Vlaardingen ontving ik van de fam. B. voor onze fondsen „ 8.—
3. Voor het lezen van De Waarheidsvriend kreeg ik door den heer D. N. te IJ. van J. v. C. uit dankbaarheid...,, 1.—
4. Kwam de eerste gift uit Hattem, hierbij zou met een enkele dag nog een tweede volgen. Moeder, die als 'n gunst Godes haar 85ste jaardag mocht vieren, liet niet na, een dankoffer aan den God aller genade te wijden „ 2.50 Een rijksdaalder ontving ik met groote waardeering. Spare de Heere de moeder en doe Hij Zijn aangezicht liefelijk over u allen tezamen lichten.
5. Mag ik thans in één post samenvatten meerdere contributies, die tot nu nog waren achtergebleven :
Door ds. V. G. van hem zelf 2 gid. en van v. G. 1 gld. Samen „ 3.—
Van den heer S. de L., eveneens te B. een gulden „ 1 — Van ds. v. V. te H „ l._ Van ds. K. te M „ 1.25 Door ds. V. d. B. van hem zelf 2 gld. en van P. v. B. 1 gld. Tezamen „ 3.—
6. Mej. Alie P. te Aalsmeer heeft in den laatsten tijd mij niet weinig verwend door persoonlijk de inhoud van haar busje voor den Geref. Bond te brengen. Ditmaal heeft zij de hulp ingeroepen van haar zuster, die slechts enkele huizen van mijn Wijkgebouw af woont. Dat busje is een van mijn meest vruchtbare busjes, d.w.z. de houdster van dat busje wil zich veel moeite en zorg getroosten voor dezen onzen arbeid, 'k Dank èn haar persoonlijk en evenzeer de vrienden, die onzen arbeid in liefde gedenken. Gods zegen ruste rijkelijk op alles. De opbrengst was ,, 32.50
7. Onze onbekende vriend uit eigen gemeente, die, hoe vaak ook het papiertje met een tientje tot inhoud voor ons Studiefonds in het kerkezakje verdween, mij elke keer weer opnieuw verrast, deed dit ook nu weer van mijn warmen dank boude hij zich overtuigd. „ 10.—
8. Van enkele plaatsen kwamen de contributiegelden binnen, n.l.
van Ermelo „21.— van Nieuw Lekkerland „ 22.50 van De Bilt „20.— van Hoogeveen „60.—. Zeer hartelijk dank aan allen !
9. Van mej. N.N. werd mij ten haren huize een rijksdaalder voor het Studiefonds ter hand gesteld „ 2.50
Met zeer veel dank !
10. Van de fam. B. kreeg ik naast andere giften ook 1 gld. voor het Studiefonds „ 1.—
Eveneens vriendelijk dank.
Beide giften kwamen uit eigen gemeente.
11. Zoo omtrent dezen tijd, krijg ik van een warm meelevende vriendin, alhier, altijd 2 rijksdaalders : 4 gld. voor het lezen van De Waarheidsvriend „ 4.— d.i. al weer de contributie voor het volgend jaar, met één gld. voor de Zondagsschool.
'k Hoop, dat het jaar dat komt voor haar een zelfden zegen mag schenken als dat, hetwelk straks afgesloten zal worden.
12. Van onzen vriend G. de J. te A. krijg ik zoo tusschenbeide een blijk van zijn warm meeleven en meezorgen. Hij gireerde ook nu weer 10 gld., met de toegevoegde regel: „Nu kan de Penningmeester weer zijn financiën verzorgen". Hij heeft het puntje op de juiste plaats gezet, 'k Dank hem zeer hartelijk „ 10.—
13. Uit de collectezak te Dirksland zond collega ds. v. d. Wal mij voor onze fondsen 2 rijksdaalders „ 5.—
Mag ik hem met veel dank, hiervoor mijn erkentelijkheid betuigen.
14. In het hooge Noorden tellen wij nog altijd meerdere gemeenten, waar de oude Gereformeerde levensbeginselen gevonden worden, waarvan ons op meer dan één manier de bewijzen mogen geworden.
Hoe lange jaren werd niet het busje voor het Studiefonds te Ooster-Nijkerk verzorgd door onzen vriend Th. A. Faber. Ook nu zond hij weer „11.85
'k Zeg hem en de vrienden hartelijk dank.
15. Zou het niet vaker dan eens gebeuren, dat wij een mijlpaal op ons levenspad passeeren, zonder even stil te staan ? Dit is jammer en levert niets dan schade op, niet 't minst voor eigen leven. Daarom deed me een gift van 10 gld. zoo echt goed, die ik ontving uit H. onder letters D. J. H. 't Was naar aanleiding dat hij het 2000ste girobiljet verzond „ 10.—
Geve de Heere, Die ook zijn hart daartoe bewoog, hem nog een duizendvoudigen zegen.
16. De sluitpost heeft deze keer meer waarde dan in het getal, in de som zelf ligt uitgedrukt, 'k Kreeg n.l. als een hoogst blijde verrassing van een oud-alumnus een gift van „100.—
Deze was voor mij zoo uitermate welkom om het feit, dat tot nu deze post voor mij nog open stond.
De laatste jaren was dit nog niet voorgekomen, zoodat ge begrijpen zult hoe ik te moede was. 'k Kon het maar niet gelooven, dat niemand — al was 't nog zoo weinig — iets van zijn erkentelijkheid voor den genoten bijstand zou laten blijken, 'k Zeg den gever daarom zeer hartelijk dank !
Tezamen geteld kom ik deze keer tot een eindsom van
f 332.10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's