De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

12 minuten leestijd

ALS KERSTFEEST LICHT, een bundel verhalen voor Kerstfeestvieringen, verzameld door H. te Merwe. Uitgave N.V. W. D. Meinema te Delft.

Wat Meinema van de pers doet komen, is altijd goed verzorgd. Ook dit boek. En H. te Merwe heeft op dit terrein z'n sporen verdiend. Deze beide heeren, de Uitgever en de Schrijver, hebben zeer aan zich verplicht allen, die straks geroepen zullen worden een Kerstverhaal te vertellen op de Zondagsschool. Wat kan de keuze moeilijk zijn. Waar kan men een geschikt verhaal vinden ? 't Is soms zoo lastig om te slagen ; omdat een dergelijk verhaal aan heel wat eischen en voorwaarden moet voldoen. En ziet, hier heeft men een ideaal-bundel. Want ten eerste krijgt men uitvoerig de Kerstgeschiedenis zelve. En wel op origineele wijze (van blz. 1—31). Verder zijn hier zes Kerstverhalen, die zich zeer goed laten lezen en die zich, voor zoover wij het kunnen beoordeelen, uitstekend leenen om na-verteld te worden bij een Zondagsschoolfeest.

Dé Kerstgeschiedenis is driedeelig : 1. Het paradijs verloren en herkregen ; 2. Des Heilands geboorte ; 3. De beloofde Koning.

De zes Kerstverhalen zijn : 1. A. Warnaar : Toch écht Kerstfeest ; 2. Th. Eerdmans : De organist ; 3. K. Norel : De dijk breekt ; 4. E. van Beek : Kerstfeest ; 5. D. Menkes—v. d. Spiegel : Geen Kerstboom — toch Kerstfeest ; 6. H. Hoogeveen : De ster.

Hartelijk aanbevolen !

EEN HOOFD DES HOEKS

door ds. J. van Raalte. Uitgave : T. Wever, Franeker.

Een bundel meditaties van ds. J. van Raalte. De hier geboden meditaties zijn van ongeveer denzelfden aard, als die in den vroeger verschenen bundel : „Het Woord is vleesch geworden". Maar ze behandelen niet zoozeer het Kerst gebeuren, ze zijn meer gehouden in Advents-stijl. Hoewel ook enkele „Kerststoffen" zijn opgenomen ; wat wij een aanbeveling vinden. Het gaat van het begin tot het eind over : de beteekenis van den beloofden en gekomen Christus ; wat ook in het opschrift : „Een Hoofd des hoeks", uitkomt.

De schrijver heeft er naar gestreefd de lectuur „eenvoudig" te houden, waarmee hij bedoelt : lectuur, die iedereen kan begrijpen.

Om de leidende gedachte zooveel mogelijk te laten uitkomen, zijn de meditaties voorzien van op-schriften. Laten we de vier verzamelnamen hier even noemen : 1. Van Paradijs tot Godsstad. 2. Zaad der vrouw en zaad der slang. 3. Christus en de volkerenwereld. 4. d' Herders op den velde hoorden een nieuw lied.

In die vier rubrieken zijn dan telkens ongeveer 12 meditaties ondergebracht, zoodat we in totaal een kleine' vijftig overdenkingen krijgen, elk van deze met een bijzonderen naam getypeerd, waarbij dan dikwijls 3 a 4 meditaties hetzelfde opschrift dragen als „vervolg-stoffen" behandeld.

In de eerste rubriek : „Van Paradijs tot Godsstad'" gaat het van den hof des Heeren tot de voleindigde cultuur. In de tweede serie gaat het over de vijandschap van satan en wereld tegenover het heil des Heeren. In de derde rubriek wordt Christus gesteld in het midden der volkeren, die woeden tegen Gods Gezalfde. In de vierde of laatste rubriek gaat het over het lied der morgensterren, het lied van Lamech, het lied van Mozes, het lied van Babels rivieren, het lied van Efratha's velden en het lied van de glazen zee.

Wij hebben natuurlijk niet alle meditaties gelezen, maar wat wij gezien en gelezen hebben, geeft ons volle vrijmoedigheid om ook dezen bundel aan te bevelen, gelijk we dat vroeger deden met : „Het Woord is vleesch geworden". Wij hopen, dat de ontvangst nu even goed mag zijn als bij de eerste bundel.

De Uitgever verzorgde dit boek buitengewoon degelijk en goed. Alles ziet er keurig uit!

ARCHIEFSTUKKEN BETREFFENDE DE AFSCHEIDING VAN 1834, 1stè Deel : Vóórgeschiedenis 1822—1834, bewerkt door ds. F. L. Bos. Uitgave : J. H. Kok te Kampen.

Dit is een belangrijke kerkelijke uitgave. Op de Synode van Middelburg is er in 1933 .toe besloten. Maar aan het uitgeven van archiefstukken zit heel wat vast, hoewel het hier natuurlijk geen oude, verweerde, moeilijk leesbare handschriften betreft. Maar dat neemt niet weg, dat het opzoeken, ordenen, nasnuffelen en voor de pers bewerken, geweldig tijdroovend is. Het blijkt, dat dr. F. L. Bos, van Wilnis, daarmee al lang bezig is geweest, om de geschriften, op de Afscheiding betrekking hebbende, door te lezen. En hij heeft nu een eerste verzameling gepubliceerd, onder toezicht van bekwame Kerkhistorici als prof. Goslinga en prof. Nauta van Amsterdam, prof. Den Hartogh van Kampen en dr. G. Keizer van Tiel. Het is een lijvig boekdeel geworden van 400 bladzijden.

Dit eerste deel — er volgen dus nog méér deelen — bevat de vóórgeschiedenis van de Afscheiding, loopende over de jaren 1822—1834. De eigenlijke geschiedenis van de Afscheiding treffen we hier dus nog niet aan, maar wat er aan vooraf ging, tot aan de Afscheiding te Ulrum toe.

Wij meenen verschillende stukken vroeger gelezen te hebben, toen het Geref. Theol. Tijdschrift nog in die heele oude vorm werd uitgegeven, onder redactie van prof. Noordtzij Sr. te Kampen. Maar zóó mooi en zóó volledig als het nu in dit lijvige boekwerk, zoo bijzonder mooi uitgegeven, gebeurt, zijn deze belangrijke Archiefstukken nog nooit gepubliceerd. Neen, het is geen genot om dit boek te lezen. Ten eerste leent zich de inhoud van de stukken daarvoor niet, en ten tweede kunnen wij onmogelijk zeggen, dat wij zoo vroolijk en blij „archiefstukken" lezen. Maar — het is toch zeer zeker belangrijk en óók interessant om de officieele bescheiden, die door allerlei kerkelijke- en wereldlijke instanties gewisseld zijn met „de vaders der Afscheiding" in te zien en na te lezen.

Om de Afscheiding te verstaan, moet men eerst deze en dergelijke stukken lezen. En dan moet men eerst de vóórgeschiedenis „doornemen", anders kan men de geschiedenis zelve zeker niet verstaan. De geschiedenis van de „Vijgeboomianen" wordt er b.v. in behandeld, de vrijheid van godsdienstoefening vragen en ons wordt meegedeeld wat voor bescheid ze ontvangen. Trouwens het vragen van vrijheid om „oefeningen" te houden kwam niet alleen in 't land van Axel voor, maar in alle deelen des lands. En dan komen alle machten los tegen de oproerstokende-partij van ds. H. de Cock te Ulrum, ds. H. P. Scholte te Doeveren e.a. Het Departement van Eeredienst, zoo goed als de veldwachter, komen er aan te pas !

Het zijn 165 stukken, die in dit eerste deel zijn opgenomen, mitsgaders 14 Bijlagen. Een Register verhoogt de waarde van het boek, vooral nu het Register zóó bewerkt is als dr Bos deed. In het „inleidend woord" staat : dat de uitgave moge bijdragen tot de juiste beschouwing en waardeering van het werk Gods in de Kerkreformatie van 1834.

Het tweede deel zal D.v. in 1940 verschijnen en zal dan meer over de Afscheiding zelve handelen.

De Uitgever verdient een woord van lof voor de royale wijze waarop hij het boek heeft uitgegeven, waardoor ook de stukken zelve telkens zoo mooi en duidelijk „uitkomen".

DE GESCHIEDENIS VAN DEN SABBATSSTRIJD ONDER DE GEREFORMEERDEN IN DE 17de EEUW, door dr. H. B. Visser. Uitgave : Kemink & Zoon, Utrecht.

Dit is een lijvig boek over een allerbelangrijkste kwestie, die altijd nogal de aandacht heeft getrokken, vooral onder de Gereformeerden. En daarom is het toe te juichen dat dr. Visser dit onderwerp gekozen heeft voor z'n Academisch proefschrift ter verkrijging van den doctorstitel.

Na „inleidende opmerkingen" (verschillende beschouwingen over den Zondag en iets over.de Sabbatsopvatting in de Oudheid, in de Middeleeuwen en bij de Reformatoren) krijgen we Hoofdst. I : „De Geref. Kerken in Nederland en de Zondag, van de Reformatie tot en met de Synode van Dordt" (vooral „de Zondagskwestie in Zeeland" en „de Sabbatskwestie op de Synode"). Hoofdst. II handelt over : „De eerste periode van den Sabbatsstrijd" (Teellinck, Udemans, Walaeus, Gomarus, Rivet, Amesius). Hoofdst. III : „De tweede periode van den strijd : de strijd in Leiden" (een Academische strijd en de Sabbatskwestie op de Prov. Synoden van Zuid-Holland enz.). Hoofdst. IV : „De derde periode van den strijd : de strijd in Utrecht en in Groningen" (aan de Academie aldaar en natuurlijk ook in de Kerk). Hoofdst. V geeft : „De vierde periode van den strijd : Cartesiaansch-Coccejaansche twisten tot omstreeks 1675".

Zoo zijn dan de vier perioden besproken (van blz. 72—232), met verwerking van ontzaglijk veel materiaal uit den meest interessanten tijd van ons klassiek Geref. Protestantisme. Maar dan zijn we er nog niet. Want dan krijgen we nog de disputen tusschen Koelman en Vlak en nog enkele strijders voor den Sabbat in de laatste helft der 17de eeuw (Koelman tegen Swartte ; Koelman tegen Vlak ; Koelman tegen de Labadisten ; de beide Brakels ; het dispuut tusschen a Marck en Braun ; Leydekker, enz. enz.)

Na dit alles zijn we er nóg niet. Want dan volgen nog twee hoofdstukken. In Hoofdst. VII krijgen we: . „Het beroep op de historie" en in Hoofdst. III : Overzicht van de verdedigde opvattingen en gebruikte argumenten.

Dat dit laatste gebeurt in nauwe aansluiting aan Koelman's werk, kunnen we begrijpen. Koelman toch heeft in zijn uitvoerig werk over den Sabbat, in het jaar 1685 verschenen, „het dispuut, de historie mitsgaders de practijk van den Sabbat behandeld", alles gegeven wat hier aan de orde gesteld kan worden. De verschillende opvattingen heeft hij naar voren gebracht en hij heeft die, welke h i j voorstond, verdedigd en de andere bestreden met breede reeksen argumenten. Hij beroemt er zich dan ook op, al de kwesties, dit op dit punt van den Sabbat bestaan, grondig te behandelen en zijn werk verdient ook zeer veel lof.

Wij hebben vooral dit 8ste Hoofdst. met zéér veel interesse gelezen. En wij willen gaarne aan den schrijver en jongen doctor theologiae hulde brengen voor zijn wetenschappelijken arbeid in deze verricht, waarbij hij een voor velen belangrijke kwestie rakende den dag des Heeren als rustdag nu breedvoerig, historisch en principieel behandeld heeft.

De Uitgever verzorgde dit boek uitnemend.

DE WIJSHEID VAN DEN PREDIKER door ds. E. Th. van den Born. J. H. Kok. Kampen.

Het is opvallend hoe de twee boeken „Job" en „Prediker" tegenwoordig de aandacht trekken van velen. Het probleem van het lijden èn het probleem van „ijdelheid der ijdelheden".

Nu heeft ds. van den Bom, Geref, predikant te Heemstede, „het boek Prediker naar zijn hoofdgedachten nog meer in de sfeer van onze belangstelling willen plaatsen". En de schrijver, zegt, dat problemen van den Prediker in verband staan met de komst van Christus, gelijk voor ons de problemen des levens verband houden met de wederkomst van Christus.

Er zijn — we wezen er reeds op — in den laatsten tijd heel wat geschriften en artikelen aan het boek Prediker gewijd. Zoo heeft prof. Aalders van Amsterdam in de Chr. Encyclopaedie samenvattende gedachten gegeven en prof. Noordtzij van Utrecht in het Bijbelsch Handboek. En ook prof. Schilder zegt er heel wat van in „Christus in Zijn lijden", deel 2.

Nu wil ds. van den Bom óns ook een verhandeling geven, om ons de plaats van het boek in den Canon der Schriften beter te doen verstaan, ziende „welke smarten den Prediker zijn aangedaan in zijn verwachting van de vertroosting Israels".

Na een uitvoerige Inleiding, waarin een karakterteekening van het boek Prediker gegeven wordt, met thema en hoofdgedachte, van den Prediker „leerling van Salomo", volgen zeven hoofdstukken, die weer onderverdeeld zijn. „De machteloosheid van den wijze in dit leven", waarbij „ook de zedelijke wereldorde hem geen houvast biedt" is de inhoud van hoofdstukken i en 2. Nu staat „het hart des menschen onder de macht der begeerlijkheid" en „hij kent de wegen van het goede en het kwade niet", daarover handelen hoofdstukken 3 en 4. „De mensch kent de vruchten zijner werken niet" en „heeft niets in zijn macht" (hoofdstukken 5 en 6) ; waarbij ten slotte gesproken wordt over „Levensaanvaarding en levensgericht".

Wij hebben het boek op verschillende plaatsen opgeslagen en het komt ons voor, dat het zeer de moeite loont om van deze bespreking, verklaring en toelichting van het boek Prediker kennis te nemen. Vooral in onze dagen, nu de problemen zich opstapelen, is het goed dat jong en oud — vooral ook de jongeren deze en dergelijke boeken met volle aandacht lezen.

De Uitgever zorgde er voor, dat het boek in alles aan de hoogste eischen beantwoordt en de Schrijver, die geen plat getreden paden bewandelt, maakt dat de belangstellende lezer steeds meer bij de lectuur geïnteresseerd wordt.

JAARBOEK VAN DE VEREEN. VAN VRIJZINNIGE HERVORMDEN IN NE­DERLAND ; 1939—'40. Uitgave : Van Gorcum & Co te Assen.

Wie op de hoogte wil zijn met de organisatie en het werk van de Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden in Nederland, kan hier terecht. Evenals vorige jaargangen, bevat ook deze uitgave alle gegevens. Lijst van vrijz. gemeenten, vrijz. predikanten, vrijz. vereenigingen, enz.

Het boek begint met het 26ste Jaarverslag van de Vereeniging ; dan volgen de verslagen van de vaste commissies : voor studiekas, propaganda, eigen voorgangers, Zuiderzeecommissie, enz.

Vervolgens wordt gegeven een Overzicht van de positie der Vrijzinnigen in de Ned. Hervormde Kerk — een stuk, dat uit den aard der zaak van 't groot­ste belang is en waaraan wij onze volle aandacht hebben gegeven.

Voor alle provincies wordt dan verder een overzicht gegeven van de werkzaamheden, met lijst van Afdeelingen.

Een volledige lijst van vrijz. gemeenten, predikanten enz., neemt heel wat bladzijden in beslag. Ook van de studenten wordt opgave gegeven. Een lijst van officieele adressen volgt. En zoo is het een boek geworden van 150 bladz., dat onmisbaar is voor ieder, die in deze dingen; om welke oorzaak ook, belang stelt.

De vorm van het boek, wat indeeling en uitgave betreft, is evenals de vorige jaren, eenvoudig, maar netjes.

HET VROME JOODJE, door ds. J. Visser. Uitgave : J. P. van den Tol Jzn., Oud- Beijerland.

Juist in de vacantie ontvingen we dit boekje ; en we hebben het toen ook gelezen. Het is een stukje Zendingsgeschiedenis onder Israël, met teekening van den strijd van zoon en vader en moeder, die ieder weer op geheel eenige wijze geleid worden, terwijl ze voor een groot deel het van elkaar niet wisten. Het is een aardig boekje. Misschien, dat men hier en daar een vraagteeken zou willen zetten.

JOB ANDERSOM, door Jaap Kolkman. Uitg. van Gebr. Zomer & Keuning, Wageningen.

Jan wil 't anders dan de anderen 't willen, ook — en dat is 't ergste — anders dan God het wil. Jan dwarsboom. Dwars tegen het gebedsleven, tegen 't geloofsleven gaat de koers van zijn levensscheepje. En als visscher op de breede wateren, durft hij het aan met God en godsdienst te spotten, totdat God hem te machtig is geworden.

Het is een mooi, gaaf boek, dat zeker graag door velen gelezen zal worden. De leuke kop van Job, het dwarsboomjong, op den omslag, doet al naar 't boek grijpen. En die 't leest, die doet het met genot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's