INGEZONDEN
Geachte Redactie,
In „De Waarheidsvriend" van 3 Nov. j.l. kwam een ingezonden stuk voor van ds. C. van Dop en den heer J. H. Bastmeijer, te Alkmaar. Hierin werd de hulp ingeroepen van alle Bondsleden en vrienden, om een gebouw voor de Herv. (Geref) Evangelisatie te Schagerbrug te doen verrijzen.
Heel gaarne wil ondergeteekende dien oproep krachtig ondersteunen. Zulk een gebouw moet daar komen. Zelf preekte ik in dien kleinen kring op 15 Oct. j.l. en kwam ten volle tot de overtuiging, dat het hoogst noodzakelijk is. Zooals de vrienden nu moeten samenkomen en zich behelpen, kan en mag het niet langer. Zeker, als het er om gaat om de Waarheid te hooren en het hart daarnaar mag uitgaan, doet het er niet toe of dit in een schuur of vervallen woning gebeurt. Dit laatste is het geval in Schagerbrug. Wij moeten echter nooit vergeten, dat de prediking der Waarheid wel waard is, dat het in een passend gebouw plaats heeft, waar ook eenige wijding van uitgaat en degenen die buiten zijn, ook door het uitwendige kan aantrekken.
De plannen, die er reeds bestaan, bedoelen waarlijk niet om het luxueus of grootsch uit te voeren. Met een ƒ 1500.— a ƒ 2000.— zullen de vrienden daar reeds tevreden zijn. De kring is klein en is onmogelijk in staat om dit bedrag bijeen te brengen. Onze Bon.d voor Inwendige Zending is er ook niet toe in staat.
Daarom moeten de vrienden der Waarheid hiertoe meehelpen om een extra bijdrage voor dit doel te schenken, zonder dat men die „verhaalt" op de Inwendige- of Uitwendige Zending. „Men moet het eene doen en het andere niet nalaten".
Aan de collega's zou ik willen vragen om daar eens een Zondag heen te gaan en uit liefde tot onze beginselen een belangelooze liefdebeurt waar te nemen. En aan de Kerkeraden wil ik ernstig verzoeken om hun predikant een Zondag af te staan en zelf in, eigen beurten te voorzien.
Nogmaals deze zaak als een eereschuld voor ons aanbevelende, zeg ik der Redactie hartelijk dank voor de opname.
Ds. J. VAN AMSTEL.
Lage Vuursche, 13 November 1939.
Met onze hartelijke instemming en vriendelijke aanbeveling !
M. VAN GRIEKEN.
Mijnheer de Hoofdredacteur,
In De Waarheidsvriend van 9 Nov. j.l., no. 50, las ik onder de rubriek „Kerk, School, Vereeniging" een stukje, waarboven stond : „de Nieuwe Vertaling van het Nieuwe Testament". De redactie zegt daarvan dat haar eerste indruk is, dat we een kostelijk stuk werk hebben gekregen, dat zeer zeker door velen, en gelukkig in de verschillende Kerkgemeenschappen, zal worden gewaardeerd.
Nadat ik het stukje, waarboven staat : „De verzoeking in de woestijn", gelezen had, kreeg ik daarvan een gansch anderen indruk, en wel deze, dat het niet alleen een overbodig werk is, maar bovendien dat het een verminking en verslapping van de Bijbelvertaling is. Ik dacht : hoe is het mogelijk, dat de redactie daarmede zoo ingenomen kan zijn. De woorden, die in de, tegenwoordige Bijbelvertaling staan betreffende de verzoeking in de woestijn, zijn toch zeer duidelijk en behoeven derhalve niet verbeterd te worden. Een kind kan die begrijpen. Ik sloeg Matth. 4 op en las daarin dit geschiedverhaal, daarmede vergelijkende de nieuwe vertaling. Om nu maar eens iets te noemen : Waarom kan er niet blijven staan „de tinne des tempels", inplaats van : „op den rand van het dak des tempels". De oude vertaling is toch ook voor ieder te verstaan. Om welke reden moet het woord „bevelen", zooals er nu staat, vervangen worden door de woorden : in opdracht geven ? Het woord bevelen begrijpt ieder en is sterker uitgedrukt dan : opdracht geven. Het ergste, waaraan ik mij bepaald ergerde, is, wat er tenslotte staat, n.l. : den Heere, uwen God, zult gij hulde bewijzen en Hem alleen dienen. Hulde of eer bewijst men — zoo dacht ik — aan een mensch, b.v. aan een predikant, die een jubileum viert. Dat is op zijn plaats. „Aanbidden", zooals thans in den Bijbel staat, is heel wat anders. Dit gaat veel verder en dieper en is veel schooner uitgedrukt dan : hulde bewijzen.
Als men zoo voortgaat, krijgt men een verslapping van de Bijbelwoorden. De vroegere Bijbelvertalers hebben het bij het rechte eind gehad, doch die het thans doen, willen klaarblijkelijk hun wijsheid eens luchten. Ik hoop, dat op deze wijze niet zal worden voortgegaan om zoo den Bijbel te verknoeien. De redactie zegt, dat ze enkele weken achter elkaar kleine stukjes uit deze nieuwe Vertaling laat afdrukken ter algemeene kennismaking. Wat mij betreft kunt U ze wel weglaten, aangezien ze het lezen niet waard zijn.
Met dank voor de plaatsing.
Uw abonné,
J. P. C. DE WIJS.
Wij willen niet veel aan dit „Ingezonden" toevoegen. Jammer, dat zóó geoordeeld wordt over het werk der nieuwe Bijbelvertaling, door te zeggen, „dat de bewerkers „klaarblijkelijk hun wijsheid eens willen luchten" en niets anders willen geven dan „een verslapping van de Bijbelwoorden'-'. Arme theologen als .prof. Van Leeuwen, prof. Noordtzij, prof. Grosheide, prof. Aalders, prof. De Groot, dr. Jacobs, dr. Gispen, enz. enz., die zich beijveren ons volk een nieuwe vertaling van de Heilige Schrift te geven.
M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's