De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

DE NIEUWE VACCINATIE - REGELING
De nieuwe wettelijke regeling betreffende de vaccinatie is de vorige week door de Tweede Kamer aangenomen.
Deze was noodig geworden, omdat — zooals onze lezers zich uit vroegere artikelen over dit onderwerp in ons blad zullen herinneren — een deel der bepalingen van artikel 351 der besmettelijke-ziektenwet, gehandhaafd uit de wet van 1872, houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten, n.l. die ter zake van de vaccinatie (de indirecte vaccinedwang) sedert het jaar 1928 waren opgeschort geworden. Deze opschorting geschiedde laatstelijk nog bij de Wet van 31 December 1937 tot 1 Januari 1940.
Zouden er nu op laatstgenoemden datum, dat is dus over zes weken, geen voorzieningen zijn getroffen, dan zouden de opgeschorte bepalingen van het genoemde artikel 35 weer automatisch in werking treden, te weten: dat, indien men bepaalde scholen wil bezoeken, of daaraan werkzaam wil zijn, men verplicht is een bewijs over te leggen, dat men gevaccineerd is, het z.g. pokkenbriefje.
Dit laatste nu ging niet, want het herstel van den ouden toestand, d.i. die vóór de opschorting, zou tot gevolg hebben, dat alle kinderen, die thans op school zijn, zonder gevaccineerd te zijn, onmiddellijk zouden moeten worden ingeënt en dat wel op een leeftijd, waarop de kans op niet onbelangrijke nadeelen bestaat.
Bovendien was het bestaande voorschrift maar niet zoo, zonder meer, te handhaven, wijl de oorzaken, die tot de opschorting hadden geleid, nog niet waren weggenomen.
Het blijkt immers, dat van tijd. tot tijd bij personen, die gevaccineerd zijn, na vaccinatie een ziekte optreedt, een vorm van encephalitis, welke ziekte in een aantal gevallen een" zoodanig ernstig karakter heeft, dat het niet te verantwoorden zou zijn de bestaande indirecte verplichting tot vaccinatie te handhaven.
Daarom heeft de Regeering, voorgelicht door een Staatscommissie van deskundige mannen naar een weg gezocht om, rekening houdende met het encephalitisgevaar, en met .terzijdestelling van den indirecten dwang tot een regeling te geraken, waarbij de vaccinatietoestand der bevolking in belangrijke mate zou kunnen worden verbeterd.
Zij ging daarbij uit van de conclusie, waartoe de Staatscommissie gekomen was, dat de encephalitis na inenting relatief slechts zeer zelden bij; kinderen in het eerste en tweede levensjaar optreedt, alsook dat zij, indien zij zich dan voordoet, als regel niet den dood ten gevolge heeft.
Op deze conclusie nu heeft de Regeering met de Staatscommissie de nieuwe regeling, waarvan hierboven sprake is, gebouwd.
Tusschen twee haakjes moge er op gewezen worden, dat op de genoemde conclusie nog wel wat valt af te dingen. Zelf wijst de Staatscommissie er in haar rapport op, dat van 1927 tot 1936, dus in 10 jaren, terwijl slechts weinig werd gevaccineerd bij de O-jarigen nog 5 encephalitisgevallen voorkwamen, bij de 1- jarigen ook 5. In 1938 kwamen, er nog twee gevallen voor bij kinderen jonger dan twee jaar.
Maar ook blijkens De Maasbode en de Nieuwe Rotterdamsche Courant komen er meermalen gevallen voor van encephalitis na inenting bij kinderen beneden de twee jaar. Uit alle welke feiten blijkt, dat de vaccinatie, ook al heeft zij op zeer jeugdigen leeftijd plaats, dat wil zeggen, beneden den leeftijd van twee jaar, nog altijd niet zoo geheel onschadelijk is. En te meer niet, omdat het niet vaststaat, dat op de ziekte van de encephalitis niet meestentijds den dood volgt.
Wat nu de nieuwe regeling der vaccinatie zelve betreft, is van eenigerlei dwang geen sprake. De regeling staat op den grondslag, dat de vrijheid van de ouders om het kind al of niet te doen vaccineeren volkomen onaangetast blijft.
Wel schrijft de regeling de verklaringsplicht en de verschijningsplicht aan de ouders voor.
Ouders zullen b.v. verplicht zijn, voor dat het kind den leeftijd van één jaar heeft bereikt, het bewijs te leveren, dat het kind tegen pokken werd ingeënt of zij moeten verklaren, waarom de inenting achterwege werd gelaten. De verklaring moet aan den burgemeester worden overgelegd (verklaringsplicht).
Wat de verschijningsplicht betreft, bepaalt artikel 5 der regeling, dat de burgemeester dengene, die de verklaring heeft overgelegd, oproept, om voor hem — of een door hem aan te wijzen ambtenaar — en een door hem aan te wijzen geneeskundige ter bespreking zijner verklaring te verschijnen. De burgemeester kan echter deze oproeping achterwege laten, indien de op de verklaring vermelde redenen van geneeskundigen aard zijn en tevens is overgelegd een verklaring van een geneeskundige met wien over de vraag van de inenting overleg is gepleegd.
De bedoeling van de verschijning voor den burgemeester is om degenen, die opgeven zuiver principieele bezwaren te hebben, blijk te laten geven, dat het hem inderdaad met deze bezwaren ernst is en voorts om voor hen, en voor degenen, die meenen bezwaren van geneeskundigen aard te hebben, zonder dat zij daarover met een geneeskundige overleg hebben gepleegd, een uiteenzetting te doen geven van de geneeskundige beteekenis der vaccinatie, van den aard en den omvang der gevaren, welke aan het niet-vaccineeren en aan hel vaccineeren verbonden zijn.
Uit wat de regeling voorschrijft èn in verklarings- èn in verschijningsplicht, blijkt dus, dat aan de ouders het laatste woord is.
De vrijheid der ouders blijft onaangetast. En daarmede is aan de huidige indirecte vaccinedwang een einde gekomen, wat tot groote voldoening stemt.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's