De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

4 minuten leestijd

Als er ook maar een kwart waar is van de geruchten, welke de laatste dagen in ons land de ronde deden, dan moeten zich buiten onze grenzen wel zeer belangrijke gebeurtenissen hebben voltrokken. Althans zouden buitenlandsche Staatshoofden dan verstrekkende plannen hebben gekoesterd. Waar de geruchten gelukkig in de feiten geen bevestiging vonden, kunnen we deze laten voor wat ze zijn. De aanleiding daarvan moet, gelijk minister De Geer opmerkte, gezocht worden in buitenlandsche persen radio-berichten en ook in enkele daden onzer regeering. We hebben hier maar niet te doen met een onvoorzichtige uitlating van een of ander derderangs-blaadje. Niemand minder dan de Britsche minister Churchill waagde zich aan voorspellingen, welke voor Nederland en België weinig goeds beloofden. Hij stelde het voor, alsof Duitschland, nu het in het Oosten door Rusland werd tegen gehouden, „hongerige oogen" naar de kleine Westersche landen wierp, waarom er zoowel in Brussel als in Amsterdam groote bezorgdheid zou zijn ontstaan. Deze alarmeerende voorspelling maakte des te meer indruk, doordat Duitschland inderdaad groote troepenmachten aan de Nederlandsche grens geconcentreerd heeft, terwijl in de Duitsche bladen vorige week zeer onvriendelijk over de z. g. n. Engelschgezinde neutraliteit van de neutrale landen werd gesproken. Maar de Duitsche pers heeft zich, wat dit laatste betreft, spoedig herzien. Overigens werd verklaard, dat de troepenconcentraties slechts verband hielden met bepaalde militaire oefeningen.
In ieder geval hebben we de laatste dagen opnieuw kunnen leeren, met buitenlandsche berichtgeving voorzichtig te zijn. De oorlogvoerende landen — zoo bracht minister De Geer terecht naar voren — stellen uiteraard weinig of geen vertrouwen in het woord van hun tegenpartij. Bovendien moeten zij wel met de meest-ongunstige kansen rekening houden. Maar dat wil nog niet zeggen, dat die kansen ooit werkelijkheid zullen worden. Engeland bereidt zich voor op een oorlog van drie jaren. En Hitler zeide onlangs, opdracht te hebben gegeven om voor een oorlog van minstens vijf jaar gereed te zijn. Evenwel zal het ieder duidelijk zijn, dat daarmede nog weinig of niets t.a.z. van den duur van dezen oorlog gezegd is. Alles wat „mogelijk" is, gebeurt nog niet altijd. Gelijk een voorspelde gebeurtenis, die uitbleef, daarom nog niet tot de „onmogelijkheden" kan worden gerekend.
Ziende op de feiten, valt er van de oorlogssituatie weinig nieuws te vertellen. Partijen staan in dreigende houding tegenover elkander, zonder tot een gewapende aanval over te gaan. De poging van Koningin Wilhelmina en Koning Leopold om, in deze hachelijke situatie, de oorlogvoerende partijen tot overleg te bewegen, schijnt vooralsnog weinig kans van slagen te hebben. Met groote waardeering en eerbied wordt allerwege over „het aanbod van goede diensten" gesproken, doch Frankrijk en Engeland lieten desondanks in hun antwoord wel blijken dat hun standpunt t.a.z. van een eventueel beëindigen van den oorlog, ongewijzigd bleef. Berlijn heeft zijn antwoord nog in studie. Frankrijk en Engeland gaven te kennen dat zij den oorlog geen dag langer wenschen voort te zetten, dan noodig is, doch — aldus President Lebrun — „het staat aan Duitsen- land, niet aan Frankrijk, zich uit te spreken voor of tegen dien (wettigen en bestendigen) vrede, waarnaar alle bedreigde landen haken, wier veiligheid en onafhankelijkheid door zijn toedoen worden bedreigd". De Britsche antwoord-nota is dienovereenkomstig. De geallieerden denken er niet aan om den oorlog te staken, wanneer dit beteekenen moet, dat Duitschland kalmpjes in het bezit blijft van hetgeen het in de afgeloopen jaren in bezit nam. Evenmin valt te verwachten dat Hitler ter wille van den vrede zal capituleeren. Hij heeft. 6 October zijn „Vredesprogram" ontwikkeld. Dat was zijn „laatste woord". Al kan dus allerminst worden gezegd dat er eenige toenadering tusschen de geallieerden en Duitschland merkbaar is, toch is de stemming, dunkt ons, minder door wederzijdsche haat vertroebeld dan in den " vorigen wereldoorlog. Maar hiervoor moet men dan niet de uitingen van de felste woordvoerders aan beide zijden tot maatstaf nemen. Sir Edward Grigg, parlementair secretaris van 't Britsche ministerie van voorlichting, heeft zich j.l. Zaterdag b.v. zeer gematigd over het oorlogsdoel uitgelaten. Hij verwierp een tweede Versailles, een gedicteerden vrede. Hij gaf te verstaan, dat zijn land geen enkelen territorialen aanwinst begeerde en merkte op, dat het voornaamste probleem, dat der economie, bij den vrede van 1919 vergeten was, maar ditmaal onder oogen moet worden gezien. Het moet, in één woord, een vrede zijn, waaraan alle volken, ook het Duitsche, deel moeten hebben.
Als een dergelijke opvatting werkelijk algemeen gedeeld wordt en straks ook in de practijk tot gelding wordt gebracht, kan zulks de verhoudingen tusschen de volkeren slechts ten goede komen. Want belangrijker dan de vraag, hoe deze oorlog zal worden aangevat, is die andere : hoe men zich zal gedragen, wanneer straks de vredesklok weer kan luiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's