De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

WILLIBRORD

6 minuten leestijd

DE eerste Evangelieprediker in ons land
II.

Het jaar van Willibrords geboorte is niet met zekerheid te bepalen. Zeer waarschijnlijk aanschouwde hij in 658 het levenslicht in Engeland, in het graafschap Northumberland, niet ver van de bisschopsstad York.
Zijn ouders waren de christelijke religie toegedaan, voorzoover die destijds beleden werd. Willibrords vader, die van adel was, had zich als krijgsman reeds veel roem verworven, toen hij besloot, zich uit het gewoel der wereld terug te trekken, en zijn intrek te nemen in een klein celletje, dat hij aan de rivier de Humber gebouwd had, om daar voortaan een kluizenaarsleven te leiden, meenende God op deze wijze beter te kunnen dienen. Van Willibrords moeder is niet méér bekend dan een droom, waarin haar de toekomstige grootheid van haar zoon geopenbaard werd. In den nacht van de geboorte van haar zoon zag zij namelijk de maan als een smalle sikkel aan den hemel opkomen, en daarna voortdurend wassen, totdat zij ten slotte in vollen luister heel de aarde verlichtte. Plotseling viel de maan ^echter naar beneden ; zij kwam juist terecht in haar mond, en vóór de verschrikte vrouw er erg in had, slikte zij de vuurbal in, Waardoor haar binnenste in hellen gloed werd gezet. Een priester, wien zij naar de beteekenis van dezen droom vroeg, wees er haar op, dat de zoon, die haar zoo juist geboren was, de maan was, welke zij allengs in luister had zien toenemen. Door het licht der Waarheid zou dit kind, eenmaal groot geworden, de duisternis der dwaling verdrijven.
Willibrord zal nog maar een kind van ongeveer zeven jaar geweest zijn, toen zijn vader hem zond naar het klooster van Ripon, waar hij onder een zekeren Wilfried, een Benedictijner monnik, studeerde. Zoo werd „zijn brooze leeftijd door degelijke vorming gestaald". Na zelf monnik geworden te zijn, verliet hij in 678 Ripon, daar ook zijn geestelijke vader toen naar elders reisde.
Daar de kloosters van Ierland bekend stonden vanwege de vroomheid, die er werd gevonden, lag het voor de hand, dat Willibrord hiermede van nabij wenschte kennis te maken. Twaalf jaar heeft hij in het klooster van St. Egbert te Rathmelsigi in Ierland gewoond (van 678 tot 690) ; wij weten, dat hij daar o.a. ook dé priesterwijding ontvangen heeft.
Gedurende zijn verblijf bij Egbert werden er plannen beraamd, om wegen te zoeken, ten einde het Evangelie te brengen onder de Friezen, onder wie nog een bruut heidendom heerschte. Zorgvuldig werden er mannen uitgezocht, die mede de reis zouden ondernemen, maar toen een hevige storm de zeereis verhinderde, zag Egbert hierin een aanwijzing, dat God de onderneming niet wilde.
Eén van Egberts gezellen, een zekere Wigbert, gaf den moed niet op, en geheel alleen trok hij er op uit, toen een goede scheepsgelegenheid zich voordeed. Met vele practische gegevens keerde hij na eenigen tijd terug, en het staat vast, dat Willibrord deze naarstig bestudeerd heeft, en er zijn winst mee deed. Als hoofd van een twaalftal mannen trok in 1690 Willibrord naar Friesland. Vanwege veelvuldig voorkomende beroovingen was de tocht niet zonder gevaar, vandaar, dat reizende monniken zich dikwijls aansloten bij karavanen van kooplieden, die uiteraard over goede wapens beschikten.
Verkeerden toentertijd de Germanen vooral in geestelijk opzicht in volslagen duisternis, — op maatschappelijk gebied waren zij er niet beter aan toe. Hun levenswijze was uiterst primitief en veel armoede heerschte er onder hen. 's Winters woonden zij niet zelden nog in holen, en aan drank en dobbelen gingen zij zich schrikkelijk te buiten. Ook het brengen van menschenoffers aan de goden behoorde niet tot de uitzonderingen. Soms werd een klein kind bij laag water op een eilandje gezet, om dan later, wanneer de vloed kwam, door het water te worden meegevoerd. Rustig konden de Friezen een dergelijk tafereel gadeslaan. In zijn geschriftje over Willibrord spreekt prof. Van Rhijn over volkomen aannemelijke berichten, die gewagen van koppensnellers, die in deze streken zouden hebben geleefd.
Onder een dergelijke bevolking zou Willibord de prediking van het Evangelie aanvangen. Wie zou de waarde van 's mans arbeid in het licht dezer gegevens durven miskennen : ook al kan er bij hem op velerlei worden gewezen, dat zich met onze opvattingen van diverse leerstukken niet verdraagt.
Wellicht is Willibrord te Katwijk geland. Hij begaf zich naar Utrecht, dat toen Trajectum heette, en een der voornaamste steden van het land was, om welker bezit de Friezen en Franken elkaar duchtig bestreden hadden. Toen Willibrord er kwam, was de stad in handen der eersten, die het christendom, voor zoover het er zich eenigszins geopenbaard had, grondig hadden uitgeroeid. Vanwege den haat, dien de Friezen tegen de verkondigers van het Evangelie hadden, vestigde Willibrord zich aanvankelijk in Zuidelijker streken, ten einde niet terstond het slachtoffer te worden van de woede der Friezen tegen alles, wat hun gezag aanrandde. De oorzaak, dat de Evangelist ten Zuiden van Utrecht veiliger wonen kon, ligt hierin, dat aldaar de Franken heer en meester waren, onder wie het Evangelie reeds aanhangers had gevonden, en die ook zelf bereids pogingen in het werk gesteld hadden om het Evangelie te verbreiden.
Door den Frankischen koning, Pepijn van Heristal, werd Willibrord en zijn arbeid beschermd. De vorst was daartoe des te meer bereid, omdat hij het christendom zag als een macht, die voor hem van politieke beteekenis zou kunnen zijn en zijn positie tegenover de Friezen beduidend zou kunnen versterken. Ook de paus volgde met belangstelling Willibrords pogingen, nadat deze in 691 persoonlijk een bezoek aan Rome had gebracht en daar de goedkeuring van zijn yoornemens verkregen had.
Het is niet precies te zeggen, in welke streken Willibrord gewerkt heeft. In ieder geval predikte hij in Brabant en Antwerpen.
Tijdens een tweede reis naar Rome, in 695, werd Willibrord door paus Sergius I tot aartsbisschop gewijd. Hierdoor kreeg hij de bevoegdheid, ook anderen tot bisschop te wijden.
Als zetel werd Willibrord door Pepijn Utrecht aangewezen, dat in hetzelfde jaar den Friezen ontnomen was.
Een kerkje, dat de heidensche Friezen tot een ruïne gemaakt hadden, werd door Willibrord herbouwd. Ook stichtte hij er een klooster.
Dat zijn arbeid zich echter niet tot Utrecht zou beperken, ligt in den aard der zaak. Veeleer beschouwde Willibrord deze stad als een bolwerk, van waar uit hij tochten zou kunnen ondernemen om de afkeerige Friezen tot aanneming van het Evangelie te bewegen.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's