De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

6 minuten leestijd

Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen
Als Santema daarover begon, zijne herinneringen uit de jeugdjaren, dan was hij nog niet dadelijk uitgesproken en kon hij het maar nauwelijks hebben dat veranderde omstandigheden ook andere toestanden in het leven riepen, al brachten de nieuwe methoden en berekeningen, waarbij vooral het vetgehalte van groote beteekenis was, hem financieel geen schade. Nu was het voor elke stadsjuffer mogelijk, boerin te worden, al had zij ook nog nooit een koe gemolken, of wist ternauwernood het onderscheid tusschen een mangelwortel en een suikerbiet, of van vlas en koren. Dan had zijn moeder en ook zijn eigen vrouw in de eerste jaren van hun huwelijk anders moeten werken dan de boerendochters van den tegenwoordigen tijd, die feitelijk niets kenden van wat voorheen de weelde van den landman was. Hoe meer hij evenwel in tegenwoordigheid zijner kinderen daarover pruttelde, hoe meer Maaike daarover begon te lachen, om niet zelden op minachtenden toon te spreken over die ouderwetsche zeden en gewoonten en leefwijze, toen de menschen niet beter wisten en niets anders hadden. Zij moest niets van dien slaafschen dienst hebben, waarbij het onderscheid tusschen eigen kinderen en de dienstbaren ternauwernood merkbaar was, en bejubelde den tijd van heden met zijn veelvuldig en veelsoortig genot, vooral voor de jongeren, en de gemakkelijke manier om te reizen, waarbij de grootste afstanden in weinig tijds werden afgelegd. De tijd van de fiets en de auto en den dans en de mode, waarbij het verschil tusschen boeren en burgers, dorpsbewoner en stedeling, steeds meer wegviel. Daar ging Maaike in op en daarin voelde Gabe zich thuis, zoodat onder invloed vooral van deze kinderen 't geheele bedrijf steeds meer gemoderniseerd werd en hoe langer hoe meer afgeweken van de oude paden, door het voorgeslacht bewandeld. Men moest immers mee met zijn tijd, en wie eigen klok hier niet naar regelde, kwam vast te laat. Vandaar dus dat op „Donia-state" bij de ingetreden weersverandering het eerst van al de boerderijen het vee gestald werd, zoowel met 't oog op de melkproductie als op het behoud van het land, 't welk anders stukgeloopen werd.
Daarop draaide de wind plotseling naar 't Oosten. Een grijsgrauwe lucht belette de zon haar matte stralen over 't verstorven aardrijk uit te gieten. Tegen vieren begon het reeds te donkeren. Op straat liepen de menschen in hunne kragen, de handen verborgen in zak of bont. Voorbijgangers wisselden een haastigen groet en voorspelden sneeuw, gelijk het buitenland de eerste bezending al ontvangen had en Amerika reeds schreef over strenge vorst, 't Waren de sombere weken en dagen voor Kerstmis met hunne troostelooze tinten en droeve nevelen en nachtelijke spookgestalten uit eenzame verlatenheid.
Met een breede, wollen sjaal om hals en schouders zat vrouw Santema naast het ledikant van Mini, in den appelhof, terwijl uit de kleine stalvenstertjes de lichten blonken, waarbij het manvolk met Swopk bezig was 't vee te melken. Maaike was naar familie. „Zou je vannacht niet liever naar binnen gaan. Mini ? 't Is hier zoo eenzaam en stil, als je alleen bent, en de nachten zijn zoo lang en koud", sprak de boerin met teere stem.
„Och neen, waartoe ? Ik kan er wel tegen en Nero houdt wel de wacht, ingeval een ongewenschte bezoeker het wagen mocht hier te komen".
„Maar je kunt niet altijd slapen, kind, en dan is het hier zoo eenzaam in de donkerte. Bovendien, ik vind het zoo'n vreeselijke gedachte, heel het gezin in een lekker verwarmde en verlichte kamer, en jij hier alleen in de kilte".
„'t Is zóó toch beter, 't Zou mij in de kamer veel te benauwd zijn en de dokter acht dit immers ook niet goed voor mij. Bovendien verveelt het mij lang niet meer zooals den vorigen winter, toen ik hier toch ook meest alleen lag".
„In elk geval zal nog deze week de electrische bel worden aangelegd, waardoor je ons in huis kunt opbellen, als er iets is. 't Geeft voor ons allen eene geruststelling en je hebt niet zoo het gevoel van verlatenheid".
„Ds. Buitenveld gaf mij deze week de verzekering, dat wij nooit alleen zijn. Hij zei, dat, wanneer ons hart naar God verlangde en Hem zocht. God dan altijd dichtbij was en Hij menigmaal de engelen der vertroosting ons zond, om ons te bewaren voor alle kwaad en hemelsche gaven te schenken".
„En vind je het heerlijk, het te weten en te gelooven ? "
„Soms denk ik, dat dit verbeelding is en de dominé dat maar zegt om mij gerust te stellen, maar dan meen ik ook wel eens, dat dit toch werkelijk zoo is en ik daar wel eens iets van ondervind. Hoe zou ik anders hier zoo lang hebben kunnen liggen, zonder dat mij de tijd lang valt en terwijl ik toch zooveel bij anderen moet missen. Ook meen ik wel eens iets van het engelenbezoek te hebben ervaren".
„Hoe dan, kind ? "
„Dat kan ik zoo niet zeggen ; men kan ook wel onwetend engelen bij zich hebben, maar toch zóó, dat men zich zoo wonderlijk gelukkig gestemd gevoelt, zonder dat daar in het uitwendige leven aanleiding toe is. 'k Denk wel eens, dat daar onzichtbare machten op den mensch inwerken, ten goede, en ook wel ten kwade, en dat het vooral onder den invloed van deze is, dat het leven geleid wordt".
Eenige oogenblikken was het stil. Niet zonder verwondering keek vrouw Santema hare dochter aan, wier gelaat bij het spookachtig schijnsel van een schemerlamp zoo mat belicht werd, doch een eigenaardigen glans vertoonde, welken zij voorheen nooit zag.
Inderdaad zag Mini er veel beter uit dan eenige maanden geleden. Dokter was zeer voldaan over de resultaten van de kuur. „Nog één zoo'n winter d'r overheen, en als het voorjaar komt en de lammeren in de weide springen, hoop ik, dat je hier weg kunt en langzaam weer aan het gewone leven kunt deelnemen", had hij gezegd. En 't was te zien, dat hij ditmaal de waarheid sprak. Van week tot week nam het gewicht van de patiënt toe, 't hoesten en opgeven was zoo goed als over, bloed zag men nooit meer, over pijn werd nimmer geklaagd, 't eten kwam nooit van onpas. Mini zelf kreeg ook weer alle hoop op herstel, en vandaar, dat alle kans op beterschap bestond. "Tóch was het dit niet, wat haar zoo rustig en tevreden deed neerliggen, al had het natuurlijk wel invloed, 't Scheen, dat er ook nog op andere wijze innerlijk een verandering bij haar had plaats gegrepen, waar moeilijk een verklaring van gegeven kon worden, maar die de moeder de laatste tijden telkens opviel, wanneer zij zoo bij haar zat.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's