De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE AFDEELINGEN

7 minuten leestijd

Amsterdam. Door tijdsgebrek van den secretaris is er tot heden nog geen verslag van een onzer leden- of openbare samenkomsten gepubliceerd. Dit niet verschijnen van een bericht wil dus niet zeggen, dat onze afdeeling werkeloos nederzit. Integendeel, reeds twee keer zijn wij in ledenvergadering bijeen geweest, terwijl 19 Oct. j.l. ds. Klüsener voor ons een tijdrede heeft gehouden met als titel : „Nog is des Heeren hand uitgestrekt", naar aanleiding van Jesaja 9. Met aangrijpende ernst heeft ds. Klüsener ons dit Schriftgedeelte verklaard en op onze bange tijd in toepassing gebracht, waarin de oordeelen Gods allerwegen merkbaar zijn en tegelijkertijd de onboetvaardigheid van den mensch tot uiting komt. „Nog is des Heeren hand uitgestrekt", gereed tot den volgenden slag, indien er geen berouw en boetvaardigheid gevonden wordt. Maar ook heeft diezelfde hand het liefste en hoogste geschonken wat te schenken was, n.l. Jezus Christus, als een Borg en Middelaar voor een ieder, die heeft leeren buigen voor Gods recht en naar den waren vrede heeft leeren zoeken.
Wij betuigen langs dezen weg ds. Klüsener nogmaals onzen oprechten dank voor dit ernstig woord en koesteren een vurig verlangen dat het plaatsen van zijn naam voor de tweede maal op een drietal, nog eens tot het beroepen van Z.Eerw. moge leiden. Moge hiervoor maar veel gebeds gebeden worden. Op 16 Nov. hadden wij het voorrecht ds. Terlouw, uit Garderen, in ons midden te hebben, die voor ons sprak over „Roeping en Verkiezing". Z.Eerwaarde opende ons samenzijn met het laten zingen van Ps. 89 vers I, las Rom. 9 vers 6—28 en ging voor in gebed. Na ons eerst met een enkel voorbeeld het verschil te hebben aangetoond hetwelk er kan bestaan tusschen bezit en bezit, er op wijzend, hoe de een een bezit weliswaar heeft, doch er verder weinig zich er aan laat gelegen liggen, ja, er slordig mede omgaat, terwijl een ander zulk een bezit juist op de hoogste waarde stelt en er mede woekert om het zoo rendabel mogelijk te maken — bracht Z.Ew. dit over op het geestelijke leven. Onweerspreekbaar is het feit, dat er kinderen Gods zijn die waarlijk kunnen zeggen het eigendom des Heeren te zijn en helaas, zeer en zeer slordig leven.
Dit bracht spreker over op het Schriftgedeelte hetwelk hij als grondslag voor zijn onderwerp nam n.l. 2 Petrus 2 vers 10 en 11 : „Daarom, broeders benaarstig u te meer om uwe roeping en verkiezing vast te maken, want dat doende zult gij nimmermeer struikelen. Want alzoo zal u rijkelijk worden toegevoegd de ingang in het eeuwige Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus".
Allereerst plaatste Z.Eerw, dit Schriftgedeelte in zijn juiste verband, opdat het beter zou worden verstaan en begrepen en bepaalde ons vervolgens bij : ie. een bevel ; 2e. een belofte, welke hierin vervat zijn. Het zou ons te ver voeren en te veel ruimte in dit blad in beslag nemen, spreker op den voet te volgen, want beginnende bij het aanvangswoord „Daarom", werd woord voor woord in zijn beteekenis uiteengezet en maakte het geheel tot een leerzame, doch ook tot een vertroostende en bemoedigende avond, waarin niet de werken van den mensch werden aanbevolen, doch de vrijmacht Gods in het eenige offer van Jezus Christus en Diens gerechtigheid onmisbaar zijn voor een godzaligen wandel.
Nogmaals aan ds. Terlouw onzen hartelijken dank, met de bede, dat des Heeren onmisbaren zegen moge rusten op het gesprokene.
Onze leden worden er op attent gemaakt, dat wij in December geen samenkomst hebben, daar wij die hebben vrijgelaten voor onze pas opgerichte Hulpvereeniging van den Geref. Zendingsbond, voor wie ds. Vermaas dan hoopt op te treden. In Jan. 1940, zoo wij nog in vrede mogen verkeeren en leven, hoopt voor ons op te treden ds. Van der Linden, uit Kootwijk. Onderwerp zal nader worden bekend gemaakt.
A. J. SCHOEN,
Secretaris.

Kralingen. Op Woensdag 15 Nov. j.l. werd in één der zalen van het Geh. Onth. Tehuis aan de Oppert een ledenvergadering van de afd. van den Geref. Bond Rotterdam en Kralingen gehouden.
Na opening door den voorzitter, ds. M. van Grieken, werd door hem een Schriftgedeelte voorgelezen en na Psalmgezang en gebed de huishoudelijke zaken afgehandeld.
Als spreker trad op de heer D. Groenewegen, Hoofd der Bogermanschool te Rotterdam-Zuid. Hij behandelde het onderwerp: „Zijn wij. Gereformeerde Bonders, de Parizeen van dezen tijd".
De rerefent zeide hierover het volgende : Deze titel is genomen, omdat we eens een uiteenzetting willen geven van het doel van den Gereform. Bond. Van de Geref. Bonders wordt nogal eens gezegd, dat zij een beetje afzonderlijk staan en niet bepaald „getapt" zijn in de „groote" kring der Hervormde Kerkwereld. Het is zaak, ook voor de Geref. groep, dit eens te overdenken en te beantwoorden. Natuurlijk zeggen wij op de vraag „Zijn wij, Geref. Bonders, de Parizeen van dezen tijd", een duidelijk „neen", afgezien nog van de vraag of iedere tijd zijn Parizeen heeft. Wel gelooven wij, dat er ten allen tijde Parizeen, in den zin van geveinsden, zijn en ook dat ze voorkomen onder alle groepen en partijen, richtingen en kerken. Maar een groep als de Parizeen in de dagen van den Heere Jezus, tijdens Zijn omwandeling op aarde, is toch wel een beschouwing apart waard. Want zelden zal er een groep zijn, die zoo godsdienstig is en tegelijkertijd ook zoo vijandig tegenover den Zoon des Vaders staat.
Spr. behandelde vervolgens de geest van het Jodendom in Jezus' dagen, en haalde verschillende gedeelten uit de H. Schrift aan, waarin de Parizeen door Jezus veroordeeld werden. Jezus verweet hun onbarmhartigheid. In Matth. 12 vers 1 tot 8 lezen we : „Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij huichelaars, want gij geeft tienden van munt en dille en komijn en het zwaarste der Wet laat gij na ; recht en barmhartigheid en geloof ; het ééne moest men doen en het andere niet nalaten". De gelijkenis van den Parizeer en den Tollenaar doet zien, dat de man die alles had, niets had te vragen, maar dankte voor eigen volmaaktheid ; hij was een liefdeloos man. Geminacht werden de tollenaren, de douanen, de paria's der Joodsche wereld. Joden in dienst der gehate Romeinen, een doorn in hun oog.
Het geven van aalmoezen, dat zij toch deden, moet een bewijs méér zijn van hun welstand. Ook was dit een middel „om van de menschen gezien te worden". De armoede was een middel om hun doel te bereiken, maar veracht in hun oogen. Na op een keurige wijze de gelijkenis van „de rijke man en de arme Lazarus" te hebben behandeld, zegt referent tenslotte : Het behoeft geen verder afzonderlijk betoog meer, dat ons standpunt als Herv. Gereformeerden, theologisch bezien en niet kerkelijk historisch, niets en dan ook hoegenaamd niets te maken heeft met het Farizeïsme uit Jezus' dagen en dat dus de gestelde vraag absoluut ontkennend beantwoord kan worden. De prediking van Gods Woord, getoetst aan onze Belijdenisgeschriften, is de onze. Jezus Christus en dien gekruisigd, en dat om onze zonden, dat is het middelpunt van de prediking, die wij liefhebben.
Er zijn zoovele elementen, die tot de Geref. Bonders gerekend worden of willen worden, die echter niet gereformeerd zijn. Deze elementen bezorgen de Geref. Bondsbeweging niet altijd een goede naam, hoewel zij nimmer lid waren van den Geref. Bond, rekent de tegenstander ze bij ons, soms graag, om daarmee onze beweging te teekenen en te brandmerken.
Wij blijven, op grond van het betoog over het Farizeïsme, iedere vinger, die verwijtend in die richting, naar ons wijst, neerhalen, zachtmoedig, doch ernstig, verzoekende eerst het Farizeïsme te bestudeeren voor men het woord nog eenmaal durft te gebruiken.
Na dit zeer leerrijk betoog werd spreker dank gezegd en gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen, waarvoor zich een drietal aanwezigen opgaven. Na gebed door den heer Groenewegen werd de vergadering beëindigd.
De Secretaris.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's