De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

WILLIBRORD

7 minuten leestijd

WILLIBRORD
De eerste Evangelieprediker in ons land
III. (Slot).

Wij wezen er reeds op, dat Willibrord zijn arbeid niet beperkt heeft tot Utrecht en de omgeving dier stad. In heel het gedeelte van Friesland, dat aan de Franken onderworpen was, trachtte hij het Evangelie ingang te doen vinden. Hij werd daarbij geholpen door mannen, die hij tot het ambt van geestelijke opgeleid had.
Onderscheidene kloosters zijn door Willibrord op zijn reizen gesticht. Het voornaamste is dat te Echternach in Luxemburg.
Vele oncontroleerbare verhalen en legenden zijn er omtrent Willibrords optreden, ook hier in Nederland, in omloop.
Hier en daar vindt men putten, die naar Willibrords naam genoemd zijn (o.a. te Heiloo en te Zoutelande op Walcheren).
Zoo gaat het verhaal, dat bij Heiloo hel wonder heeft plaats gegrepen, dat uit het droge zand een heerlijke bron met zoet water ontsprongen is, toen Willibrord en zijn mannen versmachtten van dorst (bij de zee zou men uiteraard zout water verwachten).
Tijdens zijn bezoek aan Walcheren zou het volgende voorgevallen zijn. Op zijn tocht over het eiland ontmoette Willibrord een afgodsbeeld, dat door een heiden bewaakt werd. Ten einde de onmacht der goden te illustreeren, vernietigde Willibrord het beeld, waarop de bewaker in woede ontstak. Hij sloeg den zendeling met een zwaard op het hoofd, zonder hem evenwel letsel te berokkenen, niettegenstaande het bloed vloeide. Toen Willibrords metgezellen den aanvaller onschadelijk wilden maken, liet de prediker zulks echter niet toe. Hij wilde de wraak liever aan God overlaten. En nog denzelfden dag werd de heiden door den duivel bezeten, tengevolge waarvan hij enkele dagen later ellendig om het leven kwam
Het spreekt vanzelf, dat wij dergelijke verhalen laten voor wat ze zijn. De fantasie der menschen uit dien tijd ging wel heel erg ver, zoodat men aan hun oprechtheid niets te kort doet, wanneer men allerlei door hen overgeleverde verhalen met een korreltje zout neemt. Een en ander neemt evenwel niet weg, dat Willibrords prediking in het leven zijner dagen ingrijpende wijzigingen heeft teweeggebracht. En daarover gaat het ons.
Ook naar het Noorden is hij getrokken. Met een kleine vloot begaf hij zich via Helgoland naar Denemarken, waar echter al spoedig bleek, dat de bodem voor het zaad des Evangelies nog niet geschikt was, weshalve Willibrord besloot wederom spoedig den terugtocht te aanvaarden. Een dertigtal Deensche slaven werd door hem vrijgekocht, ten einde hen op te leiden tot zendelingen onder hun eigen volk. Men ziet, dat het Willibrord aan voortvarendheid en initiatief niet heeft ontbroken. Op de terugreis leed hij echter schipbreuk, en werd hij op het eiland Helgoland (dat is „heilig land") geworpen. Daar Willibrord zich niet aan allerhande bijgeloovigheden, die de heidensche bewoners in acht namen, stoorde, verwachtte men, dat de goden terstond de vermetelheid van den prediker zouden straffen, door hem en de zijnen dol te maken of te dooden.
Toen echter niets van dien aard gebeurde, ontstaken de heidenen in toorn, en wilden de aanhangers der „vreemde" leer uit den weg ruimen. Slechts één van Willibrords lotgenooten heeft echter de martelaarsdood moeten sterven, omdat de heidensche koning eerbied had voor de stoute woorden, die Willibrord tot hem sprak, toen hij zeide : „Wat gij vereert, o koning, is geen God, maar een duivel, die u in dwaling vasthoudt, om uw ziel aan het eeuwig vuur prijs te geven. Er is maar één God, die hemel, aarde en zee en alles, wat ze bevatten, gemaakt heeft. Wie in Hem gelooft, zal het eeuwige leven hebben ; ik ben Zijn dienaar, en ik bezweer u heden, om uw oude dwaling te verlaten, en te gelooven in den éénen, almachtigen God, en in den Heere Jezus Christus. Doet gij dat, dan zult ge met God en Zijn heiligen de eeuwige heerlijkheid bezitten. Maar wanneer gij den weg der zaligheid veracht, dien ik u wijs, — wees er dan zeker van, dat gij de eeuwige straffen en het helsche vuur eenmaal zult deelen met den duivel, dien gij nu gehoorzaamt".
De heidensche vorst liet zich door Willibrord niet gezeggen, maar hij miste den moed, om den man, die op een dergelijke wijze voor z'n overtuiging uitkwam, te dooden.
Ettelijke malen is Willibrord dan ook aan de handen zijner vijanden ontkomen, daar God wonderlijk over Zijn dienstknecht heelt gewaakt.
Toen de Franken in Friesland wederom het onderspit moesten delven, en de heidensche Friezen andermaal oppermachtig werden, week Willibrord met zijn mannen uit naar elders. De vrucht van jarenlang zwoegen ging in een oogwenk weer onder heidensche handen verloren
Gedurende eenigen tijd heeft Willibrord nog samengewerkt met Bonifatius, die later bij Dokkum is vermoord. Dat was, toen de opvolger van den koning der Friezen minder vijandig stond tegenover het christendom dan zijn voorganger. Gezamenlijk hebben Willibrord en Bonifatius in het bisdom Utrecht het christendom tot algemeene waardeering gebracht. Het staat vast, dat deze samenwerking goede vruchten voor de verbreiding des Evangelies heeft opgeleverd.
Langzamerhand begon Willibrord zich oud te gevoelen. Hij merkte, dat zijn krachten allengs afnamen. Hoe kon het ook anders, want de spanning, waaronder hij z'n heele leven heeft gewerkt, is niet gering geweest. Toch overleed Willibrord eerst op 81-jarigen leeftijd, waarschijnlijk te Echternach, den 7den November van het jaar 739. Een oud verhaal zegt, dat hij „van deze pelgrimstocht in het eeuwige tehuis binnen ging", en dat er bij zijn sterfbed lichtverschijnselen zijn waargenomen. Te Echternach werd hij ter aarde besteld. Zijn graf werd een bedevaartplaats der Roomsch-Katholieken. In 1794 werd dit echter tijdens de woelingen der Fransche Revolutie geschonden, om in 1906 weer in eere hersteld te worden. De nieuw-opgerichte basiliek van St. Willibrord trekt nog jaarlijks duizenden pelgrims, die bij het graf van den eersten zendeling, die in Nederland met zegen het Evangelie heeft verkondigd, komen bidden en danken voor den zegen, dien God ons volk in hem heeft verleend.
Het behoeft geen betoog, dat wij onze herdenking van Willibrord geheel wenschen vrij te houden van Roomschen bijsmaak. Met veel van hetgeen van die zijde over Willibrord wordt ten beste gegeven, kunnen wij op verschillende gronden niet instemmen. Doch zulks neemt evenwel niet weg, dat er óók voor óns motieven zijn, op grond waarvan Willibrords arbeid in deze landen ons met dankbaarheid moet vervullen. Ook mag eerbied voor zijn moed en krachtige geloofsovertuiging niet achterwege blijven. Want 't staat vast, dat 's mans optreden in het algemeen en sommige momenten uit zijn leven in het bizonder getuigenis afleggen van zijn rotsvaste overtuiging, dat alleen in het Evangelie van Christus het heil voor den mensch kan gelegen zijn. Deze opvatting was 'in Willibrords dagen voor ons land gloednieuw, en hierin ligt de oorzaak, waarom wij de beteekenis van dezen zendeling niet mogen miskennen. Tot op zekere hoogte heeft Willibrord in deze gewesten den grondslag gelegd voor de vorming van een Noord-Nederlandsche beschaving, hetwelk alleen mogelijk geweest is door de prediking van het christendom, dat groote cultureele krachten in zich bergt.
En laten wij ten slotte niet vergeten, dat Willibrord, naar eigen getuigenis, zijn werk heeft verricht „in Nomine Domini", dat is : in den Naam des Heeren.
Literatuur over Willibrord :
Dr. M. van Rhijn, Willibrord. Stichting Hoenderloo 1939. Drukkerij Dr. W. Lampen O. F. M., Willibrord Bonifatius, Amsterdam 1939. en
G. H. Verbist, Saint Willibrord, Paris 1939.
Dom van Ruyven, Sint Willibrord, Heiloo 1939. O. S. B.
J. Kleijntjens, S. Willibrord, 's Hertogenbosch
P. I. B. C. Robidé van der Aa, Willibrord, de Apostel der Nederlanden, in : Kalender voor de Protestanten in Nederland, uitgeg. onder leiding van W. Moll.
Ie jaarg. 1856, bladz. 137 v.v.

Opmerking.
Met het oog op de plaatsruimte, welke het register op dezen jaargang in het volgend nummer van ons blad vergt, hebben wij de behandeling van Willibrord in dit artikel beëindigd, om in den nieuwen jaargang terstond te kunnen aanvangen met de verklaring van het tweede hoofdstuk van Paulus' Brief aan de Galaten, zooals die door Dr Maarten Luther gegeven is. De lezer weet, dat wij de samenvatting van het eerste hoofdstuk gaven in het begin van dezen dertigsten jaargang van ons blad.

d. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's