De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

't Loopt tegen het einde van de maand. Wie gewoon is zijn tractement of zijn loon in twaalf stukjes van een heel jaar te ontvangen, denkt bij het hooren van klanken als bovengenoemde, onmiddellijk aan bezuiniging of uitstellen van wat er wel zijn moet, maar niet eerder, dan wanneer weer de eerste dag van de komende maand is ingeluid. Meer dan éen van de lezers of lezeressen zal dadelijk de opmerking maken : „daarvan weet ik bij ervaring te spreken". De eerste helft van de maand is heel anders dan de laatste. Kan op den eersten dag alles, op den laatsten staat het gezicht van wie de beurs draagt, in strakkere plooien en wordt, wat maar even wachten kan, één of twee etmalen verschoven.
Is het zoo vrijwel elke maand in menig ambtenaarsgezin — voor wie bij de week leeft zijn de partjes ook zooveel kleiner gesneden, met dien verstande : wat wij zooeven hebben opgemerkt, doet zich hier alzoo wekelijks voor. In de eerste helft kan veel, doch in de laatste helft weinig of niets meer worden geriskeerd, waardoor het evenwicht zou gevaar loopen te loor te zullen gaan.
Bij gezond aanvoelen der dingen, doet dit zich geregeld voor : de druk is wisselend, deze wijzigt zich met den loop van den tijd. Bij gezond aanvoelen is dit zóó, helaas wordt het percentage van hen, die daarvan niets meer afweten, met den dag grooter. Van het eerste oogenblik afaan had men een ander systeem gevolgd. Men begon met : „dat en dat moei er wezen". Zooals deze van mijn kennissen het heeft, zoo moet ik het ook hebben, want ik zou niet weten, waarom ik achter zou moeten blijven bij hen. Het aanbod van velerlei zijde mij gedaan, lijkt mij zoo logisch, dat ik dadelijk maar besluiten zal. Onze zaak loopt vanzelf. Ja, dat is waar. Maar in welke richting ? Wat zoo lichtend begon, bleek spoedig in narigheid te zullen stranden. Men kon niet aan de gestelde eischen voldoen, en het einde was ondergang.
Met enkele trekken wordt hier in teekening gebracht het sombere en schrikkelijke beeld van een groot deel onzer huidige wereld. Men heeft met de werkelijkheid niet gerekend. Ach — zoo luidde het al te gemakkelijk oordeel — wat zou die ouderwetsche levensbeschouwing toch kunnen beteekenen en wat voor waarde zou die kunnen hebben tegenover een totaal gewijzigde levensgang ? Onze opvattingen sluiten zich aan bij het nieuwe. Wilt ge mee doen, dan past ge u hierbij aan. Alleen één ding had men vergeten toe te passen bij deze zoogenaamde aanpassing : dat men, om te blijven bestaan, niet meer mag uitgeven dan men inbeurt. Aan het eind moeten de eindjes weer bij elkaar komen, zal de post sluiten.
Zoo is de geldende wet over heel de linie, dus ook voor ons als Penningmeester. Wij hebben deze post ons, als van Godswege opgedragen, zien opgelegd. De eerste jaren gaven een niet ongelijkend beeld van wat wij op maatschappelijk terrein zooeven opgemerkt hebben, te aanschouwen. Het liep alles even gemakkelijk. De verhoudingen onder elkander waren volkomen natuurlijk, 't Was echt de eerste helft van de maand of de week tot aan Woensdag, doch ook almede door de geweldige spanningen, die zich op elk en ieder levensterrein voordeden, werden de lasten ongeëvenaard veel zwaarder. De lucht was als met onheilen vol. Teerheid van aanvoelen werd schier alleen nog in heel kleinen kring gevonden. De wereldgang in het algemeen kende deze niet meer. Met een zekere verzuchting wordt, waar dit anders werd gekend, dan ook de bede geslaakt : Och, Heere, waar Gij de Eenig-onveranderlijke, getrouwe God zijt, uit Wiens hand niet anders dan enkel het goede voortkomt, zoudt Gij door Uwen Geest weer willen werken, zoodat men het Woord des Heeren wederom leerde verstaan : „Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van harte".
Die harde wereld en dat harde hart kunt Gij alleen veranderen, zoodat het van steen, vleesch wordt. Dat is Uw werk alleen. En daarom gaat mijn bede daarom dagelijks op.
Lezers, waaraan heeft onze tijd grooter behoefte dan aan één ding. Als des Allerhoogsten hand niet ingrijpt, loopt onze wereld met al hare vindingen, waarop men zoo trotsch was, zich te pletter. Onze tijden zijn verre van rooskleurig.
Geve de Heere ons dit maar zóó te zien, dat wij niet alleen als klagers en aanklagers van anderen, maar zélf in de eerste rijen plaats nemen van vragers : „Wat hebt Gij mij er mee te zeggen : wat wilt Gij, dat wij voor U nederleggen ? " Een verbroken hart en een verbrijzelde geest is het eenig offer, dat den Heere welbehagelijk is. Wie zoo tot den Genadevolle in den hemel mag nader treden, zal in zijn omgang met anderen ook hiervan een beeltenis vertoonen : „ik leef uit de hand van een liefelijk Ontfermer".
Hierbij laten wij ons overzicht over deze laatste weken volgen.
1. De eerste posten kwamen uit het Zuiden, vanuit de Zeeuwsche gewesten, n.l. uit I. zond onze vriend J. v. O. mij voor onze fondsen ..ƒ 10.—
't Was de eerste keer niet, dat hij dit blijk van medeleven ons deed geworden. Onzen warmen dank daarvoor.
2. Collega Bousema te Zuid-Beijerland zond mij een gift van 5 gld., waarover ik me verblijd heb , 5.—
3. Enkele vrienden waren zoo goed mij de abonnementsgelden af te dragen, en wel voor 't heele jaar, n.l. de heer B. K. te V „ 4.— de heer W. G. te B „ 4.— en mejuffr. B. te Utrecht, over een kwartaal „ 1.— 'k Zal den Uitgever de zaak precies uitduiden.
4. Thans volgen meerdere contributies, 'k Zal aan onzen vriend J. v. D. te Amersfoort maar eerst het woord geven. Hij is met een andere vriend op 't pad gegaan om ouder gewoonte eene inzameling te houden voor het Studiefonds. Deze bracht op de niet onbelangrijke som van ƒ 76.75. Hierbij had hij gevoegd de contributiegelden ten bedrage van ƒ 36.—. Tezamen alzoo ,, 112.75
Voor de zorg en moeite, welke hij zich met zijn vriend heeft willen getroosten, zijn wij hoogst erkentelijk. Van de opmerkingen, door hem gemaakt, hebben wij goede nota genomen. Wij zeggen hem en de Amersfoortsche vrienden zeer hartelijk dank.
5. Van onzen vr. Jac. v. P. te Hazerswoude kregen wij evenzoo de contributiegelden, zijnde 38 gld., aangevuld door de wed. A. Q. met ƒ 1.50 en van N.N. ƒ 0.50. Alzoo was het bedrag precies „ 40.—Dat onze vriend Noordam naar elders is vertrokken, spijt ons. Wij hopen dat hij in zijn nieuwe omgeving Godes bijstand en hulp rijkelijk mag ervaren. Wij hebben zijn nieuw adres genoteerd.
6. Thans volgt de contributie van de afd. Bodegraven. Deze bedrpeg ruim 40 gulden, n.l „41.06
Wij zeggen den heer V. zeer hartelijk dank, evenals de vrienden te Bodegraven, voor hun ons betoonde medewerking.
7. De contributiegelden van de afd. Delfshaven werden mij door den Penningmeester, onzen vr. v. Beusekom, toegezonden, zijnde „44.69
Hiermede heeft hij recht op mijn groote erkentelijkheid. Waarom ik hem in gedachten nog eens zeer warm de hand schud, is de toegevoegde lijst van leden, met de namen van hen, die uitvielen. 'n Voorbeeld voor allen heeft hij gesteld, waarmee ik zeer ben ingenomen.
8. Onze Penningmeester van de afd. Zeist zond mij tegelijk met de opbrengst van een gehouden collecte aldaar bij een spreekbeurt, waarbij ds. Van Lokhorst van Hilversum voorging, zijnde 30 gld., de contributiegelden. Deze bedroegen ƒ 69.50. Tezamen alzoo „ 99.50
De gegevens, die hij er aan toevoegde, waren ook zeer overzichtelijk, evenals ik gewoon was van den vorigen Penningmeester.
Wij zeggen hem en de Zeister vrienden hartelijk dank.
9. Van mej. v. d. B. te Delft kreeg ik ook de contributie „ 1.—-
10. De heer Bloemers, de Penningmeester van de afd. Haarlem, zond mij nog als nagekomen contributie '. .„ 0.75
Beiden zeg ik vriendelijk dank.
11. Door ds. Schroten te Charlois kreeg ik van onderscheidene vrienden giften voor onze fondsen : van de fam. B. ƒ 1.50, van N.N. ƒ 2.50, van de fam. de K. ƒ 1.50, van N.N. ƒ 2.50. Tezamen „ 8.—
Hij wil wel zoo goed zijn, naast onzen dank, hierbij ook persoonlijk den mijne te voegen.
12. Uit de collectezak van Hattem krijg ik telkens een gift voor onze fondsen. Zoo ook nu weer ontving ik, 1.—.
Vriendelijk dank.
13. Van een vriendin alhier, kreeg ik 'bij een bezoek naast giften voor andere doeleinden, ook voor 't Studiefonds..., , 1.50
Mag ik haar mijn oprechten dank hiervoor betuigen.
Godes zegen ruste op alles.
Tezamen geteld, kom ik tot een eindsom van
f 374.25


P.S. Wie nog niet zijn bijdrage zond aan contributie of anderszins, zal mij een bizonder genoegen doen met het oog op het afsluiten van deze maand, deze alsnog te zenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's