De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

GOEDE VOORLICHTING NOODZAKELIJK.
De angstige oogenblikken, die een groot deel der bevolking in de dagen van 10—12 November heeft doorleefd, in het bijzonder dat gedeelte der bevolking, dat in het Oosten des lands woont, zullen ongetwijfeld bij velen nog langen tijd blijven nawerken.
Tot de zenuwachtige stemming, die zich in die dagen van ons volk heeft meester gemaakt, gaven aanleiding de maatregelen, welke door de autoriteiten in verband met den gespannen internationalen toestand genomen werden.
Zoo verscheen b. v. een kennisgeving van den burgemeester van Arnhem, waarin de mogelijkheid wordt besproken, dat de militaire autoriteiten het noodig zouden kunnen achten de onlangs gebouwde Rijnbrug te vernielen. Dit zou dan gepaard gaan met een ontploffing, waarvan de ernstige gevolgen zich op geruimen afstand van de brug zouden doen gevoelen. Dies zou ontruiming van huizen en gebouwen in de nabijheid der brug noodzakelijk kunnen worden.
En wat in Arnhem gebeurde, geschiedde langs de geheele Oostgrens van ons land, de waarschuwing tot de burgerij om zich op allerlei eventualiteiten voor te bereiden.
Gelukkig heeft onze Minister-President in een kloeke radio-rede aan de groote onrust een einde gemaakt.
De Minister zeide op Maandag 13 November, dat aan de Regeering gebleken was, dat er geruchten hadden geloopen over een acuut dreigend gevaar, doch dat daarvoor geen enkelen grond bestond. Een acuut gevaar bestond in de bovengenoemde dagen van spanning evenmin als in de dagen van Sept. l.I.
Echter wat tusschen 10—12 November geschied was, dat tot zulke groote spanningen aanleiding gaf en de burgemeesters drong tot het uitvaardigen van allerlei onrustbarende mededeelingen, daarover liet de Minister-President niets los ; evenmin werd de vraag, die allicht velen heeft bezig gehouden, beantwoord, waarom de geruststellende verklaring, die reeds Zaterdagavond te voren op papier heeft moeten staan en Zondagochtend werd aangekondigd, niet eer is afgelegd geworden.
Deze twee dingen maken de zaak, ondanks de geruststellende verklaringen van Minister De Geer, wel wat geheimzinnig.
Dat een herhaling, ter verzekering van de rust in het land, moet voorkomen worden, deed o. a. mr. Joekes, de voorzitter van de Vrijzinnige Kamerfractie, in De Vrijzinnig Democraat het volgende zeggen :
„Het komt ons voor, van groot belang te zijn, dat de Regeering bij voorkomende gelegenheden in de één of andere vorm, zoodanige inlichtingen verstrekt, hetzij aan de Volksvertegenwoordiging, hetzij door middel van de radio of de pers, dat de uiterlijk waarneembare maatregelen, genomen ten deele door militaire autoriteiten, ten deele, zooals blijkbaar in Den Haag, door de Regeering zelf, in algemeenen zin toegelicht worden. Dit zal bijdragen tot het wegnemen van onrust, welke door dergelijke maatregelen, ontstaat en die een bron is voor allerlei geruchten".
Ook Eenheid door Democratie, het bekende weekblad der Democratische richtingen in ons land, schreef in gelijken zin :
„'t Zou ons verheugen", aldus „Eenheid door Democratie", „indien men te bevoegder plaatse tot het inzicht zou kunnen komen, dat het mogelijk en gewenscht is, hierin in voorkomende gevallen verandering te brengen. De mogelijkheid daartoe is onzes bedunkens geenszins uitgesloten. Al zal een verklarende toelichting op de maatregelen, door de regeering getroffen, misschien niet altijd zonder bezwaar kunnen worden gegeven, dat zal ook niet steeds noodig zijn. Een eenvoudige mededeeling omtrent het feit, dat men bepaalde maatregelen meent te moeten treffen, zal veelal reeds voldoende zijn om te voorkomen, dat het publiek hierover ongerustheid gaat vertoonen.
Geschiedt dit niet, dan plaatst men de openbare meening voor een aantal feiten, zonder dat zij eenig houvast heeft omtrent de beteekenis daarvan, en het onvermijdelijke gevolg is, dat de behoefte aan verklaring „zich zelf gaat helpen", met alle daaraan verbonden nadeelen van gissingen en legende-vorming.
„Stil houden" kan men de maatregelen meestal immers tóch niet. En het publiek, - dat met eigen oogen waarneemt, dat er militaire verplaatsingen geschieden, dat er met grooter voortvarendheid dan tevoren wordt gearbeid aan technische defensie-werken, dat in verschillende steden des lands belangrijke gebouwen onder bizondere bewaking worden geplaatst, en dat vergeefs in zijn dagblad haar eenige mededeeling omtrent al deze dingen zoekt, is licht geneigd, de beteekenis daarvan te overdrijven en zich de motieven, welke tot een en ander leidden, somberder voor te stellen, dan gerechtvaardigd is.
Ons Nederlandsche volk is gewend, te leven in openbaarheid. Niet het onder de oogen zien van feiten en omstandigheden, ook al zijn ze wellicht niet opwekkend, kan het verontrusten en uit zijn evenwicht brengen. Slechts, wanneer plotseling de openbaarheid schijnt te stokken en het zich genoopt ziet naar de oorzaken van dit verschijnsel te gissen, kan het soms bezorgdheid voelen opkomen.
Wij vertrouwen, dat ook de regeering zich omtrent dezen karaktertrek van ons volk een duidelijk denkbeeld heeft gevormd en bereid zal zijn, daarmede naar vermogen en naarmate 's Lands belang dit toelaat, rekening te houden".
Tot zoover Eenheid door Democratie.
Wij hebben met opzet hier de heer Joekes en de Eenheid door Democratie aan 't woord gelaten, omdat, toen dr. Colijn in De Standaard zich over het duistere, dat zich in het voorgevallene van 10—12 November voordeed, een woord van zachte critiek aan het adres van het Kabinet veroorloofde, hem dit bijzonder door de Christelijk-Historische pers ten kwade werd geduld.
Intusschen is het goed, dat op voorzichtige wijze er de aandacht van de Regeering op werd gevestigd, dat wat nu gebeurd is, zich niet herhaalt.
Een zenuwachtige stemming bij het volk kan veel schade veroorzaken.
Die schade is zelfs thans niet uitgebleven.
Reeds het feit, dat sinds 12 November de Nederlandsche Bank heel wat goud had af te geven, wijst daarop.
Het vertrouwen in de Regeering mag niet worden geschokt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's