De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

5 minuten leestijd

ADVENT
De eerste Advents-Zondag is er weer. Dat is de oproep, om weer bij vernieuwing al onze zinnen en geheel ons hart en geheel ons leven te stellen in het heilsfeit : dat Jezus Christus in het vleesch gekomen is. „Het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijne heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid des eeniggeborenen des Vaders, vol van genade en waarheid". (Joh. 1 vers 14).
Wij mogen ons weer bij vernieuwing vastgrijpen in het geloof aan de heilsfeiten ; aan 't geen waarlijk geschied is en over 't geen der Gemeente gegeven is tot een vasten grond der zaligheid.
„Maar wanneer de volheid des tij ds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit eene vrouw, geworden onder de Wet, opdat Hij degenen, die onder de Wet waren, verlossen zoude, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden, door den Geest des Zoons, die in onze harten is uitgestort, roepende : Abba, Vader !" (Gal.4 vers 4—6). Van nature zijn wij vleesch en niet Geest ; van God vervreemd ; den dood en den duivel toebehoorende. En nu is het Woord vleesch geworden, opdat Hij voor ons zou dragen de zonde en zou doen alles wat er bij God voor ons te doen is, opdat Hij, die voor ons tot zonde gemaakt is, onze gerechtigheid bij God zou zijn, welke gerechtigheid wij in en door het geloof mogen omhelzen, om het ons eigendom te weten.
God heeft Zijn Zoon als den tweeden Adam op aarde gezonden, om datgene terecht te brengen, wat wij en Adam verdorven hadden; waarom Hij, naar Gods wil, uit een vrouw geboren werd, onder de Wet.
Gods wet moest gedaan, volbracht, vervuld worden, omdat zij heilig is en goed, zijnde ten leven. En waar wij nu den dood gegeten hebben in het verlaten van die wet en het overtreden daarvan, daar is Christus in 't vleesch gekomen, onder de Wet, om in ons vleesch de Wet Gods te volbrengen en alle gerechtigheid voor God te vervullen.
Omdat onze Heere en Heiland Jezus Christus in het vleesch kwam, kwam Hij in onze toestand ; en alle gerechtigheid vervullende, heeft Hij onzen toestand der zonde en des doods opgeheven, want als de tweede Adam werd Hij door God zonde gemaakt voor ons ; en zoo heeft Hij, de Borg en de Middelaar, van de kribbe tot het kruis de zonde der wereld gedragen, verzoend en weggenomen.
Dit is de verborgenheid der godzaligheid in de openbaring van God in het vleesch, in Zijn eigen Zoon, Immanuël : God met ons — dat God nu juist Hem, die geene zonde gekend heeft, voor ons tot zonde gemaakt heeft, hetwelk Hij gedaan heeft, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd bij God in Hem. En zoo verplaatst het komen van Christus in onzen toestand, die zonde was, ons weder in den toestand in welken Adam oorspronkelijk was ; en mag het van allen, die in Christus zijn, weer heeten, dat zij kinderen Gods, zonen en dochters des Vaders zijn. (2 Cor. 5 VS. 21 ; Gal. 4 vs. 5).
Nu zijn zij dan weer, in Christus, in den toestand, welke naar Gods welbehagen is ; in Hem, de Heere „onze gerechtigheid". Het is „als hadde ik nooit zonde gehad, noch gedaan, ja, als hadde ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft" (Catech. Zondag 23, vraag en antw. 60).
Voor deze verborgenheid der godzaligheid, die groot is, komt het Kerstfeest, de komst van Jezus Christus, Sions Borg en Middelaar in het vleesch, ons weer bij vernieuwing zetten. En hierin ligt de groote blijdschap in deze ellendige wereld voor verdoemelijke zondaren van alle taal en tong.
Predikt dan dit Evangelie alom, en brengt deze blijde boodschap aan alle creaturen, aan alle menschen, overal waar kinderen van Adam wonen, die in hem voor God verloren liggen !
Zooals er geen plekje op aarde is, waar de sprake der zon niet gehoord wordt (Ps. 19), zoo mag er ook geen plaats onder de zon zijn, waar menschen wonen, waar dit blijde Evangelie der zaligheid niet verkondigd wordt.
Of dan alle menschen, die in Adam gevallen zijn en verdoemelijk liggen voor God, in Christus nu wederom zalig worden ?
Nu de blijde tijding van de komste van den Zaligmaker op aarde weer mag uitgaan — en ook moet uitgaan alom — komt de adventsprediking ons voor deze hoogst ernstige vraag stellen. En dan zegt onze Catechismus:
„Neen, maar alleen degenen, die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijne weldaden aannemen". (Catech. Zondag 7 vr. en antw. 20).
Helaas ! zal het weer blijken, dat voor den Heiland geen plaats is, noch bij den goddelooze, noch bij den vromen mensch. Want hoe wijs en vroom en braaf we ook mogen zijn, van nature is er bij ons geen plaats voor Hem, Die alle gerechtigheid bij God vervuld heeft. En daarom zullen we ook geheel ontkleed moeten worden zal er de begeerte en de bede gevonden worden, om met de gerechtigheid van Christus overkleed te mogen worden.
Neen, nu moeten wij ons niet aankleeden met allerlei, om beter en aangenamer te worden bij God, maar bij de kribbe van Bethlehem zullen we voor het eerst of bij vernieuwing leeren wat het is : dat God een goddelooze rechtvaardigt, om niet, zonder de werken der Wet, enkel en alleen om Christus' wil.
In dat geloof zal ook onze ziele de toevlucht moeten leeren nemen tot den Christus, Die in het vleesch gekomen is.
En neen, dan zal het niet zijn om de waardigheid mijns geloofs, dat ik Gode aangenaam ben ; maar toch is het geloof onmisbaar en allernoodzakelijkst, omdat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijne gerechtigheid voor God is, maar ik kan die niet anders dan door het geloof aannemen en mij toeëigenen.
Bidt dan om dat geloof en om vermeerdering en versterking van dat geloof, opdat ook onze ziele zich mag verblijden in Hem, Die daar komt in den Naam des Heerenl
En indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel ; het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. (2 Cor. 5 vers 17).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's